Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ9192

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-07-2009
Datum publicatie
02-10-2009
Zaaknummer
AWB 08-3084 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weigeren vacature wegens omvang. Eiser weigerde een vacature van 40 uur, omdat hij zich in het kader van de WW slechts voor 35 uur beschikbaar moest stellen. De folder van het UWV bevestigt zijn standpunt. Beroep slaagt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08/3084 WW

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak tussen:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde mr. J.C. Walker,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

gevestigd te Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde mr. Z. Seyban.

1. Procesverloop

Verweerder heeft bij besluit van 15 april 2008 de uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) van eiser met ingang van 24 maart 2008 beëindigd.

Bij besluit van 3 juli 2008 heeft verweerder het bezwaar van eiser gericht tegen het besluit van 15 april 2008 ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juni 2009. Partijen hebben zich doen vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

2. Overwegingen

1. Eiser heeft sinds 2 februari 2007 een uitkering ingevolge de WW ontvangen. Bij het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat eiser op 11 maart 2008 niet is verschenen op een sollicitatiegesprek in verband met een vacante passende functie en hij voorts gedurende twee weken daarna telefonisch niet bereikbaar is geweest. Volgens verweerder heeft eiser daarmee door zijn eigen toedoen passende arbeid niet verkregen.

2. Eiser betwist dat de door het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) aangeboden vacature passend voor hem was. Hij voert aan dat zijn WW-uitkering was vastgesteld op basis van gemiddeld 30,46 uur per week en de aangeboden vacature 40 uur per week betrof. Eiser wijst op de folder van het UWV en het daarin genoemde concrete voorbeeld over de omvang van de te accepteren vacature, waaruit hij afleidt dat hij niet verplicht was de aangeboden vacature voor 40 uur per week te aanvaarden.

3. Verweerder stelt dat de werkgever bereid was om over het aantal te werken uren te praten, mits dit aantal niet lager zou zijn dan 32 uur per week. Dus was de aangeboden vacature wel degelijk passend voor eiser, aldus verweerder.

4. Ingevolge artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, ten eerste, van de WW voorkomt de werknemer dat hij werkloos is of blijft doordat hij in onvoldoende mate tracht passende arbeid te verkrijgen.

5. Artikel 24, derde lid, van de WW bepaalt dat als passende arbeid wordt beschouwd alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij de aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd.

6. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de aan eiser aangeboden vacature passend was voor zover het betreft de aard van de werkzaamheden.

7. Uit eisers aanvraag om een WW-uitkering en het besluit van 8 februari 2007 waarbij eiser in aanmerking is gebracht voor een WW-uitkering blijkt dat, wegens een herleefd recht op WW, eiser voor 35 uur per week beschikbaar was en diende te zijn.

8. De aangeboden vacature betrof 40 uur per week, met volgens verweerder een mogelijkheid het aantal uur terug te brengen tot 32 per week.

9. De rechtbank ziet geen enkel aanknopingspunt voor de stelling van verweerder dat tijdig aan eiser is meegedeeld dat betreffende werkgever bereid was de omvang van de vacature tot 32 uur per week te verminderen. Uit het door verweerder overgelegde document “Werkzoekende vrije tekst” blijkt veleer het tegendeel. Volgens dat document is sprake van een (geweigerde) vacature van 40 uur. De rechtbank houdt er dan ook voor dat eiser is voorgehouden dat het om een vacature ging met een omvang van 40 uur per week.

10. De vraag dient dan ook te worden beantwoord of eiser, die zich 35 uur per week beschikbaar diende te stellen, een aangeboden vacature van 40 uur per week kon en mocht weigeren zonder dat dit gevolgen zou hebben voor zijn uitkering.

11. Desgevraagd heeft verweerder geen rechtsregel kunnen aanwijzen op grond waarvan eiser kan worden verplicht een vacature te aanvaarden voor méér uur dan waarvoor hij zich beschikbaar moet stellen. De rechtbank heeft een dergelijke regel evenmin gevonden.

12. De folder die eiser heeft overgelegd is de voorlichtingsbrochure “Een WW-uitkering en wat nu?” van CWI en UWV van januari 2007. Deze folder bevat mededelingen over dit onderwerp. Op pagina 10 staat: “Hoeveel uur moet u beschikbaar zijn? U moet beschikbaar zijn voor minimaal het aantal uren waarvoor u een WW-uitkering krijgt”. Daarbij staan drie voorbeelden opgesomd. Één van die voorbeelden gaat over een persoon met een WW-uitkering van 20 uur per week. Volgens het voorbeeld is die persoon niet verplicht een vacature van 30 uur per week te aanvaarden. Naar het oordeel van de rechtbank laat deze mededelingen niets aan duidelijkheid te wensen over. Weliswaar staat ook op de folder aangegeven dat aan deze uitgave geen rechten kunnen worden, maar aan die mededeling gaat de rechtbank voorbij, nu de tekst in de folder met het voorbeeld ondubbelzinnig is.

13. Nu tussen de omvang van de vacature (40 uur) en het aantal uren waarvoor eiser beschikbaar was (35 uur) een dagdeel verschil bestond, kan eiser niet verweten worden dat hij de vacature heeft geweigerd. Er is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een zodanig gering verschil is dat redelijkerwijs van eiser kon worden gevergd dat hij zijn beschikbaarheid in het belang van het beëindigen van zijn werkloosheid enigszins zou uitbreiden en de vacature toch zou accepteren.

14. Nu er geen verplichting voor eiser bestond om de vacature te aanvaarden, is het niet verschijnen op de afspraak met de werkgever geen reden om de WW-uitkering van eiser te beëindigen.

15. Vorenstaande brengt de rechtbank tot de slotsom dat het bestreden besluit een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering ontbeert, zodat het moet worden vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voorts dient verweerder een nieuw besluit op het bezwaar van eiser te nemen met inachtneming van het in deze uitspraak overwogene.

16. Nu de rechtbank het beroep van eiser gegrond verklaart, houdt deze uitspraak op grond van het bepaalde in artikel 8:74, lid 1, van de Awb tevens in dat het door eiser betaalde griffierecht van € 39,- door verweerder wordt vergoed.

17. Ten slotte ziet de rechter aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de door eiser in verband met de behandeling van dit verzoek gemaakte kosten. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 644,-.

3. Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op om een nieuw besluit op bezwaar te nemen met in achtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht ad € 39,- vergoedt, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan eiser;

- veroordeelt verweerder in de hiervoor omschreven proceskosten, begroot op € 644,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. H. van Hoeven, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2009.

de griffier de rechter

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.

Afschrift verzonden op:

DOC: B

SB