Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BI6903

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-05-2009
Datum publicatie
08-06-2009
Zaaknummer
13-529168-08
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8109, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen gijzeling en medeplegen poging zware mishandeling met voorbedachte raad. Verdachte en zijn mededader(s) hebben het slachtoffer meerdere dagen vastgehouden en op grove wijze mishandeld. De rechtbank acht voorwaardelijk opzet van verdachte en zijn mededader op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aanwezig en overweegt daartoe dat het meermalen met een ijzeren halter tegen de knieën en het lichaam van het slachtoffer slaan, het slachtoffer op diverse momenten - over een tijdspanne van meerdere dagen - tegen zijn hoofd en lichaam stompen, en daarbij op enig moment een biljartkeu op zijn lichaam stuk te slaan, naar algemene ervaringsregels zwaar lichamelijk letsel kan veroorzaken. Voor wat betreft het stompen en slaan zijn het vooral de herhaling en de veelvuldigheid daarvan die maken dat er een aanmerkelijk kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel aanwezig is. Ook door het op hardhandige wijze duwen van een biljartkeu in de anus van het slachtoffer hebben verdachte en zijn mededader een aanmerkelijk kans op het toebrengen van zwaar (intern) letsel aanvaard. Ten aanzien van de bewezen voorbedachte raad overweegt de rechtbank dat verdachte door het verloop van tijd tussen het moment dat het slachtoffer wordt meegenomen en de uitvoering van de met onderbrekingen verrichtte mishandelingen, tijd heeft gehad om zich te beraden op het te nemen besluit hem te mishandelingen. De rechtbank acht het aannemelijk dat verdachte heeft kunnen nadenken over de mishandelingen zodat deze niet zijn ingegeven door een ogenblikkelijke gemoedsbeweging, maar dat voor hem de tijd en gelegenheid heeft bestaan als hiervoor bedoeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/529168-08

Datum uitspraak: 22 mei 2009 (PROMIS)

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het Huis van Bewaring "Havenstraat" te Amsterdam.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 7 en 8 mei 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A. Boheur en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is na de wijziging tenlastelegging te terechtzitting van 7 mei 2009 ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2008 tot en met 30 oktober 2008 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [persoon1] en/of [persoon2] en/of [persoon3], althans een of meer familieleden van die [slachtoffer], te dwingen (om binnen een dag) 90.000 euro naar Amsterdam te brengen en/of aan verdachte en/of zijn mededader(s) te betalen of 3 kilogram cocaïne te leveren aan verdachte en/of zijn mededader(s), althans iets te doen of niet te doen, immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (toen en/of nadat duidelijk werd dat die [slachtoffer] geen cocaïne bij zich had en/of geen cocaïne uit het buitenland had meegenomen)

- die [slachtoffer] in de woning aan de [adres1] onder bedreiging van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp de woorden toegevoegd: "I will cut you!", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer] in de woning aan de [adres1] (meermalen) met kracht tegen het hoofd, althans het lichaam, geslagen en/of gestompt, en/of

- die [slachtoffer] vanuit een woning (te weten [adres1]), gedwongen in een auto (te weten een snorder/taxi) te stappen en/of

- die [slachtoffer] gedwongen een andere woning (te weten [adres2]) binnen te gaan, en/of

- die [slachtoffer] (aldaar) tegen zijn wil vastgebonden en/of vastgehouden, en/of

- bij die [slachtoffer], terwijl deze (vastgebonden) op de grond lag, een doek over het gezicht heeft gelegd en vervolgens over het gezicht water heeft gegoten, waardoor die [slachtoffer] het gevoel kreeg dat hij verdronk (zogenaamde ‘waterboarden)’ en/of

- met voornoemde familieleden van die [slachtoffer] gebeld, al dan niet door tussenkomst van [persoon4] en/of [slachtoffer], en gezegd dat er binnen een dag 90.000 euro naar Amsterdam gebracht moest worden en/of aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) betaald moest worden of 3 kilogram cocaïne aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s) geleverd moest worden, en/of dat voornoemde [slachtoffer] gedood zou worden wanneer voornoemd bedrag niet betaald of voornoemde hoeveelheid cocaïne niet geleverd zou worden;

