Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ7379

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
10-09-2009
Zaaknummer
417582 / HAZA 09.0245
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis in incident; onbevoegdheid rechtbank; algemene voorwaarden; forumkeuzebeding; EEX-vo artikel 23 lid 1 sub a, b en c.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 417582 / HA ZA 09-245

Vonnis van 29 april 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PERSONAL CARE CONCEPTS B.V.,

gevestigd te Heerhugowaard,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. T. Teke,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

CREATIVE CONCEPT NORDIC A.B.,

gevestigd te Täby (Zweden),

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. E.P. Caris.

Partijen zullen hierna PCC en CCN genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 december 2008;

- de akte overlegging producties met toelichting;

- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid;

- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident, met producties.

1.2. Ten slotte is (nader) vonnis bepaald in het incident (en in de hoofdzaak).

2. Het geschil in de hoofdzaak

2.1. PCC vordert, kort gezegd, CCN bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, primair te veroordelen tot afname van cosmeticaproducten en tot betaling van EUR 121.376,96, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over EUR 114.083,00 vanaf 1 oktober 2008 en subsidiair tot betaling – bij wege van schadevergoeding – van EUR 114.083,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2008. Voorts vordert PCC zowel primair als subsidiair CCN te veroordelen tot betaling van EUR 17.112,45 ter zake buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2008, vergoeding van schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en betaling van de kosten van het geding.

2.2. PCC legt hieraan ten grondslag dat CCN is tekortgeschoten in de nakoming van een in maart 2007 tussen partijen gesloten koopovereenkomst en tevens dat CCN onrechtmatig jegens PCC heeft gehandeld, omdat CCN heeft nagelaten aan haar verplichting tot afname van voornoemde cosmeticaproducten te voldoen. PCC baseert de bevoegdheid van deze rechtbank op artikel 15.2 van haar algemene voorwaarden.

3. Het geschil in het incident

3.1. CCN vordert vóór alle weren dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en PCC niet ontvankelijk verklaart in het door haar gevorderde, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van PCC in de kosten van het incident.

3.2. CCN legt hieraan onder meer ten grondslag dat de algemene voorwaarden van PCC (hierna: de algemene voorwaarden) niet op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing zijn. Mochten de algemene voorwaarden toch van toepassing worden geacht dan stelt CCN dat alle bedingen daarin vervat, waaronder het forumkeuzebeding, vernietigbaar zijn omdat de algemene voorwaarden niet aan CCN ter hand zijn gesteld en haar derhalve geen redelijke mogelijkheid is geboden om daarvan kennis te nemen.

Voorts stelt CCN dat niet is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 23, eerste lid, onder a van de Verordening (EG) nummer 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de EEX-Verordening). CCN stelt dat er geen sprake is van wilsovereenstemming ten aanzien van het in de algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding.

Op grond van de artikelen 2 en 5 van de EEX-Verordening is de Zweedse rechter exclusief bevoegd van de vordering van PCC kennis te nemen, aldus CCN.

3.3. PCC voert gemotiveerd verweer en stelt dat de algemene voorwaarden, waaronder het forumkeuzebeding, wel degelijk van toepassing zijn op de overeenkomst tussen partijen. Aangezien de rechtbank op grond van het forumkeuzebeding bevoegd is om van het onderhavige geschil kennis te nemen, dient de incidentele vordering van CCN afgewezen te worden, met veroordeling van CCN in de kosten van het incident.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover hier van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in het incident

4.1. De rechtbank stelt voorop dat sprake is van een internationale koopovereenkomst en de EEX-Verordening op het onderhavige geschil tussen partijen van toepassing is. Uitgangspunt van de EEX-Verordening is dat zij die hun woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, worden opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Aangezien CCN in Zweden is gevestigd, is derhalve in beginsel de rechter in Zweden bevoegd. Gedaagden kunnen evenwel voor het gerecht van een andere lidstaat worden opgeroepen krachtens de regels, die in de afdelingen 2 tot en met 7 van hoofdstuk II van de EEX-Verordening zijn gegeven.

4.2. Ingevolge artikel 23, eerste lid EEX-Verordening is de rechter van die lidstaat bevoegd, welke partijen, waarvan er minstens één woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen, welke naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan. Voor het aannemen van een geldige forumkeuze eist artikel 23, eerste 1id, onder a EEX-Verordening dat de overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter gesloten is bij een schriftelijke overeenkomst, hetzij bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst.

4.3. Een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter in de zin van artikel 23, eerste lid, onder a EEX-Verordening kan slechts worden aangenomen, indien de aanwijzing daadwerkelijk het voorwerp heeft uitgemaakt van een wilsovereenstemming tussen partijen, die duidelijk en nauwkeurig tot uiting komt. Mitsdien dient te worden beoordeeld of de vereiste wilsovereenstemming tussen PCC en CCN ten aanzien van de forumkeuze zoals die is opgenomen in de algemene voorwaarden in het onderhavige geval kan worden aangenomen.

4.4. PCC stelt dat haar algemene voorwaarden op de tussen partijen gesloten koopovereenkomst van toepassing zijn omdat CCN de algemene voorwaarden heeft aanvaard en omdat PCC de algemene voorwaarden aan CCN ter hand heeft gesteld. Voorts stelt PCC dat CCN nooit bezwaar heeft gemaakt tegen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en op deze wijze het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat zij instemde met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden op de koopovereenkomst.

4.5. De rechtbank is van oordeel dat zelfs indien vastgesteld zou kunnen worden dat CCN de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden heeft aanvaard en dat de algemene voorwaarden door PCC aan CCN ter hand zijn gesteld, daaruit nog niet volgt dat zij daadwerkelijk en uitdrukkelijk heeft ingestemd met het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden. CCN kan niet geacht worden, door het feit dat zij niet heeft geprotesteerd tegen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, uitdrukkelijk met het in de algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding te hebben ingestemd. In dit geval is dus niet voldaan aan de – strikt te handhaven – voorwaarden van artikel 23, eerste lid, onder a EEX-Verordening. De stelling van PCC, dat naar aanleiding van het geschil tussen partijen onderhandelingen hebben plaatsgevonden waarin de directeur van CCN, de heer [A], erop is gewezen dat er bij niet betaling zou worden geprocedeerd in Nederland voor de volgens de algemene voorwaarden bevoegde rechter te Amsterdam, maakt dit niet anders.

4.6. Gesteld noch gebleken is voorts dat het onderhavige forumkeuzebeding is gesloten in een vorm die wordt toegelaten door de handelswijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn geworden (artikel 23, eerste lid, onder b EEX-Verordening) dan wel in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht worden genomen (artikel 23, eerste lid, onder c EEX-Verordening).

4.7. De rechtbank concludeert dat geen wilsovereenstemming bestaat tussen PCC en CCN ten aanzien van het in de algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding, de onderhavige forumkeuze niet onder het bereik van artikel 23 EEX-Verordening valt en derhalve niet geldig is.

Nu geen geldige forumkeuze is gedaan, zal de rechtbank zich in de hoofdzaak onbevoegd verklaren van het geschil kennis te nemen.

4.8. Gelet op het voorgaande behoeven de overige stellingen van partijen geen bespreking.

4.9. PCC zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident, aan de zijde van CCN tot op heden begroot op:

Vastrecht EUR 3.045,00

Salaris advocaat 452,00 (1 pnt x tarief II) +

Totaal EUR 3.497,00

5. De beslissing

De rechtbank

in het incident en in de hoofdzaak

5.1. verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen;

5.2. veroordeelt PCC als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident, aan de zijde van CCN tot op heden begroot op EUR 3.497,00;

5.3. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Straalen en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2009.?