Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1480

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-09-2009
Datum publicatie
28-10-2009
Zaaknummer
436083 / KG ZA 09-1789
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering van La Ruelle jegens HOV Weesp om tappunten aan haar toe te wijzen gedurende het Sluis- en bruggenfeest 2009 te Weesp wordt in kort geding afgewezen. Gebleken is dat de gemeente Weesp niet meer tappunten dan achttien toestaat. Alle achttien tappunten waren op het moment van de mondelinge behandeling van deze zaak, drie dagen voor de start van het feest, reeds vergeven. Toewijzing van de vordering zou tot gevolg hebben dat een (willekeurige) andere ondernemer (die niet in deze procedure is betrokken) vlak voor het begin van de festiviteiten te horen zou krijgen dat deze zijn tappunt zou moeten afstaan. Reeds dit gegeven staat aan toewijzing in de weg. De vordering tot schadevergoeding van La Ruelle leent zich niet voor behandeling in kort geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 436083 / KG ZA 09-1789 NB/CN

Vonnis in kort geding van 3 september 2009

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma

LA RUELLE,

gevestigd te Weesp,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats],

3. [eiser 3],

wonende te [woonplaats],

eisers bij dagvaarding op verkorte termijn van 20 augustus 2009,

advocaat mr. A.A.D. Bloemsma te Huizen,

tegen

de vereniging

DE HORECA ONDERNEMERS VERENIGING VAN WEESP,

gevestigd te Weesp,

gedaagde,

verschenen bij haar voorzitter.

Partijen zullen hierna, gezamenlijk in enkelvoud, La Ruelle c.s. en HOV Weesp worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 24 augustus 2009, waarbij namens eisers zijn verschenen [eiser 2], [eiser 3] en mr. Bloemsma en namens gedaagde [vertegenwoordiger gedaagde] (voorzitter), heeft La Ruelle c.s. gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. HOV Weesp heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. La Ruelle c.s. heeft producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na de zitting hebben beide partijen de voorzieningenrechter verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. Jaarlijks wordt in Weesp in de maand augustus het ‘Sluis- en bruggenfeest’ gevierd. Het feest wordt georganiseerd door de Stichting Volksfeesten Weesp (verder de Stichting). Door Weesp heen staan tijdens het feest podia opgesteld waarop (muziek)uitvoeringen plaatsvinden, er is een braderie en er zijn ‘tappunten’ waar in de open lucht bier mag worden geschonken. Dit jaar vond het feest plaats van 27 tot en met 29 augustus 2009.

2.2. De aanwijzing van de tappunten, waarvan het aantal op achttien was gesteld, lag dit jaar in handen van HOV Weesp in overleg met de gemeente Weesp (in verband met de vergunningen). In aanmerking voor de tappunten kwamen (horeca-)ondernemers (over het algemeen uit Weesp), die een aanvraag voor een tappunt hadden ingediend bij HOV Weesp.

2.3. La Ruelle heeft vele jaren een tappunt op de Slijkstraatbrug gehad. Zij heeft op 13 mei 2009 een aanvraag ingediend voor een tappunt bij zowel HOV Weesp als direct bij de gemeente Weesp. Er is haar dit jaar geen tappunt toegekend. Een aantal van de achttien tappunten is toegekend aan ondernemers van buiten Weesp.

3. Het geschil

3.1. La Ruelle c.s. vordert samengevat -HOV Weesp te veroordelen om aan haar:

Primair:

het vanouds door La Ruelle c.s. gebruikte tappunt toe te wijzen op de Slijkstraatbrug te Weesp gedurende het Sluis- en bruggenfeest 2009;

Subsidiair:

een tappunt toe te wijzen op de Slijkstraatbrug te Weesp gedurende het Sluis- en bruggenfeest 2009;

Meer subsidiair:

een tappunt toe te wijzen binnen het evenementengebied te Weesp gedurende het Sluis- en bruggenfeest 2009, onder gehoudenheid om aan HOV Weesp de schade te vergoeden wegens gemiste omzet, nader op de maken bij staat;

Meest subsidair:

een schadevergoeding van € 4.000,- te voldoen;

Vordering één tot en met drie op straffe van een dwangsom en met veroordeling van HOV Weesp in de kosten van dit geding.

3.2. La Ruelle c.s. stelt daartoe - samengevat - het volgende. Volgens La Ruelle c.s. houdt HOV Weesp zich niet aan haar eigen statuten, dat wil zeggen, de behartiging van belangen van horeca-ondernemers uit Weesp. HOV Weesp heeft immers enkele tappunten toegekend aan horeca-ondernemers buiten Weesp, terwijl La Ruelle is gepasseerd. Zij heeft de aanvraag van La Ruelle c.s. voor een tappunt zonder opgaaf van redenen niet in behandeling genomen. La Ruelle heeft al ongeveer 25 jaar een tapplaats bij de Slijkstraatbrug en heeft door daar zo lang te staan een recht gekregen op die plaats. HOV Weesp pleegt een onrechtmatige daad jegens La Ruelle c.s. door haar aanvraag zonder redenen niet in behandeling te nemen, de belangen van ondernemers buiten Weesp te behartigen en niet de zorgvuldigheid in acht te nemen bij de verdeling van de tappunten. La Ruelle c.s. heeft hierdoor schade geleden, bestaande uit winstderving.

3.3. HOV Weesp voert als verweer kort samengevat aan dat de uiterste datum voor het indienen van een aanvraag 9 mei 2009 was en dat dit ook bij La Ruelle c.s. bekend was. Dit is (onder meer) genoemd in de ledenvergadering van 30 maart 2009. Daarnaast is bij het uitdelen van de aanvraagformulieren voor de ‘tapontheffing’ aan de ondernemers gemeld dat deze volledig ingevuld uiterlijk 9 mei 2009 weer ingeleverd moest zijn. La Ruelle c.s. heeft de aanvraag pas op 13 mei 2009 ingediend.

