Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK2781

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-11-2009
Datum publicatie
10-11-2009
Zaaknummer
439885 - KG ZA 09-2155
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

In een artikel in Het Parool is aandacht besteed aan een van belasingfraude verdachte belastingconsulent. Het artikel kan bij de gemiddelde krantenlezer de indruk achterlaten dat familieleden van deze belastingconsulent mogelijk betrokken zijn bij deze belastingfraude. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat Het Parool hierdoor onzorgvuldig heeft gehandeld. De mogelijke betrokkenheid van de familieleden kan niet met feiten worden gestaafd. Verder heeft Het Parool geen hoor-en wederhoor toegepast, hetgeen eveneens onzorgvuldig is. De voorzieningenrechter heeft Het Parool veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 439885 / KG ZA 09-2155 SR/MV

Vonnis in kort geding van 6 november 2009

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TANDHEELKUNDIG CENTRUM [A] B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] TANDZORG ZAANDAM B.V.,

gevestigd te Zaandam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] TANDZORG WEESP B.V.,

gevestigd te Weesp,

4. N. [A],

wonende te Ilpendam,

5. I. [A],

wonende te Amsterdam,

6. N. [A],

wonende te Amsterdam,

7. R. [A],

wonende te Diemen,

8. S. [A],

wonende te Amsterdam,

eisers bij dagvaarding van 9 oktober 2009,

advocaat mr. I. de Vink te Rijswijk,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HET PAROOL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. O.M.B.J. Volgenant te Amsterdam.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 30 oktober 2009 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat de vordering onder I van het petitum van de dagvaarding ter zitting is ingetrokken. Gedaagde, hierna Het Parool, heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht.

Ter zitting waren aanwezig:

Aan de zijde van eisers: N., I., N., R. en S. [A] met mr. De Vink.

Aan de zijde van Het Parool: [de journalist] (journalist), [de hoofdredacteur] (hoofdredacteur) met mr. Volgenant.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. Eisers exploiteren in Amsterdam, Zaandam en Weesp vier tandheelkundige centra.

2.2. Enige tijd geleden is een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar Fendy [A]. Hij wordt verdacht van belastingfraude en valsheid in geschrifte.

Fendy [A] is de broer van N. [A] en de vader van S. [A]. N. [A] is de vader van I., N. en R. [A].

2.3. Aan het strafrechtelijk onderzoek tegen Fendy [A] is aandacht besteed in een tweetal artikelen in Het Parool van zaterdag 12 september 2009. De artikelen zijn geschreven door [de journalist] (hierna [de journalist]), als journalist verbonden aan Het Parool.

Op de voorpagina is een artikel verschenen met de kop:

“Fandy A.: elke dag 16 valse belastingaangiftes”.

In dit artikel wordt – kort gezegd – vermeld dat Fandy A., die onder de naam Kasjmier te Amsterdam een belastingadvieskantoor dreef, wordt verdacht van het doen van valse belastingaangiftes en zich in voorarrest bevindt.

Op pagina 4 is het artikel van de voorpagina vervolgd met de kop:

“Familie A. bezit woud van bv’s”.

Het artikel op pagina 4 luidt – voor zover van belang – als volgt:

De in Suriname geboren Fandy A. onderhoudt banden met het tandheelkundig bedrijf van zijn broer [voornaam] en diens drie zoons [voornaam], [voornaam] en [voornaam]. Het tandheelkundig centrum dat hun achternaam draagt, heeft vier vestigingen: twee in Amsterdam-Noord (Distelweg en Kamperfoelieweg), in Weesp en in Zaanstad. Fandy’s zoon [voornaam] werkt veelal in Zaanstad, waar de belastingadviseur zelf ook vaak te vinden was.

Het bedrijf, dat inmiddels in de belangstelling van de opsporingsinstanties is gekomen, maakte in 2007 een onstuimige groei door. In dat jaar werd de Zaanse vestiging (tien behandelkamers, dertig medewerkers) in gebruik genomen.

Het hoofdkantoor van de groep bevindt zich aan het Distelplein in Amsterdam-Noord. Daar zijn ook alle bv’s geregistreerd die de familie rond de zomer van 2007 oprichtte. Het zijn er circa tien, hangend aan een administratiekantoor en een holding.

