Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK0999

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-10-2009
Datum publicatie
22-10-2009
Zaaknummer
421617 / HA ZA 09-0736
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatig handelen van Regiopolitie Amsterdam-Amstelland door het uitzenden van beelden van de verkeerde persoon (eiser) in een opsporingsprogramma?

Onrechtmatig optreden van Regiopolitie Amsterdam-Amstelland jegens eiser; kernpunt van het geschil is de vraag of Regiopolitie Amsterdam-Amstelland, alvorens tot vertoning van de beelden van eiser in een opsporingsprogramma over te gaan, redelijkerwijs had kunnen vaststellen dat eiser niet de gezochte pinpasfraudeur was en aldus vertoning van de beelden had kunnen voorkomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 421617 / HA ZA 09-736

Vonnis van 7 oktober 2009

in de zaak van

[A],

wonende te --,

eiser,

advocaat mr. H. Sluiter,

tegen

het publiekrechtelijk lichaam

REGIOPOLITIE AMSTERDAM/AMSTELLAND,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. G.C. Endedijk.

Partijen zullen hierna [A] en Regiopolitie genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 6 mei 2009;

- het proces-verbaal van comparitie van 24 augustus 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Het televisieprogramma “Ter plaatse”, dat op televisiezender RTV Noord-Holland wordt uitgezonden, toont op gezette tijden beelden van van misdrijven verdachte personen over wie de politie informatie wil ontvangen.

2.2. In november 2002 is in genoemd televisieprogramma aandacht gevraagd voor een fraudeur van een pinautomaat. In deze uitzending zijn close-up beelden van [A] vertoond, die opgenomen zijn met behulp van de camera bij een pinautomaat. Het commentaar dat in de betreffende uitzending bij vertoning van de beelden werd gegeven luidt als volgt:

“Deze man pint van een rekening die gemanipuleerd is. Dat is aan het licht gekomen toen een 67-jarige Amsterdammer ontdekte dat er allerlei vreemde afboekingen op zijn rekeningafschrift stonden. Het ging om vele duizenden euro’s. De man deed aangifte en toen bleek dat zijn girorekening was gemanipuleerd. Uit politieonderzoek bleek dat deze man geld van de rekening heeft gehaald. Herkent u hem? Belt u dan met de politie. (…)”

2.3. Op 20 december 2002 heeft [A] zich gemeld bij Regiopolitie, naar aanleiding van de uitgezonden videobeelden waarop hij te zien is.

2.4. Een brief van Regiopolitie d.d. 18 april 2003 vermeldt onder meer als volgt:

“(…) Inderdaad is inmiddels gebleken dat (…) de heer [A] (…) ten onrechte als verdachte van pinpasfraude in het programma Ter Plaatse is getoond. (…) Achteraf is uit onderzoek naar voren gekomen dat de gebruikte video-opname helaas betrekking had op een ander tijdstip dan het tijdstip van de pinfraude.

Naar aanleiding van uw brief is onmiddellijk besloten een rectificatie te laten plaatsvinden in de eerstvolgende uitzending, aanstaande woensdag, van Ter Plaatse. (…)”

3. Het geschil

3.1. [A] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Regiopolitie te veroordelen tot betaling van EUR 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 27 februari 2009 tot aan de voldoening, met veroordeling van Regiopolitie in de kosten van het geding.

3.2. Naar de rechtbank begrijpt legt [A] het volgende aan de vordering ten grondslag. Regiopolitie heeft in het op RTV Noord-Holland uitgezonden televisieprogramma “Ter plaatse” beelden van [A] laten uitzenden, voorzien van het commentaar zoals vermeld onder 2.2. In werkelijkheid controleerde [A] echter slechts het saldo van zijn eigen bankrekening. [A] is door de uitzending in zijn eer en goede naam aangetast en heeft als gevolg daarvan schade geleden. [A] is namelijk door meerdere mensen aangesproken op het feit dat hij te zien was in deze uitzending over pinpasfraude, onder anderen door zijn buren, in de Albert Heijn en in het restaurant waar hij werkt. Ook zijn kinderen zijn hierop aangesproken. De beschuldigingen in de buurt werden op een gegeven moment zo hevig dat [A] voor zichzelf en zijn gezin naar mogelijkheden heeft gezocht om te kunnen verhuizen naar een ander deel van Amsterdam. De schending van de eer en goede naam van [A] is onrechtmatig, omdat Regiopolitie op eenvoudige wijze had kunnen vaststellen dat [A] niet de gezochte pinfraudeur was. Regiopolitie had immers de datum en het tijdstip waarop [A] de – in de uitgezonden videobeelden waarneembare – pinhandeling verrichtte kunnen vergelijken met de datum en het tijdstip waarop de afschrijving van de bankrekening van de gedupeerde had plaatsgevonden.

