Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ7574

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-07-2009
Datum publicatie
14-09-2009
Zaaknummer
401039 - HA ZA 08-1731
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

beroepsfout letselschadeadvocaat, rechtsbijstandverzekering, norm aansprakelijkheid advocaat

Van een redelijk vakbekwaam en redelijk handelend letselschadeadvocaat mag worden verlangd dat hij op de hoogte is van de polisvoorwaarden van de rechtsbijstandverzekering van zijn cliënt, door welke rechtsbijstandverzekering hij ook zelf is ingeschakeld. In dit verband mag tevens worden verwacht dat indien, voor de schadeberekening of anderszins, externe deskundigen ingeschakeld moeten worden, hij over de bekostiging daarvan tijdig in overleg treedt met de rechtsbijstandverzekeraar overeenkomstig de daarvoor geldende voorwaarden.

De rechtbank komt tot het oordeel dat de advocaat, door niet tijdig met de rechtsbijstandverzekeraar in overleg te treden over de vergoeding van de door de accountant van eiser te verrichten werkzaamheden, eiser in beginsel de mogelijkheid heeft ontnomen om deze kosten door de rechtsbijstandverzekeraar te laten vergoeden waarmee de advocaat toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht.

Nu de schade echter als reeds door de veroorzaker van het ongeval vergoed moet worden beschouwd, wordt de vordering alsnog afgewezen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 74
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 402
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAV 2009, 111
JA 2009/151
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 401039 / HA ZA 08-1731

Vonnis van 15 juli 2009

in de zaak van

[A],

wonende te --,

eiser,

advocaat mr. S.C. Spaans,

tegen

[B],

wonende te --,

gedaagde,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer.

Partijen zullen hierna [A] en [B] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 oktober 2008, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van comparitie van 22 april 2009 met de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In 1996 is [A] een verkeersongeval (hierna: het ongeval) overkomen, als gevolg waarvan hij schade heeft geleden. In eerste instantie is [A] voor het verhaal van zijn schade bijgestaan door zijn rechtsbijstandverzekeraar, Stichting Achmea Rechtsbijstand (hierna: Achmea).

2.2. De polisvoorwaarden van Achmea luiden, voor zover hier relevant:

“Artikel 8

8.1 Verzekerde kosten en bedragen

Voor rekening van de Stichting komen:

[…]

b. de kosten van de door de Stichting ingeschakelde advocaat of andere deskundige en van de in diens opdracht in overleg met de Stichting genomen maatregelen; […]

8.8 Vergoedingen van elders

Indien de verzekerde elders vergoeding kan verlangen van de kosten van rechtsbijstand op grond van een onherroepelijk vonnis of op grond van wettelijke bepalingen, zoals de artikelen 591 en 591a Wetboek van Strafvordering, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking uit deze verzekering. Zo nodig zal de Stichting deze voorschieten. De Stichting zal de verzekerde bijstand verlenen bij het terugvragen of verhalen van voorgeschoten kosten van rechtsbijstand.”

2.3. In 1999 heeft Achmea de behandeling van de zaak overgedragen aan [B].

2.4. [B] heeft in verband met het ongeval namens [A] een procedure (hierna: de procedure) gevoerd tegen Aegon, de aansprakelijke WAM-verzekeraar. Daarnaast heeft [B] [A] bijgestaan in geschillen met AXA en Movir.

2.5. Voor het vaststellen van de omvang van de door [A] ten gevolge van het ongeval geleden schade, met name het verlies aan verdienvermogen, is opdracht gegeven aan deskundige [C] om een rapport op te stellen. [D], werkzaam bij Steenhof & Dinkgreve Accountants, thans geheten Jan Accountants, en de vaste accountant van [A] en zijn vennootschappen, heeft diverse werkzaamheden verricht ten einde [C] van de nodige financiële gegevens en informatie te voorzien.

2.6. Bij brief van 4 oktober 2004 heeft [B] voor het eerst aan Achmea verzocht de gemaakte kosten van [D] voor vergoeding onder de verzekeringspolis in aanmerking te laten komen.

2.7. Een brief van 15 juni 2005 van Achmea aan [B] luidt, voor zover hier relevant:

“Na beoordeling van de toelichting op de nota’s van de accountant en bespreking met de controller van Achmea Rechtsbijstand, deel ik u mee dat deze kosten niet voor rekening van de Stichting Achmea Rechtsbijstand kunnen komen.