De vader en zijn drie zoons hebben elk een eigen bv, het vastgoed is apart ondergebracht, net als de beide Amsterdamse klinieken. In geen der inschrijvingen komt de naam van Fandy voor, ofschoon hij volgens een ingewijde vaak nauw samenwerkt met [voornaam], de belangrijkste man van het bedrijf.

[voornaam] hield zich deze week onbereikbaar. Hij is volgens de ene medewerker ‘morgen weer op kantoor’, volgens de andere ‘op bedevaart in Saoedie-Arabië’.

Langs de tandheelkundige weg zou Fandy mogelijk ook aan zijn uitgebreide klantenbestand zijn gekomen, in heel Nederland. Want de wervende kracht van zijn kantoortje blijft vooralsnog een raadsel: voor ‘Kasjmier’ wordt geen reclame gemaakt, er is geen site en zelfs geen vermelding op het internet. De tamtam heeft binnen de Irakese gemeenschap kennelijk goed gewerkt.

(…)

2.4. Bij brief van 15 september 2009 heeft de raadsman van eisers Het Parool kort gezegd gesommeerd tot rectificatie over te gaan.

2.5. Als productie 5 hebben eisers een faxbericht van 2 oktober 2009 in het geding gebracht van de Officier van Justitie van het Functioneel Parket gericht aan de raadsman van eisers waarin is opgenomen dat eisers niet als (mede)verdachten betrokken zijn bij het lopende onderzoek door de FIOD-ECD tegen Fendy [A].

3. Het geschil

3.1. Eisers vorderen – kort gezegd – het volgende:

(1) Het Parool te gebieden de op 12 september 2009 gepubliceerde artikelen te verwijderen van de website van Het Parool;

(2) Het Parool te gebieden een rectificatie te plaatsen (waarvan de tekst is opgenomen onder punt 19 van de dagvaarding) in Het Parool en op de website van Het Parool;

(3) Het Parool te gebieden Google en Yahoo opdracht te geven tot verwijdering van de gepubliceerde artikelen uit hun zoekmachines;

dit alles op straffe van dwangsommen.

Verder wordt betaling van een immateriële schadevergoeding gevorderd van

€ 10.000,- per persoon ten behoeve van eisers sub 4 tot en met 8.

3.2. Eisers stellen hiertoe – samengevat weergegeven – dat de artikelen een verband leggen tussen eisers enerzijds en Fendy [A] en belastingfraude anderzijds. Tussen eisers en Fendy [A] bestaat niets meer dan een normale familierelatie. In de processen-verbaal die zijn opgemaakt in het kader van het strafrechtelijk onderzoek wordt met geen woord gerept over eisers. De beschuldigingen en suggesties van Het Parool vinden geen enkele steun in het beschikbare feitenmateriaal. Eisers worden door de publicaties in hun eer, goede naam en persoonlijke levenssfeer aangetast, waardoor zij (reputatie)schade lijden.

3.3. Het Parool heeft verweer gevoerd. Op dit verweer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Uitgangspunt is dat toewijzing van de vorderingen van eisers een beperking zou inhouden van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) neergelegde grondrecht van Het Parool op vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan slechts worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen, in dit geval van eisers (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij wet is voorzien is sprake, wanneer de artikelen in Het Parool onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag of hiervan sprake is, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen.

4.2. Het belang van Het Parool is dat Het Parool zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van eisers is erin gelegen dat zij niet lichtvaardig mogen worden blootgesteld aan negatieve publiciteit, waardoor het vertrouwen van cliënten en andere (zakelijke) relaties in eisers wordt geschaad. Of het belang van Het Parool of het belang van eisers – welke belangen in beginsel gelijkwaardig zijn – de doorslag behoort te geven, hangt af van de omstandigheden van het geval.

4.3. In het artikel op de voorpagina van Het Parool van 12 september 2009 komen eisers niet voor en in dat artikel wordt op geen enkele wijze een direct of indirect verband gelegd tussen het onderwerp van het artikel (de verdenking dat Fendy [A] zich schuldig heeft gemaakt aan belastingfraude) en eisers. Voor zover de vorderingen van eisers zich richten op het artikel dat is gepubliceerd op de voorpagina, missen zij dan ook feitelijke grondslag. In zoverre kunnen de vorderingen van eisers niet worden toegewezen.