3.3. Regiopolitie voert als volgt verweer. Regiopolitie heeft de videobeelden, voordat deze werden uitgezonden, geanalyseerd en op dat moment stond vast dat er een frauduleuze pintransactie had plaatsgevonden bij een bepaalde pinautomaat omstreeks een bepaald tijdstip. Regiopolitie heeft pas kunnen vaststellen dat [A] niet betrokken was bij de pinpasfraude nadat hij zich kwam melden op het politiebureau naar aanleiding van de uitgezonden beelden. Bij dat bezoek aan Regiopolitie heeft [A] namelijk door middel van een bankafschrift aangetoond dat hij de – in de uitgezonden videobeelden waarneembare – handelingen bij een pinautomaat heeft verricht met betrekking tot zijn eigen bankrekening. De enkele omstandigheid dat achteraf is komen vast te staan dat [A] niet betrokken was bij de pinpasfraude maakt niet dat Regiopolitie, door middel van het laten vertonen van de videobeelden, onrechtmatig heeft gehandeld. Bij comparitie heeft Regiopolitie voorts medegedeeld dat zij de aangifte van de benadeelde van de pinpasfraude niet meer voorhanden heeft en derhalve niet kan aangeven wat de exacte inhoud daarvan is.

Regiopolitie heeft voorts gewezen op de omstandigheid dat er een rectificatie heeft plaatsgevonden. Tenslotte heeft Regiopolitie – naar de rechtbank begrijpt: subsidiair – aangevoerd dat het gevorderde bedrag te hoog is.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat Regiopolitie op televisie in een opsporingsprogramma videobeelden van [A] heeft laten vertonen voorzien van het commentaar dat het gaat om een man die pint van een gemanipuleerde rekening, terwijl [A] op de vertoonde beelden in feite uitsluitend legitieme handelingen verricht met betrekking tot zijn eigen bankrekening en terwijl [A] ook overigens niet in verband kan worden gebracht met pinpasfraude. Kernpunt van het geschil is de vraag of Regiopolitie, alvorens tot vertoning van de beelden over te gaan, redelijkerwijs had kunnen vaststellen dat [A] niet de gezochte pinpasfraudeur was en aldus vertoning van de beelden had kunnen voorkomen.

4.2. De rechtbank overweegt als volgt. [A] stelt dat Regiopolitie eenvoudig had kunnen vaststellen dat hij niet de gezochte pinfraudeur was door de datum en het tijdstip waarop [A] de – in de uitgezonden videobeelden waarneembare – pinhandeling verrichtte te vergelijken met de datum en het tijdstip waarop de afschrijving van de bankrekening van de gedupeerde had plaatsgevonden. Regiopolitie heeft deze stelling onvoldoende gemotiveerd betwist. Regiopolitie heeft in dit verband immers uitsluitend aangevoerd dat het haar ten tijde van de vertoning van de beelden bekend was dat de frauduleuze handeling had plaatsgevonden omstreeks een bepaalde tijdstip. Door Regiopolitie is echter niet aangevoerd om welke reden het exacte tijdstip van de frauduleuze pintransactie, bijvoorbeeld aan de hand van een bankafschrift van de bankrekening van de aangever/gedupeerde, niet is – of kon worden – vastgesteld en waarom dit tijdstip niet is vergeleken met het tijdstip waarop [A] blijkens de videobeelden een pinhandeling verrichtte. Een sluitende uitleg van de gemaakte vergissing mag wel van Regiopolitie worden verwacht. Nu die niet is gegeven wordt het ervoor gehouden dat het verwijt van [A] terecht is.

4.3. De uitzending is dan ook onrechtmatig jegens [A] en Regiopolitie is aansprakelijk voor de schade die als gevolg van deze uitzending is toegebracht aan [A]. De stelling van [A] dat Regiopolitie de beelden ook om een andere reden niet had mogen uitzenden, namelijk omdat deze onrechtmatig zijn verkregen en omdat openbaarmaking van deze beelden in strijd is met artikel 21 van de Auteurswet, behoeft dan ook geen verdere bespreking.

4.4. Dan komt de rechtbank toe aan de vraag of – en zo ja: tot welk bedrag – sprake is van schade aan de zijde van [A]. Regiopolitie heeft met betrekking tot de door [A] gestelde gevolgen van de uitzending aangevoerd dat zij na 20 december 2002 niet meer heeft vernomen van [A] (de rechtbank begrijpt: van [A] in persoon), dat daarmee de kwestie als afgedaan was te beschouwen en dat Regiopolitie in dit verband moet betwisten dat [A] zelf of zijn gezinsleden nog in verband met de uitzending last hebben ondervonden. Voorts voert Regiopolitie aan dat hetgeen [A] in dit verband stelt ook niet bijzonder duidelijk is. Uit de omstandigheid dat [A] vanaf 20 december 2002 geen persoonlijk contact meer heeft opgenomen met Regiopolitie kan echter niet de conclusie worden getrokken dat [A] na die datum geen last (meer) heeft ondervonden van de uitzending. Bovendien laat een en ander onverlet dat [A] vanaf de uitzending tot 20 december 2002 ook reeds last kan hebben ondervonden van de vertoonde beelden. Regiopolitie heeft derhalve onvoldoende gemotiveerd betwist dat de uitzending de door [A] gestelde gevolgen – die de rechtbank, anders dan Regiopolitie, niet bijzonder onduidelijk acht – heeft gehad. De omstandigheid dat er in april 2003 in een aflevering van Ter Plaatse een rectificatie heeft plaatsgevonden doet daar niet aan af, gelet op het tijdsverloop. Anders dan Regiopolitie heeft aangevoerd, is de rechtbank voorts van oordeel dat de omstandigheid dat de kinderen van [A] zijn aangesproken op de uitzending, mede van invloed is op de begroting van de door [A] zelf geleden schade, omdat hieruit blijkt dat [A] niet alleen in zijn eer en goede naam is aangetast, maar ook heeft moeten ervaren dat zijn kinderen met de negatieve gevolgen van de uitzending zijn geconfronteerd.

4.5. Gezien de hiervoor vastgestelde gevolgen van de uitzending voor [A] en de overige omstandigheden van het geval, almede in aanmerking genomen welke bedragen in vergelijkbare zaken door rechters als immateriële schadevergoeding zijn toegekend, is de rechtbank van oordeel dat in de onderhavige zaak een schadevergoeding van EUR 750,00 redelijk te noemen is. De twee uitspraken die bij dagvaarding zijn aangehaald en waarin respectievelijk EUR 7.500,- en EUR 9.076,- aan schadevergoeding is toegekend laten zich niet vergelijken met de onderhavige zaak, omdat in die zaken de aard van de aantijging een ernstiger karakter droeg dan in deze zaak en omdat die zaken in de betreffende media uitgebreidere aandacht hadden gekregen en/of waren behandeld door media met – naar mag worden aangenomen – een ruimer bereik.

4.6. Regiopolitie zal als de aansprakelijke partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [A] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,98

- betaald vast recht 78,25

- in debet gesteld vast recht 234,75

- salaris advocaat 768,00 (2,0 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.166,98

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Regiopolitie om aan [A] te betalen een bedrag van EUR 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 27 februari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Regiopolitie in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op EUR 1.166,98, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.728 ten name van MVJ Arrondissement Amsterdam onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Hees en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2009.?