Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BI1798

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-03-2009
Datum publicatie
21-04-2009
Zaaknummer
CV 08-14766
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurrecht. Indeplaatsstelling. Van een bedrijfsoverdracht als bedoeld in artikel 7:307 BW is geen sprake. De onderneming wordt geheel nieuw opgezet en er is geen sprake van voortzetting van het huidige concept. Daarmee gaat de identiteit van de onderneming verloren. Gegoedheid van de voorgedragen nieuwe huurder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

SECTOR KANTON - LOCATIE AMSTERDAM

Kenmerk : CV 08-14766

Datum : 5 maart 2009

452

Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam in de zaak van:

[eiseres]

gevestigd te [vestigingsplaats]

eiseres

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde: mr. A.A.M. Hesseling

t e g e n:

[de erven]

ten deze vertegenwoordigd door de executeur-testamentair Mr. A.J. Hollander,

wonende te Abcoude

gedaagden

hierna te noemen De Erven

gemachtigde: mr. G.J.A. Wiekart

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ingevolge het tussenvonnis van 16 oktober 2008, dat hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd, heeft [eiseres] bij akte het ondernemingsplan van 25 oktober 2008 van [A] overgelegd. De Erven hebben daarop een antwoord-akte met produkties genomen, waarna Wassenaar zich nog heeft uitgelaten.

De zaak staat thans weer voor vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

De beoordeling

1. Omtrent de gevorderde machtiging tot in de plaatsstelling wordt het volgende overwogen.

2. Ingevolge het vonnis van 16 oktober 2008 is [eiseres] in de gelegenheid gesteld om nadere inlichtingen te verschaffen omtrent de aard van het bedrijf van [A] en de gegoedheid van [A].

3. Daartoe heeft [eiseres] het businessplan van 25 oktober 2008 van [A] overgelegd en daarop een korte toelichting gegeven.

Aard van het bedrijf

4. In de plaatsstelling is mogelijk in die gevallen waarin een bedrijf wordt overgedragen maar de overdracht niet mogelijk is zonder overdracht van de huurovereenkomst. Het huurrecht is een sequeel van de bedrijfsvoering, in dit geval "tearoom voor het nuttigen van thee, koffie en gebak alsmede petit restaurant" en wat daarmee samenhangt. Van een bedrijfsoverdracht als bedoeld in artikel 7:307 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is naar het oordeel van de kantonrechter echter geen sprake. De nog op te richten onderneming van [A] heeft blijkens het overgelegde ondernemingsplan een geheel ander concept dan het bedrijf van [eiseres]. Onder de naam Cuisine Speciale zal [A] een lunchroom in de middag en een restaurantbedrijf in de avonduren exploiteren. [A] heeft in haar ondernemingsplan aangegeven dat het de bedoeling is om een geheel nieuwe formule neer te zetten. Onder de "zwakten in de Swot-analyse" geeft zij zelf aan dat de onderneming geheel nieuw wordt opgezet en dat er geen sprake is van voortzetting van het huidige concept. Daarmee zal de identiteit van de onderneming van [eiseres] verloren gaan en zal door [A] een nieuwe worden opgebouwd. Enkel de bestemming horeca zal worden gehandhaafd.

5. Reeds gelet hierop dient de vordering tot in de plaatsstelling te worden afgewezen.

Gegoedheid van de huurder

6. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat eveneens in geschil is tussen partijen of [A] voldoende waarborgen biedt voor een volledige nakoming van de huurovereenkomst en een behoorlijke bedrijfsvoering.

7. [A] heeft thans geen inkomsten. Haar spaarreserves worden niet aangewend voor het starten van de onderneming. Zij heeft aangegeven dat een oom haar een krediet van € 80.000,-- zal verstrekken zonder aflossingsverplichting. Daarnaast zal een kennis van haar broer haar een bedrag van € 6.000,-- lenen. Verklaringen te dier zake ontbreken echter.

8. Het bedrijf zal worden uitgeoefend in de vorm van een eenmanszaak. [A] heeft geen ervaring in de horeca en slechts korte ervaring als zelfstandige. Zij heeft aangegeven dat haar broer, die volgens haar wel ervaring in de horeca heeft, de dagelijkse leiding zal hebben in de onderneming en de inkopen zal doen. Nu De Erven een uittreksel uit het Handelsregister in het geding hebben gebracht waaruit blijkt dat de broer van [A] van 1 januari 2001 tot 1 april 2007 vennoot is geweest van de v.o.f. Compuflex Dienstverlening, een bedrijf dat zich bezig houdt met de ontwikkeling van software en detachering van automatiseringspersoneel, had het voor de hand gelegen dat [eiseres] bescheiden had overgelegd waaruit de ervaring van de broer van [A] zou kunnen blijken. Zij kan niet volstaan met de mededeling dat de broer van [A] ook heeft gewerkt in de automatiseringsbranche en daarnaast heeft gewerkt in een groot aantal horecabedrijven.

9. Daar komt nog bij dat het ten behoeve van de exploitatie van het bedrijf als restaurant van cruciaal belang is dat de openingstijden worden verruimd tot 0.00 uur. De huidige huurovereenkomst staat slechts een opening tot 20.00 uur en tijdens koopavond tot 21.00 uur toe. In de onderhavige procedure kan een wijziging van de huurovereenkomst in deze zin niet worden gerealiseerd. Daartoe zal [A], indien de vordering tot in de plaatsstelling zal worden toegewezen, zich tot De Erven dienen te wenden. De Erven hebben echter in deze procedure al aangegeven dat zij tegen een verruiming van de openingstijden om verschillende redenen bezwaren hebben. Het is dan ook nog zeer onzeker of de verlangde aanpassing van de openingstijden zal gaan plaatsvinden. Nu het merendeel van de inkomsten zullen moeten worden gegenereerd uit de exploitatie van het restaurant, komt daarmee de nieuw te starten onderneming van [A] ernstig in gevaar.

10. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de kantonrechter er niet van overtuigd is dat [A] de verplichtingen als huurster zal kunnen nakomen, waardoor De Erven onvoldoende waarborg hebben voor nakoming van de huurovereenkomst.

11. Gelet op het vorenstaande zullen de vorderingen van [eiseres] dan ook worden afgewezen.

12. Gelet op de afloop van het geding wordt [eiseres] veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van De Erven.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. wijst de vorderingen af;

II. veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding aan de zijde van De Erven gevallen, tot op heden begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht € 107,00

- voor het exploot van dagvaarding € 85,44

- voor salaris van gemachtigde € 450,00

In totaal: € 642,44

één en ander, voorzover verschuldigd, inclusief BTW;

III. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. A.J.T. Karskens, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 maart 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter