Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ1399

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-06-2009
Datum publicatie
03-07-2009
Zaaknummer
AWB 08-3680 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Barp, disciplinair ontslag politie-ambtenaar. Zowel het verrichten van (neven)werkzaamheden voor een escortbureau als het nalaten die werkzaamheden te melden terecht aangemerkt als plichtsverzuim. Onvoorwaardelijk ontslag niet onevenredig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08/3680 AW

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak tussen:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. S. van Waegeningh,

en

de Korpsbeheerder van de politieregio Amsterdam-Amstelland,

verweerder,

gemachtigde: mr. Th. Tanja.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 november 2007 heeft verweerder eiser met onmiddellijke ingang geschorst op grond van artikel 84, eerste lid, onder b en c, van het Besluit algemene rechtspositie politie (hierna: het Barp).

Bij besluit van 15 april 2008 heeft verweerder heeft eiser met onmiddellijke ingang disciplinair ontslag opgelegd. Subsidiair heeft verweerder eiser ontslag verleend op grond van ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken.

Bij besluit van 12 augustus 2008 heeft verweerder de bezwaren van eiser tegen beide besluiten ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 april 2009. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is verschenen bij voornoemde gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1 Eiser is sinds oktober 1991 werkzaam bij de regiopolitie Amsterdam–Amstelland, laatstelijk als generalist in vaste dienst in de rang van hoofdagent bij de Dienst Regionale Recherche (DRR).

2.2 Aan het ontslag ligt ten grondslag dat eiser in de periode van 13 tot en met 18 maart 2007 werkzaamheden heeft verricht voor een eigenaresse van een escortbureau, waarvoor hij geen toestemming heeft gevraagd. Dit is in strijd met artikel, 76 tweede lid, en artikel 55a, eerste en vierde lid van het Besluit algemene rechtspositie politie (verder: Barp) Voor deze nevenwerkzaamheden had eiser toestemming moeten vragen, ongeacht of hij voor die werkzaamheden een vergoeding ontving. Het verrichten van aan de sexindustrie gelieerde werkzaamheden kunnen de functievervulling van eiser en de goede functionering van de politie nadelig beïnvloeden. De kans op nadelige effecten is levensgroot aanwezig indien in ogenschouw wordt genomen dat in de sexindustrie/prostitutie gebeurtenissen plaatsvinden (drugs/vrouwenhandel/wapens/geweldsaanwending) die zich niet verhouden tot het politieambt. Ook de kans verweven te raken met mensen die door de politie als crimineel worden aangemerkt, is aanzienlijk. Niet aangetoond hoeft de worden dat die nadelige effecten zich daadwerkelijk hebben voorgedaan. Voldoende is dat in redelijkheid kan worden geoordeeld dat de kans op nadelige effecten bestaat. Dat risico heeft zich in dit geval ook bewaarheid aangezien eiser in de uitoefening van zijn nevenwerkzaamheden is geconfronteerd met cocaïnegebruik door een van de medewerksters van het escortbureau. Het voorhanden hebben en het gebruik van deze harddrug is een misdrijf waartegen de politieambtenaar behoort op te treden en hij behoort te voorkómen in situaties te geraken waarin hij om privéredenen dit optreden achterwege laat. Eiser heeft zich aan zeer ernstig plichtsverzuim schuldig gemaakt, aldus verweerder.

2.3 Eiser heeft in beroep gewezen op enkele onjuistheden in het verslag van de hoorzitting in bezwaar. Voorts heeft eiser gesteld dat hij niet van mening is dat de kans levensgroot was dat de beperkte rol die hij bij het excortbureau speelde de goede vervulling van zijn functie zou raken. Eiser had geen aanwijzing dat de eigenaresse contacten had met het criminele milieu. Daarvan is ook achteraf niet gebleken. Het feit dat een van de escortdames cocaïne heeft gebruikt doet daar niet aan af. Als er een meldingsplicht zou zijn is het nalaten van een melding niet zo ernstig dat dit het ontslag rechtvaardigt. Prostitueebezoek wordt in het beleid niet als plichtsverzuim aangemerkt. Eiser heeft geen plichtsverzuim gepleegd, en voorzover dat wel het geval is, is het ontslag onevenredig. Ten onrechte is voorts gesteld dat eiser ongeschikt is voor zijn functie.

