Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ7391

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-05-2009
Datum publicatie
10-09-2009
Zaaknummer
378899 - HA ZA 07-2517
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis in incident; consumentenkoop; bevoegdheidskwestie, artikelen 59 lid 1, 15 lid 1 onder c, 16 lid 2 en 17 EEX-vo.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2010, 39
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 378899 / HA ZA 07-2517

Vonnis in incident van 13 mei 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BLUEPRINT MARINE B.V.,

gevestigd te Woerden,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. E.C. Lambers,

tegen

[A],

wonende te --,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. A. Knigge.

Partijen zullen hierna Blueprint B.V. en [A] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties,

- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, tevens conclusie van antwoord, met producties,

- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten in het incident

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken alsmede op grond van de overgelegde producties staat tussen partijen in het incident het volgende vast:

2.1. Op 27 januari 2007 hebben Blueprint B.V. en [A] een koopovereenkomst (hierna: de overeenkomst) ter zake van een motorjacht van het type Guardian 50 (hierna: het motorjacht) gesloten. Overeengekomen is dat [A] het motorjacht zou kopen tegen betaling van een koopprijs van € 700.000,-. De eerste tranche van € 100.000,- zou binnen 5 dagen na ondertekening op de Escrow account van de besloten vennootschap Jachtmakelaardij De Valk Loosdrecht B.V. (hierna: De Valk) worden gestort. De overeenkomst houdt, voor zover hier van belang, in:

(…) Blueprint Marine B.V. (…)

owner, hereinafter referred to as the Seller

and

(…) [A] (…)

Hereinafter referred to as the Purchaser

Declare that they have agreed the following.

(…)

Inspections

Article 4.1

Buyer is entitled within 21 days of signing this agreement to have the vessel (brought ashore and) appraised for his own account exclusively by an appraisal agency of his choice which is recognised as such by HISWA Vereniging and which has committed itself to carry out appraisal in accordance with the regulations referred to in article 4.2.

(…)

Article 4.3

If the surveyor (…) discover material defects for which no reservations have been made, the seller is free to decide either:

a. to have the material defects discovered by the surveyor during its appraisal remedied to the surveyor’s satisfaction in a skilled manner and within a reasonable time, or

b. to have parties deduct the repair costs to be set by the surveyor from the agreed purchase price of the vessel.

Article 4.4

If the costs of the repair work referred to in article 4.3 exceed 10 % of the agreed purchase price, or in the event the surveyor declares the vessel unfit, both buyer and seller have the right to dissolve this agreement. (…)

Non-performance of obligations

Article 5.1

In the event of the purchaser failing to comply with his obligations to pay, or in any other of his obligations pertaining to this contract, the purchaser shall forfeit to the seller an immutable penalty equal to 15% of the selling price (…).

(…)

Choice of domicile

Article 7

For the purpose of performing this contract and for the consequences thereof, the parties have exclusively chosen the offices of Jachtmakelaardij De Valk B.V. with address: ‘t Breukeleveense Meentje 6 as their domicile.

Arbitration

Article 8.1

All disputes arising from this contract shall be exclusively adjudicated by the competent court in the county, or by the County Court in the area where the seller’s legal adviser has his offices.

(…)

2.2. Bij e-mail van 1 februari 2007 heeft [A] laten weten dat de eerste tranche van € 100.000,- zou worden overgeboekt. Op 13 februari 2007 was voornoemd bedrag echter nog niet op de Escrow account van De Valk ontvangen.

2.3. [A] heeft het motorjacht op grond van artikel 4 van de overeenkomst laten keuren door een expert. Op 13 februari 2007 heeft hij aan De Valk bericht dat de expert enkele serieuze gebreken heeft gevonden.

2.4. Via zijn Engelse makelaar [B] heeft [A] op 15 en 16 februari 2007 laten weten af te zien de koop van het motorjacht. Bij e-mail van 28 februari 2007 heeft [A] vervolgens, voor zover hier van belang, het volgende aan Blueprint B.V. bericht:

(…) I would like to confirm that after reading the surveyors report and discussing the it with him I am withdrawing from the contact for the Guardian 50 which is a major disappointment for me personally (…)

2.5. Bij brief van 28 februari 2007 heeft de advocaat van Blueprint B.V., voor zover hier van belang, het volgende aan [A] bericht:

(…) It appears that you do not intend to honour your obligations under the sales agreement of 24th January 2007 regarding the Guardian 50 “Nicholas”.

