Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK0953

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-05-2009
Datum publicatie
22-10-2009
Zaaknummer
402567 - HA ZA 08-1935
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Auteursrecht, foto’s van spelers in Ajaxshirt, dwaling,

Fotograaf verkoopt al zijn dia's van spelers in Ajaxshirt aan de supportersvereniging van Ajax. Hij biedt enige tijd later foto's van spelers (in het shirt van Ajax) onder zijn naam aan op zijn internetsite. De supportersvereniging legt beslag op bij de fotograaf aangetroffen dia's. De fotograaf wordt in de onderhavige procedure inbreuk op de auteursrechten van de supportersvereniging verweten. De fotograaf doet tevergeefs een beroep op dwaling. Partijen verschillen voorts van mening over het antwoord op de vraag welke dia's onder de overeenkomst vallen en of de fotograaf als de maker daarvan heeft te gelden. Uitleg van de overeenkomst leidt ertoe dat alleen dia’s van spelers van Ajax in het shirt van Ajax onder de overeenkomst vallen. Dit betekent dat daaronder niet vallen dia’s van trainers, van een masseur of van spelers die niet in het Ajax-shirt (maar bijvoorbeeld in een trainingspak of met ontbloot bovenlijf) gehuld zijn. Omdat de foto's onder vermelding van de naam van de fotograaf zijn geopenbaard, heeft hij ingevolge artikel 4 van de Auteurswet als de maker te gelden. De fotograaf is er niet in geslaagd dit vermoeden te weerleggen, maar wordt toegelaten tegenbewijs te leveren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 402567 / HA ZA 08-1935

Vonnis van 6 mei 2009

in de zaak van

de vereniging

SUPPORTERSVERENIGING "AJAX",

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. P.J.M. Steinhauser,

tegen

[A],

tevens h.o.d.n. [A] Photography,

wonende en kantoor houdende te --,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer.

Partijen zullen hierna SVA en [A] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 12 producties;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie met 28 producties;

- het tussenvonnis van 17 december 2008, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 19 maart 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] is beroepsfotograaf. Hij heeft zich gespecialiseerd in sportfotografie. In het verleden heeft hij (onder andere) een grote hoeveelheid dia’s gemaakt van wedstrijden van het eerste elftal van de vereniging AFC Ajax (hierna: Ajax).

2.2. In januari 1998 heeft [A] een overeenkomst gesloten met SVA (in de persoon

van [B] met betrekking tot door [A] gemaakte kleurendia’s. SVA heeft in verband met deze overeenkomst op 20 januari 1998 een voorschot betaald van ƒ 50.000,00. Na van [A] een factuur van 22 januari 1998 te hebben ontvangen, heeft SVA op 27 januari 1998 een restantbedrag van ƒ 126.250,00 voldaan. Enkele weken daarna heeft [A] [B] enkele dozen met in totaal zo’n 2300 dia’s overhandigd.

2.3. De door [A] op 22 januari 1998 aan SVA verzonden factuur is voorzien van

het volgende kenmerk:

“Betreft:

Uw aankoop van alle reeds aan U overhandigde, in Uw bezit zijnde, kleurendia’s met betrekking tot AFC AJAX, inclusief de volledige overdracht van de exclusieve auteursrechten dienaangaand, één en ander conform afspraak met Uw heer [B].”

2.4. Op 29 juni 1998 heeft [A], op verzoek van SVA, op papier gezet wat partijen in januari 1998 zijn overeengekomen. Deze schriftelijke verklaring luidt als volgt.

“Hierbij verklaart ondergetekende, [A], (…) al het bestaande diakleurenmateriaal hetgeen hij gemaakt heeft over een periode van ongeveer 25 jaar in rechten, (copyright)heeft overgedragen aan de supportervereniging AJAX.

Alle kleurendia,s gemaakt in bovengenoemde periode, die “ZWERVEND’ zijn behoren hier ook onder.

