Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BI4773

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-05-2009
Datum publicatie
08-06-2009
Zaaknummer
13-845033-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Deelnemen aan een criminele organisatie. Art. 140 Sr.

Verzuim ten aanzien van geheimhoudersgesprekken leidt niet tot strafvermindering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/845033-06 (PROMIS)

Datum uitspraak: 22 mei 2009

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 15 november 2008, 24 november 2008, 25 november 2008, 27 november 2008, 20 april 2009, 21 april 2009 en 12 mei 2009.

Het Openbaar Ministerie werd vertegenwoordigd door mr. J.J.M. van Dis-Setz en mr. M.J. Dontje; verdachte, die hierna ook [verdachte] wordt genoemd, liet zich bijstaan door mr. D.W.H.M. Wolters.

Alle hierna te bespreken verweren zijn zakelijk en kort samengevat weergegeven.

1. Tenlastelegging

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 15 november 2007 overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering gewijzigd. Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1.

[A], op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 juli 1999 tot en met 22 maart 2006, te Amsterdam en/of Vierhouten (Gemeente Nunspeet) en/of Ommen en/of elders in Nederland en/of te Nordhorn en/of Winsen a/d Aller en/of elders in Duitsland

en/of te Calpe, Alicante en/of elders in Spanje, tezamen en in vereniging met [B] en/of [C] (Bouwkundig en Milieuadviesbureau (BV) (i.o.) en/of [D] (BV) en/of [E] en/of [F] en/of [G] en/of (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een of meerdere (schriftelijk(e)) document(en), te weten een of meerdere (verkoop)factu(u)r(en),

- afkomstig van [C] (Bouwkundig en Milieuadviesbureau) en/of [C] BV

(Bouwkundig en Milieuadviesbureau) (i.o.) (hierna [C] genoemd), en/of

- afkomstig van [D] (Technische Handelsonderneming) (BV) (hierna [D]

genoemd), en/of

- afkomstig van [E],

gericht en/of verstrekt en/of verzonden aan

- ETS GmbH(Rohr - & Anlagenbau) (Germany)

(zie het proces-verbaal van de FIOD-ECD/Kantoor Amsterdam, dossiernummer [nr], opgenomen als [bijlage]), en/of

- ETS The Netherlands (Amstelveen) (zie het proces-verbaal van de FIOD-ECD/Kantoor Amsterdam, dossiernummer [nr], opgenomen als [bijlage]), en/of

- TST GmbH (Nordhorn/Duitsland) (zie het proces-verbaal van de FIOD-ECD/Kantoor Amsterdam, dossiernummer [nr], opgenomen als [bijlage]), en/of

- TST Industriemontage en Leidingbouw BV (Amsterdam) (zie het proces-verbaal van de FIOD-ECD/Kantoor Amsterdam, dossiernummer [nr], opgenomen als [bijlage]),

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) opzettelijk valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of vervalsen door (een) ander(en),

immers heeft/hebben die [A], en/of zijn, mededader(s), toen en daar valselijk in strijd met de waarheid –zakelijk weergegeven –

- op/in dat/die geschrift(en) hogere en/of andere en/of onjuiste kosten (van werkzaamheden en/of materiaal en/of manuren en/of BTW) en/of (een) hogere en/of onjuist(e) (eind)bedrag(en) vermeld en/of doen vermelden en/of aangegeven en/of doen aangeven, en/of

- op/in dat/die geschrift(en) (een) werkzaamhe(i)d(en) en/of levering(en) ((van (een) dienst(en) en/of goeder(en)) vermeld en/of doen vermelden en/of aangegeven en/of doen aangeven, die (in het geheel) niet, in elk geval niet voor zulk(e) bedrag(en), had(den) plaatsgevonden door (een of meer medewerk(st)(er)(s) van) [C] en/of [D] en/of [E] en/of door die [A] en/of haar, verdachte, in elk geval op/in dat/die geschrift(en) met betrekking tot de door en/of namens [C] en/of [D] en/of [E] verrichtte werkzaamhe(i)d(en) en/of levering(en) en/of dienst(en) (een) onjuiste omschrijving(en) vermeld en/of doen vermelden en/of aangegeven en/of doen aangeven,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Tot/bij welk(e) misdrij(f)(ven) zij, verdachte, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 juli 1999 tot en met 14 maart 2006, te Amsterdam en/of Vierhouten (Gemeente Nunspeet) en/of elders in Nederland en/of te Calpe, Alicante en/of elders in Spanje, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft

en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, door (telkens) opzettelijk

- (voor en/of ten behoeve van [A] en/of (een) ander(en)) een of meerdere (verkoop)factu(u)r(en) ten name van [C] en/of [D] en/of [E] (en gericht aan voornoemde ETS te Nederland en/of te Duitsland en/of aan TST te Nederland en/of te Duitsland) (uit) te typen en/of de lay-out van deze factu(u)r(en) samen/op te stellen, en/of

- (voor en/of ten behoeve van [A] en/of [F] en/of [G] en/of voornoemde ETS te Nederland en/of te Duitsland en/of TST te Nederland en/of Duitsland) (een) vertaalwerkzaamhe(i)d(en) te verrichten en/of een of meer omschrijving(en) {(voor) op een of meerdere vorenbedoelde factu(u)r(en)}te vertalen (in/naar de Duitse taal);

Artikel 225, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht

Artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht

2.

zij, op één (of meer) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 7 juni 2001 tot en met 28 februari 2006, te Amsterdam en/of Vierhouten (Gemeente Nunspeet) en/of Monickendam en/of Haarlem en/of Hoofddorp en/of Ommen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, heeft/hebben opgericht en/of in stand heeft/hebben gehouden en/of heeft/hebben leidinggegeven en/of heeft/hebben deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke en/of rechtsperso(o)n(en), bestaande uit onder meer haar, verdachte, en/of [A] en/of [C] (Bouwkundig en Milieuadviesbureau) (BV) (i.o.) en/of [D] (Technische Handelsonderneming) (BV) en/of [B] en/of [H] en/of [I] BV en/of [J] en/of [K] Administratiekantoor en/of (een)ander(e) perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (onder meer) meermalen

- plegen van oplichting (artikel 326 SR) {(met betrekking tot (een of meer medewerker(s) van) Europoint Terminals Amsterdam/Netherlands BV en/of (een) ander(en)}, en/of

- plegen van verduistering (artikel 321 en/of 322 SR) en/of diefstal (artikel 311 en/of 311 SR) {(met betrekking tot een of meer geld(en) verkregen uit boven- en/of ondergenoemd(e) misdrij(f)(ven)}

- plegen van valsheid in geschrifte (artikel 225 SR) (met betrekking tot een of meer (verkoop)factu(u)r(en) en/of (bedrijfs)administratie(s), althans (een) geschrift(en), en/of

- het plegen van witwassen (artikel 420bis SR) en/of heling (artikel 416 en/of 417 en/of 417bis SR) {(met betrekking tot een of meer geld(en) verkregen uit bovengenoemd(e) misdrij(f)(ven)},

bestaande die deelneming onder meer uit

- het (laten) doorgeven van de omschrijving(en) en/of (een) (extra) bedrag(en) voor op de (verkoop)factu(u)r(en), en/of

- het (laten) regelen en/of opmaken en/of samenstellen (van de lay-out) en/of uittypen van een of meer (verkoop)factu(u)r(en), en/of

- het (laten) vertalen van een of meer (verkoop)factu(u)r(en) en/of de (daarvoor bedoelde) omschrijving(en), en/of - het (laten) verzenden van vorenbedoelde factu(u)r(en), en/of

- het (laten) goedkeuren en/of paraferen en/of uitbetalen van vorenbedoelde (verkoop)factu(u)r(en), en/of

- het (laten) opnemen en/of boeken van vorenbedoelde (verkoop)factu(u)r(en) in een of meer (bedrijfs)administratie(s), en/of

- het (laten) verdelen en/of ontvangen van een of meer bedrag(en) die verkregen is/zijn met vorenbedoelde valsheid in geschrifte en/of oplichting, en/of

- het (laten) doorgeven van relevante informatie aan een of meer van de overige leden van de organisatie en/of

- het beleggen van (een) vergadering(en) met een of meer van de overige leden van de organisatie, en/of

- het (laten) oprichten van een of meer bedrij(f)(ven) op naam van (onder andere) [verdachte], en/of

- het feitelijke leidinggeven aan vorenbedoelde valsheid in geschrifte en/of oplichting en/of witwassen en/of heling;

Artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht

Artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht

2. Voorvragen

De rechtbank is niet gebleken van een beletsel voor vervolging bij deze rechtbank.