4.4. In het artikel op pagina 4 van Het Parool van 12 september 2009 is wel over eisers geschreven. Bij het schrijven van dit artikel heeft Het Parool zich ten aanzien van eisers gebaseerd op informatie die is verkregen van een anonieme bron, die zich om “veiligheidsredenen” niet bekend wil maken en op informatie afkomstig uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het Parool heeft ter zitting aangevoerd dat [de journalist] ook informatie heeft verkregen van de FIOD. Tegenover de betwisting van eisers heeft Het Parool dit laatste echter niet aannemelijk gemaakt. Volgens Het Parool zijn er in totaal meer dan 30 e-mails gewisseld tussen [de journalist] en de anonieme bron. Van die e-mails heeft Het Parool er zeven in het geding gebracht, die zijn geanonimiseerd en grotendeels onleesbaar zijn gemaakt. Volgens Het Parool worden in het artikel geen beschuldigingen aan het adres van eisers geuit. Er staat niet meer dan dat er banden zijn tussen eisers en Fendy [A], dat Fendy [A] vaak nauw samenwerkt met I. [A] en dat Fendy [A] “via de tandheelkundige weg” mogelijk ook aan zijn uitgebreide klantenbestand is gekomen, aldus Het Parool. Het Parool heeft aandacht besteed aan de belastingfraude door Fendy [A] omdat het groot Amsterdams nieuws betrof. Het Parool heeft verder aangevoerd dat het de beschuldigingen ten aanzien van eisers niet tot de zijne heeft gemaakt, dat het voldoende afstand heeft gehouden en dat de achternaam [A] uit privacyoverwegingen niet in de artikelen is opgenomen. Tot slot heeft Het Parool aangevoerd dat het beginsel van hoor- en wederhoor is toegepast. [de journalist] heeft naar eigen zeggen drie keer telefonisch contact gezocht met I. [A]. Hij kreeg steeds te horen dat I. [A] niet aanwezig was – steeds onder vermelding van een andere reden – en er is niet gereageerd op zijn verzoek om terug te bellen, aldus Het Parool.

4.5. Weliswaar houdt Het Parool in het artikel op pagina 4 een zekere afstand van directe beschuldigingen aan het adres van eisers door te spreken over “mogelijk” en “volgens een ingewijde”, maar de voorzieningenrechter is van oordeel dat het artikel bij de gemiddelde lezer de indruk kan achterlaten dat eisers op een of andere manier betrokken zijn bij de belastingfraude waarvan Fendy [A] wordt verdacht. Dit komt allereerst door het in het artikel gebezigde woordgebruik. Er wordt gesproken over “woud van bv’s”, “onderhoudt banden met”, “onstuimige groei” en “hield zich onbereikbaar”. Daar komt bij dat de door Het Parool gedane uitlatingen onvoldoende steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal en dat feiten onjuist worden gepresenteerd. Zo wordt gezegd dat het bedrijf “inmiddels in de belangstelling van de opsporingsinstanties is gekomen” terwijl dit ter zitting op geen enkele wijze is aangetoond of aannemelijk is gemaakt. Na betwisting hiervan door eisers is niet aangetoond dat de vestiging in Zaanstad in 2007 “een onstuimige groei” doormaakte en dat deze vestiging met 30 medewerkers is begonnen. Integendeel, ter zitting is gebleken dat deze vestiging in 2007 nog niet bestond en pas in 2008 is opgericht. Na betwisting hiervan door eisers is niet aannemelijk gemaakt dat Fendy [A] “vaak te vinden was in Zaanstad” en dat zijn zoon S. [A] veelal in Zaanstad werkt. Dat Fendy [A] nauw samenwerkte met I. [A] en dat hij mogelijk via de tandheelkundige weg aan zijn uitgebreide klantenbestand is gekomen, is door Het Parool met de gedeeltelijk onleesbaar gemaakte e-mails onvoldoende onderbouwd. Voor zover die e-mails nog begrijpelijk zijn, kan hieraan geen doorslaggevende betekenis worden toegekend. Ze zijn afkomstig van een anonieme bron waardoor die informatie op geen enkele wijze controleerbaar is. Bovendien is de inhoud van die e-mails op een aantal punten door eisers gemotiveerd betwist.