De hoogte van de nota in combinatie met het feit dat daarover geen overleg met ons heeft plaatsgevonden is voor ons de reden om niet tot vergoeding over te gaan. Ik verwijs u hiervoor naar de polisvoorwaarden, artikel 5.1 sub b.

Zoals reeds telefonisch met u besproken zult u deze kosten t.z.t. meenemen in uw vordering.”

2.8. De procedure is in juni 2005 door middel van het bereiken van een minnelijke regeling tot een einde gekomen. Aegon heeft in totaal EUR 707.500,- aan schadevergoeding aan [A] betaald.

2.9. De dossiernotities pleidooi/comparitie van partijen op 27 juni 2005 van [B] luiden, voor zover hier relevant:

“5.1 Tijdens het laatste gedeelte van de comparitie tracht de rechter een compromis te bereiken. Daarbij wordt partijen voorgehouden dat de rechtbank denkt aan een smartengeldbedrag van EUR 15.000,- in deze zaak. Opgeteld bij de hiervoor genoemde EUR 665.000,- resulteert dat in een bedrag van EUR 680.000,-. Als vervolgens de kosten van [D] worden gehalveerd resulteert dit in een bedrag van EUR 27.500,-. Als dat laatste bedrag vervolgens wordt opgeteld bij EUR 680.000,- komt dat neer op een slotbetaling van EUR 707.500,-.”

2.10. Een brief van [B] aan [A], gedateerd 1 juli 2005, luidt voor zover hier relevant:

“9. Tijdens de laatste onderhandelingsronde bleek Aegon bereid maximaal EUR 700.000,- inclusief rente en kosten te betalen. De Voorzitter ([E]) heeft tijdens het laatste gedeelte van de comparitie aan de hand van de volgende berekening een compromis met betrekking tot de kosten van [D] weten te bereiken.

- Het smartengeld in je zaak heeft de rechtbank op EUR 15.000,- begroot. Als daarbij het verlies van arbeidsvermogen – na aftrek van de voorschotten – op basis van de berekeningen van [C] van EUR 665.000,- wordt opgeteld resulteert dit in een bedrag van EUR 680.000,-. De rechtbank heeft vervolgens de kosten van [D] van ongeveer EUR 55.000,- tussen partijen gedeeld. Als het resultaat van die deling, EUR 27.500,-, bij EUR 680.000,- wordt opgeteld, dan resulteert dit in een eindbedrag van EUR 707.500,-. Je bleek bereid daarmee genoegen te nemen.”

2.11. Een brief van 19 juli 2005 van Achmea aan [B] luidt, voor zover hier relevant:

“Met betrekking tot de kosten van de accountant handhaaf ik mijn eerder genomen standpunt. Normaliter zou de Stichting een rekenkundige expert hebben ingeschakeld, waarbij vooraf een duidelijke en acceptabele kostencalculatie zou zijn afgegeven. Nu er vooraf geen overleg, noch een kostencalculatie heeft plaatsgevonden, wordt de vordering op grond van de polisvoorwaarden afgewezen. Ook voor het inschakelen van Steenhof & Drinkgreve (laatste nota d.d. 01-03-2005) is er geen overleg met ons geweest.

Coulancehalve ben ik bereid de heer [A] tegemoet te komen met een bedrag van € 7.000,00, bestaande uit de vordering op AXA, de wettelijke rente over dit bedrag en een tegemoetkoming in de laatste nota van de accountant.”

2.12. Bij brief van 24 mei 2006 heeft [A] [B] aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade.

2.13. Een brief van Aegon aan [A], gedateerd 3 december 2007, luidt voor zover hier relevant:

“Ik heb u laten weten dat in mijn herinnering er bovenop het bedrag van € 700.000,- er nog enkele duizenden euro’s door Aegon is vergoed vanwege de kosten van de accountant. Dat uiteindelijk de rechter heeft besloten dat Aegon 50% van deze kosten zou moeten vergoeden is niet juist. Voor zover ik heb kunnen nagaan zijn wij overeengekomen om hier nog € 7.500,- voor te vergoeden zodat er in totaal € 707.500,- is betaald.”

3. Het geschil

3.1. [A] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van [B] tot betaling aan [A] van EUR 23.318,81, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 juli 2008 tot aan de dag der voldoening, alsmede tot betaling van EUR 1.158,- aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [B] in de proceskosten.