3. Redengevende feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandighedeni.

3.1. [L] is voorzitter van het management en lid van de raad van bestuur van de Canadese vennootschap World Point Terminals Inc. waarvan hij grootaandeelhouder is. Zij is indirect eigenaar van Dagenstaed Investments BV, verder Dagenstaed, die op haar beurt alle aandelen houdt of hield in Europoint Terminals Netherlands BV, verder Europoint.ii

[L] was ook directeur van Europoint, maar liet de dagelijkse leiding daarvan over aan verdachte [A]. [A] was tot zijn ontslag op 24 augustus 2006 in dienst van Dagenstaed en eveneens statutair directeur van Europoint. Hij was in de tenlastegelegde periode gehuwd met verdachte [verdachte] en is in september 2007 in staat van faillissement verklaard.iii Het huwelijk is vanwege de verdenkingen tot een einde gekomeniv. Inmiddels wonen [A] en [verdachte] weer samen.v

[verdachte] is of was (al dan niet rechtstreeks) eigenaar en directeur van de eenmanszaak [D] Technische Handelsondernemingvi, van [D] Technische Handelsonderneming BVvii, samen ook [D] te noemen, van de eenmanszaak Bouwkundig en Milieuadviesbureau [C], van [C] BV, samen ook [C] te noemen, van [N] BV, verder [N], en van de Spaanse vennootschap [E], verder [E]viii. Aan deze entiteiten gaf [A] feitelijk leidingix.

[verdachte] drijft een schoonheidssalon in de door haar (middellijk) gehouden vennootschap Beautyline [beautysalon] BV.

Zij is de zuster van [directeur] die enig directeur en aandeelhouder is van [I] BV, verder [I]x

Verdachte [H] was tot zijn ontslag eind 2006xi in dienst van [I] als hoofd van haar bedrijfsbureau.xii

Verdachte [J] was tot zijn ontslag op 30 augustus 2006 in dienst van Dagenstaed en hoofd van de financiële afdeling van Europoint. Op zijn naam staat de eenmanszaak [K] Administratiekantoor, volgens inschrijving in het handelsregister een boekhoudkantoor.xiii

Verdachte [B] drijft de eenmanszaak Advies- en Administratiekantoor [M], dat de boekhouding deed van onder meer een deel van de bedrijven die op naam staan of stonden van [verdachte]. Tot augustus 2006 verrichtte hij tevens boekhoudkundige werkzaamheden voor Europoint.xiv

Verdachte [G] was ook voor hij in juni 2006 hiervan de directeur werd, de feitelijk leidinggevende van de Duitse vennootschap TST GmbH en haar dochter TST Industriemontage en Leidingbouw BV, samen ook TST te noemen.xv

Verdachte [F], die de Duitse nationaliteit heeft, is eigenaar en directeur van ETS GmbH en van de eenmanszaak Elektro Technische Service, samen ook ETS te noemen.xvi

3.2. Van 1999 tot omstreeks 2007 exploiteerde Europoint in de Amsterdamse haven een opslagbedrijf voor brandstoffen.

Voor het onderhoud en de verbetering van haar installaties heeft zij in die periode werkzaamheden uitbesteed aan [I], TST en ETS. De opdrachten aan deze bedrijven werden namens Europoint steeds gegeven door [A].xvii

3.3. [H] en [A] hebben - naar zij hebben erkendxviii - in onderling overleg bedragen die [I] voor haar werkzaamheden aan Europoint in rekening mocht brengen, op de hiervoor door [I] aan Europoint uitgebrachte facturen opgehoogd, waarna [D], [C] of [N] aan [I] telkens ongeveer 90 % van het door [I] teveel gefactureerde aan [I] in rekening heeft gebracht. De facturen van en aan [I] zijn voldaan.xix Voor de betalingen aan [I] heeft [A] opdracht en heeft [J] zijn fiat gegeven.xx Beiden parafeerden de facturen.xxi

3.4. Op de desbetreffende facturen van [D], [C] en [N], die samen in de periode van juni 2001 tot april 2006 in totaal aan [I] ruim € 963.000,- in rekening hebben gebracht,xxii is in strijd met de waarheid telkens vermeld dat daarmee aan [I] geleverde diensten of goederen in rekening werden gebracht.xxiii

3.5. De bedrijfsadministratie van [D] is niet teruggevonden zodat niet kan worden vastgesteld of de door haar uitgebrachte facturen in haar boekhouding zijn verwerkt. Vast staat wel dat in de administraties van de andere vennootschappen de door hen uitgebrachte en ontvangen facturen zijn opgenomen en verwerkt.xxiv

3.6 [J] heeft in de jaren 2003, 2004 en 2005 van [C] bijna € 320.000 ontvangen. [K] heeft hiervoor aan [C] in die periode bijna 60 facturen uitgebracht. Op de facturen staan allerlei omschrijvingen vermeld die, naar [J] heeft erkendxxv, onjuist zijn. Voor een overzicht van de omschrijvingen verwijst de rechtbank naar bijlage 14 bij AH 625.

3.7. In de jaren 1999 tot en met 2006 hebben [D], [C], [N] en [E] aan TST en ETS in totaal bijna 3 miljoen euro in rekening gebracht, een en ander zoals vermeld in onderstaand overzichtxxvi:

BijlageFacturen van [E] aanPeriodeIncl. BTW1 TST GmbH 06-12-2004 t/m 14-03-2006 € 337.702,00 2 TST Amsterdam Maart 2005 € 22.214,00 3 ETS GmbH 02-06-2005 t/m 06-03-2006 € 218.223,00 Facturen van [N] B.V. aan 5 ETS GmbH 11-01-2006 t/m 06-03-2006€ 26.320,00Facturen van [C] (B.V.) aan7TST GmbH03-03-2003 t/m 06-03-2006€ 791.763,008TST Amsterdam 10-02-2003 t/m 11-10-2005€ 270.360,009ETS GmbH10-02-2003 t/m 02-12-2005€ 543.400,0010ETS Amsterdam11-07-2003 t/m 11-01-2006€ 193.256,00Facturen van [D] (B.V.) aan13ETS GmbH22-07-1999 t/m 22-11-2002€ 559.365,00€ 2.962.603,00

Voor de omschrijvingen op de facturen van de tegenprestaties waarvoor werd gefactureerd, verwijst de rechtbank naar bijlagen 1 t/m 13 van AH 625.

3.8. [G]xxvii en [F]xxviii hebben verklaard dat TST en ETS de facturen hebben betaald en dat tegenover de betalingen in veel gevallen geen andere tegenprestatie stond dan de toezegging van [A] dat hun bedrijven hun dienstverlening aan Europoint zouden kunnen voortzetten. [A] heeft verklaard dat de tegenprestatie voor een deel van het gefactureerde hieruit bestond dat hij [G] en [F] bij andere opdrachtgevers heeft geïntroduceerd en dat het dus deels om provisie- of commissiebetalingen ging.xxix Zij hebben hiermee toegegeven dat de omschrijvingen van veel van de facturen vals zijn.

3.9. De facturen maken deel uit van de boekhoudingen van TST en ETS en die, welke zijn uitgebracht door [C], [N] en [E], zijn ook opgenomen in de boekhoudingen van die vennootschappen.xxx

3.10. [A] erkentxxxi dat hij voor [L] heeft verzwegen dat hij via de op naam van [verdachte] staande vennootschappen de hiervoor onder 3.3, 3.8 en 3.9 bedoelde betalingen heeft ontvangen en dat hieraan de hiervoor vermelde met [H], [G] en [F] gemaakte afspraken ten grondslag liggen.

4. Beoordeling ten gronde

4.1. Vrijspraak van feit 1

4.1.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte wist dat er van alles met haar bedrijven gebeurde. Zij had ook als bestuurder de verplichting om te weten wat er gaande was. Het is aan verdachte om te controleren of de facturen juist zijn. Daarnaast heeft de officier op enkele in het requisitoir aangehaalde verklaringen gewezen en ook op de wisselende verklaringen van verdachte zelf. De officier acht het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.1.2. Oordeel van de rechtbank

In het dossier bevinden zich, zoals de verdediging terecht heeft aangevoerd, onvoldoende bewijsmiddelen waaruit overtuigend kan worden afgeleid dat [verdachte] feitelijk betrokken is geweest bij het opmaken van facturen van [bouwkundig en milieuadviesb[C] aan TST en ETS. Zij zal daarom van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

4.2. Ten aanzien van feit 2

4.2.1. Standpunt van de verdediging

Voor zover al sprake is van een criminele organisatie, dan heeft verdachte daar niet aan deelgenomen. Vast staat weliswaar dat verdachte bestuurder en aandeelhouder was van de in de tenlastelegging genoemde ondernemingen/vennootschappen, maar zij had slechts op papier die status, omdat [A] deze ondernemingen dreef. Niet is gebleken dat verdachte gesprekspartner is geweest bij de gesprekken tussen [A] en [H]. Dat verdachte in haar eerste verklaring heeft doen voorkomen dat zij ondernemer was, was slechts een poging om anderen in bescherming te nemen. Haar later afgelegde verklaring is gezien het overvloedige bewijs dat ziet op de werkelijke gang van zaken veel geloofwaardiger.

