Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ7401

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-06-2009
Datum publicatie
10-09-2009
Zaaknummer
410572 / HAZA 08.2904
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vertegenwoordiging; schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid; omstandigheden van het geval.

W heeft zich in de winkel laten informeren door Y, een medewerker en vertegenwoordiger van N. Er is aldaar geen overeenkomst tot stand gekomen.

De overeenkomst is later gesloten tijdens een telefoongesprek met Y, op haar mobiele nummer, gevolgd door een bevestigende factuur op naam van L met web- en mailadressen op deze naam, een postadres in Ermelo en een bankrekeningnummer ten name van Y. Opvallende taal- en spelfouten op de factuur, en gesteld in de 'ik-vorm'. W heeft vervolgens € 7.000,- overgemaakt op de bankrekening van Y.

Waar voor wat betreft het telefoongesprek nog geoordeeld zou kunnen worden dat door toedoen van N het gerechtvaardigd vertrouwen bij W bestond van een toereikende volmacht, waarvoor N het risico diende te dragen, geldt vanaf het moment van ontvangst van de factuur niet meer dat hij redelijkerwijs mocht aannemen dat Y bevoegd was de overeenkomst namens N aan te gaan. De aanwijzingen waren daarvoor te talrijk. N heeft tijdens het aangaan van de overeenkomst noch daarna zelf de schijn gewekt, waaruit W mocht afleiden dat Y tijdens het aangaan van de overeenkomst vertegenwoordigingsbevoegd was. N heeft evenmin de opdracht nadien bekrachtigd. Conclusie is dat geen overeenkomst tot stand is gekomen tussen N en W.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 410572 / HA ZA 08-2904

Vonnis van 3 juni 2009

in de zaak van

[A],

wonende te --,

eiser,

advocaat mr. P.J.L.J. Duijsens,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NTU VILLA ARENA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

Partijen zullen hierna [A] en NTU genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties

- de conclusie van antwoord, met producties

- het tussenvonnis van 24 december 2008, waarbij een comparitie is bepaald

- het proces-verbaal van comparitie van 1 april 2008, met het daarin vermelde stuk.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Eind september 2007 heeft [A] de winkel van NTU bezocht en aldaar met een medewerker, mevrouw [B], gesproken over de bekleding van twee trappen. [A] heeft zijn telefoonnummer bij haar achtergelaten.

2.2. Op of omstreeks 8 oktober 2007 heeft [B] [A] gebeld. Bij die gelegenheid heeft [A] zijn emailadres aan haar gegeven.

2.3. Op 9 oktober 2007 heeft [A] per email een factuur ontvangen van

La Donna De Luxe, BuitenBrinkweg 14-14 te Ermelo onder vermelding van onder meer telefoonnummer 0341-494899, mobiel 0630409971, e-mail: info@ladonnadeluxe.nl, bankrekeningnummer: 32 10 95 898 t.n.v. [B] en www.ladonnadeluxe.nl. Op de factuur, met bonnummer 2032009, staat verder, voor zover van belang:

(..)

Datum 8-10-07

Contactpers. [B]

(..)

Beschrijving 2 dichte trapen bekleed met tapie

Tweedichte trapen

Gaarne Accoord per mail, want dan kan ik hout bestellen.

Legdata is 12-11-2007.Binnen 5 dagen aanbetaling moet binnen.

(..)

Totaal € 10,000.00

Aanbetaalt 0,5 € 7.000,00

open bedrag € 3.000,00

(..)

Betaling Contant bij oplevering

Opmerkingen Bij oplevering gane open bedrag betalen

Of 3 dagen van tevoren overmaken

(..)

2.4. Op 18 oktober heeft [A] een bedrag van € 7.000,- overgemaakt op

bankrekeningnummer 32.10.95.898 ten name van [B] onder de vermelding van

‘bon nr 203 2009’.

2.5. In januari 2008 heeft [A] het 06-nummer van [B] gebeld, maar

kreeg geen contact. Vervolgens is [A] naar de winkel van NTU gegaan en vernam dat [B] daar niet meer werkte.

2.7. Op 29 mei 2008 is namens [A] een sommatie gestuurd aan NTU Tapijten. Geadresseerde is volgens dit schrijven in verzuim, krijgt ‘nog een laatste mogelijkheid de overeenkomst alsnog na te komen’. Indien niet aan dit verzoek wordt voldaan, ontbindt [A] de overeenkomst. Geadresseerde wordt gesommeerd om in dat geval binnen twee weken het bedrag van € 7.000,- te retourneren.

3. Het geschil

3.1. [A] vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht dat de overeenkomst ontbonden is, althans de overeenkomst alsnog te ontbinden, en NTU te veroordelen tot betaling van € 7.000,- aan [A], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2007 en NTU te veroordelen tot een vergoeding wegens buitengerechtelijke kosten ad € 866,- alsmede tot de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee weken na het in dezen te wijzen vonnis.

3.2. [A] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij een overeenkomst met NTU heeft gesloten en dat NTU in de nakoming daarvan tekortgekomen is.

