Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ5134

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-06-2009
Datum publicatie
13-08-2009
Zaaknummer
13-993020-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In deze zaak is onder leiding van verdachte beleggingsfraude gepleegd door middel van Investment Services B.V. De rechtbank acht in beginsel het oordeel over de vorderingen van de benadeelde partijen (40) niet zodanig moeilijk dat daarover niet zou kunnen worden beslist. De rechtbank legt bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding de schadevergoedingsmaatregel op. Straf: 4,5 jaar gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/993020-08 (PROMIS)

Datum uitspraak: 24 juni 2009

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] en thans gedetineerd in Oostenrijk in afwachting van zijn overlevering.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

10 en 11 februari 2009, 12 mei 2009 en 10 juni 2009.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode vanaf 1 maart 2006 tot en met 10 januari 2008, te Zaandam en/of Amsterdam en/of Heerhugowaard, in elk geval in Nederland en/of in Hongarije en/of in Tsjechië, al dan niet als oprichter en/of leider en/of bestuurder, heeft deelgenomen aan een organisatie, zijnde een samenwerkingsverband bestaande uit:

verdachte en/of [verdachte 2] en/of [verdachte 3] en/of [verdachte 4] alias [alias] en/of [verdachte 5] en/of [verdachte 6] en/of [verdachte 7], en/of [verdachte 8] en/of [verdachte 9] en/of [BV] met als handelsnaam Euroswiss en/of Investment Services BV en/of [verdachte 10] en/of [verdachte 11] alias [alias]

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het misdrijf van:

- artikel 82 Wet Toezicht Kredietwezen 1992/artikel 3:5 WFT jo artikel 1 jo artikel 6 WED;

- artikel 7 Wet toezicht effectenverkeer 1995/artikel 2:96 WFT jo artikel 1 WED;

- artikel 326 Wetboek van Strafrecht;

- artikel 225 Wetboek van Strafrecht;

- artikel 420 bis/ter Wetboek van Strafrecht;

welke deelneming bestond uit:

- het opdracht geven tot het sluiten van de overeenkomsten met de inleggers en/of het verrichten van handelingen om te verhullen wie of de aandeelhouders waren van Investment Services en/of het voeren van besprekingen betreffende het aanvragen van (post)bankrekeningen en/of het voeren van het beheer over de (post)bankrekeningen en/of het laten plaatsen van advertenties in regionale dagbladen voor het aantrekken van gelden en/of het maken van afspraken omtrent de winstverdeling en/of het beheer van de gelden en de verdeling van de gelden en/of opdracht geven tot het opmaken en aanmaken van websites en/of het leggen en/of het onderhouden van contacten;

- en/of gelden betalen en/of provisies betalen en/of presentaties geven over de te verkopen belegging en/of het opmaken van een prospectus en/of brochure en/of het laten drukken van een prospectus en/of het verspreiden van een prospectus;

(artikel 140 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 maart 2006 tot en met 10 januari 2008, te Zaandam en/of Amsterdam en/of Heerhugowaard,in elk geval in Nederland en/of in Tsjechië en/of in Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens met het oogmerk om zich en (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid,

hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels,

meerdere personen (gelduitleners en/of beleggers en/of investeerders) heeft bewogen en/of doen bewegen tot de afgifte van geld, waaronder

[persoon 1] voor een bedrag van euro 29.000,- en/of

[persoon 2] voor een bedrag van euro 76.500,- en/of

[persoon 3] voor een bedrag van euro 48.500,- en/of

[persoon 4] voor een bedrag van euro 225.000,- en/of

[persoon 5] voor een bedrag van euro 147.000,- en/of

[persoon 6] voor een bedrag van euro 50.000,-,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), - zakelijk weergegeven - telkens opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid;

- voorgewend dat Immo-fix VIII AG en/of Immo-fix IX AG en/of Immo-fix VI AG en/of Immo-Fix X AG en/of Immo-fix XI AG een bestaand bedrijf is dat moet worden aangemerkt als een effecten uitgevende instelling in de zin van artikel 7 van de WTE 1995/artikel 2:96 WFT en/of;

- voorgewend dat het namens Immo-fix VIII AG en/of Immo-fix IX AG en/of Immo-fix VI AG en/of Immo-Fix X AG en/of Immo-fix XI AG toegestaan was door de AFM gelden uit het publiek aan te trekken in de zin van artikel 82 WTK/artikel 3:5 WFT en/of;

- voorgewend dat het Investment Services en/of Euroswiss was toegestaan als emissiekantoor obligatieleningen te verkopen, en/of;

- voorgewend dat deze (niet bestaande) obligatieleningen waren uitgegeven ten behoeve van het ontwikkelen van vastgoed in de vorm van appartementen en/of woningen in Oostenrijk en/of Zwitserland, en/of;

- voorgewend dat er een hoog rendement kon worden behaald (van bijvoorbeeld 13,6%) met deze (niet bestaande) obligatieleningen, en/of;

-voorgewend dat maandelijks een percentage van de rente op de obligatie zou worden betaald, en/of;

- verzwegen dat de door de kopers ingelegde gelden naar bankrekeningen op naam van

[verdachte 10] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8] in Tsjechië werden overgemaakt, en/of;

- verzwegen dat de uitbetalingen aan de kopers/inleggers werden gedaan met hun eigen geld en niet zijn ontstaan uit de opbrengsten van het ontwikkelde vastgoed, en/of;

- zich onder een valse naam hebben gepresenteerd/voorgesteld aan de kopers;

waardoor bovengenoemde personen (gelduitleners en/of beleggers en/of investeerders) zijn bewogen tot de afgifte van geld;

(artikel 326 jo 47 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 maart 2006 tot en met 31 december 2006 te Zaandam en/of Amsterdam en/of Heerhugowaard,in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal, (telkens) opzettelijk bedrijfsmatig, onder meer op termijn opvorderbare gelden, van in totaal circa € 3.836.100,-” van het publiek onder wie:

[persoon 1] voor een bedrag van euro 29.000,- en/of

[persoon 2] voor een bedrag van euro 76.500,- en/of

[persoon 3] voor een bedrag van euro 48.500,- en/of

[persoon 4] voor een bedrag van euro 225.000,- en/of

[persoon 5] voor een bedrag van euro 147.000,- en/of

[persoon 6] voor een bedrag van euro 50.000,-

heeft aangetrokken en/of heeft doen aantrekken en/of ter beschikking heeft verkregen en ter beschikking heeft gehad, dan wel in enigerlei vorm heeft bemiddeld terzake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken of ter beschikking krijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden;

(artikel 82 WTK jo artikel 1 jo artikel 6 WED jo artikel 47 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2007 tot en met 10 januari 2008 te Zaandam en/of Amsterdam en/of Heerhugowaard,in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk bedrijfsmatig althans in de uitoefening van een bedrijf buiten de besloten kring, onder meer op termijn opvorderbare gelden, van in totaal circa € 3.836.100,-,

van het publiek, onder wie

-[persoon 1] voor een bedrag van euro 29.000,- en/of

-[persoon 2] voor een bedrag van euro 76.500,- en/of

-[persoon 3] voor een bedrag van euro 48.500,- en/of

-[persoon 4] voor een bedrag van euro 225.000,- en/of

-[persoon 5] voor een bedrag van euro 147.000,- en/of

- [persoon 6] voor een bedrag van euro 50.000,-

heeft aangetrokken en/of heeft doen aantrekken en/of ter beschikking heeft verkregen en ter beschikking heeft gehad, dan wel in enigerlei vorm heeft bemiddeld terzake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken of ter beschikking krijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden;

(artikel 3:5 WFT jo artikel 1 WED jo artikel 47 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 maart 2006 tot en met 31 december 2006 te Zaandam en/of Amsterdam en/of Heerhugowaard, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, zonder vergunning als effectenbemiddelaar, in en/of vanuit Nederland (beleggings)diensten heeft aangeboden en/of verricht voor een of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen niet behorende tot een besloten kring, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) middels Investment Services BV obligatieleningen verkocht aan het publiek;

(artikel 7 Wte 1995 jo artikel 1 WED jo artikel 6 WED)

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2007 tot en met 10 januari 2008 te Zaandam en/of Amsterdam en/of Heerhugowaard, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten.

(artikel 2:96 WFT jo artikel 1 WED jo artikel 47 Wetboek van Strafrecht)

2. Voorvragen

Verweren ten aanzien van de geldigheid van de dagvaarding

1.

De verdediging heeft met betrekking tot het eerste alternatief gestelde gedeelte van het onder 5 ten laste gelegde aangevoerd dat dit onderdeel van de tenlastelegging nietig moet worden verklaard nu de daarin opgenomen kwalificatie van verdachte als “effectenbemiddelaar” niet nader is gespecificeerd, terwijl artikel 1 onder a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (oud) vijf verschillende typen van “effectenbemiddelaar” onderscheidt.

2.

De verdediging heeft daarnaast bepleit dat het tweede alternatief gestelde gedeelte van het onder 5 ten laste gelegde nietig moet worden verklaard nu de daarin opgenomen beschrijving van de aan verdachte verweten gedraging onduidelijk en onbegrijpelijk is. Enige materiële invulling van de in dit onderdeel van de tenlastelegging opgenomen begrippen is volgens de verdediging niet gegeven.

3.

De verdediging heeft tevens bepleit dat nietigheid van de gehele tenlastelegging moet volgen nu deze als innerlijk tegenstrijdig moet worden aangemerkt. De verdediging heeft hierbij gewezen op het feit dat in de tenlastelegging enerzijds aan verdachte wordt verweten dat hij mensen heeft opgelicht door zich als handelaar in effecten te hebben voorgedaan en aan verdachte anderzijds wordt verweten dat hij als een echte handelaar in effecten de voor deze beroepsgroep geldende regels heeft overtreden.

De rechtbank verwerpt deze verweren en neemt daarbij het volgende in aanmerking.

Het onder 1 genoemd verweer ziet op een zinsnede van de tenlastelegging waarin is opgenomen dat verdachte ‘(…) zonder vergunning als effectenbemiddelaar, in en/of vanuit Nederland (beleggings)diensten heeft aangeboden en/of verricht voor een of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen niet behorende tot een besloten kring, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) middels Investment Services BV obligatieleningen verkocht aan het publiek’.

In deze omschrijving van de aan verdachte verweten gedraging is voor de lezer van de tenlastelegging voldoende duidelijk gemaakt op welke van de typen effectenbemiddelaars, genoemd in artikel 1 onder a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (oud), de tenlastelegging ziet. Naar het oordeel van de rechtbank is het dan ook niet nodig dat het begrip “effectenbemiddelaar” in de tenlastelegging nader wordt gedefinieerd.

Gezien de inhoud van het dossier, is de tekst van het tweede alternatief gestelde gedeelte van het onder 5 ten laste gelegde, zoals die in het onder 2 genoemde verweer is gewraakt, voldoende gespecificeerd. Het onder 2 genoemde verweer is dan ook tevergeefs voorgesteld.

Het onder 3 genoemde verweer treft evenmin doel nu de delicten waarop de verdediging in dit verband doelt, als afzonderlijke en karakteristiek verschillende delicten moeten worden beschouwd en als zodanig onderdeel van de tenlastelegging mogen uitmaken. De op dit punt door de verdediging aangevoerde discrepantie raakt dan ook niet de geldigheid van de dagvaarding. Dit laat onverlet dat de rechtbank in de hierna te bespreken beoordeling of en zo ja, in hoeverre de ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen, met deze door de verdediging aangestipte omstandigheid rekening kan houden.

Overige voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding ook overigens geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De waardering van het bewijs

De rechtbank gaat voor haar beslissing dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hieronder nader te noemen onderdelen van de tenlastelegging, uit van de volgende in samenvattende vorm weergegeven feiten en omstandigheden, zoals vervat in de als voetnoten weergegeven gebezigde bewijsmiddelen.

Als vaststaand neemt de rechtbank het navolgende aan.

Lijst van hierna te noemen verdachten:

- [verdachte 1], hierna verder genoemd [verdachte 1];

- [verdachte 5], hierna verder genoemd [verdachte 5];

- [verdachte 2], hierna verder genoemd [verdachte 2];

- [verdachte 9], hierna verder genoemd [verdachte 9];

- [verdachte 6], hierna verder genoemd [verdachte 6];

- [verdachte 8], hierna verder genoemd [verdachte 8];

- [verdachte 4], hierna verder genoemd [verdachte 4].