(artikel 282a jo 47 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2008 tot en met 30 oktober 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [slachtoffer]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten een steekwond in zijn anus), heeft toegebracht, door (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, deze opzettelijk, na kalm

beraad en rustig overleg, althans opzettelijk,

- een schroevendraaier en/of een biljartkeu (diep) in en/of bij de anus, althans het lichaam, van die [slachtoffer] te duwen en/of te steken en/of heen en weer te bewegen;

(artikel 303/302 jo 47 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2008 tot en met 30 oktober 2008

te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachtes voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachte rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk,

- die [slachtoffer] met een ijzeren stang, een of meermalen tegen een of meer knie(ën) en/of het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen, en/of

- die [slachtoffer] tegen zijn hoofd en/of lichaam heeft gestompt en/of geslagen, en/of

- met een tang in de pink en een of meer tepels van die [slachtoffer] heeft geknepen, en/of

- een biljartkeu op het lichaam van die [slachtoffer] heeft stukgeslagen, en/of

- met het heft van een mes een of meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen, en/of

- een schroevendraaier en/of een biljartkeu (diep) in en/of bij de anus, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of gestoken en/of gedrukt en/of die schroevendraaier en/of die keu (in het lichaam) heen en weer heeft bewogen, en/of

- gepeperde, althans een voor de huid irriterende saus of substantie op het gezicht en/of de penis van die [slachtoffer] heeft gesmeerd;

(artikel 303/302 jo 45 jo 47 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2008 tot en met 30 oktober 2008

te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in

artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, (ongeveer) 3 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een middel vermeld op de bij die wet behorende lijst I, tezamen en in vereniging met een of meer van zijn mededader(s), met dat opzet

- aan zijn mededader [mededader] gevraagd of hij, [mededader], een drugskoerier kon introduceren en/of kon regelen, en/of

- [slachtoffer] gehuisvest in zijn woning, althans de woning van zijn mededader en/of

- [slachtoffer] de opdracht gegeven om naar Sao Paolo (Brazilië) te reizen, om aldaar de voornoemde cocaïne (van een tot op heden onbekend gebleven persoon) in ontvangst te nemen, en vervolgens (via Lissabon (Spanje) terug te keren naar Amsterdam, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s), voorafgaand aan het vertrek van die [slachtoffer] (naar Sao Paolo (Brazilië)

- de personalia van die [slachtoffer] heeft/hebben gevraagd en/of opgeschreven en/of

- voor die [slachtoffer] een (vlieg)ticket heeft/hebben gekocht en/of

- aan die [slachtoffer] (ongeveer) 400 euro heeft/hebben (mee)gegeven en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben uitgelegd hoe hij de cocaïne (terug) naar Amsterdam

moest vervoeren, en/of

- die [slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht heeft/hebben gesteld, en/of

- ten behoeve van het drugstransport telefonisch contact heeft/hebben onderhouden met die [slachtoffer] en/of een of meer andere mededader(s) in Brazilië, en/of

- die [slachtoffer] in Brazilië van een hoeveelheid cocaïne heeft/hebben voorzien, in een daartoe geprepareerd kledingstuk;

(artikel 2 onder A Opiumwet jo 47 en 45 Wetboek van Strafrecht)

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, het openbaar ministerie ontvankelijk is in de strafvervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vrijspraak

De rechtbank acht - evenals de officier van justitie - niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 2 primair ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Voorts acht de rechtbank - anders dan de officier van justitie - niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 3 ten laste is gelegd en spreekt verdachte ook daarvan vrij.

Nadere overweging ten aanzien van het onder feit 3 ten laste gelegde

De aan verdachte tenlastegelegde poging om de in de tenlastelegging bedoelde partij c.q. hoeveelheid cocaïne Nederland binnen te brengen kan niet worden bewezen. Weliswaar kan uit de bewijsmiddelen worden vastgesteld dat de in de tenlastelegging opgesomde handelingen ter voorbereiding van het bedoelde transport zijn verricht, maar de processtukken bevatten geen concrete gegevens, anders dan de - telkens op het punt wat hij met de cocaïne heeft gedaan - niet eensluidende verklaringen van [slachtoffer], waaruit met voldoende mate van zekerheid kan worden afgeleid of en zo ja, op welke wijze, de cocaïne vanuit Brazilië is getransporteerd. Met name kan niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van een begin van uitvoering en dat vrijwillige terugtred heeft ontbroken.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde

in de periode van 25 oktober 2008 tot en met 30 oktober 2008 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, met het oogmerk anderen, te weten [persoon1] en/of [persoon2] en/of [persoon3], te dwingen 90.000 euro naar Amsterdam te brengen en aan zijn mededader(s) te betalen of 3 kilogram cocaïne te leveren aan verdachte en/of zijn mededader(s), immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met anderen, (toen duidelijk werd dat die [slachtoffer] geen cocaïne bij zich had)

- die [slachtoffer] aldaar (de rechtbank leest: aan de [adres2]) tegen zijn wil vastgebonden en vastgehouden, en

- met voornoemde familieleden van die [slachtoffer] gebeld, al dan niet door tussenkomst van [persoon4] en/of [slachtoffer], en gezegd dat er binnen een dag 90.000 euro naar Amsterdam gebracht moest worden en aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) betaald moest worden of 3 kilogram cocaïne aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s) geleverd moest worden, en dat voornoemde [slachtoffer] gedood zou worden wanneer voornoemd bedrag niet betaald of voornoemde hoeveelheid cocaïne niet geleverd zou worden;

ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde

in de periode van 25 oktober 2008 tot en met 30 oktober 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn medeverdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachte rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met zijn mededader, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- die [slachtoffer] met een ijzeren stang, meermalen tegen knieën en het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen, en

- die [slachtoffer] tegen zijn hoofd en lichaam heeft gestompt en geslagen, en

- een biljartkeu op het lichaam van die [slachtoffer] heeft stukgeslagen, en

- een biljartkeu in de anus, van die [slachtoffer] heeft geduwd;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. Waardering van het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de hierna weergegeven feiten en omstandigheden in de (als voetnoten) weergegeven bewijsmiddelen.