3.3. NTU voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [A] stelt dat hij met NTU een overeenkomst heeft gesloten ter zake de koop en het leggen van bekleding voor twee trappen. Deze overeenkomst is gesloten met [B], een medewerker van NTU, die in die hoedanigheid NTU vertegenwoordigde. NTU heeft volgens [A] in ieder geval de schijn gewekt dat [B] bevoegd was de overeenkomst te sluiten. De trapbekleding is nooit geleverd en de werkzaamheden zijn nooit uitgevoerd. Vanwege deze tekortkoming in de nakoming is [A], zo stelt hij, gerechtigd de overeenkomst te ontbinden en moet NTU het door hem betaalde bedrag terugbetalen.

4.2. NTU voert het volgende ten verwere aan. Zij betwist dat [A] met haar een overeenkomst heeft gesloten. Een overeenkomst door haar winkelpersoneel wordt, zoals gebruikelijk in de woninginrichtingbranche, vastgelegd in een opdrachtbevestiging op papier van NTU met hierop haar bedrijfsgegevens en de voorwaarden en daarvan is hier geen sprake. [B] werkte als verkoopster bij NTU, maar [A] heeft in de winkel alleen een oriënterend gesprek gevoerd. Enige tijd daarna heeft hij met La Donna de Luxe een transactie gesloten. Deze overeenkomst is buiten de winkel en buiten de setting van NTU gesloten. [A] heeft € 7.000,- op de rekening van [B] - en niet van NTU - gestort. Hij kan er niet te goeder trouw van zijn uitgegaan dat de factuur een opdrachtbevestiging van NTU was.

4.3. Of tussen [A] en NTU een overeenkomst tot stand is gekomen dient te worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden. [A] beroept zich op (de schijn van) volmachtverlening door NTU. Bepalend is wat [A] en [B] over en weer hebben verklaard en uit elkaars gedragingen en verklaringen hebben mogen afleiden, en of [A] uit gedragingen van NTU redelijkerwijs mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend. Vast staat dat [B] op het moment dat [A] de winkel bezocht in dienst was bij NTU en NTU vertegenwoordigde. Voorts staat vast dat aldaar geen overeenkomst tot stand is gekomen. De overeenkomst is, zo heeft [A] verklaard, mondeling gesloten tijdens het telefoongesprek met [B] op of omstreeks 8 oktober 2007 en is door haar bevestigd met behulp van een factuur op naam van La Donna De Luxe. Op de factuur komt de naam NTU niet voor, staat een adres in Ermelo vermeld, een bankrekeningnummer ten name van [B] en voorts info@ladonnadeluxe.nl en www.ladonnadeluxe.nl, zo stelt de rechtbank vast. Verder vertoont de factuur opvallende spel- en taalfouten en wordt in de ‘ik-vorm’ gesproken daar waar staat: ‘.. dan kan ik hout bestellen’. Het was [A] verder bekend dat [B] hem gebeld heeft vanaf haar 06-nummer en niet via de vaste lijn van NTU.

4.4. Waar voor wat betreft het telefoongesprek nog geoordeeld zou kunnen worden dat door toedoen van NTU het gerechtvaardigd vertrouwen bij [A] bestond van een toereikende volmacht, waarvoor NTU het risico diende te dragen, geldt vanaf het moment van ontvangst van de factuur niet meer dat hij redelijkerwijze mocht aannemen dat [B] bevoegd was de overeenkomst namens NTU aan te gaan. De aanwijzingen (op de factuur) waren daarvoor te talrijk. NTU heeft tijdens het aangaan van de overeenkomst of nadien zelf niet de schijn gewekt, waaruit [A] mocht afleiden dat [B] tijdens het aangaan van de overeenkomst vertegenwoordigingsbevoegd was, noch heeft NTU de opdracht alsnog bekrachtigd. Dat alle kenmerken van de transactie overeenkwamen met wat [A] en [B] enige tijd daarvoor in de winkel van NTU hadden besproken, en [A] vervolgens het contact met [B] heeft voortgezet in het vertrouwen dat sprake was van vertegenwoordigingsbevoegdheid, doet hieraan niet af. Ook het gegeven dat [A], volgens zijn verklaring, niet verbaasd was of gealarmeerd werd door onder meer de zeer hoge aanbetaling, het ontbreken van een (door hem te tekenen) opdracht-bevestiging, de gegevens op de factuur, het ontbreken van de naam NTU en de vermelding van de naam van [B] en haar rekeningnummer, maakt dit niet anders. Voorts heeft [A] verklaard dat hij niet had gelet op de naam van de winkel waar hij het oriënterend gesprek voerde. Ook dit kan hem niet baten, nu van een ieder, afhankelijk van de omstandigheden, enig onderzoek mag worden verwacht, met name wanneer iemand goede reden had om te twijfelen, zoals in dit geval.

4.5. Gelet op vorenstaande is van een overeenkomst tussen NTU en [A] geen sprake. Als gevolg daarvan komt de gevorderde (verklaring voor recht betreffende) ontbinding van de overeenkomst niet voor toewijzing in aanmerking en kan [A] ook de door hem verrichte betaling - op een bankrekeningnummer van [B] - niet van NTU terugvorderen. De vordering zal derhalve worden afgewezen.

4.6. [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van NTU worden begroot op:

- vast recht 303,00

- salaris advocaat 768,00 (2,0 punt × tarief € 384,00)

totaal € 1.071,00

4.7. De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling meer.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van NTU tot op heden begroot op € 1.071,-,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.F. Voskens en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2009.?