Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3883

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-07-2009
Datum publicatie
28-07-2009
Zaaknummer
: 1030674 CV EXPL 09-7205
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitzendovereenkomst. Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd? Opvolgend werkgeverschap? Consequenties van verzwijgen arbeidsverleden? Ambtshalve bewijsopdracht.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 668a
Burgerlijk Wetboek Boek 7 690
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2009/290
AR-Updates.nl 2009-0590
JAR 2009, 290

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 1030674 CV EXPL 09-7205

Vonnis van: 7 juli 2009

F.no.: 590

Vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

nader te noemen [eiser],

gemachtigde: mr. H.W.E. Vermeer

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

P/FLEX PROJECTEN BV,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

nader te noemen P/Flex,

gemachtigden: mr. T. Timmermans en mr. J. Oster

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 9 maart 2009 inhoudende de vordering van [eiser] met producties;

- de conclusie van antwoord van P/Flex met producties.

Daarna is bij tussenvonnis van 19 mei 2009 een verschijning van partijen ter terechtzitting bevolen. Deze zitting heeft op 18 juni 2009 plaatsgevonden. Verschenen zijn [eiser] met zijn gemachtigde en P/Flex bij [vertegenwoordiger gedaagde] en mr. S. van Pelt met haar gemachtigden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. feiten en omstandigheden

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:

1.1. P/flex is een een payroll onderneming en onderdeel van de Randstadgroep.

1.2. [eiser] is op 1 juli 2005 in dienst van P/flex getreden op basis van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7: 690 BW en wel voor bepaalde tijd, te weten tot en met 31 december 2005.

1.3. De arbeidsovereenkomst is vervolgens driemaal verlengd: van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006, van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 en van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008.

1.4. [eiser] heeft gedurende de gehele periode werkzaamheden als zelfstandig kok verricht bij Cuisine Investment B.V., handelend onder de naam Cuisine Détaché Nederland, hierna ook Cui-dé.

1.5. Bij zijn via Cui-dé tot stand gekomen inschrijving bij P/flex heeft [eiser] op de vraag op het inschrijvingsformuler naar zijn arbeidsverleden bij Cui-dé niets ingevuld.

1.6. Ingevolge de op dat moment van toepassing zijnde CAO voor Uitzendkrachten diende [eiser] die informatie wel te verstrekken. Artikel 6 lid 4 bepaalt:

“het bepaalde in de artikelen 7: 668a lid 2 en 7: 691 lid 5 BW (opvolgende werkgevers) vindt geen toepassing op de uitzendonderneming die de toepassselijkheid daarvan niet heeft kunnen voorzien als gevolg van het bewust of anderszins verwijtbaar door de uitzendkracht verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen omtrent zijn arbeidsverleden.”

1.7. Sedert 1 september 2006 geldt de CAO van Payroll Ondernemingen. Deze CAO kent een vergelijkbaar artikel, te weten artikel 5.

1.8. Op 9 september 2008 heeft [eiser] een ongeval gehad. Sedertdien heeft P/flex aan nettoloon € 382,60 per week uitbetaald.

1.9. Sinds 10 januari 2009 is [eiser] 50 % arbeidsgeschikt en per 1 februari 2009 is hij volledig arbeidsgeschikt.

1.10. Vanaf 9 februari 2009 ontvangt [eiser] geen salaris meer.

1.11. Sedert 31 december 2008 heeft [eiser] geen arbeid meer voor P/flex verricht.

1.12. P/flex heeft [eiser] een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, gelijk aan zijn oude arbeidsovereenkomst, voor 1 uur per week aangeboden. Dat aanbod heeft [eiser] niet aanvaard.

2. Vordering

[eiser] vordert

a) een verklaring voor recht dat tussen partijen bestaat en voortbestaat een arbeidsovereenkomst, houdende dat hij voor rekening en in opdracht van P/flex werkzaam is ten behoeve van Cui-dé in haar vestiging te Amsterdam voor 39,97 uur per week en tegen een salaris van € 531,20 bruto, te verhogen met vakantiegeld, netto in totaal ongeveer € 400,00 plus vakantiegeld;

b) veroordeling van P/flex om aan hem uit te betalen tegen een behoorlijke salarisspecificatie het salaris ad € 531,20 bruto per week en exclusief vakantiegeld te rekenen ingaande 9 februari 2009 voor elke week dat de arbeidsrelatie tussen partijen voortduurt, steeds onderworpen aan wettelijke rente vanaf acht dagen na de dag waarop de week begint, voor het eerst vanaf de dag van deze dagvaarding en telkens tot de dag de algehele betaling;

c) de veroordeling van P/flex in de kosten van deze rechtspleging.

Aan zijn vorderingen legt [eiser] de onder 1. vermelde feiten alsmede het navolgende ten grondslag. Gelet op het aantal contracten, waaronder het contract bij Cui-dé, en derhalve vanaf 1 januari 2007 heeft hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met P/flex.