5.1 Ten aanzien van het onder 1 en 2 subsidiair bewezen geachte

Op 25 oktober 2008 arriveert de Roemeen [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) in de woning van de Roemeense [persoon4] (hierna: [persoon4]) op het adres [adres1].i [slachtoffer] is de dag daarvoor vanuit Brazilië vertrokken naar Amsterdam. In opdracht van [persoon4] en haar vriend [mededader] (hierna: [mededader]) zou [slachtoffer] vanuit Brazilië via Portugal cocaïne vervoeren en afleveren op voornoemd adres aan [adres1]. [slachtoffer] is een paar maanden eerder in Roemenië benaderd door een vriend genaamd [persoon7], die al meerdere malen op dezelfde wijze in opdracht van voornoemde [persoon4] en [mededader] drugs Nederland heeft binnengesmokkeld.ii Als [slachtoffer] op die bewuste dag op 25 oktober 2008 in de woning aan de [adres1] arriveert, vertelt hij aldaar dat hij de drugs niet heeft meegenomen. Omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij de drugs in een koffer of tas vanuit Brazilië naar Amsterdam zou vervoeren, maar ter plaatste in Brazilië bleek dat hij de drugs door middel van een speciaal daartoe geprepareerde broek naar Nederland moest smokkelen, zag hij van het vervoer van de drugs af.iii Als hij vervolgens aan [persoon4] vertelt dat hij de drugs daarom in het hotel in Brazilië heeft achtergelaten, wordt zij boos en maakt zij [slachtoffer] duidelijk dat hij in dat geval niet behoorde terug te komen.iv Niet veel later verschijnen er aan de [adres1] twee mannen: verdachte en medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]), alias “[X]”.v Als door middel van een contactpersoon in Brazilië de hotelkamer alwaar [slachtoffer] heeft verbleven, wordt gecontroleerd en blijkt dat de drugs daar niet worden aangetroffen, slaat verdachte [slachtoffer] met een halter.vi Diezelfde nacht wordt [slachtoffer] meegenomen naar de woning van [medeverdachte] aan de [adres2].vii [slachtoffer] wordt aldaar meermalen geslagen door verdachte en [medeverdachte]. Om te voorkomen dat iemand het geschreeuw van [slachtoffer] zal horen, wordt de televisie hard aangezet.viii Ook slaat verdachte [slachtoffer] meermalen met een ijzeren halter tegen zijn lichaam en op beide knieën, steeds op dezelfde plaats.ix De nacht brengt [slachtoffer] in de woning vastgebonden achter de bank door, terwijl verdachte en [medeverdachte] op de bank liggen te slapen.x De volgende dag, het is dan zondag, wordt [slachtoffer] door verdachte en [medeverdachte] nog steeds in de woning vastgehouden en gaan de mishandelingen door. Op enig moment verschijnen [persoon4] en [mededader] die dag in de woning aan de [adres2].xi Als [slachtoffer] het verhaal verzint dat hij met zijn zwager in Wenen de afspraak had gemaakt de opbrengst van de drugs met zijn zwager te delen, worden de zus ([zus]) en de zwager ([zwager]) van [slachtoffer] gebeld en wordt hen medegedeeld dat [slachtoffer] wordt gegijzeld en dat de gijzelaars een bedrag van € 90.000,- willen hebben; zijnde de waarde van de drugs. Om hen te overtuigen van de ernst van de zaak wordt [slachtoffer] tijdens dat telefoongesprek geslagen.xii Voorts wordt de echtgenote van [slachtoffer] door een vrouw die Roemeens spreekt gebeld en er wordt tegen haar gezegd dat [slachtoffer] spul heeft gestolen en dat als de zus van [slachtoffer] het niet terugbrengt, [slachtoffer] zal worden vermoord. Ook de broer van [slachtoffer], [persoon1], heeft die zondag meerdere malen telefonisch contact met de gijzelnemers van [slachtoffer], tijdens welke gesprekken de gijzelnemers zeggen dat zij geld willen en daarbij steeds een ultimatum stellen. De broer hoort tijdens de gesprekken [slachtoffer] op de achtergrond schreeuwen.xiii [slachtoffer] wordt dan meerdere malen met een biljartkeu op zijn lichaam geslagen.xiv Die dag wordt nog een aantal malen door de gijzelnemers (en [slachtoffer]) naar de familie van [slachtoffer] gebeld, waarbij [persoon4] sommige van deze gesprekken voor verdachte en [medeverdachte] vertaald.xv De volgende dag wordt de echtgenote van [slachtoffer] wederom gebeld en wordt er door de gijzelnemers gezegd dat zij in ruil voor bevrijding van [slachtoffer] € 90.000,- willen. Daarbij wordt door één van de gijzelnemers gezegd: “zal ik je een hand van [slachtoffer] naar huis sturen zodat je ziet dat het een serieuze zaak is”.xvi Die nacht brengt [slachtoffer] vastgebonden aan een zich in de woning bevindend fitnessapparaat door.xvii De volgende dag verlaat verdachte de woning aan de [adres2]. [slachtoffer] wordt, terwijl hij aan zijn voeten zit vastgeketend, door [medeverdachte] meegenomen de badkamer in.xviii Ondertussen arriveert verdachte in de woning en hij ziet dat [medeverdachte] en [slachtoffer] zich in de badkamer bevinden. Om [slachtoffer] aan het praten te krijgen, wordt hij weer geschopt en geslagen. Vervolgens pakt [medeverdachte] de biljartkeu waarmee [slachtoffer] de dag ervoor is geslagen en zegt iets in de trant van: “je weet dat ik heb gezegd dit ik dit in je kont zou steken als je niet de waarheid vertelt”.xix [medeverdachte] en verdachte voegen de daad bij het woord en steken de biljartkeu meermalen in de anus van [slachtoffer].xx Omdat [slachtoffer] het verhaal verzint dat hij de drugs ergens in de bosjes bij een rotonde in Duivendrecht heeft verstopt, staken verdachte en [medeverdachte] de mishandelingen.xxi [slachtoffer] wordt vervolgens door de intussen gearriveerde [mededader] meegenomen naar de woning aan de [adres1].xxii In de avond van 29 oktober 2008 wordt [slachtoffer] door het arrestatieteam uit de woning aan de [adres1] bevrijd.xxiii

5.2 Bewijsverweren ten aanzien van het onder 2 subsidiair bewezen geachte

De rechtbank zal ten aanzien van het onder 2 subsidiair bewezen geachte de volgende door de verdediging gevoerde bewijsverweren hieronder nader te bespreken.