(…) On behalf of client I formally summon you to transfer the agreed amount of € 100.000,-- to the De Valk escrow account on or before 2nd March 2007, and confirm that the remainder of the purchase price, € 600.000,-- has been received on or before 12th March 2007 by Stichting Escrow account De Valk Yacht Brokers (…)

Lacking this client will have to dissolve the sales agreement and claim the penalty under Article 5.1 plus all other damages resulting from your non performance (…)

2.6. [A] heeft hierop telefonisch laten weten dat hij gebruik maakt van het in artikel 4.4 van de overeenkomst opgenomen ontbindingsrecht.

2.7. Blueprint B.V. heeft vervolgens getracht in Groot-Brittannië een dagvaarding aan [A] uit te reiken. Deze dagvaarding heeft zij retour ontvangen met de aantekening dat zij niet kon worden uitgereikt.

2.8. Vervolgens heeft Blueprint B.V. [A] gedagvaard op het in artikel 7 van de overeenkomst gekozen adres en een openbare dagvaarding doen uitgaan. In haar dagvaarding maakt zij aanspraak op de in artikel 5.1 van de overeenkomst genoemde boete.

3. De vordering in het incident

3.1. [A] vordert in het incident dat de rechtbank zich bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, onbevoegd verklaart om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen, met veroordeling van Blueprint B.V. in de kosten van de procedure.

3.2. Ter onderbouwing van zijn vordering stelt [A] dat hij het motorjacht als consument voor privédoeleinden heeft gekocht van de op de internationale markt, en derhalve ook in Groot-Brittannië handelende Blueprint B.V. In dergelijke consumentenzaken is volgens [A] op grond van artikel 15 en 16 van de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo) de rechter van de woonplaats van de consument bevoegd. [A] stelt dat hij in Groot-Brittannië woonachtig is, zodat niet de Nederlandse, maar de Britse rechter ter zake van het onderhavige geschil bevoegd is. Weliswaar is er in artikel 8.1 van de overeenkomst een afwijkende keuze voor de Nederlandse rechter gemaakt, maar consumenten kunnen in consumentenzaken als de onderhavige niet van de bevoegde rechter worden afgetrokken door middel van een rechtskeuze, aldus [A].

3.3. Blueprint B.V. voert verweer. Op hetgeen zij aanvoert, wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in het incident

4.1. De vraag of de Nederlandse rechter tot beoordeling van het geschil in de hoofdzaak bevoegd is, dient te worden beantwoord aan de hand van de EEX-Vo. Voor toetsing aan de EEX-Vo is het allereerst van belang vast te stellen wat in het onderhavige geval de woonplaats van [A] is. Op grond van artikel 59 lid 1 EEX-Vo dient deze woonplaats aan de hand van het Nederlandse recht (artikel 1:10-14 Burgerlijk Wetboek (BW)) te worden vastgesteld. [A] stelt dat zijn woonplaats in Groot-Brittannië is gelegen. Blueprint B.V. betwist dit. Zij voert aan dat [A] ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding niet in Groot-Brittannië woonachtig was, maar een onbekende woon- of verblijfplaats in Nederland had. Dit leidt zij af uit het feit dat de door haar in Groot-Brittannië uitgebrachte dagvaarding niet kon worden uitgereikt en retour is ontvangen met de mededeling dat [A] voor onbepaalde tijd in Nederland verbleef. Dit verweer geeft blijk van een onjuiste uitleg van het begrip woonplaats en slaagt niet. Uit artikel 1:10 lid 1 Burgerlijk Wetboek volgt dat de woonplaats van een natuurlijk persoon zich te zijner woonstede (lees: woning) bevindt. Als woonstede heeft te gelden de plaats waar iemand werkelijk woont met zijn gezin, waar hij de zetel van zijn fortuin heeft, zijn zaken behartigt, zijn goederen en eigendommen beheert, kortom de plaats waar iemand niet vandaan gaat dan met een bepaald doel en tevens met het plan om, als dat doel is bereikt, terug te keren, aldus de Hoge Raad in zijn uitspraak van 19 januari 1880, W (1880) 4475. In deze zin bevond en bevindt de woonstede van [A] zich te Burnham, Groot-Brittannië. Weliswaar verbleef [A] gedurende enige tijd in Nederland en niet in zijn woning te Burnham, maar inmiddels is hij naar zijn woning in Burnham teruggekeerd, hetgeen Blueprint B.V. blijkens de in de aanhef van de conclusie van antwoord in het bevoegdheids-incident opgenomen zinsnede “[A], (thans) wonende te Burnham, UK” bekend is. Aangenomen moet worden dat [A] van zijn woning in Burnham vandaan is gegaan met het plan om daarnaar terug te keren. Met zijn tijdelijk verblijf in Nederland heeft hij zijn woonstede niet willen prijsgeven. Ook gedurende dit verblijf, is [A]s woning in Burnham, Groot-Brittannië, zijn woonstede en daarmee zijn woonplaats gebleven.

