Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BH5980

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-02-2009
Datum publicatie
16-03-2009
Zaaknummer
13/437466-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor poging tot ramkraak op een juwelier in de P.C. Hooftstraat te Amsterdam en voorhanden hebben van wapens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/437466-08

Datum uitspraak: 5 februari 2009

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank [geboorteplaats], meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], gedetineerd in het Huis van Bewaring “Havenstraat” te Amsterdam.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 januari 2009.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd, zoals is omschreven in de dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging toegewezen ter terechtzitting van 22 januari 2009, dat:

1.

hij op of omstreeks 22 oktober 2008 te Amsterdam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen horloges en/of sieraden, in elkgeval (waardevolle) juwelen, geheel of ten dele toebehehorende aan [juwelier] (perceel [adres]), in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of een of meer ander(en), te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, hij met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- met een personenauto (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken]) (met hoge snelheid) tegen de gevel van [juwelier] is gereden en/of

- (vervolgens) met een of meer (vuur)wapen(s), in elk geval (een) op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en), in de hand uit de personenauto is gestapt en/of

- de/het (vuur)wapen(s), in elk geval (een) op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en), op [persoon 2] en/of [persoon 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of

- (daarbij) de/het vuurwapen(s) door heeft geladen,

terwijl de uitvoering van genoemd misdrijf niet is voltooid;

Artikel 45 juncto 312 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 22 oktober 2008 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (merk CZ, kaliber 7.65 millimeter Br., serienummer C23157), en/of munitie van categorie III, te weten vijf, in elk geval een of meer, patronen van kaliber 7.65 millimeter, en/of een wapen van categorie II, te weten een stroomstootwapen, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

Artikel 26 lid 1 Wet wapens en Munitie

2. Voorvragen

3. Waardering van het bewijs

3.1. Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft verzocht verdachte vrij te spreken en heeft daartoe – kort gezegd – het volgende aangevoerd. Niet kan worden vastgesteld dat de scooter die door de daders van de poging tot overval in de P.C. Hooftstraat bij de vlucht is gebruikt en de scooter die door getuige [getuige 1] is gezien op de Stadhouderskade dezelfde scooter is als de scooter van verdachte. Volgens verdachte had zijn scooter een kenteken terwijl getuige [getuige 2], die de bij het feit gebruikte scooter op de PC Hooftstraat zou hebben gezien, heeft verklaard dat die scooter geen kenteken had. Evenmin kan worden gezegd dat de scooter die door getuige [getuige 3] op de Weesperzijde is gezien, de scooter is van verdachte. De verklaring van [getuige 3] is onbruikbaar voor het bewijs aangezien zij bij de foslo-confrontatie niet de twee verdachten heeft herkend, maar twee andere personen heeft aangewezen. Tot slot heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de scooter die hij op de Stadhouderskade, zag zilverkleurig was terwijl de scooter van verdachte dat niet was.

De rechtbank verwerpt alle verweren en overweegt daartoe als volgt.

Aangeefster [persoon 1] (p. 108 e.v.), manager van [juwelier] ([adres] te Amsterdam) heeft verklaard dat zij op 22 oktober 2008 een auto op de etalage van [juwelier], waar horloges en sieraden worden verkocht, zag inrijden. Op dat moment waren de schoonmaakster en de beveiliger ook in de winkel. Zij zag twee mannen met zwarte kleding naast de auto staan. Zij hadden bivakmutsen op en hadden elk een pistool in de hand. Eén van de daders deed de slede van het pistool naar achteren en richtte het pistool op haar. Deze dader gebaarde dat zij de deur open moest doen. De andere dader richtte zijn pistool op de beveiliger.

Deze verklaring wordt bevestigd door beveiliger en aangever [persoon 2] (p. 113 e.v.). Hij heeft eveneens verklaard over het doorladen van het wapen en voorts dat de auto een rode Volkwagen Golf was. Schoonmaakster [persoon 3] heeft verklaard dat zij een auto tegen de gevel hoorde knallen en een man met een bivakmuts zag, waarop zij naar de wc is gerend (p. 3). Bovenstaande heeft plaats gevonden om omstreeks 10:05 uur (p. 108 en 364).

De getuige [getuige 4] (p. 59 e.v. en p. 287 e.v.) heeft verklaard dat zij rond 10:00 uur bij de Honthorststraat werd ingehaald door een scooter met daarop twee jongens met donkere kleding. De passagier droeg een grote zwarte tas op zijn rug. De scooter werd stilgezet bij de plakzuil. Ter terechtzitting heeft de getuige haar verhaal bevestigd en verklaard dat haar de grote tas speciaal was opgevallen. De politie heeft getuige [getuige 5] (p. 7 e.v.) gehoord, die heeft verklaard dat hij op de Honthorststraat een man richting de P.C. Hoofstraat had zien lopen met een vuurwapen en een zwarte bivakmuts met een wit randje. De man liep naar de juwelier waar de rode Golf stond en liep daar heen en weer, waarbij hij het vuurwapen liet zien. De getuige zag vervolgens de daders terugrennen naar de peperbus op de Honthorststraat en wegrijden op een zwarte scooter. De getuige [getuige 2] (p. 54 e.v.) heeft verklaard dat hij twee jongens op een scooter zag wegrijden nadat de auto tegen de pui was aangereden. Deze scooter stond bij de peperbus in de Honthorststraat en had geen kentekenplaat.

Om 10:12 uur heeft de centrale meldkamer (p. 364 e.v.) de melding gekregen dat een man twee jongens op een scooter met hoge snelheid over de Stadhouderskade in oostelijke richting heeft zien rijden. Zij dragen donkere kleding en een donkere sporttas. De melder was getuige [getuige 1], die bij de politie heeft verklaard (p. 193 e.v.) dat hij een scooter met hoge snelheid over de Stadhouderskade uit de richting van het Rijksmuseum in de richting van de Van Woustraat zag rijden. Dat was ter hoogte van het Weteringcircuit. Hij zag dat de passagier van de scooter een vuurwapen in zijn hand had en daarmee zwaaide.

De rechtbank overweegt dat de tijd die is gelegen tussen de poging tot overval op de P.C. Hoofstraat en het waarnemen van een scooter op de Stadhouderskade, gelijk kan zijn aan de tijd die nodig is om met een scooter de afstand tussen genoemde plaatsen af te leggen.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de verklaringen van getuige [getuige 1] over de kleur van de scooter het volgende. Blijkens de melding (p. 364) heeft [getuige 1] verklaard dat de scooter die hij heeft gezien, zilverkleurig was. In zijn verklaring bij de politie (p. 194) heeft de getuige dit in zoverre genuanceerd, dat hij zag dat de kap en het stuur zilverkleurig waren en dat het zadel donker was. Ter terechtzitting heeft de getuige verklaard dat hij dacht dat de scooter grijs van kleur was, maar dat hij dat niet zeker weet omdat zijn aandacht meer gericht was op wat er op dat moment gebeurde. De rechtbank overweegt dat dus niet kan worden vastgesteld dat de scooter die [getuige 1] heeft gezien, volledig grijs of zilverkleurig was. Terzijde overweegt de rechtbank dat, zoals is te zien op de foto met nummer 27 (p. 597), de kap van de scooter van verdachte, die met zwarte verf is overgespoten, vanuit een bepaald gezichtspunt kan worden beoordeeld als zilvergrijs.

Vervolgens is om 10:16 uur de melding binnengekomen dat op de Weesperzijde een scooter met twee jongens met hoge snelheid kwam aanrijden (p. 365). De rechtbank overweegt ook hier dat de tijd die is gelegen tussen de waarneming van getuige [getuige 1] ter hoogte van het Weteringcircuit en het waarnemen van een scooter op de Weesperzijde, gelijk kan zijn aan de tijd die nodig is om met een scooter de afstand tussen genoemde plaatsen af te leggen. De getuige [getuige 3] (p. 208 e.v.) heeft verklaard dat zij een zwarte scooter met hoge snelheid meerdere keren langs haar woning aan de Weesperzijde zag rijden. Er zaten twee jongens op met donkere – de getuige denkt zwarte – jacks en de passagier had een grote, donkere, nylon sporttas om. Ze zagen er paniekerig uit. De scooter reed uiteindelijk de hoek om. De getuige zag dezelfde jongens op de scooter aan de achterzijde van haar woning door de binnentuin rijden, waar ze met de scooter een boxruimte, die behoort bij de woningen aan de Eerste Oosterparkstraat, in gingen. De getuige heeft haar verhaal ter terechtzitting bevestigd en heeft verklaard dat haar de tas speciaal was opgevallen.

Mede naar aanleiding van de verklaring van een buurman heeft de politie uiteindelijk verdachte en zijn medeverdachte aangehouden, nadat die bij het zien van de politie waren weggevlucht.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met zijn medeverdachte als passagier op zijn, verdachtes, scooter was gaan rijden die ochtend. Hij heeft verklaard dat hij, verdachte, daarbij een jas droeg, die hij heeft uitgedaan en achtergelaten in zijn box toen zij de scooter terug in de box zetten.

Gelet op al het bovenstaande in samenhang bezien, acht de rechtbank de kans slechts theoretisch dat de scooter met daarop twee jongens met een tas, die getuige [getuige 3] over de Weesperzijde heeft zien rijden, een andere scooter was dan de scooter met verdachte en zijn medeverdachte. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat de herkenning bij de foslo-confrontatie van getuige [getuige 3] van twee andere personen dan verdachte en zijn medeverdachte, niet aan de bruikbaarheid van de verklaringen van [getuige 3] en een bewezenverklaringen in de weg hoeft te staan.

De politie heeft in de box van verdachte een zwarte bromfiets aangetroffen, waarvan de uitlaat nog warm was (p. 23). In de buddyseat van de bromfiets zat een tasje met daarin een bivakmuts, een stroomstootwapen, een pistool en een hamer (p. 198). De slede van het pistool stond naar achteren. In de box werden verder nog een bivakmuts en twee zwarte jassen gevonden (p. 30). Eén van deze bivakmutsen had een licht gekleurde rand (foto´s p. 45). Ook werd een zwarte nylon sporttas in de box gevonden (p. 199). Uit onderzoek van het NFI blijkt dat op één van de bivakmutsen DNA is aangetroffen dat overeenkomt met dat van verdachte (p. 652 e.v. ). Op de andere bivakmuts werd een DNA-mengprofiel verkregen dat kenmerken bevat die overeenkomen met het DNA van verdachte en zijn medeverdachte.

Gelet op het voorgaande, in samenhang bezien, acht de rechtbank niet alleen bewezen dat de scooter die door de daders van de poging tot overval op de P.C. Hooftstraat bij de vlucht is gebruikt, dezelfde scooter is die door getuige [getuige 1] op de Stadhouderskade is gesignaleerd, maar ook dat dit de scooter is die door getuige [getuige 3] aan de Weesperzijde is gesignaleerd, bereden door verdachte en zijn medeverdachte, welke scooter later in de box van verdachte is aangetroffen.

Dat de getuige [getuige 2] heeft verklaard dat de door hem waargenomen scooter geen kentekenplaat had, terwijl kan worden vastgesteld dat de in de box van verdachte aangetroffen scooter wel voorzien was van een kenteken, zij het vals (p. 583), doet aan dit oordeel niet af.

3.2. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. op 22 oktober 2008 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen horloges en sieraden, toebehorende aan [juwelier] (perceel [adres]) en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen [persoon 1] en [persoon 2] en [persoon 3], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, hij en/of zijn mededader

- met een personenauto (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken]) tegen de gevel van [juwelier] is gereden en

- vervolgens met een vuurwapen in de hand uit de personenauto is gestapt en

- de vuurwapens op [persoon 2] en [persoon 1] heeft gericht en gericht heeft gehouden en

- daarbij het vuurwapen door heeft geladen,

terwijl de uitvoering van genoemd misdrijf niet is voltooid;

2. op 22 oktober 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk CZ, kaliber 7.65 millimeter Br., serienummer C23157), en munitie van categorie III, te weten vijf patronen van kaliber 7.65 millimeter, en een wapen van categorie II, te weten een stroomstootwapen, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 en 2 bewezengeachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie als volgt gevorderd, waarbij wordt verwezen naar de nummers op de beslaglijst, van welke een kopie als bijlage aan dit vonnis is gehecht:

- Onttrekking aan het verkeer: nummers 13 t/m 15.

- Retour aan rechthebbende: nummers 1 t/m 12 en de nummers 16 t/m 23.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een het medeplegen van een poging tot overval van een juwelier en het voorhanden hebben van wapens.

Met zijn mededader heeft verdachte geprobeerd een juwelier in de P.C. Hooftstraat in Amsterdam te overvallen door met een gestolen auto op de gevel in te rijden en vuurwapens te tonen. Hierbij werden vuurwapens gericht op de medewerkers van de juwelier. Toen hierop niet het gewenste resultaat volgde – de deur van de juwelier bleef dicht – zijn verdachte en zijn mededader gevlucht op een scooter, die eerder was overgespoten met zwarte verf, kennelijk om de opvallende oorspronkelijke rode kleur te verbergen. Tijdens de vlucht hebben de daders bijna een vrouw met kinderwagen omver gereden en zwaaiden ze met een wapen, kennelijk teneinde omstanders af te schrikken. Als de politie beide daders dan, nog geen half uur na het feit, op het spoor komt, proberen de daders aan aanhouding te ontkomen door weg te rennen.

Overvallen, en dus ook pogingen daartoe, zijn ernstige feiten die naast materiële schade vaak ook langdurige psychische schade veroorzaken voor de slachtoffers. Juweliers behoren tot een groep ondernemers die een grote kans loopt om slachtoffer te worden van een overval. Zij zijn daardoor genoodzaakt om dure en ingrijpende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals het inhuren van beveiligers en het plaatsen van kogelwerend glas. Daarbij voelen veel juweliers zich na de zoveelste (poging tot) overval gedwongen om een andere bron van inkomsten te zoeken. Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan deze maatschappelijke schade. Daarnaast veroorzaakt dit soort feiten grote gevoelens van onrust en onveiligheid bij de omstanders en in de samenleving in het algemeen.

Voorts heeft verdachte een pistool met munitie en een stroomstootwapen voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van wapens is strafbaar gesteld omdat met wapens het plegen van feiten als het onderhavige makkelijker wordt gemaakt en omdat wapens een ernstig gevaar opleveren voor de veiligheid van personen.

Verdachte heeft zijn betrokkenheid bij feit 1 ontkend. Noch bij de politie, noch bij de rechter-commissaris, noch ter terechtzitting heeft verdachte enig inzicht gegeven in de oorzaak van zijn daden of het besef van de laakbaarheid ervan. De rechtbank ziet in de summiere informatie over de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen feiten en omstandigheden waarmee met de strafoplegging rekening gehouden zou moeten worden. Ook over de oorzaak en achtergrond van het feit is niets duidelijk geworden, zodat daarmee bij de strafoplegging reeds daarom geen rekening mee kan worden houden.

In de omstandigheid dat verdachte nooit eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit, ziet de rechtbank aanleiding een deel van de straf in voorwaardelijke zin op te leggen. Daarmee tracht de rechtbank de verdachte te stimuleren zich niet opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten: de nummers 13 t/m 15 van welke een kopie als bijlage aan dit vonnis is gehecht, dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van deze voorwerpen het onder 1 bewezen geachte is voorbereid en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 45, 47, 57 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

2. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

? Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 5 (vijf) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

? Verklaart onttrokken aan het verkeer de nummers 13 t/m 15 van de beslaglijst, van welke een kopie als bijlage aan dit vonnis is gehecht.

? Gelast de teruggave aan de rechthebbende van de nummers 1 t/m 12 en de nummers 16 t/m 23 van de beslaglijst, van welke een kopie als bijlage aan dit vonnis is gehecht.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Knol, voorzitter,

mrs. Q.R.M. Falger en E.D.M. Knegt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.F. Zaagsma, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 februari 2009.