Poging zware mishandeling

De raadsman heeft betoogd dat – zakelijk weergegeven – verdachte en zijn mededaders niet het opzet op zware mishandeling van [slachtoffer] hadden, doch hem slechts bang wilden maken. Hoewel verdachte toegeeft [slachtoffer] te hebben mishandeld, is niet vast komen te staan met welk geweld er is geslagen, zodat ook geen sprake kan zijn van voorwaardelijk opzet op zware mishandeling. Bovendien hadden verdachte en zijn mededaders er geen belang bij om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, daar hij er dan niet aan zou kunnen meewerken de drugs terug te krijgen, aldus de raadsman.

De rechtbank verwerpt het verweer en acht voorwaardelijk opzet van verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aanwezig. Door meermalen met een ijzeren halter tegen de knieën en het lichaam van [slachtoffer] te slaan, [slachtoffer] op diverse momenten - over een tijdspanne van meerdere dagen - tegen zijn hoofd en lichaam te stompen en slaan, en daarbij op enig moment een biljartkeu op zijn lichaam stuk te slaan, kan naar algemene ervaringsregels zwaar lichamelijk letsel worden veroorzaakt. Voor wat betreft het stompen en slaan zijn het vooral de herhaling en de veelvuldigheid daarvan die maken dat er een aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel aanwezig is. Ook is de rechtbank van oordeel dat verdachte en [medeverdachte] door - zoals [slachtoffer] heeft verklaard: op hardhandige wijze - een biljartkeu in de anus van [slachtoffer] te duwen een aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar (intern) letsel hebben aanvaard.

Voorbedachte raad

Voor wat betreft de tenlastegelegde voorbedachte raad overweegt de rechtbank het volgende. Vooropgesteld wordt dat voorbedachte raad wijst op een situatie waarin verdachte tijd moet hebben gehad zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit, zodat de gelegenheid heeft bestaan dat hij over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad heeft nagedacht en zich daarvan rekenschap heeft gegeven. De gijzeling van [slachtoffer] heeft bijna drie dagen geduurd. Vast is komen te staan dat verdachte vanaf de dag dat [slachtoffer] uit de woning aan de [adres1] wordt meegenomen naar de woning aan de [adres2] daar bij is betrokken: verdachte neemt [slachtoffer] tezamen met zijn mededaders mee naar die woning. De mishandelingen van [slachtoffer] zijn echter al in de woning aan de [adres1] begonnen. De dagen die [slachtoffer] heeft doorgebracht in de woning aan de [adres2] gaan de mishandelingen – met onderbrekingen – gepleegd door verdachte en zijn mededader [medeverdachte] door. Verdachte verlaat zelfs meermalen de woning om vervolgens terug te komen en de mishandelingen voort te zetten. Verdachte heeft tezamen met zijn mededaders door het verloop van tijd tussen het moment dat [slachtoffer] wordt meegenomen en de uitvoering van de met onderbrekingen verrichtte mishandelingen, tijd gehad om zich te beraden op het te nemen besluit hem te mishandelen. Gelet hierop is het aannemelijk dat verdachte heeft kunnen nadenken over de mishandelingen zodat deze niet zijn ingegeven door een ogenblikkelijke gemoedsbeweging, maar dat voor hem de tijd en de gelegenheid heeft bestaan als hiervoor bedoeld en dus sprake is van voorbedachte raad.