4.2.2. Standpunt van de officier van justitie

Het is een misvatting dat voor opzet deelneming is vereist, in lijn met HR NJ 2002, 63. Niet vereist is dat de verdachte ook zelf criminele handelingen verricht. Verdachte had het moeten weten. In V11-02 heeft verdachte verklaard zonder in de mogelijkheid te zijn geweest met anderen vooroverleg te kunnen plegen. In deze verklaring gaat meer waarheid schuil dan de raadsman wil zien.

4.2.3. Oordeel van de rechtbank

4.2.3.1. [verdachte] wist dat haar echtgenoot [A] geen nevenactiviteiten mocht ontplooien naast zijn werk als directeur van Europointxxxii. Hij had haar om die reden gevraagd vennootschappen op haar naam te nemen en zij heeft dat goed gevondenxxxiii. [verdachte] moet hebben gemerkt dat er via deze vennootschappen enorme bedragen binnenkwamen. Haar gezin leefde op grote voet; zo kostte een verjaardagsfeest van een van de dochters € 37.000,=, werden sieraden aangeschaft voor tienduizenden euro’s en werd in Spanje een huis gekocht voor € 750.000,=. Verder ontving Beautysalon [beautysalon] - het bedrijf dat [verdachte] wel leidde - van [C] ruim € 392.000,=xxxiv. [verdachte] wist dat bij de op haar naam staande vennootschappen geen mensen in dienst waren en kon uitsluiten dat [A] -naast zijn fulltime dienstverband bij Europoint- in staat zou zijn in zijn eentje via die vennootschappen zulke hoge resultaten te behalen. De activiteiten die binnen haar vennootschappen werkelijk verricht werden, behelsden niet meer dan de exploitatie van enkele vakantiehuisjes en een schoonheidssalon en ook hieruit konden de behaalde resultaten niet verklaard worden.

4.2.3.2. [verdachte] heeft hierover, naar haar zeggenxxxv, nooit vragen gesteld, ook niet wanneer [A] of [B] haar verzochten namens de vennootschap stukken zoals bijvoorbeeld belastingaangiften of brieven te ondertekenen.

Indien waar is dat zij geen vragen heeft gesteld, dan nog kan [verdachte] niet worden aangemerkt als een onwetende stroman, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de financiële situatie van haar vennootschappen en de levensstandaard van haar gezin. Daar komt bij dat [F] en [G], bij de FIOD en, hoewel afgezwakt, ook bij de RC, beiden verklaard hebben dat zij steekpenningen betaalden aan [A] èn [verdachte] samen.

4.2.3.3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [verdachte], door de vennootschappen op haar naam te nemen en daarvoor waar nodig stukken te ondertekenen, de door haar echtgenoot via die vennootschappen gepleegde fraude in belangrijke mate gefaciliteerd. Haar rol was zodanig dat zij daarmee deel heeft uitgemaakt van de door [A] opgetuigde criminele organisatie.

4.2.3.4. Over die organisatie nog het volgende.

[A] heeft stelselmatig en gedurende langere tijd Europoint opgelicht door samen met [H] de facturen van [I] op te hogen. Zij hebben er met behulp van valse facturen voor gezorgd dat 90 % van de opbrengst terecht kwam bij de vennootschappen van [verdachte].

[verdachte] heeft hiervoor haar vennootschappen ter beschikking gesteld. Zij moet hebben geweten dat deze vennootschappen door [A] voor voormeld doel werden gebruikt. Zij heeft met [A] goed van de opbrengst van de fraude geleefd.

[B] zorgde ervoor dat de valse facturen in de administraties van [D] en [C] werden verwerkt en dat de boekhoudingen van de diverse aan [A] gelieerde bedrijven op elkaar aansloten. Dankzij [B] werk kon de fraude niet gemakkelijk aan het licht komen, omdat alles op het oog leek te kloppen. [B] onderhield hiertoe regelmatig contact met [A] in Vierhouten. Hij bedacht opzetjes om de boekhoudingen kloppend te maken en liet in dit kader bijvoorbeeld [verdachte] valse stukken tekenen en [J] valse omschrijvingen op facturen zetten. Hij had op zijn minst moeten vermoeden dat [A] op grote schaal fraude pleegde.

Ook [J] moet dit op zijn minst hebben vermoed. Hij kreeg maandelijks van [A] via de vennootschappen van [verdachte] extra salaris betaald waartegenover hij geen noemenswaardige legale tegenprestaties heeft gesteld. [J] bracht daarvoor in samenwerking met [B] valse facturen uit. [J] moet hebben begrepen dat [A] tenminste zijn stilzwijgen kocht. [J] moest onder meer de betalingen aan [I] fiatteren.

[A] gaf leiding aan dit langdurige samenwerkingsverband waarin ieder zijn eigen rol had. Deze vorm van samenwerking kan worden aangemerkt als een criminele organisatie zoals bedoeld in art. 140 Sr, die het oogmerk had Europoint met behulp van valse facturen op te lichten, de opbrengst daarvan te helen of met behulp van valse facturen wit te wassen en dit alles verborgen te houden met behulp van valse facturen en vervalste boekhoudingen.

4.2.3.5. Bewezen moet daarom worden verklaard dat [verdachte] aan deze organisatie heeft deelgenomen.

Vrijspraak moet echter volgen van de deelnemingsvorm het (laten) vertalen van verkoopfacturen en het verzenden daarvan, omdat dit betrekking heeft op het bedingen en ontvangen van de steekpenningen, maar die feiten niet zijn opgenomen als oogmerk van de organisatie en dus de steller van de tenlastelegging kennelijk niet het oog heeft gehad op ook het plegen van die activiteiten door de organisatie.

4.3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

2.

in de periode van 7 juni 2001 tot en met 28 februari 2006, te Amsterdam en/of Vierhouten (Gemeente Nunspeet) en/of elders in Nederland opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke en rechtspersonen, bestaande uit haar, verdachte, en [A] en [C] BV en [D] Technische Handelsonderneming BV en [B] en [H] e[J], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het meermalen

- plegen van oplichting van Europoint Terminals Netherlands BV en

- plegen van valsheid in geschrifte met betrekking tot verkoopfacturen en bedrijfsadministraties en

- het plegen van witwassen en heling met betrekking tot gelden verkregen uit bovengenoemde misdrijven,

bestaande die deelneming uit

- het samenstellen van de lay-out en uittypen van verkoopfacturen en

- het (laten) opnemen en boeken van de verkoopfacturen in bedrijfsadministraties

- het ontvangen van bedragen die verkregen zijn met vorenbedoelde oplichting en

- het (laten) oprichten van bedrijven op naam van haar, verdachte.

Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

7.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 en 2 bewezengeachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren en dat de benadeelde partij Eurotank Amsterdam B.V. niet-ontvankelijk in haar vordering wordt verklaard.

De officier heeft in haar requisitoir opgemerkt dat verdachte direct voordeel heeft genoten en dat dit geheel is gebruikt om feest van te vieren.

7.2. Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft slechts een kleine rol gespeeld. Hooguit is zij te goed van vertrouwen geweest.

Het strafrechtelijk traject heeft de nodige fysieke en geestelijke consequenties voor haar gehad, welke tot de dag van vandaag, zij het is in iets mindere mate, aan de orde zijn.

Zij is onterfd in het kader van een schikking met haar broer.

Zij heeft geen documentatie.

7.3.1 Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze voor de na te noemen straf en bij de vaststelling van de hoogte daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft haar toenmalige echtgenoot geholpen bij de oplichting van zijn werkgever door hem toe te staan gebruik te maken van op haar naam gestelde vennootschappen. Zij moet hebben geweten dat aan die vennootschappen zeer grote bedragen zijn overgemaakt en dat dit geen zuivere koffie kon zijn. Zij heeft hiervan geprofiteerd, want veel van het geld heeft zij met haar gezin uitgegeven.

Nu de rechtbank verdachte vrijspreekt van feit 1 en verdachte slechts een ondergeschikte en ondersteunende rol heeft vervuld, legt de rechtbank een lagere straf op dan gevorderd.

