Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BL4414

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-05-2008
Datum publicatie
18-02-2010
Zaaknummer
345210 - HA ZA 06-2257
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Keuze winstafdracht dan wel geleden verlies.

Ter beantwoording van de vraag welk bedrag hoger is, de gederfde winst van G-Star dan wel de met de inbreuk door Cool Cat behaalde netto winst, dienen eerst allebei deze bedragen te worden vastgesteld. Er volgt een berekening van de met de inbreukmakende sweaters behaalde netto winst. De door G-Star gederfde winst was bij eerder tussenvonnis reeds vastgesteld op EUR 14.662,91. Dat G-Star daarnaast nog andere schade heeft geleden is niet komen vast te staan. Aangezien het bedrag aan door G-Star gederfde winst het bedrag aan door Cool Cat met de inbreukmakende sweaters behaalde netto winst overschrijdt, wordt ervan uitgegaan dat G-Star aanspraak maakt op eerstgenoemd bedrag dat, onder aftrek van de reeds betaalde schadevergoeding, wordt toegwezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 345210 / HA ZA 06-2257

Vonnis van 7 mei 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

G-STAR INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

procureur mr. M.R. de Zwaan,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COOL CAT NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Houten,

gedaagde,

procureur mr. F.B. Falkena.

Partijen zullen hierna G-Star en Cool Cat genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 oktober 2007, met de daarin genoemde stukken,

- de akte na tussenvonnis, tevens houdende overlegging producties van Cool Cat,

- antwoordakte na tussenvonnis, met één productie van G-Star,

- afzien door Cool Cat van akte uitlating productie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. De rechtbank volhardt in hetgeen is overwogen en beslist bij tussenvonnis in deze zaak van 3 oktober 2007 (hierna: het tussenvonnis).

2.2. In rechtsoverweging 2.4 van het tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen dat, ter beantwoording van de vraag welk bedrag hoger is, de gederfde winst van G-Star dan wel de met de inbreuk door Cool Cat behaalde netto winst, eerst allebei deze bedragen dienen te worden vastgesteld. De rechtbank heeft vervolgens de door G-Star gederfde winst vastgesteld op EUR 14.662,91 (rechtsoverweging 2.10).

2.3. Ten aanzien van de door Cool Cat met de inbreuk behaalde netto winst heeft de rechtbank in rechtsoverweging 2.5 van het tussenvonnis voorop gesteld dat als uitgangpunt bij het berekenen van de met de inbreukmakende sweaters behaalde netto winst redelijkerwijs niet het algemene bedrijfsresultaat en/of het algemene netto winstpercentage van een bepaald jaar kan worden gehanteerd. Alleen de cijfers die betrekking hebben op de verkoop van de inbreukmakende sweaters dienen in aanmerking te worden genomen. Voorts dient te worden uitgegaan van het bedrijfsresultaat van het inbreukmakende jaar 2005, en kunnen de jaarcijfers van 2003 redelijkerwijs niet tot uitgangspunt dienen bij het berekenen van de netto winst. Voorts dienen ook de op de netto omzet in mindering te strekken vaste- dan wel variabele kosten betrekking te hebben op de productie en verkoop van de inbreukmakende sweaters. Kosten die met de inbreuk niets van doen hebben en die ook zonder de inbreuk zouden zijn gemaakt, dienen, behoudens een eventueel omslagpercentage per product, buiten beschouwing te worden gelaten. Dit impliceert anderzijds wel dat, anders dan G-Star betoogt, niet slechts rekening moet worden gehouden met variabele kosten, zodat in het hierna volgende ook niet van haar berekeningen van de netto winst kan worden uitgegaan. Er behoort te worden uitgegaan van het verschil tussen de netto-opbrengst minus het totaal aan de aan die opbrengst toe te rekenen kosten, hetzij directe of indirecte, hetzij vaste of variabele kosten.

2.4. Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat van een netto winkelomzet van

EUR 140.859,- dient te worden uitgegaan (rechtsoverweging 2.6) en dat hiervan in ieder geval de inkoopkosten ad EUR 63.321,82 dienen te worden afgetrokken, hetgeen resulteert in EUR 77.537,18 (rechtsoverweging 2.7). Voorts heeft de rechtbank bepaald dat van dit bedrag nog dient te worden afgetrokken te betalen belastingen ad 31,5%, de vernietigingskosten en eventuele andere (algemene over de sweater omgeslagen) kosten die volgens Cool Cat 48,8% bedragen.