4.6. Mogelijke (betrokkenheid bij) belastingfraude kan als een ernstig feit worden opgevat. Aannemelijk is dan ook dat het artikel kwalijke gevolgen heeft voor (de reputatie van) eisers. Indien Het Parool over dit onderwerp een artikel publiceert, dient hierbij de nodige zorgvuldigheid te worden betracht. Met name kan van een journalist worden gevergd dat hij de nodige inspanningen verricht om hoor- en wederhoor toe te passen. Dit is te meer zo indien, zoals in dit geval, gebruik wordt gemaakt van informatie van een anonieme bron, welke informatie oncontroleerbaar is. Voorshands wordt geoordeeld dat [de journalist] bij het toepassen van hoor- en wederhoor tekort is geschoten. Hij heeft ter zitting verklaard dat hij in de week voorafgaand aan publicatie drie keer heeft geprobeerd telefonisch in contact te komen met I. [A], maar dat hij hierin niet is geslaagd. Voorshands is niet gebleken dat [de journalist] bij zijn pogingen om met I. [A] in contact te komen duidelijk heeft gemaakt wat de aard van het artikel zou zijn. Bovendien is niet duidelijk waarom [de journalist] niet een van de andere eisers de mogelijkheid heeft geboden een weerwoord te bieden. [de journalist] heeft ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid eisers schriftelijk – met vermelding van de aard van het te publiceren artikel – uit te nodigen tot het geven van een weerwoord. Ten slotte heeft Het Parool niet betwist dat [de journalist] is medegedeeld dat I. [A] maandag 14 september 2009 weer aanwezig zou zijn. De nieuwswaarde van het artikel op pagina 4 van Het Parool van 12 september 2009 is niet zodanig dat niet even gewacht had kunnen worden met het plaatsen ervan totdat er contact was geweest met I. [A] of een van de andere eisers. Als niet terstond een weerwoord kan worden gegeven, betekent dit niet automatisch dat kan worden afgezien van het vragen van een weerwoord. Aangenomen kan worden dat het artikel na een weerwoord en het verwerken ervan er anders (evenwichtiger) had uitgezien.

4.7. De conclusie tot zover is dat Het Parool in het artikel op pagina 4 door het woordgebruik, in samenhang met de onjuist weergegeven feiten en door de onzorgvuldige wijze waarop hoor- en wederhoor is toegepast, de mogelijkheid heeft geboden dat bij de gemiddelde krantenlezer de indruk kan ontstaan dat eisers (mogelijk) betrokken zijn bij belastingfraude. Het Parool heeft die (mogelijke) betrokkenheid onvoldoende met feiten kunnen staven. De indruk dat eisers (mogelijk) betrokken zijn bij belastingfraude kan Het Parool worden aangerekend.

4.8. Op grond hiervan wordt geoordeeld dat de belangen van eisers zwaarder wegen dan die van Het Parool. Het Parool heeft met het gewraakte artikel, zowel wat betreft de inhoud als wat betreft de wijze van totstandkoming, niet die zorgvuldigheid in acht genomen die in het maatschappelijk verkeer wordt vereist. Het Parool heeft hierdoor onrechtmatig gehandeld jegens eisers. Hiermee is voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 10 lid 2 EVRM en die gelden bij een inperking van de vrijheid van meningsuiting. De vorderingen liggen dan ook in beginsel voor toewijzing gereed. Dat Het Parool de achternaam [A] niet in het artikel heeft opgenomen maakt niet dat voldoende zorgvuldig is gehandeld. Door het opnemen van alle voornamen van eisers sub 4 tot en met 8 en door de (nodeloze) vermelding dat Fendy [A] in Suriname is geboren, dat twee van de bedrijven van eisers zijn gevestigd aan de Distelweg en Kamperfoelieweg te Amsterdam-Noord en de andere twee in Zaanstad en Weesp, is het artikel vrijwel meteen herleidbaar tot eisers.

