Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6624

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-02-2009
Datum publicatie
19-03-2009
Zaaknummer
393863
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geestelijke stoornis, 3:34 en 3:35 BW

De vordering van eiseres mist grondslag nu de overeenkomsten tussen eiseres en gedaagde vernietigd zijn. Geoordeeld wordt dat de overeenkomsten onder invloed van een geestelijke stoornis zijn aangegaan, dan wel dat deze stoornis een redelijke waardering van de bij de handeling betrokken belangen belette en dat een met zijn verklaring overeenstemmende wil bij gedaagde heeft ontbroken. Er is geen sprake van gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van eiseres als bedoeld in artikel 3:35 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 393863 / HA ZA 08-914

Vonnis van 18 februari 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VODAFONE LIBERTEL B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eiseres,

advocaat mr. G.E.J. Kornet,

tegen

[A],

wonende te [-],

gedaagde,

advocaat mr. drs. J.J. Zijlstra.

Partijen zullen hierna Vodafone en [A] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 maart 2008 met bewijsstukken;

- de conclusie van antwoord met bewijsstukken;

- het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 2 juli 2008 waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van comparitie van 15 september 2008 met de daarbij gevoegde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van overgelegde bewijsstukken, staat het volgende vast.

2.2. Op 20 december 2005 zijn Vodafone en [A] twee overeenkomsten voor bepaalde tijd aangegaan terzake mobiele telefoonaansluiting (hierna: de overeenkomsten). Vodafone heeft [A] twee mobiele communicatie-aansluitingen en twee telefoonnummers (06-54914751 en 06-54260856) ter beschikking gesteld en tevens twee abonnementen en twee SIM-kaarten verschaft.

2.3. [A] heeft periodiek alle kosten welke verschuldigd zijn terzake het gebruik van deze mobiele telefoonaansluitingen gefactureerd gekregen op het adres Jacob Honigstraat 54 te Amsterdam, welk adres hij bij het aangaan van de overeenkomsten zelf heeft opgegeven.

2.4. [A] woont sinds november 2005 binnen een beschermde woonvorm in HVO Querido te Amsterdam Noord aan het Amerbos 187-189.

2.5. [A] heeft de facturen en aanmaningen van Vodafone niet ontvangen en de gefactureerde bedragen niet voldaan. Vodafone heeft daarop eerst de door haar aan [A] aangeboden diensten buiten gebruik gesteld en vervolgens, toen ondanks aanmaning daartoe betaling uitbleef, de overeenkomsten ontbonden. Vervolgens heeft Vodafone een incassogemachtigde ingeschakeld.

2.6. Een schriftelijke verklaring van kinder- en jeugdpsychiater dr. [B], verbonden aan de Bascule, gedateerd augustus 2007, luidt, voor zover hier relevant:

“In de periode van december 2005 tot juni 2006 is dhr. [A], geb. 27-02-1983, in behandeling geweest bij dhr. [C] (psychiater) en dhr. [D] (SPV) van AMC De Meren. In oktober 2006 heeft de Bascule de behandeling overgenomen.

Uit de rapportage blijkt dat cliënt in bovenstaande periode psychotisch en ernstig verward was. Cliënt is bekend met schizofrenie en heeft in die periode in verwarde toestand abonnementen afgesloten, waarvan hij de consequenties niet kon overzien.”

2.7. Een tweede schriftelijke verklaring van kinder- en jeugdpsychiater dr. [B], gedateerd 13 november 2007, luidt, voor zover hier relevant:

“Vanaf 2000 is dhr. [A], geb. 27-02-1983 in behandeling bij de GGz vanwege een schizofrene stoornis. Tussen 2000 en 2006 heeft dhr. [A] duidelijk last gehad van psychotische episodes. De psychotische episodes van dhr. [A] kenmerken zich door het horen van stemmen, matige lichamelijke verzorging, verbale agressiviteit en vreemd gedrag. […]

In de periode dat dhr. [A] psychotisch en verward was heeft hij een telefoonabonnement afgesloten. Door zijn psychose was dhr. echter niet in staat de consequenties van het afsluiten van een abonnement overzien.”

2.8. Een schriftelijke verklaring van [C], behandelend psychiater, gedateerd 19 december 2007, luidt, voor zover hier relevant:

“Cliënt is een man met een chronische psychose. Dit houdt in dat hij al jaren dagelijks geconfronteerd wordt met psychotische belevingen. Het ene moment is hij beter in staat om met zijn angst en psychische klachten om te gaan dan het andere.”

3. Het geschil

3.1. Vodafone vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [A] te veroordelen, om aan Vodafone te betalen een bedrag van EUR 15.770,38, te vermeerderen met de wettelijke rente over EUR 12.792,24 sedert de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening en voorts [A] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. Vodafone legt aan haar vordering ten grondslag dat zij uit hoofde van de overeenkomsten EUR 15.770,38 van [A] te vorderen heeft gekregen, met de voldoening waarvan [A] in gebreke is gebleven.