3.1. Voorgeschiedenis

[verdachte 6] is op 5 januari 2005 enig aandeelhouder en bestuurder van de besloten vennootschap ‘Aquafun B.V.’ geworden. De naam van de vennootschap is op 14 januari 2005 gewijzigd in ‘Investment Services B.V.’ (verder te noemen: Investment Services).i [verdachte 6] heeft ten aanzien van de opstartfase van Investment Services tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat door [verdachte 5] € 10.000,- à € 15.000,- in de vennootschap is geïnvesteerd en dat [verdachte 5] toen ook de aanloopkosten voor zijn rekening heeft genomen.ii

3.2. De overname van Investment Services

[verdachte 6] is op 9 maart 2006 uitgeschreven als enig aandeelhouder en bestuurder van Investment Services, waarna de vennootschap in handen is gekomen van IF Immo-fix AG, gevestigd te Laufen (Zwitserland). De Zwitserse onderneming is vanaf dat moment enig aandeelhouder en bestuurder van Investment Services en tevens is aan zekere [verdachte 10], woonachtig in Boedapest (Hongarije), een volmacht verstrekt om namens Investment Services op te treden.iii

De AFM heeft, nadat advertenties van door Investment Services uit te geven obligaties in regionale dagbladen waren verschenen – waarop overigens hierna nog nader zal worden ingegaan –, contact gezocht met onder meer het bestuur van IF Immo-fix AG.iv De rechtspersoon heeft op 12 april 2006 bij monde van de heer [persoon 19], die samen met zijn vrouw in Zwitserland een soort trustkantoor, genaamd Libelle Management GmbH, exploiteert, telefonisch aan de AFM laten weten dat Investment Services op 9 maart 2006 in opdracht van [verdachte 10] voor een bedrag van 1 euro is aangekocht.v

[verdachte 9] heeft over de betrokkenheid van [verdachte 10] bij Investment Services tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat [verdachte 10] slechts op papier eigenaar van de vennootschap was en dat [verdachte 1] en [verdachte 5] de werkelijke eigenaren waren. [verdachte 10] zou daarbij slechts als stroman hebben gefungeerd.vi Deze verklaring vindt steun in documenten die op een bij [verdachte 1] inbeslaggenomen USB-stick zijn aangetroffen en waarop (mogelijke) organisatiestructuren van de combinatie Investment Services – IF Immo-fix AG, zijn vastgelegd.vii

3.3. Voorbereiding van de nieuwe activiteiten van Investment Services

3.3.1. Bankrekeningen

Op 20 januari 2005 en op 1 oktober 2005 zijn reeds onder het bewind van [verdachte 6] een tweetal bankrekeningen bij respectievelijk de Postbank (rekeningnummer [nr]) en de ABN-AMRO ([nr]) geopend en op naam gesteld van Investment Services.viii [verdachte 9] heeft ten aanzien van de continuïteit van het bestaan van deze bankrekeningen ná de overname door [verdachte 10], tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat hij [verdachte 10] in opdracht van [verdachte 1] en [verdachte 5] van Schiphol heeft afgehaald en hem vervolgens naar filialen van beide banken heeft meegenomen, alwaar [verdachte 10] werd gemachtigd in naam van Investment Services B.V. te beschikken over de bankrekeningen.ix Uit de in het dossier gevoegde rekeninggegevens van de betreffende ABN-AMRO rekening is gebleken dat [verdachte 10] per 31 maart 2006 is opgevoerd als procuratiehouder van de rekening en dat deze mutatie in een ABN-AMRO filiaal te Zaandam heeft plaatsgevonden.x

Deze mutaties hebben evenwel niet ertoe geleid dat de feitelijke beschikkingsmacht over deze bankrekeningen uitsluitend bij [verdachte 10] kwam te liggen. [verdachte 9] heeft op dit punt tegenover FIOD verklaard dat [verdachte 6] reeds voor de overname beschikte over de vereiste inloggegevens om via internet met de genoemde Postbankrekening te kunnen bankieren en dat [verdachte 1] en [verdachte 5] na de overname met deze Postbankrekening konden bankieren via internet. De beschikking over de ABN-AMRO rekening kwam bovendien in handen van [verdachte 9] te liggen. Hij had een bankpas waarmee hij via internet kon bankieren en waartoe hij telkens overging wanneer hij per mail van [verdachte 1] of [verdachte 5] opdacht kreeg om geld van de rekening over te boeken naar buitenlandse bankrekeningen.xi

3.3.2. De verlenging van het huurcontract kantoor Investment Services

[verdachte 9] heeft voorts tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat hij [verdachte 10] in opdracht van [verdachte 1] en [verdachte 5] heeft meegenomen naar het kantoor van Investment Services, gevestigd op het [object]. De reden daarvoor was dat [verdachte 10] namens de rechtspersoon een huurcontract moest ondertekenen, zodat het verblijf in het bedrijfspand zou worden verlengd.xii In het dossier bevindt zich de betreffende huurovereenkomst, waarin ondermeer is opgenomen dat het nieuwe huurcontract op 1 april 2006 ingaat en dat het contract op 31 maart 2006 door [verdachte 10] is ondertekend.xiii

3.4. Immo-fix VIII

3.4.1. Productpresentatie van Immo-fix VIII in Okura Hotel te Amsterdam

[verdachte 9] heeft tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat op een vrijdag ergens in maart of april 2006 in het Okura Hotel te Amsterdam een bijeenkomst heeft plaatsgevonden, alwaar [verdachte 1] een presentatie van de eerste door Investment Services te verkopen beleggingsproducten, te weten Immo-fix VIII, heeft gegeven.xiv Deze verklaring vindt steun in de tegenover de FIOD afgelegde verklaringen van de bij de presentatie eveneens aanwezige [persoon 9] xv en [persoon 10] xvi waaruit naar voren komt dat ook de verdachten [verdachte 8], [verdachte 2] en [verdachte 4] bij die productpresentatie van [verdachte 1] aanwezig zijn geweest. De aanwezigheid van [verdachte 2] blijkt bovendien uit een aantal bij [verdachte 2] thuis aangetroffen documenten. Zo beschikte [verdachte 2] over een vooraankondiging van Immo-fix VIII.xvii [verdachte 2] heeft bovendien op briefpapier van het Okura Hotel genoteerde aantekeningen betreffende Immo-fix VIII xviii bewaard, alsmede had hij een visitekaartje van [verdachte 1] xix in zijn bezit.

3.4.2. Websites

Investment Services beschikte over websites voor de te verkopen beleggingen. [verdachte 9] heeft terzake hiervan tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat [verdachte 1] en [verdachte 5] zelf de website van Immo-fix hebben geregeld.xx Dit vindt steun in de inhoud van twee USB-sticks, die bij [verdachte 1] zijn aangetroffen en inbeslaggenomen. Op de USB-sticks zijn diverse website-bestanden aangetroffen die betrekking hebben op websites van Investment Services B.V.xxi De website “www.investmentservices.nl” bevatte volgens [verdachte 9] informatie over Immo-fix VIII, alsmede stond het trackrecord van Immo-fix vermeld.xxii

3.4.3. Advertenties

[verdachte 9] heeft met betrekking tot door Investment Services gebezigde advertenties tegenover de FIOD verklaard xxiii – zakelijk weergegeven – dat hij voor de aanvang van de eerdergenoemde productpresentatie in het Okura Hotel een e-mail had ontvangen met daarin opgenomen het verzoek om een advertentie inzake het product Immo-fix VIII, waarvan de tekst als bijlage was gevoegd, te doen plaatsen. Hem werd daaraan voorafgaand door [verdachte 1] verteld dat de advertentie moest worden geplaatst via Wegener, een uitgever die ondermeer verantwoordelijk is voor de verspreiding van diverse regionale dagbladen.xxiv [verdachte 1] had hem daarbij tevens gevraagd om de advertentie een dag na de productpresentatie te doen uitgaan. [verdachte 9] heeft aan dit verzoek gehoor gegeven, waarna op 31 maart 2006 een advertentie betreffende Immo-fix VIII in het regionale dagblad “Tubantia” is geplaatst xxv en op 1 april 2006 eenzelfde advertentie in het regionale dagblad “De Provinciale Zeeuwse Courant”.xxvi In de laatstgenoemde advertentie is ondermeer opgenomen dat de rente, groot 12% per jaar en 1% per maand, maandelijks wordt uitgekeerd.

3.4.4. Prospectus

[verdachte 9] heeft tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat [verdachte 1] en [verdachte 5] hem een prospectus inzake het beleggingsproduct Immo-fix VIII hebben gegeven, waarna [verdachte 1] op een later moment aan [verdachte 9] toestemming heeft gegeven het prospectus bij het bedrijf Multicopy te laten drukken.xxvii Een digitale versie van het prospectus inzake Immo-fix VIII is op een bij [verdachte 1] in beslag genomen USB-stick aangetroffen.xxviii

In het prospectus xxix is ondermeer het volgende opgenomen, zakelijk weergegeven:

- Deelname mogelijk vanaf € 10.000,- (§ 1.2);

- Verwacht rendement: 13.61 % (§ 1.2.);

- Immo-fix VIII AG biedt (...) investeerders de mogelijkheid om door middel van Obligaties deel te nemen in de aankoop en exploitatie van vier wooncomplexen in Zwitserland (§ 1.3);

- De objecten betreffen vier appartementencomplexen. Eén complex bestaat uit een verschillend aantal woningen (§ 1.4);

- Het uitgifte kantoor, Investment Services B.V., is 100% dochter van Immo-fix AG, een naamloze vennootschap naar Zwitsers recht. Immo-fix AG is 100% eigenaar van het fonds in Zwitserland, Immo-fix VIII AG (§ 1.7);

- Immo-fix VIII AG is een uitgevende instelling in de zin van de Wet toezicht effectenverkeer (Wte) en heeft in dit kader het Prospectus conform de Prospectusrichtlijn van de Europese Unie opgesteld en goedkeuring aangevraagd en verkregen van de toezichthouder, de Autoriteit Financiële Markten (§ 1.8);

- Plaatsingskantoor: Investment Services B.V., Ankersmidplein 2, 1506 CK te Zaandam (§ 3);

- Investment Services B.V. is vanaf 1996 actief in het plaatsen van vastgoedprojecten bij particulieren en rechtspersonen. Inmiddels heeft Investment Services B.V. meegewerkt aan de succesvolle plaatsing van vele vastgoedprojecten. Met meer dan 23 vastgoedprojecten heeft Investment Services B.V. veel ervaring opgebouwd met het plaatsen van participaties bij particulieren en rechtspersonen. Duizenden beleggers hebben via Investment Services B.V. in totaal voor meer dan 275 miljoen euro belegd (§ 4.3.).

3.4.5. De verkoop van obligaties Immo-fix VIII

Achter de (telefonische) verkoop van de obligaties Immo-fix VIII zat een gestructureerde organisatie, waarbij [verdachte 1] volgens de verkopers [persoon 10] en [persoon 9] als directeur/baas optrad.xxx [verdachte 9] heeft terzake hiervan tegenover de FIOD ondermeer verklaard xxxi – zakelijk weergegeven – dat twee groepen verkopers, bestaande uit in totaal 7 personen, in het kantoor te Zaandam voor [verdachte 1] en [verdachte 5] hebben gewerkt, waarbij hij, [verdachte 9], als manager, één groep verkopers aanstuurde, waarvan ondermeer [verdachte 8], een goede vriend van [verdachte 9], deel uitmaakte. Tot de andere groep verkopers behoorde ondermeer een persoon, genaamd [persoon 11], waarvan [verdachte 9] op een later moment tegenover de FIOD heeft verklaard dat achter die naam [verdachte 2] schuil gaat.xxxii Dat [verdachte 2] voor Immo-fix VIII heeft gewerkt vindt steun in diens eerder vastgestelde aanwezigheid bij de productpresentatie van Immo-fix VIII in het Okura Hotel te Amsterdam in samenhang met de eerdergenoemde bij [verdachte 2] aangetroffen bescheiden inzake Immo-fix VIII, alsmede in de verklaring die [verdachte 2] tegenover de FIOD heeft afgelegd. Hij heeft toen ondermeer verklaard – zakelijk weergegeven – dat hij in het begin van het jaar 2006 twee maanden bij Investment Services te Zaandam heeft gewerkt en toen aldaar klanten via de telefoon te woord heeft gestaan en daarbij hun vragen aangaande de projecten van Investment Services heeft beantwoord.xxxiii [persoon 9] heeft ten aanzien van zijn werkzaamheden tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat hij de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van geïnteresseerden noteerde waarna hij mensen met specifieke vragen doorverwees naar [verdachte 9].xxxiv De laatstgenoemde heeft ten aanzien daarvan tegenover de FIOD ondermeer verklaard – zakelijk weergegeven – dat dergelijke vragen van (potentiële) investeerders met behulp van de inhoud van het prospectus werden beantwoord.xxxv Het prospectus werd volgens [verdachte 9] door ondermeer [verdachte 8] en [persoon 10] ook per post naar potentiële klanten verzonden.xxxvi

Voornoemde verkoopactiviteiten zijn op een gegeven moment verplaatst naar een kantoor in Almelo. [verdachte 9] heeft in het kader hiervan tegenover de FIOD verklaard

– zakelijk weergegeven – dat hij [verdachte 1] en [verdachte 5] had ingelicht over een op het kantoor te Zaandam ontvangen brief van de AFM, waarna zij een kantoor in Almelo hebben geregeld. Zij regelden dat de verkopers konden verblijven in het Theaterhotel te Almelo.xxxvii De door [verdachte 9] genoemde brief van de AFM ziet op een door haar op 6 april 2006 verzonden brief aan Investment Services strekkende tot het verschaffen van inlichtingen, omdat de door haar geconstateerde activiteiten van Investment Services als effectenbemiddelaar haar op dat moment deden vermoeden dat sprake was van overtreding van artikel 7 van de Wte 1995.xxxviii De brief is evenwel onbeantwoord gebleven.xxxix

De zojuist genoemde verklaring van [verdachte 9] vindt steun in de verklaring die [persoon 10] tegenover de FIOD heeft afgelegd, waarbij hij ondermeer heeft verklaard – zakelijk weergegeven – dat de volledige ploeg, inclusief [verdachte 9] en [verdachte 8], alsmede ook [verdachte 1] en [verdachte 5], in het Theaterhotel te Almelo verbleef en dat de verkoop in Almelo is voortgezet. Dat [verdachte 8] hierbij aanwezig is geweest, wordt tevens bevestigd door een zich in het dossier bevindend registratieformulier van het hotel, dat door hem is ondertekend en waarop staat vermeld dat hij van 10 april 2006 tot en met 15 april 2006 in het hotel heeft verbleven.xl

Investment Services heeft met behulp van de advertenties, een website, het prospectus en de verkopers, zoals hiervoor besproken, veel mensen weten te interesseren en hen bewogen tot de aanschaf van obligaties Immo-fix VIII. Zo heeft [persoon 4] op 13 april 2006 € 30.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van drie obligaties Immo-fix VIII.xli [persoon 3] heeft op 18 april 2009 € 10.000,- overgemaakt naar de ABN-AMRO rekening van Investment Services, ter zake van de inschrijving van één obligatie Immo-fix VIII.xlii [persoon 12] en [persoon 13] hebben op 19 april 2006 respectievelijk € 50.000,- en € 100.000,- overgemaakt naar de ABN-AMRO rekening van Investment Services, ter zake van de inschrijving van obligaties Immo-fix VIII.xliii [persoon 14] heeft op 26 april 2006 € 10.000,- overgemaakt naar de ABN-AMRO rekening van Investment Services, ter zake van de inschrijving van één obligatie Immo-fix VIII.xliv Deze betalingen corresponderen tevens met de los in de stukken opgenomen inschrijvingsformulieren, die de genoemde beleggers, met uitzondering van [persoon 3], ter terechtzitting als benadeelde partij in het in geding hebben gebracht.

