Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1564

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-10-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
13-425131-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het zich op een extreemrechtse website opzettelijk beledigend uitlaten over Joden en negroïde personen, tot een werkstraf voor de duur van 120 uur en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/425131-09 (PROMIS)

Datum uitspraak: 1 oktober 2009

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [woonplaats] op [geboortedatum] 1966,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 september 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. P.C. Velleman en van hetgeen door de gemachtigde raadsman van verdachte mr. G. Veen naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 11 februari 2007 tot en met 12 februari 2007 te Goes en/of te Kloetinge, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander (een moderator onder het pseudoniem [pseudoniem 1] of [pseudoniem 2]) en/of anderen, althans alleen, zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras en/of godsdienst;

immers heeft hij, verdachte, als poster en/of zijn mededader(s) op de internet-website Stormfront (Nederlands subforum) in de thread met de titel "De problemen van de wereld" de volgende tekst geplaatst en/of geplaatst gehouden:

"De Jahoed is een parasitair wezen zonder besef van ecologie. Vandaar milieuvervuilende judeo-plutocratie en judeo- marxisme. Jahoed tot veevoer verwerken en de biologisch basis van non-ecologisch economisch bezig zijn is opgeheven.

In plaats van te betogen tegen kernenergie kunnen de groene jongens beter betogen tegen Jahoed. Ook de roofbouw op de oceaan geeft blijk van een Jahoed-mentaliteit. Kortom, de varkenshouderij kan circa 15 miljoen eenheden tegemoed zien. Als de biologische basis van het roofbouwplutocratisme is vernietigd zal de roofbouwplutocratie-mentaliteit vanzelf beginnen af te sterven", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard of strekking;

(artikel 137c, artikel 47 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 28 maart 2006 te Goes en/of te Kloetinge en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [naam 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam 1] dreigend op de internet website Stormfront (Nederlands subforum) in de thread met als titel: "Joodsche hypocrisie" schriftelijk de woorden toegevoegd: "[naam 1], we komen jou en je kindertjes ophalen.

Tjoeke-tsjoeke-tuut-tuut!", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(artikel 285 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 28 maart 2006 te Goes en/of te Kloetinge, in elk geval in Nederland, zich in het openbaar, bij geschrift, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras en/of godsdienst, immers heeft hij verdachte op de internet -website Stormfront (Nederlands subforum) in de thread met de titel : "Joodsche hypocrisie" de volgende tekst geplaatst:

"Het moet toch duidelijk zijn dat de dubbeldunk van [voornaam] exact aangeeft waarom Auschwitz nodig was, en nodig blijft, uit wettige zelfverdediging", althans woorden van gelijke beledigende aard of strekking;

(artikel 137c Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op of omstreeks 07 juni 2006 te Goes en/of Kloetinge, in elk geval in Nederland, zich in het openbaar, bij geschrift, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten negroïde personen, wegens hun ras, immers heeft hij, verdachte, op de internet-website Stormfront (Nederlands subforum) in de thread met de titel "NPD wil pro Iran mars tijdens de WK!", de volgende tekst geplaatst:

"Roetmoppen horen met een banaan de boom in, niet op het voetbalveld", althans woorden van gelijke beledigende aard of strekking.

(artikel 137c Wetboek van Strafrecht)

2. Voorvragen

2.1. Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat de rechtbank niet bevoegd is tot kennisneming van de zaak, nu de tenlastegelegde teksten op een Amerikaanse website zijn geplaatst. Zowel de eigenaar van de website als de servers bevinden zich daar, terwijl de website daar ook wordt gehost. Het enkele feit dat er Nederlandse teksten op de website worden geplaatst, zorgt er niet voor dat de Nederlandse rechtbank jurisdictie heeft.