4. De beoordeling

4.1. Ter zitting is gebleken dat beide partijen het erover eens zijn dat de gemeente Weesp niet meer tappunten dan achttien zou toestaan tijdens het Sluis-en bruggenfeest 2009, zodat geen extra tappunt meer kon worden aangevraagd om deze alsnog aan La Ruelle c.s. toe te kennen. Alle achttien tappunten waren op het moment van de mondelinge behandeling van deze zaak, drie dagen voor de start van het feest, reeds vergeven. Toewijzing van de primaire tot en met meer subsidiaire vordering zou daarom tot gevolg hebben dat een (willekeurige) andere ondernemer (die niet in deze procedure is betrokken door La Ruelle c.s.) vlak voor het begin van de festiviteiten te horen zou krijgen dat zij hun tappunt zou moeten afstaan aan La Ruelle c.s. Reeds dit gegeven staat aan toewijzing van voornoemde vorderingen van La Ruelle c.s. in de weg, een en ander nog los van het antwoord op de vraag of HOV Weesp hiertoe gezien de omstandigheden rechtens gehouden zou zijn. Dit is ter zitting met partijen ook besproken.

4.2. La Ruelle c.s. heeft meest subsidiair een schadevergoeding van HOV Weesp gevorderd wegens gederfde winst. De gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in voldoende mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling bij afweging van de belangen van partijen - aan toewijzing niet in de weg staat.

4.3. HOV Weesp heeft zowel de aansprakelijkheid voor de schade betwist als de hoogte daarvan.

Met betrekking tot de hoogte van de door La Ruelle c.s. gestelde schade heeft HOV Weesp aangevoerd dat gelet op de kosten die gepaard gaan met de organisatie van het feest (circa € 1.000,- aan schoonmaakkosten per ondernemer met tappunt en kosten van de organisatie van de entertainment van circa € 3.500,- voor La Ruelle c.s. vorige jaar), geen winst zal resteren.

Verder betwist HOV Weesp onrechtmatig jegens La Ruelle c.s. te hebben gehandeld. Volgens HOV Weesp zou La Ruelle c.s. tijdens de ledenvergadering begin april 2009 hebben aangegeven dat zij dit jaar geen aanspraak zou maken op een tappunt, omdat zij de daaraan verbonden kosten te hoog vond, mede omdat er dit jaar door de Stichting wegens gebrek aan financiële middelen geen muziekevenement zou worden georganiseerd bij de Slijkstraatbrug. Op 16 april 2009 bleken twee andere ondernemers wel te willen investeren in een tapplaats bij de Slijkstraatbrug. [vertegenwoordiger gedaagde] heeft ter zitting verklaard aanvankelijk nog te hebben willen wachten op een reactie van La Ruelle c.s., maar die kwam niet meer. La Ruelle c.s. heeft de aanvraag voor een tappunt pas op 13 mei 2009 ingediend, terwijl hij aan alle ondernemers mondeling heeft medegedeeld dat dit voor 9 mei 2009 diende te geschieden. Als La Ruelle c.s. al schade heeft geleden, dan is dit te wijten aan haar eigen nalatigheid.

4.4. La Ruelle c.s. heeft daartegenover gesteld dat [vertegenwoordiger gedaagde] wel degelijk wist dat La Ruelle c.s. nog bezig was zelf een evenement te plannen. Aan [vertegenwoordiger gedaagde] is een kopie gestuurd van de mails aan onder meer de Stichting die daarover zijn gegaan. Verder heeft zij nooit geweten dat de sluitingsdatum voor het indienen van een aanvraag 9 mei 2009 was. Zij betwist dat dit aan haar is medegedeeld.

4.5. Ter zitting is reeds aan de orde geweest dat HOV Weesp mogelijk onrechtmatig jegens La Ruelle c.s. heeft gehandeld door geen tapplaats aan haar toe te kennen. Bijvoorbeeld indien de datum van 9 mei 2009 als uiterste inschrijfdatum niet aan haar is gecommuniceerd of indien HOV Weesp gelet op de tussen partijen gevoerde onderhandelingen, er rekening mee had dienen te houden dat La Ruelle c.s. alsnog een aanvraag zou indienen, zodat het op de weg van HOV Weesp had gelegen om hier nog naar te informeren alvorens alle tappunten definitief toe te wijzen. In dat kader is aan partijen ter zitting meegegeven de mogelijkheid te onderzoeken of er nog ondernemers bereid waren een tappunt aan La Ruelle c.s. af te staan en de zaak in der minne te regelen. Partijen hebben naderhand bericht dat dit niet is gelukt. Gelet op de uiteenlopende verklaringen van partijen over de gang van zaken rondom de aanvraag van de tappunten, vergt de vraag of HOV Weesp ook inderdaad onrechtmatig jegens La Ruelle c.s. heeft gehandeld nader onderzoek naar de feiten, waarvoor het kort geding zich niet leent. Ook de omvang van de door La Ruelle c.s. gestelde schade vereist, na de betwisting door HOV Weesp, nader onderzoek naar de feiten. Daarmee voldoet de meest subsidiaire vordering van La Ruelle c.s. niet aan het hiervoor onder 4.2 genoemde criterium voor toewijzing van een geldvordering in kort geding, zodat deze zal worden afgewezen.

4.6. La Ruelle c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van HOV Weesp worden begroot op:

- vast recht € 262,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen;

5.2. veroordeelt La Ruelle c.s. in de proceskosten, aan de zijde van HOV Weesp tot op heden begroot op € 262,-;

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. C. Neve, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2009.?