In totaal 51 personen hebben ingeschreven op obligaties Immo-fix VIII, voor een totaalbedrag van € 1.111.500,-.xlv De laatste inschrijver van Immo-fix VIII, [persoon 15], heeft op 12 juni 2006 € 51.500,- overgemaakt naar de ABN-AMRO rekening van Investment Services.xlvi

3.4.6. Overboekingen naar het buitenland van gelden verkregen door de verkoop Immo-fix VIII

Zoals eerder al is vastgesteld, lag de feitelijke beschikking over de ABN-AMRO rekening van Investment Services in handen van [verdachte 9]. Hij had immers een bankpas waarmee hij via internet kon bankieren en waartoe hij telkens overging wanneer hij per mail van [verdachte 1] of [verdachte 5] opdacht kreeg om geld van de rekening over te boeken naar buitenlandse bankrekeningen. [verdachte 9] heeft hierover verder verklaard – zakelijk weergegeven – dat in elke e-mail stond gespecificeerd hoeveel geld moest worden overgemaakt, alsmede naar wiens rekening het bedrag moest worden overgemaakt. Medio mei 2006 heeft hij naar aanleiding daarvan dan ook, naar eigen zeggen, argwaan gekregen.xlvii De overboekingen naar buitenlandse bankrekeningen worden bevestigd in de zich in het dossier bevindende bankafschriften van de ABN-AMRO rekening, waarin ondermeer is opgenomen dat in de periode van 18 april 2006 tot en met 25 april 2006 veertien maal telkens een geldbedrag van € 50.000,- is overgeboekt naar een buitenlandse bankrekening ten name van [verdach[verdachte 10].xlviii

De ABN-AMRO heeft daarna contact gezocht met Investment Services, waarbij [verdachte 9] te horen kreeg dat de ABN-AMRO de hiervoor genoemde overboekingen naar Tsjechië niet meer zou uitvoeren. [verdachte 9] heeft vervolgens contact gehad met [verdachte 1] en [verdachte 5], waarna hij van hen ondermeer de opdracht kreeg de klanten te doen informeren dat de inleggelden alleen nog maar op de Postbankrekening konden worden gestort. Hij moest tevens buitenlandse overboekingsformulieren van de Postbank regelen. De formulieren werden in Hongarije (oningevuld) ondertekend, waarna [verdachte 9] voor elke buitenlandse overboeking een e-mail van [verdachte 5] ontving, die werd verzonden vanaf het adres “[e-mailadres]”. Telkens wanneer de formulieren door [verdachte 9] waren ingevuld met behulp van de benodigde gegevens in de betreffende e-mail, dan moest hij het formulier op verzoek van [verdachte 5] scannen en ter controle opsturen naar het voornoemde e-mailadres, waarna het formulier pas na goedkeuring van [verdachte 5] in de brievenbus van de Postbank mocht worden gedaan.xlix Dat ook [verdachte 1] hierbij betrokken is geweest, blijkt ondermeer uit een bestand dat op een bij [verdachte 1] inbeslaggenomen USB-stick is aangetroffen, waarop ondermeer het vereiste wachtwoord, te weten “[wachtwoord]”, is aangetroffen voor het gebruik van het voornoemde e-mailadres.l Op de USB-stick is tevens een PDF-bestand aangetroffen, waarop twee gescande en volledig ingevulde internationale overschrijvingskaarten zijn vastgelegd die betrekking hebben op de Postbankrekening van Investment Services met als begunstigde [verdachte 10].li

3.4.7. Verdeling van de ontvangen gelden van de beleggers

Het door de beleggers ingelegde geld is tevens gebruikt voor de (afgesproken) beloning van de werkzaamheden van de telefonische verkopers. [verdachte 9] heeft ten aanzien daarvan tegenover de FIOD verklaard lii – zakelijk weergegeven – dat hij een provisie van 3% over de totale inleg door de beleggers in Immo-fix VIII zou ontvangen en dat [verdachte 8], [verdachte 2] en [persoon 10] elk een provisie van 1% over de inleg zouden ontvangen. Dit was reeds tijdens de eerder genoemde productpresentatie in het Okura Hotel te Amsterdam door [verdachte 1] meegedeeld. [verdachte 9] is voor de uitbetaling van de onderliggende bedragen naar Hongarije en Zwitserland gegaan om geld op te halen. Zo ontving hij in juni 2006 in Hongarije van [verdachte 1] een envelop met daarin ongeveer € 27.000,-, waarna hij de inhoud gelijkelijk verdeelde over hemzelf, [verdachte 8] en [persoon 10]. Reeds daarvoor had [verdachte 9] in Zürich (Zwitserland) van [verdachte 1] of [verdachte 5] een bedrag van € 18.000,- als voorschot ontvangen, waarmee dus werd voldaan aan de gemaakte afspraken ten aanzien van de provisies. Hem werd in Zürich door [verdachte 1] verteld dat ondermeer [verdachte 2] voor de betaling van de provisies aan de andere verkoopploeg zou zorgen, nu de vrees bestond dat [verdachte 9] anders met te veel geld op zak over straat zou gaan. [verdachte 2] heeft op een later moment aan [verdachte 9] verteld dat hij, [verdachte 2], in juni 2006 ook naar Hongarije is gegaan om geld op te halen voor de andere verkopers van Immo-fix VIII. [verdachte 9] is vervolgens drie à vier weken na zijn eerste bezoek nogmaals naar Hongarije gegaan, alwaar hij van [verdachte 1], naast de hiervoor genoemde overboekingsformulieren van de Postbank, een bedrag van ongeveer € 10.000,- ontving, welk bedrag hij later in Nederland weer deelde met [verdachte 8] en [persoon 10]. Hem werd daarbij door [verdachte 1] en [verdachte 5] verteld dat de andere verkopers hun provisies via ondermeer [verdachte 2] ontvingen. Tevens werd hem toen verteld dat Immo-fix VIII afgelopen zou zijn.

Deze verklaring van [verdachte 9] vindt steun in de verklaringen die [persoon 10] tegenover de FIOD heeft afgelegd, waarbij hij ondermeer heeft verklaard – zakelijk weergegeven – dat hij voor het werk voor Investment Services een provisie van 1% zou ontvangen over de geldbedragen die hij binnenhaalde liii, dat de ontvangen onkostenvergoeding voor de gemaakte reiskosten op die provisie in mindering werd gebrachtliv en dat hij van [verdachte 9] in totaal € 7.000,- à € 7.500,- voor zijn werkzaamheden heeft ontvangen.

3.5. Immo-fix IX

3.5.1. Instructies in Nunspeet

Volgens [verdachte 9] heeft medio september 2006 in een snackbar in Nunspeet een bespreking plaatsgevonden, waarbij [verdachte 1] en [verdachte 5] aan ondermeer [verdachte 9] en [verdachte 2] hebben verteld dat zij een nieuw beleggingsproject, genaamd Immo-fix IX, wilden opzetten en dat daarbij met een kleinere groep verkopers zou worden gewerkt. [verdachte 9] kreeg daarbij van [verdachte 1] een papieren versie van het prospectus van Immo-fix IX met de instructie deze te laten drukken en hem werd tevens verteld dat min of meer op de dezelfde wijze als bij Immo-fix VIII zou worden gehandeld. Anders dan bij Immo-fix VIII heeft [verdachte 9] zich in opdracht van [verdachte 5] en [verdachte 1] bij Immo-fix IX niet beziggehouden met de verkoop van beleggingsproducten – die lag in handen van ondermeer [verdachte 2]. [verdachte 9] hield zich slechts bezig met klusjes, zoals het eerder genoemde bij Multicopy laten drukken van de prospectussen – wat overigens veelal op rekening van Investment Services geschiedde en waarvan de facturen door [verdachte 9] werden verzonden naar [verdachte 1] en [verdachte 5] op het e-mailadres “[e-mailadres]” – , het ophalen van de post, het versturen van de prospectussen aan potentiële klanten en het overmaken van geld naar het buitenland , alsmede het vervoeren van [verdachte 10] naar een kantoorpand van het bedrijf [bedrijf] lv in Amsterdam Sloterdijk om hem, [verdachte 10], aldaar een huurcontract namens Investment Services te laten ondertekenen. [verdachte 9] heeft deze werkzaamheden verricht in de periode van oktober 2006 tot en met december 2006 en hij is hiermee gestopt nadat [verdachte 1] en [verdachte 5] hem hadden gezegd dat genoeg geld was binnengekomen.lvi

Deze verklaring wordt op onderdelen bevestigd door de inhoud van andere bewijsmiddelen. Zo bevindt zich in de stukken een contract van 16 november 2006 tussen Investment Services en [bed[bedrijf], dat ziet op de verhuur van het pand [pand].lvii Dit contract is namens Investment Services door [verdachte 10] ondertekend en ter verificatie daarvan is aan het contract een kopie van diens paspoort gehecht. Voorts is in de afschriften van de Postbankrekening van Investment Services een betaling aan Multicopy te zien, waarbij € 1.846,58 naar de bankrekening van Multicopy is overgemaakt.lviii

3.5.2 Advertentie

Op 25 november 2006 is in het dagblad “De Telegraaf” een advertentie inzake Immo-fix IX geplaatst, waarbij vastgoedobligaties betrekking hebbende op vastgoed in Zwitserland worden gepresenteerd en waarop staat vermeld dat de inleg vanaf € 10.000,- mogelijk is en dat de rente, groot 12% per jaar, maandelijks in de grootte van 1% wordt uitgekeerd.lix Dezelfde advertentie is samen met een afschrift van een daarop betrekking hebbende rekening van De Telegraaf, groot € 8.743,-, op een bij [verdachte 1] in beslaggenomen USB-stick aangetroffen.lx De betaling van dit bedrag aan De Telegraaf heeft, blijkens de afschriften van de Postbankrekening van Investment Services, op 22 november 2006 plaatsgevonden.lxi

3.5.3. Website

De AFM heeft tijdens haar onderzoek op 30 november 2006 geconstateerd dat op de Nederlandstalige website “www.immo-fix-com” obligatieleningen inzake Immo-fix IX aan het publiek werden aangeboden en tevens werd daarop het – hieronder verder te bespreken – prospectus van Immo-fix IX elektronisch ter beschikking gesteld. Het prospectus is als bijlage gevoegd bij de eerder genoemde aangifte van de AFM.lxii

3.5.4. Het prospectus

Het door de AFM via de eerdergenoemde website verkregen prospectus Immo-fix IX is tevens aangetroffen op een bij [verdachte 1] inbeslaggenomen USB-stick.lxiii In het prospectuslxiv is ondermeer het volgende opgenomen, zakelijk weergegeven:

- Deelname mogelijk vanaf € 10.000,- (§ 1.2);

- Verwacht rendement: 13.61 % (§ 1.2.);

- Immo-fix IX AG biedt (...) investeerders de mogelijkheid om door middel van Obligaties deel te nemen in de aankoop en exploitatie van woningen in Zwitserland

(§ 1.3);

- De Objecten betreffen drie appartementencomplexen. Elk complex bestaat uit 10 woningen (§ 1.4);

- Immo-fix IX AG, een naamloze vennootschap naar Zwitsers recht, is opgericht door Immo-fix AG en is voor 100% (…) eigenaar van De Objecten (§ 1.7);

- Immo-fix IX AG is een uitgevende instelling in de zin van de Wet toezicht effectenverkeer (Wte) en heeft in dit kader het Prospectus conform de Prospectusrichtlijn van de Europese Unie opgesteld.Het Prospectus van Immo-fix IX AG valt onder de vrijstellingsregeling van de Wet Toezicht Effectenverkeer 1995 (Wte).

(§ 1.8);

- Plaatsingskantoor: Investment Services B.V., Ankersmidplein 2, 1506 CK te Zaandam (§ 3);

- Investment Services B.V. is vanaf 1996 actief in het plaatsen van vastgoedprojecten bij particulieren en rechtspersonen. Inmiddels heeft Investment Services B.V. meegewerkt aan de succesvolle plaatsing van vele vastgoedprojecten. Met meer dan 23 vastgoedprojecten heeft Investment Services B.V. veel ervaring opgebouwd met het plaatsen van participaties bij particulieren en rechtspersonen. Duizenden beleggers hebben via Investment Services B.V. in totaal voor meer dan 275 miljoen euro belegd (§ 4.3.).

