Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ8555

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
25-09-2009
Zaaknummer
AWB 08-1447 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ambtenarenrecht. Plaatsing na een reorganisatie. De oude functie van eiser is omgezet in zijn nieuwe functie. In dat geval is sprake van een functievolger, zodat de passendheid van de nieuwe functie niet ter beoordeling voorligt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08/1447 AW

Uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak tussen:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde mr. G.M. Terlingen,

en

de korpsbeheerder van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland,

verweerder,

gemachtigde mr. Th. Tanja.

1. Procesverloop

Eiser is werkzaam als inspecteur bij het korps van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (hierna: het korps).

Bij primair besluit van 1 november 2006 heeft verweerder eiser in het kader van een reorganisatie van de Dienst Regionale Recherche geplaatst in de organieke functie van projectleider technische opsporing A, gewaardeerd in salarisschaal 9, bij het Bureau recherche expertise Forensische Opsporing (FO).

Bij besluit van 12 maart 2008 heeft verweerder het daartegen door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd (hierna: het bestreden besluit). Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

De meervoudige kamer van de rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op

20 augustus 2009. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en door [persoon 1]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en door [persoon 2], functiekundige.

2. Overwegingen

2.1. Feiten

Eiser is met ingang van 1 april 2005 bij het korps aangesteld als projectleider van de afdeling Technische recherche. Nadat verweerder op 4 juli 2006 de functietypering van projectleider A, gewaardeerd in schaal 9 heeft vastgesteld, is eiser bij het primaire besluit van 1 november 2006 in deze functie geplaatst.

2.2. Standpunten van partijen

2.2.1. Verweerder heeft bij het bestreden besluit overwogen dat onvoldoende reden bestaat om de beschrijving van de functie en de daarmee samenhangende waardering voor onjuist te houden. Volgens verweerder is niet gebleken dat eiser structureel opgedragen werkzaamheden verricht die de typering van de functie van projectleider A te boven gaan. Verweerder heeft uiteengezet dat de leiding van en de verantwoordelijkheid voor het Bureau recherche expertise berust bij de bureauchef, die voor de dagelijkse leiding van FO wordt bijgestaan door een operationeel leidinggevende. Laatstgenoemde leidinggevende wordt voor de dagelijkse operationele leiding bijgestaan door twee projectleiders, schaal 9, waaronder eiser.

2.2.2. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat het bestreden besluit niet door een juiste of volledige motivering wordt gedragen. Volgens eiser had hij in aanmerking moeten komen voor de functie van projectleider B, schaal 10, in hoofdzaak omdat hij samen met zijn collega projectleider en de teamleider leidinggeeft aan 75 fte’s. Naar de mening van eiser is sprake van het verrichten van structureel opgedragen werkzaamheden die in substantiële zin de typering van projectleider A te boven gaan. Eiser heeft verder gewezen op het “Rapport benchmark onderzoek”, waarin is gekeken naar de functie van de huidige projectleiders schaal 9 met betrekking tot de toekomstige situatie en het beleid in de andere korpsen. De conclusies en aanbevelingen van dit rapport steunen eiser in zijn opvatting dat de huidige projectleiders A, schaal 9, moeten worden bevorderd naar de functie van projectleider B, schaal 10. Volgens eiser doet de vastgestelde functietypering geen recht aan hetgeen hij presteert. Ook heeft verweerder de typering niet getoetst aan de realiteit en aan de omstandigheden waaronder eiser leidinggeeft. Tot slot heeft eiser benadrukt dat aan hem met ingang van 1 januari 2007 een toelage is toegekend ter grootte van het verschil tussen salarisschaal 9 en salarisschaal 10.

2.3. Beoordeling van het bestreden besluit

2.3.1. De rechtbank stelt voorop dat slechts de plaatsing van eiser in de functie van projectleider A in dit geding ter beoordeling voorligt. De vaststelling van een functietypering of functiewaardering valt dan ook buiten de omvang van dit geding. Eiser heeft nimmer bestreden dat zijn oude functietypering niet overeenkwam met de door hem (destijds) feitelijk verrichte werkzaamheden. In het kader van de reorganisatie is zijn oude functie omgezet in zijn nieuwe functie en is hij in die functie geplaatst. Op zichzelf verzet eiser zich daar niet tegen, maar stelt hij aan de orde dat zijn feitelijke werkzaamheden (nog steeds) niet stroken met zijn functietypering. Dat staat echter los van de reorganisatie. Nu eiser in de zin van de reorganisatie als een volger moet worden gekwalificeerd kan vergelijking van de feiten-typering niet nu aan de orde komen, maar alleen in het kader van door hem aangevraagd functieonderhoud.

2.3.2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dit miskend. Zowel uit het bestreden besluit als uit het verhandelde ter zitting is immers gebleken dat verweerder geen strikt onderscheid heeft gemaakt tussen de vaststelling van de functietypering projectleider A en de plaatsing van eiser in deze functie. Verweerder heeft er geen acht op geslagen dat in deze zaak slechts het besluit tot plaatsing ter beoordeling voorligt. Onder verwijzing naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) overweegt de rechtbank dat het geschil zich toespitst op de vraag of verweerder eiser terecht heeft aangemerkt als een functievolger, wiens oude functie “één-op-één” is teruggekeerd in de nieuwe functie van projectleider A (zie de uitspraak van 6 mei 2004, te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJ-Nummer AO9317). Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, komt de vraag naar de passendheid van die nieuwe functie niet aan de orde. Evenmin is dan aan de orde of, naar eiser stelt, de nieuwe functie van projectleider B voor hem (meer) passend is en, zo ja, of dit betekent dat hij daarin had moeten worden benoemd.

2.3.3. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat verweerder in het bestreden besluit een onjuiste toetsingsmaatstaf heeft aangelegd. Verweerder heeft het bestreden besluit ondeugdelijk gemotiveerd, zodat dit besluit voor vernietiging in aanmerking komt. Het beroep van eiser zal gegrond worden verklaard en het bestreden besluit zal worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2.3.4. De rechtbank ziet echter aanleiding te bezien of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen worden gelaten en overweegt daartoe als volgt.

Niet is in geschil dat de functie waarin eiser bij het primaire besluit is geplaatst kan worden aangemerkt als de voortzetting van zijn oude functie. Eiser moet dan ook als ‘functievolger’ in vorenbedoelde zin worden gekwalificeerd. Nu eiser is teruggekeerd in zijn eigen functie en geen sprake is van herplaatsing, is de vraag naar de passendheid van de functie gelet op de genoemde jurisprudentie van de CRvB niet meer aan de orde. De beroepsgronden die eiser in dat verband naar voren heeft gebracht, zoals weergegeven onder 2.2.2, hebben betrekking op de passendheid van de functie in relatie tot zijn feitelijke werkzaamheden en moeten dan ook buiten beschouwing blijven.

2.3.5. Nu het hanteren van het juiste toetsingskader tot dezelfde conclusie zou hebben geleid, inhoudende dat het bezwaar van eiser ongegrond wordt verklaard, ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

2.3.6. Wellicht ten overvloede stelt de rechtbank vast dat de functie van projectleider B, schaal 10 niet in het organigram van FO voorkomt. De rechtbank begrijpt de stelling van eiser in die zin aldus, dat hij kennelijk de wijze waarop verweerder de herindeling heeft ingericht, wil aankaarten. Dit kan eiser doen door een verzoek om functieonderhoud aan zijn chef te richten. Ter zitting heeft eiser bevestigd dat hij dit nog niet heeft gedaan.

2.3.7. De rechtbank heeft begrip voor de gevoelens van onvrede bij eiser, gezien de door hem ervaren kloof tussen zijn feitelijke werkzaamheden en hetgeen in zijn functietypering aan hem wordt opgedragen. Deze discussie ligt in deze zaak echter, zoals gezegd, niet ter beoordeling voor.

De rechtbank is verder gebleken dat binnen de organisatie van verweerder veel onvrede bestaat over de vastgestelde functiebeschrijvingen en de indeling van het functiehuis. De aangewezen weg om deze onvrede weg te nemen dan wel aan de orde te stellen is echter het door verweerder te plegen organisatieonderhoud en het door betrokkenen aan te vragen functieonderhoud.

2.3.8. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiser, welke zijn begroot op € 644,00 als kosten van verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting). Tevens dient het door eiser betaalde griffierecht van € 145,00 aan hem te worden vergoed.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit geheel in stand blijven;

- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,00 (zegge: honderd vijfenveertig euro) aan eiser vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de kosten van het geding, aan de zijde van eiser begroot op € 644,00 (zegge: zeshonderd en vierenveertig euro), te betalen door verweerder aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bachrach, voorzitter,

en mrs. H.P. Kijlstra en S.E. Reichert, leden,

in tegenwoordigheid van mr. S. van der Eijk, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2009.

De griffier, De voorzitter,

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.

Afschrift verzonden op:

DOC: B

SB