5.3 Betrokkenheid medeverdachte [medeverdachte]

Voor zover er - ten overvloede - twijfel mocht bestaan of medeverdachte [medeverdachte] degene is die de gijzelingsactie tezamen met verdachte heeft gepleegd, merkt de rechtbank het volgende op. Naast de vele fotoconfrontaties en hetgeen verdachte over zijn mededader heeft verklaard, wijzen de getuigen [persoon4]xxiv, [persoon9]xxv en [persoon5]xxvi de bewoner van het pand aan de [adres2] aan als één van de daders van de gijzeling. Deze persoon heeft volgens hun verklaringen de (bij)naam “[X]”. Hoewel voornoemde [medeverdachte], met een beroep op zijn zwijgrecht, zelf niet heeft willen bevestigen dat hij [X] is, is het voldoende aannemelijk geworden dat [X] en [medeverdachte] een en dezelfde persoon zijn. De rechtbank leidt dit af uit het feit dat verdachte ter terechtzitting meermalen naar c.q. op [medeverdachte] heeft gewezen als hij over zijn mededader van de mishandelingen spreekt. Daarenboven heeft getuige [persoon4] op 20 april 2008 ten overstaan van de rechter-commissaris op vragen van de officier van justitie geantwoord dat [X] op één van de pro forma zittingen aanwezig was. De rechtbank stelt aan de hand van de daartoe opgestelde processen-verbaal vast dat op de pro forma zittingen van 27 januari en 6 april 2009 respectievelijk [persoon4], [persoon9], [persoon5], verdachte en [medeverdachte] aanwezig waren. Nu voornoemde [persoon4], [persoon9], [persoon5] en verdachte op bedoelde zittingen, gevraagd naar hun personalia, hebben geantwoord dat zij respectievelijk [persoon4], [persoon9], [persoon5] en verdachte zijn en er geen aanwijzingen zijn dat één hunner voor “[X]”moet doorgaan, is het voldoende aannemelijk dat [medeverdachte] degene is die in het dossier door de medeverdachten wordt aangeduid als “[X]”.

6. De strafbaarheid van het feit en van verdachte

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar, met aftrek van voorarrest.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een bijna drie dagen durende gijzeling en een in het kader daarvan gepleegde poging tot zware mishandeling met voorbedachte raad. Verdachte en zijn mededader(s) hebben het slachtoffer meerdere dagen vastgehouden en op grove wijze mishandeld. Tevens hebben zij hem daarbij in een weerloze positie gebracht door hem gedurende de dagen van de gijzeling vast te binden. Zodoende is aan het slachtoffer niet alleen letsel toegebracht, maar is tevens een grove inbreuk gemaakt op zijn bewegingsvrijheid en hem vrees aangejaagd, waarbij het duidelijk is dat het slachtoffer gedurende zijn verblijf in de woning doodsangsten heeft uitgestaan. Het kan niet anders dan dat een en ander een grote impact op (het leven van) het slachtoffer heeft, onder meer in de vorm van gevoelens van angst en onveiligheid. Voorts moet worden aangenomen dat de geschetste omstandigheden waaronder de gijzeling heeft plaatsgevonden bij het slachtoffer als zeer vernederend moeten zijn ervaren. Ook voor de familie en partner van het slachtoffer die door de telefoongesprekken direct werden geconfronteerd met de mishandelingen die [slachtoffer] werden aangedaan, moet de situatie zeer beangstigend zijn geweest, nog afgezien van de grote onzekerheid waarin zij hebben verkeerd over het lot van hun familielid. Het moet ervoor worden gehouden dat verdachte uit puur winstbejag bereid en in staat is gebleken om op geweldadige wijze zijn doel te bereiken. Dat doel was volgens verdachte een bedrag van € 2.000,-, die door de eigenaar van de drugs aan verdachte en de medeverdachte in het vooruitzicht was gesteld als het zou lukken de drugs terug te krijgen.