3.5.5. De verkoop van obligaties Immo-fix IX

Het benaderen van klanten lag, zoals eerder al is vastgesteld, in handen van ondermeer [verdachte 2]. [verdachte 9] heeft tegenover de FIOD verklaard dat hij van ondermeer [verdachte 2] de adressen van klanten ontving aan wie hij, [verdachte 9], prospectussen per post moest versturen. De verzending ging telkens vergezeld van een begeleidende brief, die met de naam “[persoon 11]”, de naam waaronder [verdachte 2] contact met de (potentiële) klanten had onderhouden, was ondertekend.lxv

Investment Services heeft met behulp van een advertentie, een website en het prospectus, zoals hiervoor besproken, veel mensen weten te interesseren en hen bewogen tot de aanschaf van obligaties Immo-fix IX. Zo heeft [persoon 14] op 18 oktober € 10.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van één obligatie Immo-fix IX.lxvi [persoon 13] heeft op 23 oktober 2006 € 100.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van obligaties Immo-fix IX.lxvii [persoon 4] heeft op 26 oktober 2006 € 50.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van obligaties Immo-fix IX.lxviii [persoon 12] heeft op 7 november 2006 € 50.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services.lxix [persoon 1] heeft op 8 december 2006 € 10.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van één obligatie Immo-fix IX.lxx [persoon 3] heeft op 17 januari 2007 € 10.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van één obligatie Immo-fix IX.lxxi Deze betalingen corresponderen met de in de stukken opgenomen inschrijvingsformulieren, die de genoemde beleggers, met uitzondering van de twee laatstgenoemde beleggers, ter terechtzitting als benadeelde partij in het in geding hebben gebracht.

In totaal 46 personen hebben ingeschreven op obligaties Immo-fix IX, voor een totaalbedrag van € 1.143.300,-.lxxii Dit werd ook zorgvuldig geregistreerd. Op een onder [verdachte 1] in beslaggenomen USB-Stick zijn bestanden, waarop de gegevens van de afnemers van Immo-fix IX voorkomen, aangetroffen.lxxiii De laatste inschrijver van Immo-fix IX, [persoon 16], heeft op 29 januari 2007 € 10.000,- overgeboekt naar de Postbankrekening van Investment Services.lxxiv

3.5.6. Overboekingen naar het buitenland van gelden verkregen door de verkoop Immo-fix IX

[verdachte 9] heeft tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat hij tijdens Immo-fix IX gelden heeft overgemaakt naar het buitenland. [verdachte 5] stuurde hem alle bankgegevens door per e-mail, waarna hij op een door [verdachte 10] te voren ondertekend overschrijvingsformulier – zoals reeds hiervoor is besproken – de gegevens invulde en het formulier vervolgens opstuurde naar de Postbank. Hij heeft deze handelingen in de periode van oktober 2006 tot en met december 2006 meermalen verricht, waarna hij geen e-mails met betalingsinstructies meer ontving. Volgens [verdachte 9] hing dat samen met het gegeven dat het vanaf januari 2007 bij de Postbank mogelijk was geworden ook via internet buitenlandse overboekingen te verrichten en dat daarmee zijn hulp niet meer noodzakelijk werd geacht.lxxv De door [verdachte 9] genoemde betalingen blijken tevens uit de afschriften van de Postbankrekening van Investment Services, die zich in de stukken bevinden. Zo is op 30 oktober 2006 een bedrag van 200.000 euro overgemaakt naar een buitenlandse bankrekening ten name van [verdachte 10].lxxvi Eenzelfde bedrag is op 16 november 2006 naar de rekening van [verdachte 10] overgemaakt lxxvii en op 18 en 21 december 2006 is telkens een bedrag van 150.000 euro naar [verdachte 10] overgemaakt.lxxviii Eenzelfde bedrag is op 2 januari 2007 naar [verdachte 10] overgemaakt lxxix en op 7 februari 2007 is een bedrag van 130.000 euro naar de rekening van [verdachte 10] overgemaakt.lxxx

3.5.7. Verdeling van de ontvangen gelden van de beleggers

[verdachte 9] heeft ten aanzien van zijn beloning voor zijn werkzaamheden inzake Immo-fix IX tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat hij daarvoor naar het eerder genoemde kantoor in Amsterdam Sloterdijk is gegaan, alwaar hij een bedrag van 3000 à 4000 euro in briefjes van 50 euro heeft ontvangen.lxxxi Deze verklaring correspondeert met de inhoud van een in de auto van [verdachte 1] aangetroffen en in beslaggenomen notitieboekje lxxxii waarin ondermeer de volgende handgeschreven aantekening is opgenomen, zakelijk weergegeven:

20-2-07 Provisie[E]300.000 x 7%= 21.000[voornaam 1] (de rechtbank begrijpt: [verdachte 2])150.000 x 7%= 10.500[voornaam 2] (de rechtbank begrijpt: [verdachte 9])150.000 x 2%= 3.000

3.6. Immo-fix X

3.6.1. Werkbespreking in Den Haag

[verdachte 9] heeft tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat in maart of april 2007 een bespreking in het huis van [verdachte 2] in Den Haag heeft plaatsgevonden, waarbij [verdachte 1] en [verdachte 5] aan [verdachte 9] en [verdachte 2] hebben verteld dat het beleggingsproduct Immo-fix X, een kleinschalig project, voor de markt gereed was. Het op de markt brengen van Immo-fix X hield – anders dan bij de voorgaande projecten – in dat oude en bestaande klanten, die op enig moment in een Immo-fix project hadden geïnvesteerd, door [verdachte 9] en [verdachte 2] telefonisch werden benaderd met de vraag of zij interesse hadden in de nieuwe belegging.lxxxiii [verdachte 1] en [verdachte 5] hadden hen daartoe geïnstrueerd.lxxxiv

3.6.2. Het prospectus

Indien interesse bestond, dan werd aan de betreffende klant een prospectus inzake Immo-fix X verzonden, vergezeld van een door [verdachte 9] en [verdachte 2] opgestelde brief ondertekend door “[persoon 11]” . De prospectussen waren daarvoor door [verdachte 1] aan [verdachte 2] en [verdachte 9] verstrekt.lxxxv Het prospectus inzake Immo-fix X is op een computer van [verdachte 9] aangetroffen en in beslaggenomen.lxxxvi Daarin is ondermeer opgenomen, zakelijk weergegeven:

- Deelname mogelijk vanaf € 10.000,- (§ 1.2);

- Verwacht rendement: 13.61 % (§ 1.2.);

- Immo-fix X AG (…) biedt (...) investeerders de mogelijkheid om door middel van Obligaties deel te nemen in de aankoop en exploitatie van woningen in Zwitserland

(§ 1.3);

- De Objecten betreffen vier appartementencomplexen. De vier complexen bestaat in totaal uit 33 woningen (§ 1.4);

- Immo-fix X AG, een naamloze vennootschap naar Zwitsers recht, is opgericht door Immo-fix AG en is voor 100% (…) eigenaar van De Objecten (§ 1.7);

- Immo-fix X AG is een uitgevende instelling in de zin van de Wet toezicht effectenverkeer (Wte) en heeft in dit kader het Prospectus conform de Prospectusrichtlijn van de Europese Unie opgesteld (§ 1.8);

- Plaatsingskantoor: Investment Services B.V., Ankersmidplein 2, 1506 CK te Zaandam (§ 3);

- Investment Services B.V. is vanaf 1996 actief in het plaatsen van vastgoedprojecten bij particulieren en rechtspersonen. Inmiddels heeft Investment Services B.V. meegewerkt aan de succesvolle plaatsing van vele vastgoedprojecten. Met meer dan 23 vastgoedprojecten heeft Investment Services B.V. veel ervaring opgebouwd met het plaatsen van participaties bij particulieren en rechtspersonen. Duizenden beleggers hebben via Investment Services B.V. in totaal voor meer dan 275 miljoen Euro belegd (§ 4.3.).

3.6.3. De verkoop van obligaties Immo-fix X

Investment Services heeft met behulp van de hiervoor besproken werkwijze veel mensen weten te benaderen en hen mede daarmee bewogen tot de aanschaf van obligaties Immo-fix X. [persoon 12] en [persoon 13] hebben op 16 mei 2007 respectievelijk € 20.000,- en € 50.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van respectievelijk twee en vijf obligaties Immo-fix X.lxxxvii [persoon 14] heeft op 3 juli 2007 € 10.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van één obligatie Immo-fix X.lxxxviii Deze betalingen corresponderen tevens met de in de stukken opgenomen inschrijvingsformulieren, die de genoemde beleggers ter terechtzitting als benadeelde partij in het in geding hebben gebracht.

In totaal 23 personen hebben ingeschreven op obligaties Immo-fix X, voor een totaalbedrag van € 460.300,-.lxxxix De laatste inschrijver van Immo-fix X, [persoon 17], heeft op 25 september 2007 € 10.000,- overgeboekt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van één obligatie Immo-fix X.xc

3.6.4. Overboekingen naar het buitenland van gelden verkregen door de verkoop Immo-fix X

Uit de afschriften van de Postbankrekening van Investment Services blijkt dat op 11 juni 2007, op 18 juni 2007 en op 3 juli 2007 overboekingen naar een buitenlandse bankrekening ten name van ene [persoon 7] hebben plaatsgevonden voor bedragen van respectievelijk € 50.000, € 60.000 en € 150.000.xci Nader onderzoek naar deze betalingen toont aan dat de daarop betrekking hebbende gelden telkens zijn overgeboekt naar een Oostenrijkse bankrekening, waarvan het nummer eindigt op “[nr]”.xcii Bij de aanhouding van [verdachte 1] is tijdens zijn fouillering een bankpas van de Oostenrijkse Raiffeisenlandesbank NOE-WIEN aangetroffen ten name van [persoon 7]. Het daarop vermelde rekeningnummer luidt: [nr].xciii

[verdachte 9] heeft ten aanzien van de genoemde overboekingen tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat [verdachte 1] en [verdachte 5] de buitenlandse overboekingen zelf via internet hebben verricht.xciv Voorts blijkt uit stukken die door het openbaar ministerie bij de Oostenrijkse autoriteiten zijn opgevraagd, dat ten tijde van het openen van de voornoemde rekening van de Raiffeisenlandesbank NOE-WIEN een paspoort op naam van [persoon 7] is overhandigd, terwijl daarop de pasfoto van [verdachte 1] is geplaatst.xcv De rechtbank heeft ten aanzien daarvan ter terechtzitting van 10 februari 2009 waargenomen dat het gezicht op de betreffende pasfoto in het paspoort treffende gelijkenis vertoont met het gezicht van [verdachte 1].xcvi

3.6.5. Verdeling van de ontvangen gelden van de beleggers

[verdachte 9] heeft tegenover de FIOD verklaard – zakelijk weergegeven – dat hem door [verdachte 1] was beloofd dat hij voor zijn werkzaamheden voor Immo-fix X een provisie van 7% zou ontvangen. [verdachte 9] heeft in totaal € 14.000,- ontvangen. Dit bedrag zag op een gemaakte omzet van € 200.000,- en hij is daarvoor tweemaal naar het buitenland geweest, te weten naar Oostenrijk en naar Hongarije, om aldaar het geld in ontvangst te nemen.xcvii [verdachte 1] was daarbij telkens degene die het geld overhandigde.xcviii

3.7. Immo-fix XI

3.7.1. De verkoop van obligaties Immo-fix IX

[verdachte 2] heeft ter terechtzitting van 10 februari 2009 ondermeer verklaard – zakelijk weergegeven – dat hij als telefonische verkoper voor Immo-fix XI heeft gewerkt en dat hij voor deze werkzaamheden een provisie van 5% over zijn omzet heeft ontvangen.xcix Voorts is gebleken dat diverse beleggers gelden op de Postbankrekening van Investment Services ter zake van obligaties Immo-fix XI hebben gestort en dat in de betreffende periode aanzienlijke geldbedragen van de Postbankrekening van Investment Services naar een Oostenrijkse bankrekening ten name van [persoon 7] zijn overgeboekt – zoals hieronder verder zal worden besproken.

Op 29 oktober 2007 heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen een medewerker van Investment Services (vermoedelijk [verdachte 2]) en een klant, genaamd [persoon 3], waarin wordt gesproken over het prospectus van Immo-fix XI. De klant leest daarbij ondermeer uit het prospectus voor – zakelijk weergegeven – dat op pagina 6 van het prospectus onder 1.8 staat vermeld dat Immo-fix XI een uitgevende instelling in zin van de Wet toezicht effectenverkeer is, waarna door hem wordt gevraagd of Investment Services is aangemeld bij de AFM. De medewerker antwoord daarop – zakelijk weergegeven – dat de vergunning is aangevraagd en dat deze procedure nog gaande is, waarna de medewerker uiteindelijk meedeelt dat de klant hem op zijn woord moet geloven dat Investment Services bonafide is.c Daaruit volgt dat ook voor Immo-Fix XI een prospectus aan potentiële afnemers is verstrekt.

Op 30 oktober 2007 voert [verdachte 2] een telefoongesprek met een klant, genaamd [persoon 18], waaruit blijkt dat het project ziet op vastgoed in Zwitserland.ci

[persoon 14] heeft op 8 oktober 2007 € 10.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van één obligatie Immo-fix XI.cii Op 30 oktober 2007 heeft [persoon 3] € 10.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van één obligatie Immo-fix XI.ciii [persoon 4] heeft op 19 november 2007 € 100.000,- overgemaakt terzake van 10 obligaties Immo-fix XI.civ Deze betalingen corresponderen tevens met de in de stukken opgenomen inschrijvingsformulieren, die de genoemde beleggers – met uitzondering van [persoon 3] – ter terechtzitting als benadeelde partij in het in geding hebben gebracht.

In totaal 13 personen hebben ingeschreven op obligaties Immo-fix XI, voor een totaalbedrag van € 290.000,-.cv De laatste inschrijver van Immo-fix XI, [persoon 18], heeft op 29 november € 10.000,- overgeboekt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van ter zake van één obligatie Immo-fix X.cvi

3.7.2. Overboekingen naar het buitenland van gelden verkregen door de verkoop Immo-fix XI

Uit de afschriften van de Postbankrekening van Investment Services blijkt dat op 25 oktober 2007 en op 1 november 2007 overboekingen naar een buitenlandse bankrekening ten name van ene [persoon 7] hebben plaatsgevonden voor bedragen van telkens € 50.000.cvii Nader onderzoek naar deze betalingen heeft uitgewezen dat de daarop betrekking hebbende gelden telkens zijn overgeboekt naar een Oostenrijkse bankrekening, waarvan het nummer eindigt op “[nr]”.cviii Bij de aanhouding van [verdachte 1] is tijdens zijn fouillering een bankpas van de Oostenrijkse Raiffeisenlandesbank NOE-WIEN aangetroffen ten name van [persoon 7]. Het daarop vermelde rekeningnummer lui[nr].cix Voorts blijkt uit stukken die door het openbaar ministerie bij de Oostenrijkse autoriteiten zijn opgevraagd, dat ten tijde van het openen van de voornoemde rekening van de Raiffeisenlandesbank NOE-WIEN een paspoort op naam van [persoon 7] is overhandigd, terwijl daarop de pasfoto van [verdachte 1] is geplaatst.cx De rechtbank heeft ten aanzien daarvan ter terechtzitting van 10 februari 2009 waargenomen dat het gezicht op de betreffende pasfoto in het paspoort treffende gelijkenis vertoont met het gezicht van [verdachte 1].cxi

3.8. Immo-fix VI

3.8.1. De verkoop van obligaties Immo-fix VI

De obligaties Immo-fix VI zijn aan de man gebracht door [verdachte 2] en [verdachte 4]. Zij vertelden onder een valse naam over de telefoon aan klanten dat een inmiddels overleden cliënte vijftig obligaties in Immo-fix VI in haar bezit had en dat deze obligaties – voor een aantrekkelijke prijs – in de verkoop werden gedaan, nu haar erfgenamen geld wilden zien. Daarbij is aan de mogelijke investeerders ondermeer voorgehouden dat geen emissiekosten in rekeningen zouden worden gebracht, dat de aanschaf van een obligatie van € 10.000,- gepaard ging met een korting van 10% à 15% en dat bij de aanschaf vanaf de instapdatum tot juli 2008 1% rente per maand zou worden uitgekeerd over de nominale waarde van € 10.000,-. Daarnaast werd de (potentiële) klanten voorgehouden dat de huurders van de woningen in het betreffende vastgoedproject in Zwitserland tot koop waren overgegaan, waardoor op 30 juni 2008 de volledige waarde van de obligatie aan de obligatiehouders zou worden uitgekeerd.cxii

Dit vindt steun in de verklaring die [verdachte 4] ter terechtzitting heeft afgelegd – zakelijk weergegeven – dat hij van medio november 2007 tot en met medio december 2007 voor Immo-fix VI heeft gewerkt en dat hij daarbij onder de naam [alias] bestaande klanten benaderde met het verhaal dat een groot aantal Immo-fix obligaties was vrijgekomen na het overlijden van een klant. De klanten konden die obligaties volgens zijn verhaal voor een lagere prijs dan de feitelijke waarde overnemen, waarna hij ook daadwerkelijk obligaties aan klanten heeft verkocht.cxiii Uit de stukken komt overigens ook naar voren dat lastige vragen van klanten, zoals de vraag of de AFM het project heeft goedgekeurd, zorgvuldig werden ontweken door het geven van antwoorden daarop uit te stellen.cxiv

In de periode van 26 oktober 2007 tot en met 17 december 2007 hebben diverse personen ingeschreven op de obligaties Immo-fix VI, zoals blijkt uit de op de (getapte) faxlijn van Investment Services binnengekomen inschrijvingsformulieren cxv en zoals ook wordt bevestigd in de bankafschriften van de Postbankrekening van Investment Services. Zo heeft [persoon 13] op 14 november 2007 € 45.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van obligaties Immo-fix VI.cxvi [persoon 12] en [persoon 4] hebben op 19 november 2007 respectievelijk € 27.000,- en € 45.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van obligaties Immo-fix IV.cxvii [persoon 14] heeft op 22 november 2007 € 27.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services terzake van obligaties Immo-fix IV.cxviii [persoon 3] heeft op 27 november 2007 € 8.500,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van één obligatie Immo-fix IV.cxix [persoon 2] heeft op 29 november 2007 € 76.500,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services terzake van obligaties Immo-fix IV.cxx [persoon 1] heeft op 5 december 2007 – en tevens als laatste belegger – € 9.000,- overgemaakt naar de Postbankrekening van Investment Services ter zake van één obligatie Immo-fix IV.cxxi In totaal 37 personen hebben zich ingeschreven voor diverse obligaties Immo-fix IV, voor een totaalbedrag van € 831.000,-.cxxii

3.8.2. Overboekingen naar het buitenland van gelden verkregen door de verkoop Immo-fix VI

Uit de afschriften van de Postbankrekening van Investment Services blijkt dat op 19, 21, 23, 28 en 30 november 2007 overboekingen naar een buitenlandse bankrekening ten name van ene [persoon 7] hebben plaatsgevonden voor bedragen van respectievelijk € 100.000, € 250.000, € 100.000, € 200.000 en € 100.000.cxxiii Nader onderzoek naar deze betalingen heeft uitgemaakt dat de daarop betrekking hebbende gelden telkens zijn overgeboekt naar een Oostenrijkse bankrekening, waarvan het nummer eindigt op “[nr]”.cxxiv Bij de aanhouding van [verdachte 1] is tijdens zijn fouillering een bankpas van de Oostenrijkse Raiffeisenlandesbank NOE-WIEN aangetroffen ten name van [persoon 7]. Het daarop vermelde rekeningnummer lui[nr].cxxv Voorts blijkt uit stukken die door het openbaar ministerie bij de Oostenrijkse autoriteiten zijn opgevraagd, dat ten tijde van het openen van de voornoemde rekening van de Raiffeisenlandesbank NOE-WIEN een paspoort op naam van [persoon 7] is overhandigd, terwijl daarop de pasfoto van [verdachte 1] is geplaatst.cxxvi De rechtbank heeft ten aanzien daarvan ter terechtzitting van 10 februari 2009 waargenomen dat het gezicht op de betreffende pasfoto in het paspoort treffende gelijkenis vertoont met het gezicht van [verdachte 1].cxxvii

3.8.3. Verdeling van de ontvangen gelden van de beleggers

Op 5 december 2007 heeft in Amsterdam een ontmoeting plaatsgevonden tussen [verdachte 1], [verdachte 5], [verdachte 2] en [verdachte 4].cxxviii Tijdens deze ontmoeting is ondermeer over obligaties, het uitbetalen van 10% en een geldbedrag van € 10.000 gesproken.cxxix [verdachte 2] is vervolgens op 7 december 2007 door [verdachte 5] gebeld waarbij ondermeer is gesproken over beleggingen, alsmede is in dit gesprek door [verdachte 5] in versluierde taal – er werd gesproken over “bloembollen” – meegedeeld dat [verdachte 1] langskomt met geld.cxxx [verdachte 2] en [verdachte 5] hebben elkaar daarna op 10 december 2007 nogmaals over de telefoon gesproken, waarbij [verdachte 2] liet weten dat hij die avond een ontmoeting met [verdachte 1] zou hebben en waarbij hij aan [verdachte 5] heeft gevraagd hoeveel [verdachte 1] heeft meegenomen, waarop [verdachte 5] heeft geantwoord dat het weer 10 de man zou kunnen zijn.cxxxi [verdachte 2] en [verdachte 1] hebben elkaar daarna op 19 december 2007 over de telefoon gesproken, waarbij onder meer is gesproken over het per direct de stekkers eruit trekken. [verdachte 1] heeft in dat gesprek gezegd dat [verdachte 2] en [verdachte 4] elk 10% van de € 112.000 zullen ontvangen.cxxxii Tevens is bij de aanhouding van [verdachte 1] in de door hem gebruikte auto een handgeschreven papiervel aangetroffen, waarop een verdeling van geldbedragen staat vermeld. Daarin is ondermeer opgenomen dat “R + E” samen € 20.000 ontvangen.cxxxiii

3.9. Kasopnames in het buitenland

De Tsjechische autoriteiten hebben op verzoek van het openbaar ministerie onderzoek laten verrichten naar de op naam van [verdachte 10] gestelde Tsjechische rekeningen. Daaruit is gebleken dat de daarop door Investment Services gestorte geldbedragen door kasopnames van de rekening zijn afgehaald.cxxxiv Soortgelijke handelingen zijn ook verricht ten aanzien van de hiervoor genoemde Oostenrijkse bankrekening ten name van [persoon 7], waarbij tevens het hiervoor genoemde paspoort ten name van [persoon 7] met de pasfoto van [verdachte 1] is getoond.cxxxv

3.10. Stekkers eruit trekken

In de eerdergenoemde documenten die op een bij [verdachte 1] inbeslaggenomen USB-stick zijn aangetroffen en waarop alternatieve organisatiestructuren van de combinatie Investment Services – IF Immo-fix AG werden aangetroffen, is kennelijk met de afloop rekening gehouden. Onder de betreffende organisatiestructuren staat ondermeer vermeld: “als de stekker eruit getrokken wordt, ligt de focus op Investment Services” respectievelijk “als de stekker eruit wordt getrokken, dan ligt de focus op Immofix”.cxxxvi Tegen het einde van de laatste beleggingsprojecten komt dit dan ook ter sprake. Zo heeft [verdachte 1] in een telefoongesprek van 19 december 2007 tegen [verdachte 2] gezegd dat het contact met een mogelijke klant die alsnog een omvangrijk geldbedrag wil inleggen, moet worden verbroken vanwege de mogelijke gevolgen.cxxxvii In een telefoongesprek dat de daaropvolgende dag heeft plaatsgevonden, heeft [verdachte 1] vervolgens aan [verdachte 2] meegedeeld – zakelijk weergegeven – dat de mogelijkheid zou kunnen bestaan dat “morgen” de stekker eruit zal worden getrokken. Dat zou volgens [verdachte 1] mee kunnen brengen dat in januari (2008) niemand meer zal worden uitbetaald. Tevens is toen gesproken over de handelingen die moeten worden verricht na het zogenaamde klappen, zoals het dumpen van de computers waarmee is gewerkt, de post laten liggen, het weggooien van mobiele telefoons en het onklaar maken van de telefoon waarop Investment Services voor de klanten bereikbaar is. [verdachte 1] deelde ook nog mee dat hij zelf zou onderzoeken of een geldbedrag van € 140.000 nog kon worden weggesluisd. Het zou volgens hem namelijk zonde zijn als mensen nog zoveel geld zouden terugkrijgen.cxxxviii

Op 8 januari 2008 zijn de verdachten, vermeld onder 3, – met uitzondering van [verdachte 5] en [verdachte 2] – aangehouden, waarna doorzoekingen op diverse locaties hebben plaatsgevonden. [verdachte 5] heeft naderhand nog geprobeerd gelden aan het gelegde beslag op de bankrekeningen van Investment Services te onttrekken. Op 10 januari 2008 is in een telefoongesprek door [verdachte 5] aan [verdachte 2] meegedeeld dat nog geld eruit is gedaan.cxxxix Dit wordt bevestigd in de stukken van de Postbankrekening, waaruit blijkt dat op 10 januari 2008 € 65.000,- is overgeboekt naar een Tsjechische bankrekening ten name van [verdachte 10].cxl

3.11. De bevindingen van de AFM

Investment Services is volgens de AFM niet in het bezit geweest van een vergunning voor het verrichten van diensten als effectenbemiddelaar, noch voor het als tussenpersoon werkzaam zijn bij de totstandkoming van effectentransacties, terwijl zij in het prospectus van Immo-fix VIII wel staat genoemd als plaatsingskantoor van de betreffende beleggingen. Evenmin is volgens de AFM gebleken dat de door Investment Services verrichte handelingen ter zake van Immo-fix VIII zijn vrijgesteld van de vergunningplicht zoals die is genoemd in artikel 7 van de Wte 1995.cxli Hoewel de AFM de andere beleggingsprojecten niet in haar aangifte heeft betrokken, is uit de stukken noch op andere wijze aannemelijk geworden dat Investment Services voor deze beleggingsprojecten wel de hiervoor genoemde vergunning zou hebben verkregen, dan wel dat de daarbij telkens door haar gepleegde handelingen zouden zijn vrijgesteld van de in artikel 7 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 opgenomen vergunningplicht.

