Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BI6968

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-05-2009
Datum publicatie
09-06-2009
Zaaknummer
424135
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Beschikking, verzoeker tot faillietverklaring is zonder advocaat verschenen op de faillissementszitting, art. 5 Fw

De Ontvanger is als verzoeker tot faillietverklaring zonder advocaat verschenen op de faillissementszitting waarop dat verzoek wordt behandeld. De rechtbank oordeelt dat voor het persisteren in een dergelijk verzoek de aanwezigheid van een advocaat ter zitting is vereist. Nu niet aan dit vereiste is voldaan wordt het verzoek afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rekestnummer: 424135/FT-RK 09.661 afwijzing faillietverklaring

uitspraakdatum: 15 mei 2009

RECHTBANK AMSTERDAM

SECTOR CIVIEL RECHT

BESCHIKKING

Ter griffie van deze rechtbank is op 3 april 2009 een verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen van:

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

verzoeker,

advocaat mr. H. De Coninck- Smolders.

Het verzoekschrift strekt tot faillietverklaring van:

[A],

geboren op -- te --,

woonadres: --, --,

handelend onder de namen ELTEZZ PROJECTS & BOUW en ELTEZZ JEANS,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam onder nummer 34277019,

vestigingsadres: 1067 XA Amsterdam, Adriaan Dorsmanstraat 37.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 12 mei 2009.

Bij die gelegenheid heeft gerekestreerde de vordering van verzoeker betwist.

Voorafgaande aan de zitting heeft de advocaat van verzoeker telefonisch aan de rechtbank laten weten niet te zullen verschijnen, ook niet in geval de rechtbank de behandeling vanwege de afwezigheid van een advocaat zou aanhouden.

Ter zitting is namens verzoeker verschenen de behandelend ambtenaar, mevrouw [B]. Zij verklaarde dat zij ter zitting niet werd bijgestaan door een advocaat en dat de Ontvanger zich op het standpunt stelt dat zulks ook niet verplicht is.

De rechtbank volgt verzoeker hierin niet en overweegt daartoe het volgende.

Ingevolge het bepaalde in artikel 5 van de Faillissementswet (hierna: Fw) worden verzoekschriften tot faillietverklaring ingediend door een advocaat. Naar het oordeel van de rechtbank beperkt de verplichte procesvertegenwoordiging zich niet tot het ondertekenen en indienen van het inleidende stuk.

Naar heersende rechtsopvatting strekt het beginsel van verplichte procesvertegenwoordiging er onder meer toe de rechter in staat te stellen zijn taak op adequate wijze uit te oefenen, door te verzekeren dat de zaak wordt behandeld en gepresenteerd door gekwalificeerde raadslieden, die in staat zijn een duidelijke en rechtens relevante uiteenzetting te geven van het standpunt van de procespartij voor wie zij optreden.

Deze strekking brengt mee dat artikel 5 lid 1 van de Faillissementswet aldus moet worden opgevat dat daarin mede de eis wordt gesteld dat de zaak ter zitting wordt behandeld door een advocaat. Het voeren van een faillissementsprocedure vereist specifieke kennis en vaardigheden, waardoor het belang van goede voorlichting ten overstaan van de rechter en de handhaving van de kwaliteit van de procedure slechts afdoende zijn gewaarborgd indien de belangen van een verzoeker ter faillissementszitting worden vertegenwoordigd door een advocaat.

Het argument dat ook (of: juist) de behandelend ambtenaar die ter zitting verschijnt zeer wel op de hoogte is van het dossier, brengt niet zonder meer mee dat hij ook procedureel voldoende onderlegd is. Van raadslieden daarentegen mag worden verwacht dat zij niet alleen voldoende inhoudelijke kennis hebben van het dossier maar tevens op de hoogte zijn van de procesregels.

Dit klemt te meer nu de faillissementszitting tevens een rolzitting is, waarop proceshandelingen als persisteren, aanhouding verzoeken en intrekken kunnen worden verricht. In dit kader moet verder worden bedacht dat indien het De Ontvanger is toegestaan zonder advocaat op de faillissementszitting te verschijnen, dit ook geldt voor alle andere verzoekers.

De belangen van gerekestreerde en de ingrijpende gevolgen van diens eventuele faillietverklaring brengen mee dat de faillissementsprocedure met voldoende waarborgen dient te zijn omkleed.

Dat een advocaat, anders dan een medewerker van de Belastingdienst of een andere verzoeker die zonder advocaat bij een faillissementszitting zou willen verschijnen, op grond van artikel 46 van de Advocatenwet, aan tuchtrecht is onderworpen indien hij of zij handelt in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt, is een extra waarborg voor de kwaliteit van de behandeling van een faillissementsverzoek. Ook aan die extra waarborg hecht de rechtbank betekenis, gelet op het specifieke karakter van de faillissementszitting waar naar aanleiding van een summiere behandeling een ingrijpende en over het algemeen grotendeels onomkeerbare beslissing moet worden genomen.

Het bepaalde in artikel 279, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering waaruit volgt dat in zaken waarin het verzoekschrift moet worden ingediend door een advocaat, de opgeroepenen, onder wie de verzoeker, ook zonder advocaat kan verschijnen, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Artikel 362, tweede lid, Fw bepaalt immers dat de derde titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (waarin artikel 279 is opgenomen) niet van toepassing is op verzoeken ingevolge de Faillissementswet. De rechtbank ziet ook, gelet op de overwegingen hiervoor, geen aanleiding tot overeenkomstige toepassing van genoemd artikel.

Ook de door de Ontvanger genoemde praktische bezwaren tegen de verplichte aanwezigheid van een advocaat ter terechtzitting, brengen de rechtbank niet tot een ander oordeel.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank van oordeel is dat voor het persisteren in een verzoek tot faillietverklaring de aanwezigheid van een advocaat bij de behandeling is vereist. In het onderhavige geval is aan dit vereiste niet voldaan; er is geen advocaat namens verzoeker ter zitting verschenen en een aanhouding om verzoeker in de gelegenheid te stellen alsnog met een advocaat te verschijnen was, gelet op de telefonische mededeling van de advocaat voorafgaande aan de zitting, niet zinvol.

Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.

B E S L I S S I N G:

de rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.E. Geradts en in raadkamer uitgesproken op 15 mei 2009 te 11:00 uur.