3. Verweer.

P/flex voert gemotiveerd verweer. [eiser] heeft bij indiensttreding niet aangegeven dat hij eerder bij Cui-dé heeft gewerkt. P/flex hoefde geen rekening te houden met (vermeend) opvolgend werkgeverschap. Dus geldt de op 1 juli 2005 aangevangen arbeidsovereenkomst als eerste arbeidsovereenkomst. Gelet op de in de loop der tijd geldende CAO’s en in het bijzonder de thans geldende CAO kwam [eiser] niet eerder dan op 24 juni 2009 in aanmerking voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met haar. De laatste tussen partijen geldende arbeidsovereenkomst eindigde op 31 december 2008. P/flex heeft [eiser] nog een nieuwe arbeidsovereenkomst aangeboden, maar deze heeft [eiser] niet aanvaard. De vorderingen van [eiser] dienen te worden afgewezen met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding.

4. Beoordeling

4.1. Tussen partijen is in geschil of [eiser] ook na 31 december 2008 in dienst is van P/flex, en wel voor onbepaalde tijd dan wel of het contract op 31 december 2008 wegens het verstrijken van de bepaalde tijd is geëindigd.

4.2. Voor die beoordeling is van belang of [eiser] voorafgaande aan zijn dienstverband bij P/flex bij Cui-dé heeft gewerkt en wat de gevolgen zijn van het door [eiser] niet vermelden van dat eerdere dienstverband op het inschrijfformulier.

4.3. Cui-dé is de onderneming, die het personeel selecteert. P/flex leent het personeel vervolgens aan Cui-dé uit en verzorgt de administratie.

4.4. P/flex heeft bij gebrek aan wetenschap betwist de stelling dat [eiser] voor 1 juli 2005 bij Cui-dé heeft gewerkt en dat [eiser] daar in januari 2005 in dienst is getreden. [eiser] heeft geen stukken overgelegd, die de juistheid van zijn stellingen aantonen. [eiser] biedt weliswaar geen bewijs van zijn stellingen aan, maar de kantonrechter laat hem ambtshalve tot het leveren van dat bewijs toe.

4.5. Indien [eiser] in het leveren van dat bewijs slaagt, is van belang of het door [eiser] niet invullen van zijn arbeidsverleden bij Cui-dé op zijn inschrijfformulier ten behoeve van P/flex met zich brengt dat er geen sprake is van opvolgend werkgeverschap.

4.6. [eiser] diende op het inschrijfformulier van P/flex zijn arbeidsverleden bij Cui-dé in te vullen. Hij stelt eerder bij Cui-dé te hebben gewerkt, maar hij heeft niets ingevuld. Hij heeft bij gelegenheid van de comparitie van partijen verklaard dat het formulier door Cui-dé is ingevuld en hij alleen zijn handtekening heeft gezet. P/flex heeft deze gang van zaken niet betwist. Het enige verwijt dat [eiser] kan worden gemaakt is dat hij zijn handtekening heeft gezet onder een formulier zonder na te gaan waarvoor hij tekende. Overigens is niet gesteld of gebleken dat [eiser] de reikwijdte van de vraagstelling kende of behoorde te kennen. Naar het oordeel van de kantonrechter valt het aan [eiser] te maken verwijt niet onder de reikwijdte van artikel 6 lid 4 CAO voor de Uitzendkrachten. De vraagstelling omtrent het arbeidsverleden van [eiser] is in het belang van P/flex opgenomen. Het had op de weg van P/flex gelegen uitdrukkelijker navraag te doen over het arbeidsverleden van [eiser]. Daarvan is niet gebleken.

4.7. Op de rolzitting van 11 augustus 2009 kan [eiser] bewijsmiddelen in het geding brengen en als hij getuigen wenst te laten horen, daarvan opgave te doen. Tevens worden partijen in de gelegenheid gesteld om tot uiterlijk twee werkdagen voor die zitting hun verhinderdata (in een periode van 4 tot 12 weken daaropvolgend) schriftelijk op te geven per e-mail (teamplannerc.kanton.rb.amsterdam@rechtspraak.nl), per fax of per post (Postbus 70515, 1007 KM Amsterdam). Partijen dienen daarbij zittingsdatum en rolnummer te vermelden.

Indien een partij niet of niet tijdig haar verhinderdata opgeeft, zal hem/ haar (behoudens in geval van calamiteiten) na vaststelling van de zittingdatum geen uitstel meer worden verleend.

4.8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. laat toe te bewijzen hetgeen hiervoor onder 4.4. in dit vonnis als te bewijzen is geformuleerd;

II. bepaalt dat ter openbare terechtzitting van dinsdag 11 augustus 2009 te 10.00 uur de gelegenheid wordt geboden om aan te geven of, en zo ja, op welke wijze van die bewijsopdracht gebruik zal worden gemaakt, de bewijsmiddelen in het geding te brengen en desgewenst opgave van de personalia van getuigen te doen;.

III. op dezelfde zitting zullen aan de hand van de door partijen opgegeven verhinderdata dag en tijdstip worden bepaald waarop, indien [eiser] getuigen wenst voor te brengen, de enquête zal plaatsvinden.

IV. houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. P. van der Kolk-Nunes, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.