Op 12 juli 2006 heeft de AFM schriftelijk informatie gevraagd bij de bestuurder van Investment Services, IF Immo-Fix AG te Zwitserlandcxlii. Naar aanleding van dat verzoek is een schriftelijke reactie gekomen van de heer [persoon 19] van Libelle Management GmbH.

In die schriftelijke reactie verklaart de heer [persoon 19] ondermeer dat Immo-fix VII AG niet bestaat, dat de bestuurders van IF Immo-Fix AG en Investment Services B.V. nooit het besluit hebben genomen om door middel van een obligatie geld te lenen en dat de op de website gepresenteerde informatie betrekking had op een gebouw dat niet in het bezit was van Immo-fix VIII AG, te weten het project [project].cxliii

Bij brief van 7 augustus 2006 heeft de Swiss Federal Banking Commission aan de AFM bevestigd dat een bedrijf noch een investeringsfonds “Immo-fix VIII AG” in Zwitserland bestaat.cxliv

3.12. Onderzoek bankmutaties

Uit onderzoek naar de mutaties van de bankrekeningen van Investment Services is gebleken dat in totaal € 3.836.100,- aan inleg van klanten van de diverse Immo-fix projecten op deze rekeningen is gestort. Uit dit onderzoek blijkt dat de betalingen aan de klanten zijn gedaan met de ingelegde gelden en dus niet uit vermeend rendement. Daarnaast hebben de voornoemde overboekingen naar de buitenlandse bankrekeningen ten name van [persoon 7] en [verdachte 10] plaatsgevonden. In totaal € 2.995.000,- is naar deze bankrekeningen overgeboekt.cxlv

4. Vrijspraak van het onder 5 tenlastegelegde

Uit hetgeen hierboven is overwogen volgt dat bij de Immo-Fix projecten nooit sprake is geweest van de uitgifte van (echte) effecten. Het bestaan van de obligaties werd slechts voorgewend om de betrokkenen te bewegen tot afgifte te van hun geld.

Verdachte verrichtte slechts in schijn diensten als effectenbemiddelaar. Dat betekent dat niet bewezen kan worden dat verdachte diensten als effectenbemiddelaar heeft aangeboden of verricht respectievelijk beleggingsdiensten heeft verleend of beleggingsactiviteiten heeft verricht, zodat verdachte van het onder 5 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

5. De bewezenverklaring

De rechtbank acht, gelet op hetgeen hierboven is weergegeven, bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

in de periode vanaf 1 maart 2006 tot en met 10 januari 2008 in Nederland, als oprichter en leider heeft deelgenomen aan een organisatie, zijnde een samenwerkingsverband bestaande uit:

verdachte en [verdachte 2] en [verdachte 4] en [verdachte 5] en [verdachte 8] en [verdachte 9] en Investment Services BV en [verdach[verdachte 10];

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het misdrijf van:

- de opzettelijke overtreding van artikel 82 Wet Toezicht Kredietwezen 1992/

artikel 3:5 WFT en

- artikel 326 Wetboek van Strafrecht en

- artikel 225 Wetboek van Strafrecht en

- artikel 420 bis Wetboek van Strafrecht;

welke deelneming bestond uit:

- het opdracht geven tot het sluiten van de overeenkomsten met de inleggers en

- het verrichten van handelingen om te verhullen wie de aandeelhouders waren van Investment Services en

- het voeren van het beheer over de (post)bankrekeningen en

- het laten plaatsen van advertenties in dagbladen voor het aantrekken van gelden en

- het maken van afspraken omtrent de winstverdeling en

- het beheer van de gelden en de verdeling van de gelden en

- het opmaken en aanmaken van websites en

- het geven van een presentatie over de te verkopen belegging en

- het laten drukken van een prospectus;

ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:

in de periode vanaf 1 maart 2006 tot en met 10 januari 2008 in Nederland en in Tsjechië en in Hongarije, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door een samenweefsel van verdichtsels, personen (gelduitleners/beleggers/investeerders) heeft bewogen tot de afgifte van geld, waaronder:

- [persoon 1] voor een bedrag van € 19.000,- en

- [persoon 2] voor een bedrag van € 76.500,- en

- [persoon 3] voor een bedrag van € 48.500,- en

- [persoon 4] voor een bedrag van € 225.000,- en

- [persoon 12] voor een bedrag van € 147.000,-;

hebbende verdachte en zijn mededaders - zakelijk weergegeven - telkens opzettelijk bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- voorgewend dat Immo-fix VIII AG en Immo-fix IX AG en Immo-fix VI AG en Immo-Fix X AG en Immo-fix XI AG telkens een bestaand bedrijf was dat moet worden aangemerkt als een effecten uitgevende instelling in de zin van artikel 7 van de WTE 1995/artikel 2:96 WFT en

- voorgewend dat het door de AFM was toegestaan namens Immo-fix VIII AG en Immo-fix IX AG en Immo-fix VI AG en Immo-Fix X AG en Immo-fix XI AG gelden uit het publiek aan te trekken in de zin van artikel 82 WTK/artikel 3:5 WFT en

- voorgewend dat het Investment Services was toegestaan als emissiekantoor obligatieleningen te verkopen en

- voorgewend dat deze niet bestaande obligatieleningen waren uitgegeven ten behoeve van het ontwikkelen van vastgoed in de vorm van appartementen/woningen in Zwitserland en

- voorgewend dat er een hoog rendement kon worden behaald (van bijvoorbeeld 13,6%) met deze niet bestaande obligatieleningen en

- voorgewend dat maandelijks een percentage van de rente op de obligatie zou worden betaald en

- verzwegen dat de door de kopers ingelegde gelden naar bankrekeningen op naam van

[verdachte 10] in Tsjechië en/of [persoon 7] werden overgemaakt en

- verzwegen dat de uitbetalingen aan de kopers/inleggers werden gedaan met hun eigen geld en niet zijn ontstaan uit de opbrengsten van het ontwikkelde vastgoed;

ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde:

in de periode vanaf 1 maart 2006 tot en met 31 december 2006 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens opzettelijk bedrijfsmatig, op termijn opvorderbare gelden van het publiek heeft aangetrokken en ter beschikking heeft verkregen en ter beschikking heeft gehad,

en

in de periode vanaf 1 januari 2007 tot en met 10 januari 2008 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens opzettelijk in de uitoefening van een bedrijf, buiten besloten kring op termijn opvorderbare gelden van het publiek heeft aangetrokken en ter beschikking heeft verkregen en ter beschikking heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

6. Nadere bewijsoverwegingen

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde dat het daarin genoemde rendement op de beleggingen in de betreffende periode, naar algemeen bekend is, als hoog kan worden gekwalificeerd.

7. Bewijsverweren

7.1. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

De door de verdediging bij de behandeling ter zitting bepleite vrijspraak voor het onder 1 tenlastegelegde, nu volgens haar niet kan worden bewezen dat de organisatie waarbij verdachte betrokken zou zijn geweest geld voorhanden heeft gehad dat afkomstig is uit enig misdrijf, wordt weersproken door de hiervoor genoemde bewijsmiddelen.

7.2. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde

Door de verdediging is ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde aangevoerd dat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken nu het daarop betrekking hebbende artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht in de onderhavige zaak niet van toepassing is. De bij deze strafzaak betrokken investeerders waren volgens de verdediging intelligente goed op geleide burgers, die door hebzucht gedreven, roekeloos en zonder enig deugdelijk onderzoek te plegen, investeringen hebben gedaan, waarbij zij veelal zonder enig of zonder enig behoorlijk onderzoek grote geldbedragen hebben overgemaakt. Onder die omstandigheden geldt volgens de verdediging dat de investeerders de bescherming van het genoemde wetsartikel niet verdienen.

Deze bescherming zou volgens de verdediging al helemaal niet mogen gelden voor beleggers die meer dan € 50.000 hebben geïnvesteerd nu zij, blijkens een door de verdediging overgelegde brief van De Nederlandse Bank van 15 december 2006, in dat geval moeten worden beschouwd als een professionele marktpartij, hetgeen zou betekenen dat zij voldoende deskundig zijn om met verstand te handelen.

Dit verweer wordt verworpen.

Uit de hiervoor besproken bewijsmiddelen is gebleken dat de investeerders met gebruikmaking van geraffineerde verkooppraatjes en fraai verzorgde prospectussen werden overgehaald hun gelden te beleggen in ogenschijnlijk degelijke vastgoedprojecten. Juist nu zelfs intelligente en hoogopgeleide beleggers werden overtuigd van de soliditeit van hun beleggingen, is het duidelijk hoe zeer ingenieus de oplichtingspraktijken waren ingekleed. Daarop stuit het verweer reeds af.

Voor zover is aangevoerd dat beleggers met een inleg van meer dan € 50.000,- per definitie niet vallen onder de bescherming van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht treft ook dat onderdeel van het verweer geen doel. Die opvatting vindt geen steun in het recht. Blijkens de inhoud van de door de verdediging overgelegde brief van De Nederlandse Bank, ziet het invoeren van deze nieuwe categorie belegger immers niet op het creëren van een uitzonderingsclausule voor het genoemde wetsartikel, doch wordt hiermee slechts getracht de hierop betrekking hebbende regelgeving af te stemmen op hogere Europese regelgeving en tevens de administratieve lasten te reduceren. De bedoeling van deze regelgeving is niet dat het oplichten van de categorie professionele beleggers ongestraft zou kunnen blijven.

7.3. Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde

Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte van het eerste alternatief gestelde gedeelte van het onder 4 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken omdat artikel 7 van de Vrijstellingsregeling Wet Toezicht Kredietwezen van toepassing is en verdachte zich derhalve niet schuldig kan hebben gemaakt aan overtreding van de verbodsbepaling van artikel 82 van de Wet Toezicht Kredietwezen (oud). Volgens de verdediging is namelijk niet gebleken dat de rechtspersoon voor wie verdachte werkzaam was, voor meer dan € 2.500.000,- aan effecten, in casu obligaties, aan het publiek heeft uitgegeven. Deze limiet mag volgens de verdediging krachtens artikel 7 van de Vrijstellingsregeling Wet Toezicht Kredietwezen en met verwijzing naar het gestelde in artikel 3 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 niet worden overschreden om de toepassing van de vrijstelling op de verbodsbepaling van artikel 82 van de Wet Toezicht Kredietwezen (oud) te doen gelden en zulks is volgens de verdediging dan ook niet het geval geweest.

Dit verweer wordt verworpen.

De vrijstelling bedoeld in artikel 7 van de Vrijstellingsregeling Wet Toezicht Kredietwezen heeft betrekking op gevallen waarin gelden worden aangetrokken doormiddel van het uitgeven van effecten. Zoals hiervoor in het kader van de vrijspraak van het onder 5 ten laste gelegde is uiteengezet, was er echter geen sprake van de uitgifte van effecten, maar slechts van het opwekken van de schijn van het uitgeven van effecten. Het bepaalde in artikel 7 van de Vrijstellingsregeling is dus niet van toepassing.

8. De strafbaarheid van de feiten

De verdediging heeft bepleit dat verdachte ten aanzien van het tweede alternatief gestelde gedeelte van het onder 4 ten laste gelegde moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu daarin tot twee maal de term “publiek” wordt gebezigd, terwijl de hieraan ten grondslag liggende verbodsbepaling, te weten artikel 3:5 Wet Financieel Toezicht, deze term niet kent en de desbetreffende verweten gedraging van verdachte derhalve niet als een strafbaar feit kan worden gekwalificeerd.

Dit verweer wordt verworpen.

Het in artikel 3:5 Wet Financieel Toezicht opgenomen verbod was oorspronkelijk opgenomen in artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, waarin de term “publiek” wel werd gebezigd. Bij de wetswijziging is deze term weliswaar komen te vervallen en heeft de wetgever gekozen voor het begrip “buiten besloten kring van anderen dan professionele marktpartijen”, doch daarmee is slechts getracht aansluiting te zoeken bij de definitie van bank en is van een inhoudelijke wijziging dus geen sprake.cxlvi Het nieuwe artikel bevat nog steeds het verbod artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 en strekt ertoe om minder deskundige partijen tegen mogelijk misbruik door geldnemers die niet onder toezicht staan.cxlvii Gelet hierop mogen in de in het tweede alternatief gestelde gedeelte van het onder 4 tenlastegelegde term “publiek” tevens de bewoordingen “buiten besloten kring van anderen dan professionele marktpartijen” worden gelezen. Van de bepleite onmogelijkheid het bewezenverklaarde feit te kwalificeren is dan ook geen sprake.

De bewezen geachte feiten zijn ook overigens volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

9. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

10. Benadeelde partijen

10.1. De vorderingen

Bij de rechtbank hebben de navolgende 41 partijen een vordering als benadeelde partij ingediend voor het bedrag dat achter hun naam is vermeld.

Vordering ingediend door:[vorderingen persoon 1t/m 41] Totaal € 2.469.510,00

Naar onbetwist is gesteld gaat het steeds om partijen die in een van de Immo-fix projecten hebben geïnvesteerd (partijen 1 ten met 39 en 41) behoudens benadeelde partij [partij] (40), die in EuroSwiss heeft geïnvesteerd.

Sommige partijen vorderen het bedrag van hun inleg, vermeerderd met de niet uitgekeerde rentetermijnen, andere vorderen hun inleg (al dan niet vermeerderd met wettelijke rente) en weer anderen vorderen hun inleg, verminderd met de ontvangen rentebedragen.

