Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BI3616

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-03-2009
Datum publicatie
12-05-2009
Zaaknummer
EA VERZ 09-2156
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nakosten - Procedure inzake een verzoek dat strekt tot begroting van de na de uitspraak onstane kosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Zaaknummer: EA VERZ 09-2156

Beschikking van: 30 maart 2009

481

Beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap Lindorff B.V., voorheen genaamd Transfair B.V.

gevestigd te Zwolle

verzoekende partij

gemachtigde: [gemachtigde], gerechtsdeurwaarder

t e g e n

[verweerder]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

verschenen in persoon

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De verzoekende partij heeft op 15 september 2008 een verzoek ingediend dat strekt tot begroting van de na de uitspraak ontstane kosten.

De verwerende partij heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 17 maart 2009. De verzoekende partij is verschenen bij de heer [vertegenwoordiger verzoeker]. De verwerende partij is verschenen in persoon.

Er is beschikking bepaald op heden.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1. Bij vonnis van de kantonrechter te Amsterdam van 10 januari 2007, is de verwerende partij veroordeeld tot betaling van de in dat vonnis genoemde bedragen, waaronder een bedrag aan proceskosten.

2. De verzoekende partij vraagt de kantonrechter een bevelschrift af te geven voor een bedrag aan nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

3. De verzoekende partij voert hiertoe aan dat zij vergoeding verlangt van de door haar verrichte handelingen, zoals het bestuderen van het vonnis, het onderhouden van schriftelijke en telefonische contacten met de verwerende partij en derden, het voeren en bewaken van betalingsregelingen, het rappelleren van de verwerende partij, het registreren en verwerken van betalingen en het informeren naar verhaalsmogelijkheden.

Zij wenst de met deze werkzaamheden gemoeide kosten op de verwerende partij te verhalen.

4. De hoogte van de nakosten worden door de verzoekende partij gesteld op een half punt van het destijds toepasselijke liquidatietarief bij de competentiegrens voor zogenoemde "niet-aardvorderingen, een bedrag van € 75,00.

5. De verwerende partij heeft -kort gezegd- als verweer gevoerd dat er een regeling is getroffen die door de verwerende partij wordt nagekomen.

6. Het gevoerde verweer treft doel.

Ter zitting is komen vast te staan dat partijen met elkaar een betalingsregeling zijn overeengekomen, die door de verwerende partij steeds is nagekomen.

7. Geoordeeld wordt dat onder deze omstandigheden er geen aanleiding is nakosten toe te wijzen. Naar het oordeel van de kantonrechter is artikel 237 lid 4 Rv niet geschreven voor de onder 6 beschreven situatie. Bovendien heeft de verzoekende partij in deze zaak geen substantiële werkzaamheden verricht, die het toewijzen van nakosten rechtvaardigen.

8. Aan het bovenstaande doet niet af dat de verwerende partij een eventuele betaling (uit de regeling) heeft gemist. De verwerende partij heeft daarvoor ter zitting in voldoende mate uitleg gegeven.

9. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. wijst het verzoek af.

Aldus gegeven door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2009 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter