Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ7061

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-07-2009
Datum publicatie
07-09-2009
Zaaknummer
AWB 08/5197 HUUR; AWB 08/5198 ZORG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorschot huur-/zorgtoeslag. Rechtmatig verblijf, artikel 9 van de Awir. Verblijfstitelcodes in de Gemeentelijke basisadministratie (GBA).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 08/5197 HUUR

AWB 08/5198 ZORG

uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaken tussen:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde mr. H.M. Brink

en

de Belastingdienst / Toeslagen,

gevestigd te Utrecht,

verweerder,

gemachtigde mr. F. Schultz.

1. Procesverloop

Verweerder heeft bij besluit van 26 november 2007 de betaling van de aan eiser toegekende voorschotten huurtoeslag over het jaar 2007 stopgezet, het toegekende voorschot herzien en het bedrag aan ten onrechte ontvangen voorschotten teruggevorderd.

Bij besluit van 2 december 2008 heeft verweerder het daartegen door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard (hierna: het bestreden besluit I).

Verweerder heeft bij besluit van 3 december 2007 de betaling van de aan eiser toegekende voorschotten zorgtoeslag over het jaar 2007 stopgezet, het toegekende voorschot herzien en het bedrag aan ten onrechte ontvangen voorschotten teruggevorderd.

Bij besluit van 2 december 2008 heeft verweerder het daartegen door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard (hierna: het bestreden besluit II).

Eiser heeft tegen de bestreden besluiten I en II beroep ingesteld.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

De rechtbank heeft de zaken ter zitting behandeld op 23 april 2009, waarvoor verweerder is opgeroepen. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 9, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: de Awir) heeft de belanghebbende geen aanspraak op tegemoetkoming, ingeval de partner van de belanghebbende een vreemdeling is die niet rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e, en l, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000). Ingevolge artikel 10, eerste lid, van de Vw 2000, voorzover van belang, kan de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, geen aanspraak maken op toekenning van verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen bij wege van een beschikking van een bestuursorgaan.

2.2 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser voor het jaar 2007 geen recht heeft op huur- en zorgtoeslag omdat eiser en zijn toeslagpartner in 2007 niet rechtmatig in Nederland verbleven. In de periode van 1 januari 2006 tot en met 3 januari 2007 stond eiser geregistreerd met code 98 in de GBA. Hierdoor staat vast dat eiser in deze periode geen rechtmatig verblijf in Nederland had. In de periode van 3 januari 2007 tot heden staat eiser in de GBA geregistreerd met code 31. Dit houdt in dat eiser in afwachting is van een beslissing op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 14 van de VW2000. In geval van registratie met code 31 staat artikel 8, onder f en g, in samenhang met artikel 11, tweede lid, onder b, van de VW2000 aan het verlenen van huur- dan wel zorgtoeslag in de weg.

2.3 Eiser stelt in beroep dat hij niet wist dat de tegemoetkomingen ten onterechte waren uitgekeerd. Vanwege het feit dat eiser bij de aanvragen alle gevraagde gegevens en stukken had overgelegd, had verweerder zelf nader onderzoek moeten verrichten naar de verblijfsstatus van eiser en zijn toeslagpartner. Verweerder had bijvoorbeeld de Gemeentelijke Basisadministratie (hierna: GBA) kunnen raadplegen. Nu verweerder dat heeft nagelaten, is het besluit in strijd met artikel 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft eiser onder meer verwezen naar de uitspraken van deze rechtbank met registernummers AWB 07/2058 ZORG en AWB 07/3101 HUUR van 31 oktober 2008. In deze uitspraken is – kort gezegd – overwogen dat verweerder in redelijkheid geen gebruik mocht maken van de bevoegdheid tot herziening (met terugwerkende kracht) en terugvordering, omdat de belanghebbende er geen rekening mee hoefde te houden dat een besluit daartoe zou worden genomen.