VOOR ALLE DUIDELIJKHEID BETREFT HET HIERBIJ OM KLEURENDIA,S VAN SPELERS GETOOID IN AJAXSHIRTS, EN BETREFT HET NIET: ZWART/WITFOTO,S EN AJAXSPELERS UITKOMENDE VOOR HET NEDERLANDSELFTAL.

De “Supportersvereniging Ajax” wordt vertegenwoordigd door Dhr.[B].”

2.5. [A] heeft bij deze verklaring een overzicht van de richtprijzen Fotografenfederatie gevoegd. Hij heeft dit overzicht voorzien van de volgende tekst:

“[B] dit zijn de prijzen in guldens.

Je kunt ook een verhoging invoeren naarmate een foto belangrijk is, alsmede het exclusieve karakter van een bepaalde foto.”

2.6. In 2003 heeft Uitgeverij Tirion het boek “[C] De Ajacied” uitgegeven. In

dit boek zijn diverse zwart/wit foto’s opgenomen, waarvan [A] als de maker wordt vermeld. SVA voert in verband met die foto’s een procedure tegen Uitgeverij Tirion.

2.7. [A] biedt op zijn website www.photo[A].com kleurenfoto’s te koop aan van

onder andere spelers van Ajax. Deze foto’s worden aangeboden onder de vermelding “Photo: [A]”.

2.8. SVA heeft [A] bij brief van 17 februari 2004 verzocht al het zwervende

materiaal dat [A] nog onder zich had aan haar te leveren.

2.9. SVA heeft, na daartoe verkregen verlof, op 3 juni 2008 onder [A] conservatoir beslag tot afgifte en conservatoir bewijsbeslag doen leggen op bijna 2000 kleurendia’s. Deze dia’s zijn door de deurwaarder in gerechtelijke bewaring genomen. Bij vonnis van 17 juli 2008 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank onder meer het beslag ten aanzien van een aantal van die dia’s (van trainers en van een masseur) opgeheven.

3. Het geschil

in conventie

3.1. SVA vordert, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

i. voor recht te verklaren dat de kleurendia’s die op 3 juni 2008 onder [A] in beslag zijn genomen behoren tot het materiaal waarvan SVA krachtens de overeenkomst met [A] van 29 juni 1998 eigenares en auteursrechthebbende is;

ii. [A] iedere inbreuk op de auteursrechten van SVA ter zake van het materiaal waarvan SVA krachtens de overeenkomst met [A] van 29 juni 1998 eigenares en auteursrechthebbende is te verbieden, alsmede [A] te verbieden elk handelen of nalaten dat strijdig is met die overeenkomst, één en ander op straffe van een dwangsom van vijfduizend (5.000,-) Euro per dag of dagdeel dat [A] in strijd met dit verbod handelt, dan wel – naar keuze van SVA – per overtreding van dit verbod;

iii. [A] te veroordelen aan SVA binnen 24 uur na de betekening van het vonnis aan SVA af te geven de op 23 juni 2008 in beslag genomen kleurendia’s, alsmede alle overige door hem onder zijn naam openbaar gemaakte en verhandelde kleurendia’s, met inbegrip van de digitaal vastgelegde kleurendia’s van Ajax spelers in Ajax tenue over de periode 1963-1998, ongeacht waar die zich bevinden, één en ander op straffe van een dwangsom van vijfduizend (5.000,-) Euro per dag of dagdeel dat [A] in gebreke is hieraan te voldoen;

iv. [A] te veroordelen aan SVA de door haar ten gevolge de wanprestatie van [A] geleden schade te vergoeden, dan wel de door hem met de auteursrechtinbreuk genoten winst af te dragen, zulks ter keuze van SVA, met veroordeling van [A] om tot dat doel aan SVA binnen 10 werkdagen na de betekening van dit vonnis rekening en verantwoording af te leggen van alle voor de berekening van de schade dan wel de genoten winst relevante gegevens door middel van een schriftelijke verklaring van een register accountant waarin opgave wordt gedaan van de transacties die [A] sedert 29 juni 1998 buiten SVA om heeft verricht en van de vergoedingen die hij daarvoor heeft ontvangen, één en ander op straffe van een dwansom van vijfduizend (5.000,-) Euro per dag of dagdeel dat [A] in gebreke is hieraan te voldoen;

v. [A] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen een evenredig deel van de volledige kosten van rechtsbijstand ex artikel 1019h Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), voor zover die betrekking hebben op de auteursrechtelijke grondslag van deze procedure;

vi. met bepaling dat alle bedragen die [A] uit hoofde van het vonnis aan SVA zal moeten betalen, vermeerderd zullen worden met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot die van algehele voldoening.

3.2. SVA stelt daartoe – kort gezegd – dat de door [A] geëxploiteerde en in beslag genomen dia’s onder de door partijen gesloten overeenkomst vallen. SVA komt op grond van die overeenkomst het auteursrecht op de dia’s toe.

3.3. [A] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover hier van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. [A] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair

a. te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen [A] en SVA vernietigbaar is;

b. de overeenkomst tussen [A] en SVA te vernietigen;

subsidiair

c. te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen [A] en SVA uitsluitend betrekking heeft op de door [A] gemaakte kleurendia’s van Ajax-spelers in Ajax-wedstrijdshirt gemaakt in de periode van ongeveer 25 jaar voorafgaand aan 1998 en dat met de zwervende dia’s alleen die dia’s worden bedoeld die zich destijds in het Spaarnestad-archief bevonden en dat [A] zijn exploitatierechten op die dia’s niet heeft overgedragen;

primair en subsidiair

d. te verklaren voor recht dat het door SVA gelegde beslag onrechtmatig is;

e. het door SVA gelegde beslag met onmiddellijke ingang op te heffen;

f. SVA te bevelen alle door [A] aan SVA overhandigde dia’s terug te geven;

g. SVA te veroordelen in de door [A] geleden schade, nader op te maken bij staat;

h. SVA te veroordelen in de volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv;

i. SVA te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.5. [A] stelt daartoe – kort gezegd – dat hij bij de totstandkoming van de overeenkomst heeft gedwaald. [A] betoogt voorts dat de door hem geëxploiteerde en in beslag genomen dia’s niet onder de overeenkomst met SVA vallen, omdat hij deze dia’s heeft gekregen van de op 6 december 2007 overleden fotograaf [D], die de maker van de dia’s is.

3.6. SVA voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover hier van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en reconventie

Dwaling

4.1. De rechtbank zal eerst ingaan op het meest verstrekkende verweer van [A], inhoudende dat hij ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst heeft gedwaald als bedoeld in artikel 6:228 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Hij stelt daartoe dat hij de overeenkomst uitsluitend heeft gesloten onder de voorwaarde dat de dia’s door SVA zouden worden gebruikt voor haar archief en haar ledenblad. Voor het eerst ter zitting heeft [A] gesteld dat hij hierbij is afgegaan op een mededeling van [B] van SVA. [A] zou [B] destijds hebben gevraagd wat hij met de dia’s wilde doen, waarop [B] zou hebben geantwoord: “voor ons clubblad en dergelijke”. Zou [A] hebben geweten dat de dia’s aan Ajax ter beschikking zouden worden gesteld en dat deze commercieel zouden worden geëxploiteerd, dan had hij de overeenkomst niet, althans niet voor de overeengekomen prijs, gesloten. Het was volgens [A] de bedoeling dat hij de dia’s weliswaar ter beschikking stelde van SVA, maar dat de exploitatierechten bij hem zouden blijven.