7.3.2 Geheimhoudersgesprekken

Er bestaat geen grond voor strafvermindering wegens het verzuim om terstond de opnames van de geheimhoudersgesprekken te vernietigen. De constatering dat dit niet tijdig is gebeurd, volstaat omdat van het moedwillig aantasten van de belangen van verdachte geen sprake is geweest en verdachte ook niet is geschaad. De gesprekken zijn wel opgenomen, maar niet uitgewerkt en er bestaat geen aanleiding te vermoeden dat daaruit iets is gekomen dat van invloed is geweest op het onderzoek. Het opsporingsapparaat was er onvoldoende van doordrongen hoe met de opnames van de geheimhoudersgesprekken moest worden omgegaan.

7.3.3 Redelijke termijn

Verdachte is in deze zaak op 20 april 2006 voor het eerst als verdachte door de politie verhoord. Die dag hanteert de rechtbank als de dag waarop de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen.

Op 15 november 2007 heeft een regiezitting plaatsgevonden, waarna de zaak is terugverwezen naar de rechter-commissaris voor het horen van getuigen. Op 24, 25 en 27 november 2008 heeft de inhoudelijke behandeling plaatsgevonden. Na het horen van nog een laatste getuige is de inhoudelijke behandeling op 20 en 21 april 2009 afgerond. Het onderzoek is gesloten op 12 mei 2009.

De rechtbank stelt vast dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting zal zijn afgerond met een eindvonnis 3 jaar en een maand nadat de genoemde termijn is aangevangen. In beginsel staat hiervoor 2 jaar. De omvang en complexiteit van de zaak alsmede de vertraging die het onderzoek door de rechter-commissaris met zich bracht, welk onderzoek mede op verzoek van de verdediging is verricht, rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank een overschrijding van 6 maanden, maar niet een overschrijding van 13 maanden. Naar die maatstaf zal de rechtbank ingevolge artikel 359a Sv op de werkstraf een reductie toepassen van 20 uren.

7.3.4 Ten aanzien van de benadeelde partijen

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij Eurotank Amsterdam BV, niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor de behandeling in dit strafgeding, zoals ook de officier van justitie en de raadslieden van de verschillende verdachten hebben betoogd. Dat schade is geleden ten gevolge van de bewezenverklaarde feiten is evident, maar de hoogte daarvan is betwist, terwijl ook wordt betwist dat Eurotank Amsterdam BV de schade heeft geleden danwel tot invordering is gerechtigd.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren.

In het dossier bevindt zich een brief van 6 december 2006 van mr. J.J. Perrels namens [directeur] en [I] Bij die brief deelt mr. Perrels mee dat [directeur] en [I] zich als civiele partij stellen in de tegen [A] en [verdachte] aanhangig te maken strafzaak, maar zij hebben geen vordering geformuleerd.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 140 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart het onder 1 telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4.2 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

2

het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

Beveelt dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt verdachte voorts tot een werkstraf voor de duur van 160 uren, waarop in mindering komt 2 uur voor iedere dag in voorlopige hechtenis doorgebracht. Beveelt dat, als de verdachte de werkstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen.

Beveelt dat verdachte de aanwijzingen en opdrachten opvolgt die haar in het kader van de tenuitvoerlegging van de taakstraf door of namens de reclassering worden gegeven.

Verklaart de benadeelde partij Eurotank Amsterdam BV niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.J. Cohen Tervaert, voorzitter,

mrs. W.M. de Vries en C. Kraak, rechters,

in tegenwoordigheid mr. P.C.N. van Gelderen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 mei 2009.

i Waar hierna wordt verwezen naar bewijsmiddelen betreft dit telkens processtukken, behorende bij het dossier tegen de verdachten [A] (13/845032-05), [J] (13/845029-06), [verdachte] (13/845033-06), [H] (13/993075-07), [B] (13/993072-0[G] (13/993077-07) en [F] (13/845039-06).

Waar in de hierna volgende voetnoten wordt verwezen naar de processtukken

- ‘V’, betreft dit telkens een door de daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en) in de wettelijke vorm op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor [NN] als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 3 Sv, telkens inhoudende de als verdachte afgelegde verklaring van na te noemen [NN];

- ‘G’, betreft dit telkens een door de daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en) in de wettelijke vorm op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor [NN] als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 3 Sv, telkens inhoudende de als getuige afgelegde verklaring van na te noemen [NN];

- ‘AH’, betreft dit telkens een door de daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en) in de wettelijke vorm op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van bevindingen als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 3 Sv, telkens inhoudende de mededeling van door hem/haar/hun waargenomen of ondervonden feiten en omstandigheden;

- ‘D’, betreft dit telkens een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 onder 5 Sv;

- ‘Telefoongesprek’, betreft dit telkens de uitwerking van een opgenomen telefoongesprek tussen twee of meerdere na te noemen personen. De inhoud van deze gesprekken is telkenmale vervat in een proces-verbaal gelijk aan een proces-verbaal als hiervoor onder ‘AH’ omschreven.