3.2. [A] stelt hiertoe dat [B] in gebreke is gebleven om de noodzakelijke werkzaamheden c.q. de kosten van zijn accountant tijdig aan Achmea te melden, terwijl van een redelijk bekwaam en redelijk handelend letselschadeadvocaat mocht worden verwacht dat hij ervan op de hoogte is, althans behoort te zijn, althans dat hij tijdig actie behoort te ondernemen, wanneer een externe deskundige op kosten van de rechtsbijstandverzekeraar dient te worden ingeschakeld. Er is sprake van een beroepsfout van de zijde van [B], en [B] dient daarvan de gevolgen te dragen middels betaling van de voor rekening van [A] gebleven accountantskosten, aldus [A].

[A] stelt dat de door hem in privé geleden schade EUR 23.318,81 (inclusief rentevergoeding tot en met 30 juni 2008) bedraagt.

3.3. [B] voert gemotiveerd verweer. Hij betwist een beroepsfout te hebben gemaakt. [D] was al bij het schadevaststellingstraject betrokken voordat [B] in beeld kwam, zodat de inschakeling van [D] al voor zijn betrokkenheid aan Achmea had moeten worden gemeld. Bovendien rust er op een advocaat geen verplichting zijn cliënt erop te wijzen dat de kosten van zijn vaste accountant, die al jaren lang bij de zaak betrokken was, mogelijk door de rechtsbijstandverzekeraar worden vergoed.

Overigens betwist [B] de gestelde schade en het causaal verband tussen deze schade en het hem verweten handelen op de volgende gronden.

De kosten van een accountant, die in plaats van een verzekerde zelf financiële informatie aan de ingeschakelde deskundige aanlevert die de schadeomvang vaststelt komt niet voor vergoeding onder de polisvoorwaarden in aanmerking.

Nu de kosten overigens als redelijke kosten ter vaststelling van de schade van Aegon konden worden gevorderd en er derhalve conform artikel 8.8 van de polisvoorwaarden van Achmea elders vergoeding van de kosten kon worden verlangd, kwamen zij ook niet voor vergoeding in aanmerking. Nu [A] er in de procedure tegen Aegon welbewust voor heeft gekozen om er tegen het advies van [B] in genoegen mee te nemen dat de kosten van [D] maar deels werden vergoed kunnen zij niet op [B] verhaald worden.

Ook bij tijdige melding zouden de kosten van de vaste accountant van [A] hoe dan ook niet volledig door Achmea zijn vergoed. Voor zover Achmea verder al bereid zou zijn geweest de gevorderde accountantskosten te vergoeden, zou zij slechts bereid zijn geweest een beperkt bedrag van EUR 1.200,-, te vergoeden.

Met betrekking tot de omvang van de schade voert [B] aan dat, door betaling van Aegon van EUR 27.500,- als vergoeding voor accountantskosten, de kosten van [A] reeds zijn vergoed. Subsidiair stelt hij zich op het standpunt dat een deugdelijke onderbouwing van de schade ontbreekt. Tenslotte kan [A] uitsluitend aanspraak maken op een rentevergoeding nadat sprake is van verzuim, aldus steeds [B].

4. De beoordeling

4.1. Allereerst staat ter beoordeling of [B] jegens [A] heeft gehandeld als van een redelijk vakbekwaam en redelijk handelend advocaat mocht worden verwacht. Daarbij is niet doorslaggevend dat de klacht tegen [B] naar aanleiding van door [A] aanhangig gemaakte procedure bij de raad van discipline ongegrond is verklaard. In de tuchtprocedure stond immers niet ter beoordeling of [B] in civielrechtelijke zin al dan niet een beroepsfout heeft begaan en al dan niet civielrechtelijk jegens [A] aansprakelijk is.

4.2. Naar het oordeel van de rechtbank mag van een redelijk vakbekwaam en redelijk handelend letselschadeadvocaat worden verlangd dat hij op de hoogte is van de polisvoorwaarden van de rechtsbijstandverzekering van zijn cliënt, door welke rechtsbijstandverzekering hij ook zelf is ingeschakeld. In dit verband mag tevens worden verwacht dat indien, voor de schadeberekening of anderszins, externe deskundigen ingeschakeld moeten worden, hij over de bekostiging daarvan tijdig in overleg treedt met de rechtsbijstandverzekeraar overeenkomstig de daarvoor geldende voorwaarden.