2.4. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Vast staat dat een voorschot huur- of zorgtoeslag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag wordt verleend op basis van de door de aanvrager ingediende gegevens. De uiteindelijke definitieve toekenning van de tegemoetkoming geschiedt op basis van de gegevens en omstandigheden van het gehele berekeningsjaar. De rechtbank stelt voorop dat het gaat om verlening van voorschotten. Eiser diende rekening te houden met de mogelijkheid dat de uiteindelijk toe te kennen huur- en zorgtoeslag zou afwijken van de verstrekte voorschotten. Zoals verweerder in beroep heeft gesteld zijn veel gegevens, waaronder gegevens over de verblijfsstatus in de GBA, niet statisch van aard, maar kunnen deze in de loop van het berekeningsjaar veranderen door wijzigingen in de situatie van de aanvrager. Hierdoor kunnen veel gegevens pas aan het einde van het berekeningsjaar worden vastgesteld. Dat betekent dat een definitieve berekening pas kan worden gemaakt aan het einde van een berekeningsjaar. Gelet hierop bestond er naar het oordeel van de rechtbank voor verweerder in de fase van de aanvraag voor huur- en zorgtoeslag en voorafgaande aan de verleende voorschotten, geen onderzoeks- of informatieplicht ten aanzien van de verblijfsstatus van eiser. Verweerder mocht zich dan ook baseren op de gegevens die eiser in zijn aanvraag heeft verstrekt. Anders dan in haar uitspraken van 31 oktober 2008, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden geconcludeerd dat verweerder onzorgvuldig jegens eiser heeft gehandeld door niet voorafgaande aan het verlenen van voorschotten zijn verblijfsstatus, door middel van het raadplegen van de GBA, nader te onderzoeken.

2.5. De rechtbank is voorts van oordeel dat, gezien de aard van een voorschot, de tekst van de wettelijke regeling en het feit dat in de toelichting bij het aanvraagformulier (en op internet) is vermeld dat de aanvrager van huur- en/of zorgtoeslag rechtmatig verblijf in Nederland dient te hebben, eiser op de hoogte had kunnen zijn van het feit dat deze gegevens van belang waren voor de toekenning van huur- en zorgtoeslag.

2.6. Ten aanzien van de door eiser aangehaalde uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 12 juli 2007 (LJN: BA8419) en de rechtbank Utrecht van 24 januari 2007 (LJN: AZ9772), overweegt de rechtbank dat hierin besluiten voorliggen die zijn genomen op grond van een (naar zijn aard) verschillend wettelijk regime, te weten de Huursubsidiewet. De rechtbank zal deze uitspraken daarom niet in de beoordeling betrekken.

2.7 Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak van 1 juli 2009 (te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer BJ1093) heeft overwogen mag de Belastingdienst zich baseren op de verblijfstitelcodes die in de GBA zijn opgenomen. Verweerder heeft dit onderzoek verricht en uit die codes blijkt dat eiser en zijn partner geen rechtmatig verblijf hadden in Nederland in 2007. Eiser heeft in bezwaar niet aannemelijk gemaakt dat hij in 2007 wel rechtmatig verblijf in Nederland had. Nu in de aangehaalde wettelijke bepalingen dwingend is voorgeschreven dat alsdan geen recht op tegemoetkoming bestaat is de rechtbank van oordeel dat verweerder op goede gronden is overgegaan tot stopzetting, herziening en terugvorderingen van de reeds verstrekte tegemoetkomingen. De wet biedt geen ruimte voor afwijking van de Wet buiten de daarin omschreven specifieke gevallen, die zich hier niet voordoen (zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 juni 2009, te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer: BI6058).

2.8. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of voor vergoeding van het betaalde griffierecht ziet de rechtbank geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.A.A.G. de Vries, voorzitter, mrs. L.C. Bachrach en N.M. van Waterschoot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Heijman, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2009.

De griffier is buiten staat De voorzitter,

de uitspraak te ondertekenen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te ’s Gravenhage.

Afschrift verzonden op:

DOC: B

SB