Een enkeling (41) vordert minder dan de blijkens de gegevens uit het strafdossier gestorte inleg, omdat hij bij zijn stukken een betalingsafschrift niet heeft kunnen terugvinden.

10.2. Het verweer en de beoordeling daarvan

Anders dan de verdediging heeft aangevoerd, acht de rechtbank de kwestie van de benadeelde partijen (behoudens de hierna te bespreken uitzondering met betrekking tot de rente) niet zodanig ingewikkeld dat deze vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Tevens is aangevoerd dat de vaststelling van de hoogte van de toe te wijzen schade niet eenvoudig van aard is, omdat rekening moet worden gehouden met medeschuld van de benadeelden, die onvoldoende zorg zouden hebben betracht bij het aangaan van de beleggingsovereenkomsten.

Een beroep op artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek kan verdachte echter in dit geval niet baten. De omstandigheid dat sprake is van oplichting door verdachte (en zijn mededaders) van benadeelden brengt mee dat de mate waarin een eventueel gebrek aan zorg door de benadeelden aan de schade heeft bijgedragen in het niet valt tegenover de mate waarin het gedrag van verdachte aan de schade heeft bijgedragen. De billijkheid verzet zich er ook tegen dat verdachte een deel van de door oplichting verkregen baten op die grond zou kunnen behouden.

10.3. Het toe te wijzen bedrag

De rechtbank komt thans toe aan de beoordeling van de vraag welk bedrag iedere benadeelde in het kader van de strafprocedure toegewezen kan krijgen.

De officier van justitie heeft als primair standpunt aangevoerd dat aan de benadeelden in ieder geval toekomt vergoeding van het bedrag van de netto inleg, waaronder de officier van justitie verstaat het bedrag van de investering, verminderd met de ontvangen rente-uitkeringen. Namens een aantal van de benadeelden is aangevoerd dat de rente-uitkeringen op het toe te wijzen bedrag niet in mindering moeten worden gebracht. Daartoe is verwezen naar de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek die betrekking hebben op de vernietiging van de overeenkomst. Enkele benadeelden hebben naast de inleg ook betaling gevorderd van de nog niet betaalde rente tot het einde van de looptijd.

Daarbij wordt kennelijk over het hoofd gezien dat de vordering jegens verdachte niet zijn grondslag vindt in de overeenkomst, maar in onrechtmatige daad. De vraag of de onrechtmatige daad van verdachte ook als oorzaak van de renteschade kan worden aangemerkt is niet zo eenvoudig van aard dat deze voor behandeling in het strafgeding in aanmerking komt.

Dat zelfde geldt voor de vraag met betrekking tot vergoeding van de wettelijke rente, die door een aantal benadeelden is gevorderd. Weliswaar is de schuldenaar van een onrechtmatige daad de wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment dat de schade wordt veroorzaakt, maar nu in de loop der tijd bedragen voor rente zijn uitbetaald en verschillende benadeelden onderscheiden bedragen op diverse data hebben ingelegd, is het niet eenvoudig vast te stellen van af welke datum telkens over welk bedrag rente is verschuldigd.

De rechtbank zal derhalve telkens aan de benadeelde partij toekennen het bedrag van zijn inleg in de verschillende Immo-fix beleggingen, verminderd met het bedrag aan daaruit ontvangen rente-uitkering, behoudens voor zover minder is gevorderd – nu het de rechtbank niet vrijstaat meer toe te wijzen dan gevorderd – en de vorderingen voor het overige niet ontvankelijk verklaren.

De vordering van de benadeelde [persoon 6] (40) zal niet ontvankelijk worden verklaard. Die vordering heeft betrekking op de zogenoemde Euro Swiss zaak voor welke zaak verdachte niet wordt veroordeeld.

Dat betekent dat de toe te wijzen bedragen als volgt kunnen worden berekend:

Vordering ingediend door:vorderinginlegontvangen rentetoewijzen[toe te wijzen bedragen vorderingen persoon 1 t/m 41] Totaal € 2.171.600,00

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken, tot aan deze uitspraak begroot op nihil. De rechtbank merkt daarbij op dat de door een raadsman vertegenwoordigde benadeelden partijen bij de behandeling uitdrukkelijk hebben doen verklaren dat van vordering van de bijkomende kosten is afgezien, om der eenvouds wille.

10.4. Schadevergoedingsmaatregel

In het belang van de benadeelde partijen wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemden, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

11. Motivering van de straffen en maatregelen

Het openbaar ministerie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1, 2, 4 en 5 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest. Het openbaar ministerie heeft daarbij – kort gezegd – in aanmerking genomen dat verdachte zich aanzienlijke geldbedragen moedwillig heeft toegeëigend en daarna heeft weggesluisd, alsmede dat zelfverrijking daarbij het enige motief was. Volgens het openbaar ministerie is op listige wijze van het vertrouwen van de gedupeerde beleggers misbruik gemaakt, waarbij verdachte als instigator heeft opgetreden. Voorts is rekening gehouden met de proceshouding van verdachte en diens strafrechtelijke verleden, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het risico van herhaling groot moet worden geacht.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte gaf samen met de medeverdachte [verdachte 5] leiding aan de uitvoerders/verkopers die betrokken waren bij de bewezenverklaarde beleggingsfraude (Immo-fix). Verdachte onderhield intensief contact met de verkopers van Immo-fix producten en regelde de betalingen aan de medewerkers voor hun aandeel aan de fraude.

Verdachte is, blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 7 mei 2009, tweemaal – zij het niet onherroepelijk – veroordeeld voor soortgelijke fraudes, maar verdachte heeft niettemin de onderhavige feiten gepleegd. Verdachte heeft op geen enkele wijze openheid van zaken gegeven, noch blijk gegeven van enige spijt. Voorts heeft verdachte, wiens voorlopige hechtenis geschorst was, één der schorsingsvoorwaarden geschonden door niet op de vervolgzitting te verschijnen. cxlviii Daarmee wordt het beeld versterkt dat verdachte lak heeft aan de Nederlandse justitiële autoriteiten.

Verdachte is als initiatiefnemer in organisatorisch verband als belangrijk leidinggever actief betrokken geweest bij het plegen van de bewezenverklaarde feiten. Verdachte speelde behendig in op de behoefte van het beleggend publiek aan rendement op belegd vermogen. Om beleggers tot investeren te bewegen werd gebruik gemaakt van aantrekkelijke advertenties, fraai verzorgde websites en uitgebreide valse prospectussen, die bij het publiek de indruk konden vestigen van professionaliteit, kwaliteit en degelijkheid. Door ingenieus gebruik te maken van een rechtspersoon, stromannen en uitvoerders probeerde verdachte buiten beeld te blijven. Door de geraffineerde wijze van oplichting is een groot aantal personen voor aanzienlijke geldbedragen gedupeerd. Het is zeer de vraag of de benadeelden ooit compensatie zullen vinden voor het geleden nadeel, nu de ingelegde gelden (in totaal bijna € 4.000.000,-) deels zijn opgegaan aan beloningen van de handlangers en voor het leeuwendeel ontraceerbaar zijn verdwenen van bankrekeningen waarover verdachte door middel van valse identiteitsbewijzen kon beschikken.

Verdachte heeft gehandeld uit platte geldzucht zonder ook maar enige compassie met de gedupeerden te tonen. Door zijn handelen heeft verdachte het vertrouwen dat beleggers moeten kunnen stellen in vermogenbeheerders en beleggingsproducten aanzienlijk geschaad. Marktpartijen die integer handelen ondervinden daarvan als neveneffect reputatieschade.

Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de gedeeltelijke vrijspraak.

Alles overziende is slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en wel van na te melden duur op zijn plaats.

12. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 47, 57, 140 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 82 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 en artikel 3:5 van de Wet op het financieel toezicht.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezengeachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

13. Beslissing

Verklaart het onder 5 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

als oprichter en leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:

het medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde:

het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd

en

het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3:5, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beslissing benadeelde partijen

Wijst de vorderingen van de benadeelde partijen toe overeenkomstig de bedragen genoemd in de kolom “toewijzen” in het schema hiervoor opgenomen in de rubriek 10.3.

Bepaalt dat de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk in hun vordering zijn.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelden, te betalen de som van € 2.171.600,00 (twee miljoen éénhonderd éénenzeventigduizend zeshonderd euro en nul cent) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 jaar, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft.

Veroordeelt verdachte aan benadeelde partijen voornoemd de toegewezen bedragen te betalen, behoudens voor zover deze vorderingen reeds door of namens een ander zijn voldaan.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij [persoon 6] in zijn vordering niet ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.A.M. van Oosten, voorzitter,

mrs. G.H. Marcus en C. Kraak, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Ahmadali, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 juni 2009.

De jongste rechter is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.

i Zie het geschrift, te weten een Uittreksel Handelsregisterhistorie van de Kamer van Koophandel, gedateerd

3 april 2006, als bijlage 1 gevoegd bij Document D-01, doorgenummerde pagina’s 14 tot en met 15.

ii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 6] met nummer V01-02 van 9 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2].

iii Zie het geschrift, te weten een Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam, gedateerd 3 april 2006, als bijlage 1 gevoegd bij Document D-01, doorgenummerde pagina’s 12 tot en met 13.

iv Zie het geschrift, te weten de aangifte door de Autoriteit Financiële Markten tegen Investment Services B.V. en [verdachte 10] van 20 december 2006, opgemaakt door [persoon 20] en [persoon 21], Document D-01, doorgenummerde pagina’s 3 tot en met 9.

v Zie het geschrift, te weten een Memo van de AFM, gedateerd 12 april 2006 en opgemaakt door [persoon 22], als bijlage 8 gevoegd bij Document D-01, doorgenummerde pagina 113.

vi Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-03 van 10 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

vii Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-62 van 31 maart 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] en het geschift, te weten een document met de titel “Organisatiestructuur.doc”, dat in het dossier is gevoegd als Document D-66.

viii Zie de geschriften, te weten diverse bescheiden aangaande de bank rekeningen met de nummers [nr] en [nr], als bijlage 13 gevoegd bij Document D-01, doorgenummerde pagina’s 233 tot en met 345.

ix Zie de processen-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met respectievelijk nummer V04-03 van 10 januari 2008 en V04-06 van 15 januari 2008, beiden in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

x Zie het geschrift, te weten een overzicht Raadplegen Procuratiehouder, gedateerd 11 mei 2006, gevoegd in bijlage 13 van Document D-01, doorgenummerde bladzijde 239.

xi Zie de processen-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met respectievelijk nummer V04-03 van 10 januari 2008 en V04-06 van 15 januari 2008, beiden in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-03 van 10 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xiii Zie het geschrift, te weten een huurovereenkomst kantoorruimte betrekking hebbende op het object [object], opgemaakt en ondertekend door de verhuurder op 10 april 2006 en ondertekend door de huurder op 31 maart 2006, Document D-140.

xiv Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-03 van 10 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xv Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 9] met nummer V16-01 van 29 februari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 5]. xvi Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 10] met nummer V15-01 van 23 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 6] en [opsporingsambtenaar 5].

xvii Zie het geschrift dat in het dossier is gevoegd als Document D-73.

xviii Zie het geschrift dat in het dossier is gevoegd als Document D-74.

xix Zie het geschrift dat in het dossier is gevoegd als Document D- 76.

xx Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-03 van 10 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xxi Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-62 van 31 maart 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] en de geschriften, te weten telkens een uitdraai van de mappenstructuur van de bij [verdachte 1] in beslag genomen USB-sticks, respectievelijk genummerd met M-4 en M-6, die in het dossier zijn gevoegd als respectievelijk Document D-61 en Document D-65.

xxii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-02 van 9 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xxiii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-03 van 10 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xxiv Zie de website van Wegener: www.wegener.nl

xxv Zie het geschrift, te weten een advertentie inzake Immo-fix VIII, dat is gevoegd in bijlage 1 van Document

D-01, doorgenummerde bladzijde 11.

xxvi Zie het geschrift, te weten een advertentie inzake Immo-fix VIII, dat is gevoegd in bijlage 2 van Document

D-01, doorgenummerde bladzijde 23.

xxvii Zie de processen-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met respectievelijk nummer V04-03 van 10 januari 2008 en V04-05 van 14 januari 2008, beiden in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4]

xxviii Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-62 van 31 maart 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] en het geschrift, te weten een document met de titel “Prospectus Immo-fix VIII.doc”, dat in het dossier is gevoegd als Document D-67.

xxix Zie het geschrift, te weten het “Prospectus Vastgoedfonds Immo-fix VIII AG”, gedateerd 13 maart 2006, als bijlage 3 gevoegd bij Document D-01, doorgenummerde pagina’s 24 tot en met 106.

xxx Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 9] met nummer V16-01 van 29 februari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 5] en het proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 10] met nummer V15-01 van 23 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 6] en [opsporingsambtenaar 5].

xxxi Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-03 van 10 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xxxii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-05 van 14 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xxxiii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 2] met nummer V14-01 van 23 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2].

xxxiv Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 9] met nummer V16-01 van 29 februari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 5]

xxxv Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-03 van 10 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xxxvi Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-05 van 14 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xxxvii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-03 van 10 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xxxviii Zie het geschrift, te weten een afschrift van een brief van de Autoriteit Financiële Markten aan Investment Services B.V. 6 april 2006, ondertekend door [persoon 22] en [persoon 23], dat is gevoegd in bijlage 4 van Document D-01, doorgenummerde pagina’s 107 tot en met 108.