4.2. Het door [A] gedane beroep op dwaling slaagt niet. Hiervoor is in de eerste

plaats van belang dat [A] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling. [A] heeft SVA immers zelf 5 maanden na het sluiten van de overeenkomst, bij het op schrift stellen daarvan, de richtprijzen van de Fotografiefederatie verstrekt. Hij heeft op dit overzicht geschreven dat SVA ook een verhoging kan invoeren naarmate een foto belangrijk is. [A] ging er gelet hierop vanuit dat SVA de dia’s commercieel zou exploiteren. De rechtbank is van oordeel dat de door SVA betaalde prijs, ook indien ervan wordt uitgegaan dat de overeenkomst een overdracht van auteursrechten behelst, een redelijke is. Zij neemt daarbij in overweging dat [A] niet heeft betwist dat hij de betreffende dia’s al commercieel had geëxploiteerd en de dia’s geen hoge actualiteitswaarde vertegenwoordigden. De rechtbank wijst er bovendien op dat uit hetgeen [B] volgens [A] zou hebben gezegd (hetgeen SVA betwist), namelijk dat de dia’s bedoeld waren “voor het clubblad en dergelijke”, niet voortvloeit dat [A] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de dia’s niet commercieel zouden worden geëxploiteerd. [A] heeft gelet op het voorgaande onvoldoende gemotiveerd gesteld dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en dat deze is te wijten aan een inlichting van de wederpartij. Aan nadere bewijslevering op dit punt wordt dan ook niet toegekomen. Dat is te meer niet het geval omdat, zelfs indien [A] zou hebben gedwaald, hij hoe dan ook geen vernietiging meer kan vorderen van de overeenkomst. Uit de door zijn advocaat op 15 augustus 2003 aan SVA gezonden brief blijkt immers dat [A] destijds op de hoogte was van de commerciële exploitatie van de dia’s. Dit betekent dat [A] toen al wist van de door hem gestelde dwaling, zodat de rechtsvordering tot vernietiging van de overeenkomst ingevolge artikel 3:52 lid 1 aanhef en sub c BW is verjaard.

Uitleg overeenkomst

4.3. [A] stelt voorop dat aan de overeenkomst een beperkte uitleg moet worden

gegeven, in die zin dat de exploitatierechten niet zijn overgedragen. De rechtbank overweegt in verband hiermee als volgt.

4.4. Uit hetgeen de rechtbank onder 4.2. heeft overwogen, volgt al dat partijen voor

ogen stond de exploitatierechten aan SVA over te dragen, alsmede dat [A] dit weloverwogen heeft gedaan. Dit blijkt voorts uit het feit dat [A] op de factuur van 22 januari 1998 vermeldt dat de aankoop “inclusief de volledige overdracht van de exclusieve auteursrechten” is. De rechtbank wijst in dit verband ook op de verklaring van [A] van 29 juni 1998 (welke hij 5 maanden na de totstandkoming van de overeenkomst heeft opgesteld), inhoudende dat hij “al het bestaande kleurenmateriaal (…) in rechten (copyright) heeft overgedragen”. Daarmee zijn naar het oordeel van de rechtbank de exploitatierechten (het recht de dia’s openbaar te maken en te verveelvoudigen) aan SVA overgedragen. Dat dit ook in de beleving van [A] het geval was, blijkt uit de omstandigheid dat hij daar zelf naar heeft gehandeld. Zo heeft hij in 2003, toen hij een aantal van de kleurendia’s wilde gebruiken voor het boek “[C] De Ajacied” SVA toestemming gevraagd. Dat was niet nodig geweest indien, gelijk [A] stelt, de exploitatierechten niet zouden zijn overgedragen.