2.2. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak. Hoewel de website www.stormfront.org van oorsprong een Amerikaanse website is, zijn de tenlastegelegde uitingen in Nederland, in de Nederlandse taal en op het Nederlandse subforum van de website geplaatst. De gevolgen van de uitingen hebben zich in Nederland geopenbaard. Mede gelet op artikel 2 van het Wetboek van Strafvordering en vaste jurisprudentie van nationale en Europese rechters –die oordelen dat de plaats van het schadetoebrengende feit rechtsmacht schept- is de rechtbank van oordeel dat zij bevoegd is om over de zaak te oordelen.

De rechtbank heeft voorts vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

omstreeks 12 februari 2007 in Nederland, zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras en/of godsdienst;

immers heeft hij, verdachte, als poster op de internet-website Stormfront (Nederlands subforum) in de thread met de titel "De problemen van de wereld" de volgende tekst geplaatst:

"De Jahoed is een parasitair wezen zonder besef van ecologie. Vandaar milieuvervuilende judeo-plutocratie en judeo- marxisme. Jahoed tot veevoer verwerken en de biologisch basis van non-ecologisch economisch bezig zijn is opgeheven.

In plaats van te betogen tegen kernenergie kunnen de groene jongens beter betogen tegen Jahoed. Ook de roofbouw op de oceaan geeft blijk van een Jahoed-mentaliteit. Kortom, de varkenshouderij kan circa 15 miljoen eenheden tegemoed zien. Als de biologische basis van het roofbouwplutocratisme is vernietigd zal de roofbouwplutocratie-mentaliteit vanzelf beginnen af te sterven";i

2.

hij op 28 maart 2006 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [naam 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam 1] dreigend op de internet website Stormfront (Nederlands subforum) in de thread met als titel: "Joodsche hypocrisie" schriftelijk de woorden toegevoegd: "[naam 1], we komen jou en je kindertjes ophalen. Tjoeke-tsjoeke-tuut-tuut!";ii

3.

hij op 28 maart 2006 in Nederland, zich in het openbaar, bij geschrift, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras en/of godsdienst, immers heeft hij verdachte op de internet -website Stormfront (Nederlands subforum) in de thread met de titel : "Joodsche hypocrisie" de volgende tekst geplaatst:

"Het moet toch duidelijk zijn dat de dubbeldunk van [voornaam] exact aangeeft waarom Auschwitz nodig was, en nodig blijft, uit wettige zelfverdediging";iii

4.

hij op 7 juni 2006 in Nederland, zich in het openbaar, bij geschrift, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten negroïde personen, wegens hun ras, immers heeft hij, verdachte, op de internet-website Stormfront (Nederlands subforum) in de thread met de titel "NPD wil pro Iran mars tijdens de WK!", de volgende tekst geplaatst:

"Roetmoppen horen met een banaan de boom in, niet op het voetbalveld".iv

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Waardering van het bewijs

4.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat vast is komen te staan dat verdachte degene is die onder de nickname ‘[nickname]’ de tenlastegelegde teksten op de website heeft geplaatst.

Ten aanzien van de teksten zoals tenlastegelegd onder de feiten 1, 3 en 4 is de officier van justitie van oordeel dat deze beledigend zijn in de zin van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht, en niet onder de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 10 van het EVRM vallen. Ten aanzien van feit 2 is de officier van justitie van oordeel dat de tenlastegelegde tekst als een bedreiging met een misdrijf tegen het leven kan worden gekwalificeerd, zeker als deze tekst in samenhang wordt bezien met de tekst zoals onder feit 3 tenlastegelegd.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft hij ten aanzien van alle feiten het volgende aangevoerd. Verdachte heeft deelgenomen aan discussies op het Nederlandse subforum van de website www.stormfront.org. Hierbij heeft hij gebruik gemaakt van de nickname [nickname]. Echter, niet kan worden bewezen dat verdachte ook degene is geweest die de tenlastegelegde teksten op de website heeft geplaatst.