De rechtbank ziet aanleiding bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank overweegt daartoe dat de eis van de officier van justitie mede gebaseerd is op bewezenverklaring van feit 3. De rechtbank heeft verdachte van dat feit echter vrijgesproken. De rechtbank houdt tevens in matigende zin rekening met de omstandigheid dat de verdachte en het slachtoffer zich in dezelfde kringen begaven en het slachtoffer kennelijk bereid was om voor criminelen als drugskoerier te fungeren. Tot slot weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij openheid van zaken heeft gegeven en spijt en berouw heeft getoond.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank oplegging van een forse gevangenisstraf van hierna te noemen duur passend.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 47, 57, 282a en 303 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart het onder 2 primair en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.2 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 primair bewezen verklaarde:

medeplegen van gijzeling

ten aanzien van het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde:

medeplegen van poging tot zware mishandeling met voorbedachte raad

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F. Wieland, voorzitter,

mrs. W.M. van den Bergh en N.A.J. Purcell, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Leeuwenkamp, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 mei 2009.

De oudste en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

i Een proces-verbaal van verhoor van 30 oktober 2008, inhoudende de verklaring van [slachtoffer], in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar1] en [opsporingsambtenaar2], nr. 3-1033; pag. 1 t/m 7 en een proces-verbaal van verhoor met nummer 2008301592 van 17 november 2008, inhoudende de verklaring van [persoon4], in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar1] en [opsporingsambtenaar3], nr. 3-1055; pag. ongenummerd.

ii Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] van 20 april 2009 van de rechter-commissaris en een afschrift van een uit de Roemeense taal vertaald proces-verbaal van verhoor van 18 december 2008, opgemaakt door de officier van justitie, [officier van justitie], inhoudende de verklaring van [persoon7], nr. 3-2011; pag. 1 t/m 7.

iii Een afschrift van een uit de Roemeense taal vertaald proces-verbaal van verhoor van 18 december 2008, opgemaakt door de officier van justitie, [officier van justitie], inhoudende de verklaring van [slachtoffer], nr. 3-1099; pag. 1 t/m 9.

iv Een proces-verbaal van verhoor getuige [persoon4] van 20 april 2009 van de rechter-commissaris.

v Een proces-verbaal van verhoor getuige [persoon4] van 20 april 2009 van de rechter-commissaris en een proces-verbaal van verhoor met nummer 2008301592 van 22 december 2008 inhoudende de verklaring van verdachte, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar5] en [opsporingsambtenaar6], nr. 3-1091; pag. 1 t/m 6.

vi Een afschrift van een uit de Roemeense taal vertaald proces-verbaal van verhoor van 18 december 2008, opgemaakt door de officier van justitie, [officier van justitie], inhoudende de verklaring van [slachtoffer], nr. 3-1100: pag. 1 t/m 12 en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 mei 2009.

vii Zie noot 5.

viii Een afschrift van een uit de Roemeense taal opgemaakt proces-verbaal van verhoor van 18 december 2008, opgemaakt door de officier van justitie, [officier van justitie], inhoudende de verklaring van [slachtoffer], nr. 3-1100: pag. 1 t/m 12.

ix Een geschift zijnde een uitgewerkt videoverhoor van [slachtoffer] van 1 oktober 2008, nr. 3 1125; pag. 20 en 21.

x Een geschrift zijnde een uitgewerkt videoverhoor van [slachtoffer] van 1 oktober 2008, nr. 3 1125; pag. 22 en 26 en een proces-verbaal van verhoor met nummer 2008301592 van 5 november 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar7] en [opsporingsambtenaar8], inhoudende de verklaring van [p[persoon5], nr. 3-1064; pag. 3 van 10.

xi Een proces-verbaal van verhoor getuige [persoon4] van 20 april 2009 van de rechter-commissaris en een proces-verbaal van verhoor met nummer 2008301592 van 5 november 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar7] en [opsporingsambtenaar8], inhoudende de verklaring van [persoon5], nr. 3-1064; pag. 3 van 10.

xii Een proces-verbaal van verhoor met nummer 2008301592 van 22 december 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar5] en [opsporingsambtenaar6], inhoudende de verklaring van verdachte, nr. 3-1091; pag. 1 t/m 6 en een afschrift van een uit de Roemeense taal vertaald proces-verbaal van 16 december 2008, opgemaakt door de officier van justitie, [officier van justitie], inhoudende de verklaring van [persoon1], nr. 3-1101; pag. 1 t/m 5 en een geschift zijnde een uitgewerkt videoverhoor van [slachtoffer] van 1 oktober 2008, nr. 3 1125; pag. 26 en 27.

