Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BH9341

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-03-2009
Datum publicatie
01-04-2009
Zaaknummer
418361 / KG ZA 09-171 NB/TF
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde tot opheffing van de in een bankgarantie bedoelde beslagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 418361 / KG ZA 09-171 NB/TF

Vonnis in kort geding van 26 maart 2009

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

H.P.G. SERVICES B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser 2].,

beide statutair gevestigd te Naarden,

3. [eiser 3],

wonende te [woonplaats],

eisers bij dagvaarding van 25 februari 2009,

advocaat mr. I. Spinath te Amsterdam,

tegen

de vennootschap naar Duits recht,

WESTINVEST GESELLSCHAFT FÜR INVESTMENT-FONDS MBH,

gevestigd te Düsseldorf (Duitsland),

gedaagde,

advocaat mr. Ch.G.A. van Rijckevorsel te Amsterdam.

Eisers zullen hierna afzonderlijk HPG, [eiser 2] en [eiser 3] worden genoemd. Gedaagde zal hierna WestInvest worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 5 maart 2009 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. WestInvest heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht.

Ter zitting waren aanwezig:

Aan de zijde van eisers: [eiser 3], [naam 1], oud-werknemer van HPG,

[naam 2], jurist bij de [eiser 3] groep, en mr. Spinath.

Aan de zijde van WestInvest: [naam 3], asset-manager, en mr. Van Rijckevorsel.

Ter zitting is de zaak pro forma aangehouden tot 19 maart 2009 teneinde partijen in de gelegenheid te stellen om tot een overeenstemming te komen. Bij brief van

16 maart 2009 heeft mr. Van Rijckevorsel aan de voorzieningenrechter meegedeeld dat WestInvest instemt met het voorstel van eisers ter zitting om tegen het stellen van een bankgarantie van EUR 2.200.000,-- de ten laste van [eiser 2] en [eiser 3] gelegde beslagen op te heffen. Mr. Spinath heeft bij brief van 19 maart 2009 bevestigd dat partijen onderling tot overeenstemming zijn gekomen en meegedeeld dat partijen alleen nog verschil van mening hebben over een deel van de inhoud van de af te geven bankgarantie. Mr. Spinath heeft - mede namens mr. Van Rijckevorsel - de voorzieningenrechter verzocht een beslissing te nemen over de vraag welke van de door partijen over te leggen concept-bankgaranties dient te worden gesteld.

Op 19 maart 2009 is aan partijen meegedeeld dat de voorzieningenrechter bereid is daarover in een vonnis een beslissing te geven. Dezelfde dag hebben beide partijen een concept-bankgarantie aan de voorzieningenrechter doen toekomen en verzocht een vonnis te wijzen met inachtneming van hetgeen partijen zijn overeengekomen en uitspraak te doen over het onderdeel waar nog verschil van mening over bestaat.

Op 24 maart 2009 is aan partijen meegedeeld dat op 26 maart 2009 vonnis zal worden gewezen.

2. De beoordeling

2.1. Partijen zijn het erover eens dat de beslagen kunnen worden opgeheven tegen het stellen van een bankgarantie ter waarde van EUR 2.200.000,--. In beide versies van de bankgarantie is onder C vermeld om welke beslagen het gaat.

2.2. De door mr. Van Rijckevorsel overgelegde bankgarantie, waarin de bank gehouden is over te gaan tot uitkering na overlegging van een afschrift van een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beslissing van een Nederlandse rechter, zal als de te stellen zekerheid worden bepaald.

Immers onder de gegeven omstandigheden kan een bankgarantie die pas kan worden uitgewonnen als er een in kracht van gewijsde gegane uitspraak is niet als voldoende zekerheid in de zin van artikel 705 lid 2 Rv worden beschouwd. WestInvest moet de mogelijkheid hebben om na een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis tot tenuitvoerlegging hiervan over te gaan en de bankgarantie in te roepen. Het wachten totdat er een in kracht van gewijsde gegaan vonnis is, zou mogelijk jaren kunnen duren, hetgeen in onderhavige zaak WestInvest in een ongunstiger positie zou kunnen brengen dan in het geval het beslag was blijven liggen.

2.3. Op grond van het voorgaande zal WestInvest worden veroordeeld tot opheffing van de in de bankgarantie onder C bedoelde beslagen tegen het stellen van een bankgarantie zoals door mr. Van Rijckevorsel is overgelegd en waarvan een exemplaar aan dit vonnis is gehecht.

2.4. Nu partijen op bijna alle onderdelen onderling tot overeenstemming zijn gekomen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd als na te melden.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1. veroordeelt WestInvest om binnen één dag na ontvangst van het originele exemplaar van de aan dit vonnis gehechte bankgarantie de hierin onder C bedoelde beslagen op te heffen,

3.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2009.?