Als onvoldoende betwist kan als vaststaand worden aangenomen dat voor de berekening van de schade, waaronder het verlies aan verdienvermogen, deskundige [C] is ingeschakeld en dat [C] in dat verband van informatie is voorzien door accountant [D], zulks mede op verzoek van [B]. Eveneens staat vast dat [B] zich pas lange tijd nadat mede op zijn verzoek werkzaamheden door [D] waren verricht, te weten bij brief van 4 oktober 2004, tot Achmea heeft gewend met het verzoek de kosten van [D] voor vergoeding onder de verzekeringspolis in aanmerking te laten komen. Achmea heeft afwijzend op dit verzoek gereageerd. [B] heeft ter comparitie erkend dat onder externe deskundigen zoals genoemd onder 8.1 sub b van de polisvoorwaarden van Achmea doorgaans ook accountants vallen. [B] betwist echter dat de kosten van de vaste accountant die, in plaats van de cliënt zelf, informatie aan de deskundige aanlevert die de opdracht heeft gekregen de omvang van de schade te begroten, op grond van deze bepaling kunnen worden vergoed. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt echter niet in te zien waarom een redelijke uitleg van artikel 8.1 sub b van de polisvoorwaarden niet met zich zou brengen dat het aanleveren van informatie door de vaste accountant aan een derde niet eveneens voor vergoeding onder de polis in aanmerking kan komen. De reden voor afwijzing van het verzoek tot vergoeding van de kosten door Achmea was ook niet gelegen in het feit dat dergelijke accountantskosten niet voor vergoeding in aanmerking kwamen, maar dat te voren over de inschakeling van een accountant geen overleg had plaatsgevonden, alsmede dat de gevorderde kosten als te hoog werden aangemerkt.

Gelet op het voorgaande heeft [B] [A], door niet tijdig met Achmea in overleg te treden over de vergoeding van de door [D] te verrichten werkzaamheden, in beginsel de mogelijkheid ontnomen om deze kosten door Achmea te laten vergoeden en is [B] daarmee toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht.

4.3. Ten aanzien van de vraag of [A] schade heeft geleden als gevolg van deze toerekenbare tekortkoming wordt het volgende overwogen. Voor de vaststelling van de voor vergoeding in aanmerking komende schade is niet bepalend de hoogte van de door [D] gemaakte kosten en de terzake aan [A] gefactureerde bedragen, maar het bedrag dat Achmea, bij tijdige indiening van het verzoek tot het inschakelen van een accountant, als vergoeding beschikbaar zou hebben gesteld. [B] heeft in dit verband gesteld dat Achmea hooguit bereid zou zijn geweest EUR 1.200,- aan accountantskosten te vergoeden. [B] verwijst daarbij naar de brief van Achmea van 19 juli 2005 zoals hiervoor onder 2.11 geciteerd. Gelet op dit standpunt had het op de weg van [A] gelegen, op wie in deze de stelplicht en bewijslast rust, om dit standpunt uitdrukkelijk te betwisten en gemotiveerd aan te geven voor welk bedrag Achmea wel accountantskosten zou hebben vergoed indien Achmea tijdig zou zijn verzocht een accountant in te schakelen voor werkzaamheden als door [D] verricht. Dit heeft [A] echter nagelaten. Het moet er in deze procedure dan ook bij gebrek aan gemotiveerde betwisting voor worden gehouden dat Achmea hooguit EUR 1.200,- aan accountantskosten zou hebben vergoed in dit verband.

4.4. Tussen partijen staat ter discussie welke exacte vergoeding [A] uiteindelijk van Aegon heeft ontvangen voor de door hem gemaakte accountantskosten. Nu [A] echter heeft erkend minimaal reeds EUR 7.500,- als vergoeding voor de door hem ingeschakelde accountant van Aegon te hebben ontvangen, moeten de accountantskosten die onder de rechtsbijstandverzekering voor vergoeding in aanmerking zouden zijn gekomen indien [B] juist zou hebben gehandeld, hiervoor vastgesteld op EUR 1.200,-, als reeds volledig vergoed worden beschouwd. Van in deze procedure nog te vergoeden schade is in dit verband derhalve geen sprake.

4.5. Het vorenstaande impliceert dat de vordering van [A] zal worden afgewezen. [A] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [B] begroot op:

- vastrecht: EUR 540,-

- salaris advocaat: EUR 1.158,- (2 punten x tarief EUR 579,-)

totaal EUR 1.698,-

Daarnaast zal [A] worden veroordeeld in de niet betwiste nakosten, zoals hierna vermeld.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst het gevorderde af;

5.2. veroordeelt [A] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [B] begroot op EUR 1.698,-, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover met ingang van 14 dagen na de datum van deze uitspraak tot aan de voldoening;

5.3. veroordeelt [A] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- EUR 131,-- aan salaris advocaat,

- te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van EUR 68,-- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Overbosch en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2009.?