- ‘OPV’ of ‘ZPV’, betreft dit telkens een door de daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en) in de wettelijke vorm op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt overzichtsproces-verbaal dan wel zaaksproces-verbaal, bevattende een overzicht van het hierna te noemen proces-verbaal van de FIOD-ECD.

Deze bewijsmiddelen ‘V’, ‘AH’ en ‘D’ en ‘OPV’ zijn telkens opgenomen als bijlage bij het proces-verbaal van de FIOD-ECD met dossiernummer [nr].

Waar voorts wordt verwezen naar

- ‘verklaring bij de rechter-commissaris’, betreft dit telkens een proces-verbaal van verhoor van getuige van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank;

- ‘verklaring ter terechtzitting’ betreft dit telkens de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring, die is vervat in het door de rechtbank opgemaakte proces-verbaal ter terechtzitting.

Waar hierna wordt gesproken over [A], [J], [verdachte], [H], [B], [G] en [F], worden bedoeld medeverdachten [A], [J], [verdachte] , [H], [B], [G] en [F].

ii OPV p. 18.

iii OPV p. 18 en 19.

iv Een geschrift, zijnde een voorlichtingsrapport van 4 maart 2008 opgemaakt door [P] namens Reclassering Nederland betreffende [A].

v Verklaring bij de rechter-commissaris van 20 juni 2008 van [A] en een geschrift, zijnde een voorlichtingsrapport van 1 april 2008 opgemaakt door [Q] namens Reclassering Nederland betreffende [verdachte]..

vi D/1215.

vii D/1216.

viii D/1214.

ix V11-03 ([verdachte]), verklaring bij de rechter-commissaris van 11 maart 2008 van [H], verklaring bij de rechter-commissaris van 13 maart 2008 van [F] en verklaring bij de rechter-commissaris van 17 maart 2008 van [G].

x OPV p. 21 en 22.

xi Een geschrift, zijnde een voorlichtingsrapport 26 mei 2008 opgemaakt door [R] namens Reclassering Nederland betreffende [H].

xii OPV p. 22.

xiii OPV p. 19.

xiv OPV p. 20.

xv OPV p. 19 en 20.

xvi OPV p. 22 en 23.

xvii Verklaring bij de rechter-commissaris van 20 juni 2008 van [A] en V14-01 ([H]), V04-01 ([J]) en V18-01 ([F]).

xviii Verklaring bij de rechter-commissaris van 20 juni 2008 van [A] en verklaring bij de rechter-commissaris van 11 maart 2008 van [H].

xix Verklaring bij de rechter-commissaris van 20 juni 2008 van [A], verklaring bij de rechter-commissaris van 11 maart 2008 van [H] en verklaring bij de rechter-commissaris van 7 maart 2008 van [directeur].

xx Verklaring bij de rechter-commissaris van 20 juni 2008 van [A] en verklaring ter terechtzitting van 24 november 2008 van [J] als getuige.

xxi OPV p. 47.

xxii ZPV 1, p. 70.

xxiii AH/614, V14-01 p. 1273 ([H]), V13-01 p. 1231 ([directeur]).

xxiv AH 625 bijlage 1 t/m 13.

xxv V04-06 bijlage 1 p. 1103.

xxvi OPV 2, p. 106.

xxvii V07-01, V07-02, V07-03.

xxviii V18-01, V18-02, V18-03.

xxix V03-03.

xxx AH/625 bijlage 1 t/m 13.

xxxi Verklaring bij de rechter-commissaris van 20 juni 2008 van [A].

xxxii V11-03 ([verdachte]) p. 1220.

xxxiii V09 p. 1192 ([N] BV), V10 p. 1995 ([C] BV) en D/1216 p. 3083 ([D] Technische Handelsonderneming BV).

xxxiv ZPV 3 p. 148 en AH/633.

xxxv Verklaring ter terechtzitting van 25 november 2008 van [verdachte].

2

vonnis inzake [verdachte], parketnummer: 13/845033-06 (PROMIS)