4.9. Het Parool zal worden veroordeeld het artikel zoals opgenomen op pagina 4 van Het Parool van de website te halen en de hierna te noemen rectificatie te plaatsen op de internetsite en op pagina 4 van Het Parool. Daarnaast zal Het Parool worden veroordeeld Google en Yahoo opdracht te geven tot verwijdering van het gewraakte artikel uit hun zoekmachines. Dat eisers, zoals Het Parool heeft aangevoerd, dit ook zelf kunnen doen, doet niet ter zake. Het is Het Parool dat onrechtmatig heeft gehandeld. De aan de veroordelingen te verbinden dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

4.10. De vordering tot betaling van immateriële schadevergoeding zal niet worden toegewezen. Voor toewijzing van een geldvordering is in kort geding slechts plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn en uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is. De vordering van eisers voldoet niet aan dit criterium. Ter zitting is deze vordering met name toegelicht door materiële schadeposten op te sommen. Aan de aantasting van de eer en goede naam van eisers wordt in het kader van dit kort geding voldoende tegemoetgekomen door toewijzing van de vordering tot rectificatie.

4.11. Het Parool zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Omdat de geldvordering van eisers wordt afgewezen, zal in de kostenveroordeling het gebruikelijke tarief voor vastrecht

(€ 262,-) worden opgenomen en niet het tarief dat aan eisers in rekening is gebracht omdat zij een geldvordering hebben ingesteld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding € 72,25

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.150,25

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt Het Parool om binnen vier dagen na betekening van dit vonnis het artikel dat is verschenen op pagina 4 van Het Parool van 12 september 2009 (“Familie A. bezit woud van bv’s”) van de website van Het Parool te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag of gedeelte van een dag dat Het Parool niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 20.000,-;

5.2. veroordeelt Het Parool om binnen vier dagen na betekening van dit vonnis de volgende rectificatie op pagina 4 van Het Parool te plaatsen in een tekstblok dat tenminste 10 x 10 cm meet en waarin de tekst gelijkmatig is opgenomen:

Rectificatie

Op pagina 4 van Het Parool van 12 september 2009, alsmede op de website van Het Parool is een artikel verschenen met de kop “Familie A. bezit woud van bv’s”. In dit artikel is opgenomen dat ene Fandy A. verdacht wordt van belastingfraude. Dit artikel kan bij de gemiddelde krantenlezer de indruk achterlaten dat familieleden van deze Fandy A., die tezamen een aantal tandheelkundige centra exploiteren in de regio Amsterdam, (mogelijk) betrokken zijn bij deze belastingfraude. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft in een vonnis van 6 november 2009 geoordeeld dat Het Parool met dit artikel ten aanzien van deze familieleden onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld. Het Parool heeft (mogelijke) betrokkenheid bij belastingfraude onvoldoende met feiten kunnen staven. Verder is geoordeeld dat ook de totstandkoming van het artikel onvoldoende zorgvuldig is geweest omdat geen hoor- en wederhoor is toegepast. De voorzieningenrechter heeft Het Parool veroordeeld tot het plaatsen van deze tekst.

op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag of gedeelte van een dag dat Het Parool niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 20.000,-;

5.3. veroordeelt Het Parool om de onder 5.2 opgenomen rectificatie binnen vier dagen na betekening van dit vonnis te plaatsen op de homepage van de website van Het Parool op dezelfde wijze als gebruikelijk is voor het plaatsen van berichten op die website en deze tekst veertien dagen te laten staan, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag of gedeelte van een dag dat Het Parool niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 20.000,-;

5.4. veroordeelt Het Parool binnen vier dagen na betekening van dit vonnis aan Google en Yahoo schriftelijk de opdracht te geven tot verwijdering uit de zoekmachines van het artikel zoals gepubliceerd op pagina 4 van Het Parool van 12 september 2009 (“Familie A. bezit woud van bv’s”), met een direct afschrift van deze brieven aan de raadsman van eisers, op straffe van een dwangsom van

€ 1.000,- per dag of gedeelte van een dag dat Het Parool niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 20.000,-;

5.5. veroordeelt Het Parool in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op € 1.150,25,

5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Sj.A. Rullmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2009.?