3.3. [A] voert gemotiveerd verweer en stelt dat de overeenkomsten vernietigbaar zijn, aangezien hij deze is aangegaan onder de invloed van een storing van zijn geestvermogens die een redelijke waardering van de bij de handelingen betrokken belangen belette.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank stelt voorop dat een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Uitgangspunt daarbij is dat de aanvaarding een tot de aanbieder gerichte wilsverklaring vormt. De onderhavige overeenkomsten tussen Vodafone en [A] zijn tot stand gekomen doordat [A] deze op 20 december 2005 heeft ondertekend. [A] beroept zich in dit verband echter op het ontbreken van een met zijn verklaringen, te weten het ondertekenen van de overeenkomsten, overeenstemmende wil op grond van artikel 3:34 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Dat artikel bepaalt dat een met de verklaring overeenstemmende wil wordt geacht te ontbreken indien er sprake is van iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord en deze stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette of indien de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan.

4.2. Als door [A] gesteld en door Vodafone niet betwist, staat vast dat [A] ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten leed aan schizofrenie. Vodafone heeft evenwel aangevoerd dat het feit dat [A] een voor hem onbekend adres kon onthouden, afdoet aan de geloofwaardigheid van zijn stelling dat hij ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten in verwarde toestand verkeerde. De rechtbank begrijpt dat Vodafone hiermee bestrijdt dat de stoornis van [A] een redelijke waardering van de bij de handeling betrokken belangen belette of de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan.

4.3. [A] heeft ter ondersteuning van zijn stelling schriftelijke verklaringen overgelegd van psychiaters [B] en [C]. Deze verklaringen – geciteerd onder 2.6, 2.7 en 2.8 – houden in dat [A] in de periode van december 2005 tot juni 2006 psychotisch en ernstig verward was, hij in verwarde toestand de telefoonabonnementen heeft afgesloten en hij daarvan de consequenties niet kon overzien. Vodafone heeft met haar betoog de inhoud van deze bewijsstukken onvoldoende betwist, zodat de rechtbank op grond van deze bewijsstukken oordeelt dat vaststaat dat de overeenkomsten onder invloed van de geestelijke stoornis zijn aangegaan, dan wel dat deze stoornis een redelijke waardering van de bij de handeling betrokken belangen belette. De rechtbank concludeert derhalve dat een met zijn verklaring overeenstemmende wil bij [A] heeft ontbroken.

4.4. Vodafone stelt dat [A] op de verkoopmedewerker van Vodafone als een gewone burger is overgekomen. De rechtbank begrijpt dat Vodafone zich hiermee wil beroepen op de bescherming van artikel 3:35 BW. Nu Vodafone een beroep wil doen op het gerechtvaardigd vertrouwen van artikel 3:35 BW, rust op haar de stelplicht en bewijslast ter zake. Aldus is relevant het antwoord op de vraag of Vodafone voldoende toelicht en onderbouwt dat (de verkoopmedewerker van) Vodafone de verklaring van [A] redelijkerwijs heeft mogen opvatten als overeenstemmend met diens wil.

4.5. [A] voert aan dat (de verkoopmedewerker van) Vodafone wist of had kunnen en behoren te weten dat [A] de overeenkomsten onder invloed van een geestelijke stoornis is aangegaan. [A] stelt daartoe dat hij er ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten ernstig verwaarloosd uitzag, verward communiceerde en verbaal agressief gedrag vertoonde, althans in het algemeen een dusdanig door zijn geestelijke toestand veroorzaakte indruk maakte, dat voor de medewerkers van Vodafone kenbaar was, althans had moeten zijn dat hij handelde onder invloed van die geestelijke stoornis. Deze stelling wordt ondersteund door de schriftelijke verklaring van kinder- en jeugdpsychiater dr. [B] – geciteerd onder 2.7 – die verklaart dat de psychotische episodes van [A] zich kenmerken door het horen van stemmen, matige lichamelijke verzorging, verbale agressiviteit en vreemd gedrag.

4.6. De rechtbank is van oordeel dat Vodafone, mede in het licht van het verweer van [A], niet heeft voldaan aan de in rechtsoverweging 4.4 genoemde stelplicht. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van Vodafone als bedoeld in artikel 3:35 BW.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de overeenkomsten tussen Vodafone en [A] vernietigbaar zijn op grond van artikel 3:34, tweede lid BW. Door de aanvaarding van het verweer van [A] worden de overeenkomsten vernietigd. Het gevorderde mist aldus grondslag en zal daarom worden afgewezen.

4.7. Gelet op het voorgaande behoeven de overige stellingen van partijen geen verdere bespreking.

4.8. Vodafone zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van dit geding, aan de zijde van [A] begroot op:

Vastrecht EUR 345,00

Salaris advocaat 904,00 (2 pnt x tarief II) +

Totaal EUR 1.249,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vordering af;

5.2. veroordeelt Vodafone in de kosten van het geding, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op EUR 1.249,00;

5.3. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. van Eunen en in het openbaar uitgesproken op

18 februari 2009.?