xxxix Zie het geschrift, te weten de aangifte door de Autoriteit Financiële Markten tegen Investment Services B.V. en [verdachte 10] van 20 december 2006, opgemaakt door [persoon 20] en [persoon 21], Document D-01, doorgenummerde pagina’s 3 tot en met 9.

xl Zie het geschrift, te weten een afschrift van een “Registration Form” van het Theaterhotel, dat in het dossier is gevoegd als Document D-86.

xli Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 2 mei 2006, gevoegd in bijlage 13 van Document D-01, doorgenummerde bladzijde 341 en het geschrift, te weten een afschrift Girorekening met nummer [nr] ten name van [persoon 4], gedateerd 14 november 2006, als productie 24 gevoegd in het “Overzicht betalingsbewijzen gedupeerde cliëntbeleggers”, ter terechtzitting van 12 mei 2009 overgelegd door de raadsman mr. S. Ilkdogan.

xlii Zie het geschrift, te weten een afschrift van ABN-AMRO-rekening [nr], gedateerd 28 april 2006, gevoegd in bijlage 13 van Document D-01, doorgenummerde bladzijde 270.

xliii Zie het geschrift, te weten een afschrift van ABN-AMRO rekening [nr], gedateerd 28 april 2006, gevoegd in bijlage 13 van Document D-01, doorgenummerde bladzijde 266.

xliv Zie het geschrift, te weten een afschrift van ABN-AMRO rekening [nr], gedateerd 28 april 2006, gevoegd in bijlage 13 van Document D-01, doorgenummerde bladzijde 262.

xlv Zie de geschriften, te weten diverse bescheiden aangaande de bank rekeningen met de nummers [nr] en [nr], gevoegd in Documenten D-81, D-116 en D117.

xlvi Zie het geschrift, te weten een afschrift van ABN-AMRO rekening [nr], gedateerd 30 juni 2006, gevoegd in Document D-116, doorgenummerde pagina 16/23.

xlvii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-06 van 15 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xlviii Zie het geschrift, te weten een overzicht van de uitgaven van ABN-AMRO rekening [nr], gevoegd in bijlage 13 van Document D-01, doorgenummerde bladzijden 234 tot en met 235.

xlix Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-06 van 15 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

l Zie het geschift, te weten een document met de titel “Informatie.xls”, dat in het dossier is gevoegd als Document D-144.

li Zie de geschiften, te weten twee afschriften van een Internationale Overschrijvingskaart, die in het dossier zijn gevoegd als Document D-145.

lii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-06 van 15 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

liii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 10] met nummer V15-01 van 23 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 6] en [opsporingsambtenaar 5].

liv Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 10] met nummer V15-02 van 24 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 6] en [opsporingsambtenaar 5].

lv Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-03 van 10 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

lvi Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-07 van 16 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

lvii Zie het geschrift, te weten een contract van [bedrijf], gedateerd 16 november 2006, dat in het dossier is gevoegd als Document D-120.

lviii Zie het geschrift, te weten een afschrift van Postbankrekening [nr], gedateerd 28 december 2006, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 25/70.

lix Zie het geschrift, te weten een afschrift van een bladzijde van de Telegraaf van 25 november 2006, in het dossier gevoegd als Document D-123.

lx Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-62 van 31 maart 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] en de geschriften, te weten de documenten met respectievelijk de titel “proformate.pdf” en “advertentie_voorbeeld.png”, in het dossier gevoegd als respectievelijk Document D-121 en Document D-122.

lxi Zie het geschrift, te weten een afschrift van Postbankrekening [nr], gedateerd 1 december 2006, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 24/70.

lxii Zie het geschrift, te weten de aangifte door de Autoriteit Financiële Markten tegen Investment Services B.V. en [verdach[verdachte 10] van 20 december 2006, opgemaakt door [persoon 20] en [persoon 21], Document D-01, doorgenummerde pagina’s 3 tot en met 9 en Bijlage 12, doorgenumemrde pagina’s 151 tot en met 230.

lxiii Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-62 van 31 maart 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] en het geschrift, te weten het document met de titel “Prospectus Vastgoedfonds Immofix IX AG.pdf”, dat in het dossier is gevoegd als Document D-68.

lxiv Zie voetnoot 62.

lxv Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-07 van 16 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

lxvi Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 19 oktober 2006, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina’s 18/70 en 19/70.

lxvii Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 19 oktober 2006, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 20/70.

lxviii Idem.

lxix Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 1 december 2006, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 22/70.

lxx Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 28 december 2006, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 25/70.

lxxi Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 2 februari 2007, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 34/70.

lxxii Zie de geschriften, te weten diverse bescheiden aangaande de bank rekeningen met de nummers [nr] en [nr], gevoegd in Documenten D-81, D-116 en D117.

lxxiii Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-62 van 31 maart 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] en de geschriften, te weten de documenten met respectievelijk de titel “Inschrijfformulieren binnen en overgeboekt.doc” en “Inschrijfformulieren bestaande klanten.pdf”, in het dossier gevoegd als respectievelijk Document D-62 en Document D-63.

lxxiv Zie voetnoot 73.

lxxv Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-07 van 16 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

lxxvi Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 3 november 2006, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 21/70.

lxxvii Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 1 december 2006, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 24/70.

lxxviii Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 28 december 2006, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 28/70.

lxxix Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 5 januari 2007, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 31/70.

lxxx Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 20 februari 2007, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 36/70.

lxxxi Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-07 van 16 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

lxxxii Zie het geschrift dat in het dossier is gevoegd als Document D-150, doorgenummerde pagina 3/5.

lxxxiii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-07 van 16 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

lxxxiv Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-06 van 15 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

lxxxv Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-07 van 16 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

lxxxvi Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-62 van 31 maart 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] en het geschrift, te weten het document met de titel “Prospectus_Vastgoedfonds_Immofix_X_AG_1.0.doc”, dat in het dossier is gevoegd als Document D-148.

lxxxvii Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 1 juni 2007, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 59/70.

lxxxviii Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 4 juli 2007, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina 69/70.

lxxxix Zie de geschriften, te weten diverse bescheiden aangaande de bank rekeningen met de nummers [nr] en [nr], gevoegd in Documenten D-81, D-116 en D117.

xc Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 5 oktober 2007, gevoegd in Document D-81A, doorgenummerde pagina 20/57.

xci Zie de geschriften, te weten overzichten van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd respectievelijk 25 juni 2007 en 4 juli 2007, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina’s 62/70, 66/70 en 70/70.

xcii Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-03a van 23 oktober 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8].

xciii Zie het geschrift, te weten een fotokopie van een bankpas, in het dossier gevoegd als Document D-149.

xciv Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-07 van 16 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xcv Zie RHV-02B, doorgenummerde pagina 13.

xcvi Zie het proces-verbaal van de terechtzittingen van 10 en 11 februari 2009 inzake [verdachte 1], los in het dossier opgenomen.

xcvii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-07 van 16 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xcviii Zie het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 9] met nummer V04-03 van 10 januari 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4].

xcix Zie het proces-verbaal van de terechtzittingen van 10 en 11 februari 2009 inzake [verdachte 2], los in het dossier opgenomen.

c Zie het proces-verbaal van telefoontap met nummer T08-01 van 29 oktober 2009, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5], sessie 2

ci Zie het proces-verbaal van telefoontap met nummer T08-02 van 1 november 2009, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5], sessie 5.

cii Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 24 oktober 2007, gevoegd in Document D-81A, doorgenummerde pagina 23/57.

ciii Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 2 november 2007, gevoegd in Document D-81A, doorgenummerde pagina 29/57.

civ Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 20 november 2007, gevoegd in Document D-81A, doorgenummerde pagina 37/57.

cv Zie het geschrift, te weten bijlage 1 van het requisitoir van de officieren van justitie, inhoudende een overzicht van de slachtoffers en de vorderingen van de benadeelde partijen, voorgehouden ter terechtzitting van 12 mei 2009, dat is gebaseerd op basis van de inbeslaggenomen rekeningafschriften van de eerder genoemde Postbankrekenening en de ABN-AMRO rekening van Investment Services, en dat overigens ook niet is betwist door de verdediging.

cvi Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 30 november 2007, gevoegd in Document D-81A, doorgenummerde pagina 44//57.

cvii Zie de geschriften, te weten overzichten van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], beiden gedateerd 2 november 2007, gevoegd in Document D-81, doorgenummerde pagina’s 29/70, 31/70.

cviii Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-60 van 10 maart 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8].

cix Zie het geschrift, te weten een fotokopie van een bankpas, in het dossier gevoegd als Document D-149.

cx Zie RHV-02B, doorgenummerde pagina 13.

cxi Zie het proces-verbaal van de terechtzitting van 10 en 11 februari 2009 inzake [verdachte 1], los in het dossier opgenomen.

cxii Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-75 van 2 april 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5], doorgenummerde pagina 3.

cxiii Zie het proces-verbaal van de terechtzittingen van 10 en 11 februari 2009 inzake [verdachte 4], los in het dossier opgenomen.

cxiv Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-75 van 2 april 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5], doorgenummerde pagina’s 18 en 19.

cxv Zie de diverse processen-verbaal van telefoontap met de nummers T07/01 tot en met T07/27 (met bijlagen), telkens opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5].

cxvi Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 15 november 2007, gevoegd in Document D-81A, doorgenummerde pagina 32/57.

cxvii Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 20 november 2007, gevoegd in Document D-81A, doorgenummerde pagina 37/57.

cxviii Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 23 november 2007, gevoegd in Document D-81A, doorgenummerde pagina 40/57.

cxix Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 29 november 2007, gevoegd in Document D-81A, doorgenummerde pagina 42/57.

cxx Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 30 november 2007, gevoegd in Document D-81A, doorgenummerde pagina 44/57.

cxxi Zie het geschrift, te weten een overzicht van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd 7 december 2007, gevoegd in Document D-81A, doorgenummerde pagina 49/57.

cxxii Zie het geschrift, te weten bijlage 1 van het requisitoir van de officieren van justitie, inhoudende een overzicht van de slachtoffers en de vorderingen van de benadeelde partijen, voorgehouden ter terechtzitting van 12 mei 2009, dat is gebaseerd op basis van de inbeslaggenomen rekeningafschriften van de eerder genoemde Postbankrekenening en de ABN-AMRO rekening van Investment Services, en dat overigens ook niet is betwist door de verdediging.

cxxiii Zie de geschriften, te weten overzichten van bij- en afschrijvingen van de Postbankrekening met nummer [nr], gedateerd respectievelijk 20 november 2007, 23 november 2007, 26 november 2007, 29 november 2007 en 7 december 2007, gevoegd in Document D-81A, doorgenummerde pagina’s 37/7, 39/57, 41/57, 43/57 en 45/57.

cxxiv Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-60 van 10 maart 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8].

cxxv Zie het geschrift, te weten een fotokopie van een bankpas, in het dossier gevoegd als Document D-149.

cxxvi Zie RHV-02B, doorgenummerde pagina 13.

cxxvii Zie het proces-verbaal van de terechtzittingen van 10 en 11 februari 2009 inzake [verdachte 1], los in het dossier opgenomen.

cxxviii Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-72 van 1 april 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8].

cxxix Zie het proces-verbaal van 7 januari 2008 dat in het dossier is gevoegd als AH-12A, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde en in het proces-verbaal genoemde opsporingsambtenaren.

cxxx Zie het proces-verbaal van telefoontap met nummer T15-02 van 7 december 2007, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5].

cxxxi Zie het proces-verbaal van telefoontap met nummer T15-04 van 12 december 2007, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5].

cxxxii Zie het proces-verbaal van telefoontap met nummer T15-07 van 20 december 2007, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5].

cxxxiii Zie het geschrift dat in het dossier is gevoegd als Document D-17.

cxxxiv Zie RHV-01.

cxxxv Zie RHV-02B.

cxxxvi Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-62 van 31 maart 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] en het geschift, te weten een document met de titel “Organisatiestructuur.doc”, dat in het dossier is gevoegd als Document D-66.

cxxxvii Zie het proces-verbaal van telefoontap met nummer T15-07 van 20 december 2007, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5], sessie 39.

cxxxviii Zie het proces-verbaal van telefoontap met nummer T15-07 van 20 december 2007, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5], sessie 42.

cxxxix Zie het proces-verbaal van telefoontap met nummer T15-19 van 11 januari 2008, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 9], sessie 212.

cxl Zie D-137 en D-138.

cxli Zie het geschrift, te weten de aangifte door de Autoriteit Financiële Markten tegen Investment Services B.V. en [verdachte 10] van 20 december 2006, opgemaakt door [persoon 20] en [persoon 21], Document D-01, doorgenummerde pagina’s 3 tot en met 9.

cxlii Zie Pagina 6 van de in noot 141 genoemde aangifte van de AFM en de daarbij behorende bijlage 6 (doorgenummerde pagina’s 110 en 111).

cxliii Zie het geschrift, bijlage 7 (doorgenummerde pagina 112) bij de in noot 141 genoemde aangifte van de AFM.

cxliv Zie het geschrift, bijlage 11 (doorgenummerde pagina 124) bij de in noot 141 genoemde aangifte van de AFM

cxlv Zie het proces-verbaal van ambtshandeling met nummer AH-60 van 10 maart 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8].

cxlvi Zie Nota van Wijziging, Kamerstukken II 2004/05, 29 708, nr. 10, p. 229

cxlvii Zie [persoon 24], Commentaar Financieel Recht, Sdu uitgevers, Den Haag, 2007, p. 429-431.

cxlviii Zie het proces-verbaal ter terechtzitting van 12 mei 2009 inzake verdachte.

Parketnummer: 13/993020-08 (PROMIS)

Verdachte: [verdachte 1]

2