xiii Een afschrift van een uit de Roemeense taal vertaald proces-verbaal van 16 december 2008, opgemaakt door de officier van justitie, [officier van justitie], inhoudende de verklaring van [persoon1], nr. 3-1101; pag. 1 t/m 5.

xiv Een geschift zijnde een uitgewerkt videoverhoor van [slachtoffer] van 1 oktober 2008, nr. 3 1126; pag. 11 en een proces-verbaal met nummer 2008301592 van 22 december 2008 inhoudende de verklaring van verdachte, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar5] en [opsporingsambtenaar6], nr. 3-1091; pag. 1 t/m 6.

xv Een proces-verbaal van verhoor met nummer 2008301592 van 22 december 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar5] en [opsporingsambtenaar6], inhoudende de verklaring van verdachte en een proces-verbaal van verhoor getuige [persoon4] van 20 april 2009 van de rechter-commissaris.

xvi Een afschrift van een uit de Roemeense taal vertaald proces-verbaal van 17 december 2008, opgemaakt ten overstaan van de officier van justitie [officier van justitie], inhoudende de verklaring van [slachtoffer], nr. 3-1102; pag. 1 t/m 12.

xvii Een geschrift zijnde een uitgewerkt videoverhoor van [slachtoffer] van 1 oktober 2008, nr. 3 1126; pag. 9.

xviii Een afschrift van een uit de Roemeense taal vertaald proces-verbaal van 18 december 2008, opgemaakt door de officier van justitie, [officier van justitie], inhoudende de verklaring van [slachtoffer], nr. 3-1100; pag. 1 t/m 12 en een proces-verbaal met nummer 2008301592 van 22 december 2008 inhoudende de verklaring van verdachte, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar5] en [opsporingsambtenaar6], nr. 3-1091; pag. 1 t/m 6.

xix Een proces-verbaal met nummer 2008301592 van 22 december 2008 inhoudende de verklaring van verdachte, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar5] en [opsporingsambtenaar6], nr. 3-1091; pag. 1 t/m 6.

xx Zie noot 18.

xxi Een afschrift van een proces-verbaal van verhoor van 30 oktober 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar1] en [opsporingsambtenaar2], inhoudende de verklaring van [slachtoffer], nr. 3-1033; pag. 1 t/m 7.

xxii Een proces-verbaal van verhoor van 30 oktober 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar1] en [opsporingsambtenaar2], inhoudende de verklaring van [slachtoffer], nr. 3-1033; pag. 1 t/m 7 en een proces-verbaal van verhoor verdachte, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar5] en [opsporingsambtenaar6], inhoudende de verklaring van verdachte, nr. 3-1091; pag. 1 t/m 6.

xxiii Een geschrift zijnde een verslag van binnentreden van 30 oktober 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar9], nr. 3-1015; pag. ongenummerd en een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2008301592 van 30 oktober 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar10] en [opsporingsambtenaar5], nr. 3-1018; pag. 1.

xxiv Een proces-verbaal van verhoor getuige [persoon4] van 20 april 2009 van de rechter-commissaris en een proces-verbaal van verhoor met nummer 2008301592 van 17 november 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar1] en [opsporingsambtenaar11], inhoudende de verklaring van [persoon4], nr. 3-1055; pag. ongenummerd.

xxv Een proces-verbaal van verhoor met nummer 2008301592 van 30 oktober 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar12] en [opsporingsambtenaar13] inhoudende de verklaring van [persoon9], nr. 3-1057; pag. 1 t/m 6 en een proces-verbaal van 2e verhoor verdachte van 5 november 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar14] en [opsporingsambtenaar15], nr. 3-1059; pag. 1 t/m 7.

xxvi Een proces-verbaal van verhoor met nummer 2008301592 van 5 november 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar7] en [opsporingsambtenaar8], inhoudende de verklaring van [persoon5], nr. 3-1064; pag. 1 t/m 10.

Parketnummer: 13/529168-08

Inzake: [verdachte]