Daartoe stelt de raadsman in de eerste plaats dat niet is uit te sluiten dat de teksten op de website zijn geplaatst door een andere gebruiker van hetzelfde IP-adres als dat van verdachte, gelet op de verklaring die medeverdachte [medeverdachte] hierover ter zitting heeft afgelegd. In de tweede plaats is niet uit te sluiten dat de eenmaal geplaatste teksten zijn aangepast door de moderators van de website. Nu bovendien een aantal emailberichten in de computer van verdachte is aangetroffen die qua tekst overeenkomen met berichten op de website, is het mogelijk dat verdachte deze berichten slechts heeft gedownload en niet zelf heeft geplaatst.

Voorts heeft de raadsman meer specifiek met betrekking tot feit 1, 3 en 4 gesteld dat, nu actief op internet moet worden gezocht om geconfronteerd te worden met de tenlastegelegde uitlatingen, niet bewezen kan worden dat verdachte het opzet heeft gehad om zich in het openbaar te uiten. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman bovendien gesteld dat de tenlastegelegde bewoordingen op zichzelf beschouwd niet bedreigend zijn, maar geïnterpreteerd dienen te worden om als bedreigend te kunnen worden aangemerkt.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaan uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Sinds 2004 zijn er meerdere aangiften en meldingen gedaan tegen het Nederlands discussieforum van de internetsite www.stormfront.org, terzake van discriminatie en belediging van Joden. Zo heeft de directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (hierna: CIDI) op 17 november 2004 aangifte gedaanv, heeft het Meldpunt Discriminatie Internet (hierna: MDI) in de periode van juni 2006 tot en met januari 2007 meerdere meldingen gedaanvi en heeft [naam 1] op 9 september 2006 niet alleen aangifte gedaan terzake van discriminatie maar ook terzake van bedreiging vii.

Op 10 april 2006 is er een opsporingsonderzoek gestart naar Stormfront. Geconstateerd werd dat Stormfront een in Amerika opgerichte beweging is. De website van Stormfront is verdeeld in subforums, waar buitenlandse leden op hun eigen subforum, gericht op hun eigen taalgebied, hun uitlatingen kunnen posten. Zo is ook het Nederlands/Vlaamse forum opgericht. Dit forum (hierna: de website) is voor iedereen toegankelijk en te lezen.viii

Tijdens het onderzoek is gezocht naar persoonsinformatie van de mensen die achter de nicknames op de website schuilgaan, met als doel hen te kunnen identificeren. Eén van de nicknames waaronder vermeende strafbare uitlatingen werden gedaan was ‘[nickname]’. Onder deze naam zijn, op de data zoals vermeld in de bewezenverklaring, onder andere de teksten zoals tenlastegelegd onder feit 1, 2, 3 en 4 op de website geplaatst.ix

Hoewel niet onomstotelijk is aangetoond dat voornoemde strafbare uitlatingen vanaf de computer van verdachte zijn geplaatst, stelt de rechtbank desondanks vast dat verdachte deze uitlatingen op de website heeft geplaatst. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. De gemachtigde raadsman van verdachte heeft ter zitting verklaard dat verdachte onder de nickname [nickname] deelnam aan discussies op de website.x Bovendien heeft medeverdachte [medeverdachte], moderator van de website, verklaard dat hij, gelet op de link tussen het IP-adres van gebruiker [nickname] en het daarbij behorende emailadres, aanneemt dat gebruiker [nickname] verdachte is.xi Deze link wordt verder bevestigd na onderzoek van de computer van medeverdachte. Daaruit blijkt dat in de computer een bestand werd aangetroffen, inhoudende een pagina van de website Stormfront. Op deze pagina wordt door gebruiker [nickname] de tekst zoals bewezenverklaard onder feit 1 geplaatst. In de broncode is het IP-adres van [nickname] zichtbaar.xii De NAW-gegevens van dit IP-adres zijn van verdachte, zo blijkt uit de informatie van Zeelandnet B.V..xiii Voorts zijn in de inbeslaggenomen en onderzochte computer van verdachte meerdere emailberichten van de www.stormfront.org aangetroffen, waarin op verzoek van gebruiker [nickname] een nieuw wachtwoord aan deze gebruiker werd toegekend.xiv Bovendien werd het emailadres waar deze emails naar toe zijn gezonden vermeld bij de NAW-gegevens van verdachte, die door Zeelandnet B.V. beschikbaar zijn gesteld.xv

De verweren van de raadsman die erop neerkomen dat niet kan worden bewezen dat verdachte de bewezenverklaarde teksten heeft geplaatst, worden dan ook verworpen. De rechtbank overweegt hierbij dat de raadsman zijn verweren onvoldoende specifiek heeft onderbouwd, terwijl de rechtbank ook meeweegt dat verdachte zich op zijn zwijgrecht heeft beroepen, zodat een andere plausibele verklaring ook op die grond niet aannemelijk is geworden.

De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat de onder feit 1, 3 en 4 tenlastegelegde teksten beledigend zijn in de zin van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Op grond van artikel 10, eerste lid van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft een ieder recht op vrijheid van meningsuiting. Het tweede lid van dit artikel beperkt dit recht, mits bij wet voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk in het belang van - onder meer - de openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten en de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen.

Het voorgaande brengt mee dat met betrekking tot de onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft te gelden dat de vraag of een bepaalde uitlating beledigend is in drie delen uiteenvalt:

a) Is de gebezigde uitlating op zichzelf beledigend?

b) Volgt uit de context van het geheel waarvan de beledigende uitlating deel uitmaakt dat het kennelijk aan het maatschappelijk debat bijdraagt, waardoor het beledigende karakter aan de uitlating komt te ontvallen?

c) Indien vraag b) bevestigend wordt beantwoord: kan desondanks worden gesproken van een onnodig grievende uitlating?

De rechtbank acht de onder feit 1 en 3 opgenomen teksten op zichzelf beledigend in de zin van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht. Deze teksten zijn kwetsend en hebben onmiskenbaar en rechtstreeks betrekking op een bepaalde groep mensen, te weten mensen met een Joodse achtergrond, welke groep zich door hun godsdienst en/of ras onderscheidt van anderen. Mensen met een Joodse achtergrond worden door deze teksten beledigd en in hun eigenwaarde aangetast. De rechtbank overweegt dat zij bij het oordeel over de vraag of de tekst zoals opgenomen onder feit 3 als beledigend dient te worden beschouwd in de eerste plaats heeft betrokken dat het een feit van algemene bekendheid is dat Auschwitz een vernietigings- en concentratiekamp was dat door Nazi-Duitsland werd opgezet en waarin zeer veel Joden om het leven zijn gebracht. De rechtbank heeft verder de tekst in onderlinge samenhang bezien met de context waarin deze tekst is geschreven, namelijk deel uitmakend van een tekst waarin ook het onder feit 2 bewezenverklaarde was geplaatst.

Ook de tekst zoals opgenomen onder feit 4 acht de rechtbank racistisch en daarmee beledigend in de zin van artikel 137 c van het Wetboek van Strafrecht. Negroïde personen worden door deze tekst immers beschimpt en op deze wijze in hun eigenwaarde aangetast.

Uit de aard en de toon van de teksten, in onderlinge samenhang bezien, maar ook afzonderlijk beschouwd, en uit het feit dat de teksten zijn geplaatst op een extreem-rechtse website, leidt de rechtbank af dat de teksten op geen enkele wijze bijdragen aan een maatschappelijk debat. Zelfs al zou hiervan wel sprake zijn geweest, dan nog zijn de teksten naar het oordeel van de rechtbank zodanig grievend en buiten de grenzen van het aanvaardbare, dat daardoor niet het beledigend karakter aan de uitlatingen komt te ontvallen. Gelet op al voorgaande acht de rechtbank dan ook bewezen dat het opzet van verdachte erop was gericht om Joden en negroïde personen te beledigen.

Ook acht de rechtbank, anders dan de raadsman, bewezen dat verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het in het openbaar doen van de uitlatingen. Openbaarheid in de delictsomschrijving van artikel 137c Sr betekent dat de uiting gericht moet zijn op een potentieel groot en onbepaald aantal personen. Doordat verdachte de teksten op een voor iedereen toegankelijke website plaatste, waren deze teksten voor derden op eenvoudige wijze te raadplegen en te lezen. Ook derden die niet specifiek naar deze teksten zochten konden hiermee onvrijwillig worden geconfronteerd, door het intypen van onschuldige zoektermen op internet. [naam 1] kon zelfs met de haar betreffende tekst worden geconfronteerd door het intypen van haar eigen naam op internet. Tenslotte betrekt de rechtbank bij dit oordeel dat de uitlatingen die betrekking hebben op [naam 1] zijn geplaatst op het subforum “Het Hol van de Leeuw”,xvi welk forum bedoeld was om ook ‘buitenstaanders’ aan de discussie deel te laten nemen,xvii en daarmee derhalve uitdrukkelijk op de openbaarheid was gericht.

Tot slot acht de rechtbank feit 2 wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van het verweer van de raadsman, inhoudende dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken omdat de tenlastegelegde bewoordingen op zichzelf beschouwd niet bedreigend zijn, maar geïnterpreteerd dienen te worden om als bedreigend te kunnen worden aangemerkt, overweegt de rechtbank het volgende. De aard en de context waarin de uitingen zijn gedaan kunnen in het algemeen de vrees opwekken dat de bedreigingen zouden worden uitgevoerd. De rechtbank betrekt bij dit oordeel dat de aard van de tekst, zeker in combinatie met de tekst zoals deze is opgenomen onder feit 3, duidelijk anti-semitisch van aard is, en verwijst naar de deportatie en vernietiging van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bedreigende karakter van de tekst is hiermee naar het oordeel van de rechtbank bewezen. Verdachte heeft zich in de tekst rechtstreeks tot het slachtoffer gericht en heeft zich, gelet op de inhoud van de bedreigingen, en het feit dat hij deze op een openbaar toegankelijke website plaatste, willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de bedreigingen terecht zouden komen bij degene op wie ze betrekking hadden.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

7.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder feit 1, 2, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen, en dat verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaar.

7.2. Het oordeel van de rechtbank

De straf die aan verdachte wordt opgelegd is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op het Nederlandstalige forum van de website van Stormfront discriminerende en beledigende uitlatingen jegens Joden en negroïde personen geplaatst en op die wijze openbaar gemaakt. Dergelijke uitlatingen dienen geen enkel redelijk doel en zijn van een stuitend laag bij de gronds karakter. Met name voor Joodse overlevenden van de vernietigingskampen, maar ook voor andere mensen met een Joodse achtergrond en in het bijzonder voor [naam 1], zal het bijzonder kwetsend zijn om te constateren dat dergelijke verwerpelijke antisemitische gevoelens nog altijd bestaan en zelfs worden gepubliceerd. Uitlatingen als die van verdachte kunnen dan ook persoonlijk leed teweegbrengen bij de betrokken groeperingen. Verdachte heeft bovendien bijgedragen aan gevoelens van onrust in de maatschappij, maar met name bij [naam 1], door haar met zijn teksten te bedreigen.

Bij het bepalen van de op te leggen straf is acht geslagen op het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister op naam van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.

Alles afwegend wordt een straf, conform de eis van de officier van justitie, passend en geboden geacht.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22d, 57, 137c en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 en 3:

Het zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun godsdienst en/of ras, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 2:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Ten aanzien van feit 4:

Het zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun ras.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 uren. Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.