4.5. De overeenkomst behelst gelet op het voorgaande de overdracht van (de auteursrechten op) alle door [A] in de periode 1963-1998 gemaakte kleurendia’s van spelers in het Ajax-shirt. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of daaronder ook dia’s vallen van spelers van Ajax die niet zijn gehuld in het shirt van Ajax (maar met ontbloot bovenlichaam of in trainingspak) en/of op dia’s van trainers of de masseur van Ajax. SVA staat op dit punt een ruime uitleg van de overeenkomst voor. Zij stelt daartoe dat zij als supportersvereniging vanzelfsprekend ook belangstelling voor deze dia’s heeft en dat zich tussen de dia’s die SVA in 1998 van [A] overhandigd heeft gekregen ook dia’s bevonden waarop geen spelers in Ajax-shirt te zien waren.

4.6. Uit de standpunten van partijen blijkt dat zij de overeenkomst in verschillende zin hebben opgevat. Ter beantwoording van de vraag welke opvatting de juiste is komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen aan het beding waarvan nakoming wordt gevorderd en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Voor een ruime uitleg van de overeenkomst als SVA die voor staat, heeft de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten. De door [A] opgestelde verklaring van 29 juni 1998, welke SVA aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, spreekt expliciet van spelers getooid in het Ajax-shirt. Deze verklaring is 5 maanden na de totstandkoming van de overeenkomst op papier gesteld. Daarbij is de beperking tot spelers getooid in Ajax-shirt in hoofdletters opgenomen, waarbij wordt benadrukt dat de toevoeging is bedoeld ter verduidelijking van hetgeen is overeengekomen. De rechtbank ziet in de enkele omstandigheid dat zich tussen de grote hoeveelheid dia’s die [A] SVA heeft overhandigd ook enkele dia’s zaten die niet aan de letterlijke tekst van de overeenkomst beantwoorden, onvoldoende aanknopingspunten om de verwachting aan te kunnen ontlenen dat partijen de ruime door SVA voorgestane uitleg voor ogen stond. Een redelijke uitleg van de door SVA overgelegde verklaring brengt naar het oordeel van de rechtbank dan ook met zich dat daaronder is te verstaan wat er staat. Onder de overeenkomst vallen derhalve alleen dia’s van spelers van Ajax in het shirt van Ajax. Dit betekent dat daaronder niet vallen dia’s van trainers, van een masseur of van spelers die niet in het Ajax-shirt (maar bijvoorbeeld in een trainingspak of met ontbloot bovenlijf) gehuld zijn.

4.7. De volgende vraag die beantwoording behoeft, is de vraag welke betekenis partijen in de gegeven omstandigheden over en weer mochten toekennen aan de term ‘kleurendia’s die zwervend zijn’ en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. [A] stelt in de onderhavige procedure dat onder de zwervende dia’s alleen die kleurendia’s zijn te verstaan die zich ten tijde van de overdracht nog in het Spaarnestad-archief bevonden. De rechtbank kan [A] daarin niet volgen. Hiervoor is in de eerste plaats van belang dat partijen kennelijk niet hebben gesproken over het zwervende materiaal, nu [A] dit zelf in de op 29 juni 1998 op schrift gestelde en door SVA aan haar vordering ten grondsslag gelegde verklaring heeft opgenomen. Dit pleit voor een meer tekstuele uitleg, waarbij het begrip zwervend materiaal geen beperking tot een specifieke locatie inhoudt. SVA mocht daar ook van uitgaan. [A] ging er tot de onderhavige procedure immers van uit dat onder het zwervende materiaal het materiaal was te verstaan dat nog in het bezit was van derden, waaronder het Spaarnestad-archief. De rechtbank wijst in dit verband op randnummer 9 van de door [A] uitgebrachte dagvaarding, waarbij in kort geding opheffing van het beslag op de dia’s werd gevorderd. Zelfs in de onderhavige procedure wordt in randnummer 16 van de conclusie van antwoord in conventie door [A] nog gewezen op derden, opdrachtgevers van [A] die dia’s niet of aan de verkeerde persoon hadden geretourneerd. Een redelijke uitleg van de overeenkomst komt er gelet op het voorgaande op neer dat de overeenkomst ziet op alle dia’s die aan de hiervoor reeds genoemde kenmerken voldoen, ongeacht waar deze zich bevinden.