2.4 Ter zitting heeft eiser aangegeven dat zijn beroep zich uitsluitend richt tegen het ontslag.

2.5 Ingevolge artikel 76, van het Barp, kan de ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, disciplinair worden gestraft.

Ingevolge het tweede lid omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van een voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

Ingevolge artikel 77, tweede lid sub j, van het Barp, kan in geval van plichtsverzuim strafontslag worden opgelegd.

Ingevolge artikel 55a, derde en vierde lid van het Barp worden door de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van een regionaal politiekorps of het Klpd, van het College van Bestuur van het LSOP, of van de directie ITO gemelde nevenwerkzaamheden openbaar gemaakt met vermelding van eventueel door het desbetreffende bevoegd gezag aan het verrichten van nevenwerkzaamheden gestelde beperkingen.

Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of het goed functioneren van de dienst, voor zover dit in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

2.6 De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of deze gedragingen vaststaan en zo ja, of deze als plichtsverzuim kunnen worden aangemerkt.

Daargelaten of het verslag van de hoorzitting geheel correct is stelt de rechtbank vast dat eiser in ieder geval erkent dat hij werkzaamheden voor de (eigenaresse van) een escortbureau heeft verricht, bestaande uit het vervoer van Nederland naar Cannes en terug van enkele escortdames, het vervoer in Cannes van de escortdames naar klanten en een zekere mate van begeleiding van de escortdames in Cannes (wachten bij de deur tot zij terugkwamen van de klant, kalmeren van een overstuur geraakte escortdame).

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het verrichten van werkzaamheden voor een escortbureau en contacten met de eigenaresse daarvan een zeer ernstig integriteitsrisico vormen voor het korps en dat dergelijke contacten voor een politieambtenaar zeer ongewenst zijn, zodat het verrichten van dergelijke werkzaamheden op zichzelf kan worden aangemerkt als plichtsverzuim.

Voorts staat vast dat eiser deze werkzaamheden noch vooraf noch achteraf heeft gemeld aan zijn leidinggevenden. Nu eiser had kunnen beseffen dat het verrichten van deze werkzaamheden een risico voor de integriteit van eiser in het bijzonder en voor de naam van de politie in het algemeen vormde heeft verweerder het nalaten die werkzaamheden te melden terecht eveneens aangemerkt als plichtsverzuim.

2.7 Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of verweerder daaraan in redelijkheid de straf van ontslag heeft kunnen verbinden. De vraag welke straf of maatregel passend is bij plichtsverzuim is een bevoegdheid van verweerder zodat de rechtbank de wijze waarop verweerder van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt slechts met terughoudendheid kan toetsen, en dus slechts kan beoordelen of verweerder in redelijkheid tot disciplinair ontslag is overgegaan.

Verweerder heeft gesteld dat de door eiser verrichte werkzaamheden volstrekt ontoelaatbaar zijn voor een politieambtenaar en haaks staan op hetgeen van een integere en betrouwbare politieambtenaar mag en moet worden verwacht. De kans op integriteitsrisico’s is zeer aanzienlijk en eiser heeft die risico’s genegeerd terwijl hij in zijn functie bij het Observatieteam voornamelijk was belast met de bestrijding van de zware criminaliteit en er dus uitstekend mee bekend was welke milieus crimineel gevoelig zijn. Eiser is er kennelijk ook aan voorbij gegaan welke indruk het geeft bij medewerksters van het escortbureau of anderen die wisten welk beroep eiser uitoefende. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van zeer ernstig plichtsverzuim zodat de straf van ontslag gerechtvaardigd is.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag niet onevenredig is aan het gepleegde plichtsverzuim. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op eisers functie, werkzaamheden en kennis, hoge eisen aan eisers integriteit mocht stellen. Eiser heeft niet aan die eisen voldaan. Hetgeen eiser overigens nog heeft aangevoerd, zoals het feit dat dit slechts eenmalig was en van korte duur, weegt niet op tegen de ernst van het gepleegde plichtsverzuim.

2.8 Nu de primaire ontslaggrond standhoudt, komt de rechtbank niet toe aan bespreking van de subsidiaire ontslaggrond (ongeschiktheid van de functie).

2.9 Gelet op het bovenstaande is het beroep ongegrond. Voor vergoeding van proceskosten of het griffierecht bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.A.A.G. de Vries, rechter, in tegenwoordigheid van

B.O. Schaafsma, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2009.

De griffier, De rechter,

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.

Afschrift verzonden op:

DOC: B.

SB