4.2. [A] stelt vervolgens dat hij de overeenkomst als consument heeft gesloten met het oogmerk het motorjacht in privé te gebruiken en dat Blueprint B.V. commerciële activiteiten ontplooit op de internationale markt, waaronder Groot-Brittannië. Dit wordt door Blueprint B.V. niet betwist. Op grond van een en ander moet worden aangenomen dat sprake is van een door een consument gesloten overeenkomst in de zin van artikel 15 lid 1 onder c EEX-Vo. Ten aanzien van dergelijke overeenkomsten geldt dat de artikelen 16 en 17 EEX-Vo - en niet artikel 13 van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Verdrag), zoals Blueprint B.V. betoogt - de bevoegdheid regelen. Blijkens artikel 16 lid 2 EEX-Vo is de rechter van de lidstaat op het grondgebied waarvan de consument woonplaats heeft - hier derhalve de rechter in Groot-Brittannië - bevoegd kennis te nemen van tegen de consument ingestelde vorderingen. Blueprint B.V. voert echter aan dat partijen in de zin van artikel 17 EEX-Vo bij overeenkomst van het bepaalde in artikel 16 EEX-Vo zijn afgeweken en wijst meer bijzonder op artikel 8.1 van de overeenkomst, waarin de rechtbank van de plaats van vestiging van de raadsman van Blueprint B.V. (lees: de rechtbank Amsterdam) als bevoegde rechter wordt aangewezen. Naar het oordeel van de rechtbank is deze forumkeuze evenwel niet rechtsgeldig gedaan. Op grond van artikel 17 EEX-Vo kan slechts bij overeenkomst van het bepaalde in artikel 16 EEX-Vo worden afgeweken, indien ofwel de overeenkomst is gesloten na het ontstaan van het geschil, ofwel de overeenkomst de consument de mogelijkheid geeft de zaak bij een ander gerecht aanhangig te maken, ofwel partijen op het tijdstip waarop de overeenkomst wordt gesloten woonplaats of hun gewone verblijfplaats in dezelfde lidstaat hebben en zij de gerechten van die lidstaat bij die overeenkomst bevoegd verklaren. Geen van deze situaties doet zich hier voor. [A] stelt derhalve terecht dat niet de Nederlandse rechter, maar de rechter in Groot-Brittannië bevoegd is kennis te nemen van het geschil in de hoofdzaak. De rechtbank zal zich ten aanzien van het geschil in de hoofdzaak dan ook onbevoegd verklaren.

4.3. Blueprint B.V. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld, aan de zijde van [A] in het incident begroot op € 452,- en in de hoofdzaak begroot op

- vast recht € 1.148,00

- salaris advocaat € 1.421,00

(1,0 punt x tarief € 1.421,00)

Totaal € 2.569,00

5. De beslissing in de hoofdzaak en in het incident

De rechtbank

5.1. verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen;

5.2. veroordeelt Blueprint B.V. in de proceskosten, aan de zijde van [A] in het incident begroot op € 452,- en in de hoofdzaak begroot op € 2.569,-;

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.H. Vink en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2009.?