Wie is de maker

4.8. De rechtbank stelt voorop dat niet in geschil is dat alle in beslag genomen dia’s door [A] op zijn website zijn geplaatst en worden geopenbaard onder de vermelding: “Photo: [A]”. [A] heeft zichzelf aldus bij de openbaarmaking van de dia’s als maker bekend gemaakt. Hij heeft bovendien niet betwist dat hij zich gedurende langere periode als zodanig heeft gedragen. Gelet op het feit dat [A] zichzelf bij de openbaarmaking van de dia’s als maker heeft bekendgemaakt, moet het er - behoudens tegenbewijs - op grond van artikel 4 Auteurswet (hierna: Aw) voor worden gehouden dat [A] de maker van de door hem geopenbaarde en in beslag genomen dia’s is.

4.9. De niet nader gedateerde brief van [D], waaruit volgens [A] zou moeten blijken dat niet hij, maar [D] de maker van de in geding zijnde dia’s is, is onvoldoende om het wettelijk vermoeden van artikel 4 Aw te weerleggen. Uit die brief blijkt niet meer dan dat [D] een “overschot aan kleurendia’s en zwartwitfoto’s van voetbalwedstrijden, waar hoofdzakelijk Ajax-spelers op staan” aan [A] heeft gegeven. Uit de brief blijkt niet om hoeveel foto’s of om welke foto’s (van Ajax-spelers) het gaat. De brief biedt daarom, zelfs indien ervan zou moeten worden uitgegaan dat [A] op enig moment kleurendia’s met daarop Ajax-spelers van [D] heeft gekregen (hetgeen door SVA wordt betwist) en ook indien – gelijk [A] stelt en SVA betwist – [D] [A] toestemming zou hebben verleend de dia’s onder zijn eigen naam (die Van [A]) openbaar te maken, onvoldoende aanknopingspunten voor de stelling dat de bij [A] in beslag genomen dia’s dezelfde zijn als de dia’s waarvan [A] stelt dat [D] die aan hem heeft gegeven.

4.10. Het voorgaande wordt niet anders voor zover [A] stelt dat hij veel in het buitenland was en ten aanzien van een aantal specifieke foto’s (die van de wedstrijd Ajax-AC Milan van 28 mei 1969 en van Atletico Madrid-Ajax van 14 april 1971) middels de stempels in zijn paspoort tracht aan te tonen dat hij deze foto’s in ieder geval niet kan hebben gemaakt. Dat [A] veel in het buitenland was, zegt op zich niets over de vraag of hij bepaalde foto’s wel of niet heeft gemaakt. Ook met betrekking tot de twee specifiek genoemde wedstrijden heeft [A] het vermoeden dat hij de maker van de dia’s van die wedstrijden is niet weerlegd. Ten aanzien van de wedstrijd Ajax-AC Milan wijst [A] op een stempel waaruit zou blijken dat hij op 27 mei 1969, de dag voor die wedstrijd, naar het buitenland is gegaan. Een stempel met de datum van terugkeer ontbreekt. SVA heeft er op gewezen, hetgeen door [A] niet wordt betwist, dat uit de stempel met de datum 27 mei 1969 blijkt dat [A] naar een Engelstalig land is geweest. Als dit land Groot-Brittannië was, dan is het voor [A] mogelijk geweest om diezelfde dag, dan wel op 28 mei 1969 (tijdig voor de wedstrijd) terug te keren naar Amsterdam (hetgeen [A] evenmin betwist). Met betrekking tot de tweede wedstrijd (die tussen Atletico Madrid en Ajax) stelt [A] dat uit de stempels in zijn paspoort kan worden afgeleid dat hij van 12/13 tot 15 april 1971 in het buitenland verbleef, maar dat dit niet Madrid was. Zijdens SVA is hierop uitvoerig betoogd - hetgeen wederom niet wordt betwist - dat en waarom [A] één of twee dagen voor de door Ajax in Madrid gespeelde wedstrijd een Spaanstalig land binnenkwam en datzelfde Spaanstalige land de dag na de wedstrijd weer verliet.

4.11. Met betrekking tot een aantal dia’s heeft [A] er op gewezen dat op de beslaglijst een datum in 1905 wordt genoemd en deze dia’s om die reden buiten de overeenkomst vallen. Ook dit verweer slaagt niet. [A] betwist niet dat op de betreffende dia’s spelers zijn te zien die eind jaren zestig/begin jaren zeventig bij Ajax speelden, zodat het hier onmogelijk om foto’s uit 1905 kan gaan.

Tegenbewijs

4.12. Omdat [A] specifiek bewijs heeft aangeboden met betrekking tot de vraag wie de maker van de in beslag genomen dia’s is, zal de rechtbank [A] in de gelegenheid stellen per dia tegenbewijs te leveren van het vermoeden dat hij als de maker van de betreffende dia heeft te gelden. De rechtbank zal [A] in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over de vraag of hij het bedoelde tegenbewijs wenst te leveren en zo ja, op welke wijze hij dat wenst te doen. Als [A] het bedoelde tegenbewijs wil leveren, wordt van belang dat [A] niet meer over de dia’s beschikt, nu deze zich in gerechtelijke bewaring bevinden, en de rechtbank van die dia’s geen kennis heeft genomen. De rechtbank zal om die reden, indien en voor zover [A] (eventueel na bezichtiging van de dia’s bij de deurwaarder) aangeeft dat hij ten aanzien van één of meerdere dia’s tegenbewijs wil leveren, SVA op grond van artikel 22 Rv gelasten afdrukken van de betreffende dia’s in geding te brengen. De rechtbank zal in dat geval bepalen dat SVA er zorg voor dient te dragen dat de deurwaarder op kosten van SVA een onafhankelijke derde afdrukken laat maken van de dia’s met betrekking waartoe [A] tegenbewijs wenst te leveren.

4.13. De rechtbank zal gelet op het voorgaande bepalen dat [A] zich bij akte van 3 juni 2009 dient uit te laten over de vraag of hij tegenbewijs wenst te leveren van het vermoeden dat hij de maker is van de in beslag genomen dia’s en zo ja, van welke dia’s hij op welke wijze tegenbewijs wenst te leveren. De rechtbank zal de zaak na de door [A] genomen akte, welke akte zich tot de in de vorige zin genoemde punten dient te beperken, verwijzen naar de rol van 15 juli 2009 voor vonnis. Wenst [A] geen tegenbewijs te leveren, dan zal dit een eindvonnis zijn. Wenst [A] wel tegenbewijs te leveren, dan zal dit vonnis het hiervoor bedoelde bevel als bedoeld in artikel 22 Rv inhouden, alsmede instructies in verband met het verdere verloop van de procedure.

4.14. De rechtbank zal, nu het beroep van [A] op dwaling niet opgaat, de primair in reconventie gevorderde verklaring voor recht en de vernietiging van de overeenkomst afwijzen. Zij houdt iedere verdere beslissing in conventie en in reconventie aan.

5. De beslissing

De rechtbank

in reconventie

- wijst de vorderingen onder a en b van het petitum (de verklaring voor recht en de vernietiging van de overeenkomst) af;

in conventie en reconventie

- laat [A] toe per dia tegenbewijs te leveren van het vermoeden dat hij de maker van de in beslag genomen dia’s is;

- verwijst de zaak naar de rol van 3 juni 2009 voor het nemen van een akte aan de zijde van [A] als bedoeld in overweging 4.13, waarna de zaak voor vonnis zal worden verwezen naar de rol van 15 juli 2009;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Straalen, mr. I.H.J. Konings en mr. L. Voetelink en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2009.