Beveelt dat verdachte de aanwijzingen en opdrachten opvolgt die hem in het kader van de tenuitvoerlegging van de taakstraf door of namens de reclassering worden gegeven.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaar vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. A.M. Ruige en B. van Berge Henegouwen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.G. Verkerk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 oktober 2009.

i Een geschrift, zijnde een afdruk van www.stormfront.org, als bijlage gevoegd bij het aanvullend proces-verbaal van de politie Amsterdam-Amstelland, met nummer 2006231603 d.d. 24 februari 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam 2] en [naam 3] (Rubriek 5, bijlage 2.6.1.)

ii Een geschrift, zijnde een afdruk van www.stormfront.org, als bijlage gevoegd bij het aanvullend proces-verbaal van de politie Amsterdam-Amstelland, met nummer 2006231603 d.d. 24 februari 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam 2] en [naam 3] (Rubriek 5, bijlage.2.1.1.)

iii Een geschrift, zijnde een afdruk van www.stormfront.org, als bijlage gevoegd bij het aanvullend proces-verbaal van de politie Amsterdam-Amstelland, met nummer 2006231603 d.d. 24 februari 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam 2] en [naam 3] (Rubriek 5, bijlage 2.1.1.)

iv Een geschrift, zijnde een afdruk van www.stormfront.org, als bijlage gevoegd bij het aanvullend proces-verbaal van de politie Amsterdam-Amstelland, met nummer 2006231603 d.d. 24 februari 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam 2] en [naam 3] (Rubriek 5, bijlage 2.2.2.)

v Een geschrift, zijnde een kopie van de aangifte van [naam 4] namens CIDI, d.d. 17 november 2004 (Rubriek 1, onder 1.2.)

vi Proces-verbaal van bevindingen “aanlevering meldingen Stormfront door het Meldpunt Discriminatie Internet” met nummer 2006046333, d.d. 19 juli 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 5] (Rubriek 1, onder 1.3.)

vii Proces-verbaal van aangifte met nummer 2006231603-1 d.d. 9 september 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 6] (Rubriek 1, onder 1.1.)

viii Een geschrift, zijnde een bijlage bij het aanvullend proces-verbaal van de politie Amsterdam-Amstelland, met nummer 2006231603 d.d. 24 februari 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam 2] en [naam 3] (Rubriek 5, bijlage 1.3.)

ix Voor de vindplaatsen van de teksten wordt verwezen naar de voetnoten die zijn opgenomen bij de bewezenverklaring.

x De verklaring van de gemachtigde raadsman van verdachte, ter zitting van 17 september 2009.

xi Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte], met nummer 2006231603 d.d. 5 juni 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 7] (Rubriek 7, bijlage 7.2.1.)

xii Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2006231603 d.d. 10 juli 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 2] (Rubriek 2, bijlage 2.6.1.)

xiii Een geschrift, zijnde een bijlage d.d. 15 mei 2007 bij een proces-verbaal vordering verstrekking verkeersgegevens met nummer 2006231603 (Rubriek 3, bijlage 3.1.1.)

xiv Een geschrift, zijnde een niet volledig ondertekend proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 november 2007, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 3] en [naam 2] (Rubriek 3, bijlage 3.3.1)

xv Een geschrift, zijnde een bijlage d.d. 15 mei 2007 bij een proces-verbaal vordering verstrekking verkeersgegevens met nummer 2006231603 (Rubriek 3, bijlage 3.1.1.)

xvi Een geschrift, zijnde een afdruk van www.stormfront.org, als bijlage gevoegd bij het aanvullend proces-verbaal van de politie Amsterdam-Amstelland, met nummer 2006231603 d.d. 24 februari 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam 2] en [naam 3] (Rubriek 5, bijlage 1.1.)

xvii Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte], met nummer 2006231603 d.d. 5 juni 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 7] (Rubriek 7, bijlage 7.2.1.)

13/4285131-09 [verdachte]