2.5. Cool Cat is vervolgens bij tussenvonnis in rechtsoverweging 2.8 in de gelegenheid gesteld de vernietigingskosten en de berekening van het opslagpercentage van 48,8% nader toe te lichten en met bewijsstukken te onderbouwen, waarbij zij eveneens dient te onderbouwen dat deze kosten aan het product zijn toe te rekenen zoals overwogen in rechtsoverweging 2.5 van het tussenvonnis.

2.6. Cool Cat heeft daarop bij akte de vernietigingskosten nader gespecificeerd op

EUR 250,- onder overlegging van bewijsstukken. Daarnaast heeft Cool Cat, onder overlegging van het jaarverslag 2006 waarvan deel uit maakt de op pagina 14 weergegeven winst- en verliesrekening waarop op de rechterzijde de cijfers over 2005 zijn te zien, de kostenopslag van 48,8% aldus toegelicht dat zij de totale bedrijfskosten over 2005 ad

EUR 66.989,- heeft afgezet tegen de totale netto opbrengst van 2005 ad EUR 137.087,-. Op pagina 22 tot en met 24 van de bij akte na tussenvonnis door Cool Cat overlegde productie 3 zijn de bedrijfskosten nader in (sub)posten gespecificeerd.

G-Star heeft hiertegen verweer gevoerd bij antwoordakte.

2.7. De rechtbank overweegt als volgt.

Anders dan G-Star betoogt, kunnen de door Cool Cat opgevoerde, inhoudelijk niet door G-Star betwiste, totale algemene bedrijfskosten over het jaar 2005 worden meegenomen bij de vraag naar de aan de opbrengst van de inbreukmakende sweaters toe te rekenen kosten. Bij tussenvonnis was immers reeds overwogen dat ook algemene kosten, die niet in een direct verband staan tot de inbreukmakende sweaters via een omslagpercentage per product in aanmerking genomen kunnen worden. Een onderneming met de omvang van die van Cool Cool Cat moet immers ook aanzienlijke algemene kosten maken, zoals personeelskosten en kosten van bijvoorbeeld (onderhoud van) winkels, ten einde haar producten, waaronder ook de inbreukmakende sweaters, te kunnen verkopen en de onderneming draaiende te houden. Ook het via een omslagpercentage toerekenen van vaste kosten, zoals huisvestings- en personeelskosten, wordt in dit geval dan ook redelijk geacht.

Voorts heeft Cool Cat kunnen volstaan met overlegging van de geconsolideerde jaarrekening, die voorzien is van een goedkeurende accountantsverklaring, en is het overleggen van nadere onderliggende administratieve bescheiden niet nodig, temeer nu G-Star geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de gespecificeerde algemene bedrijfskosten.

De rechtbank acht het door Cool Cat genoemde omslagpercentage van 48,8% met de door haar overgelegde bewijsstukken dan ook voldoende onderbouwd, zodat in het hierna volgende van dit percentage zal worden uitgegaan.

2.8. Ten aanzien van de vernietigingskosten zal van het door Cool Cat gespecificeerde, niet door G-Star betwiste bedrag van EUR 250,- worden uitgegaan.

2.9. Het vorenstaande resulteert in de volgende door Cool Cat, met de inbreukmakende sweaters behaalde netto winst:

resultaat als genoemd onder 2.4 EUR 77.537,18

minus algemene omgeslagen kosten EUR 68.739,19 (48,8% van EUR 140.859,-)

levert op de bruto winst EUR 8.797,99

minus belasting EUR 2.771,37 (31,5 % van 8.797,99)

levert op een netto winst van EUR 6.026,62

minus de vernietigingskosten EUR 250,00

aan sweaters toe te rekenen winst EUR 5.776,62.

2.10. Aangezien het bedrag aan door G-Star gederfde winst het bedrag aan door Cool Cat met de inbreukmakende sweater behaalde netto winst overschrijdt, wordt ervan uitgegaan dat G-Star aanspraak maakt op eerstgenoemd bedrag. Nu Cool Cat reeds een bedrag van EUR 10.193,- aan G-Star heeft betaald, resteert daarmee een bedrag van

EUR 4.469,92 (EUR 14.662,92 minus EUR 10.193,-) waarop G-Star thans nog aanspraak kan maken. Het gevorderde is in zoverre dan ook toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 april 2005, de datum waarop G-Star Cool Cat voor het eerst inzake de inbreuk heeft aangeschreven en heeft gesommeerd en vanaf welke datum Cool Cat jegens G-Star in verzuim verkeert, alsmede vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom en de tot aan de dagvaarding verschenen rente zoals bij dagvaarding gevorderd.

2.11. Bij tussenvonnis is reeds overwogen dat overige door G-Star geleden schade niet is komen vast te staan (zie rechtsoverweging 2.11).

2.12. Cool Cat zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Hierbij worden de volledige kosten als bedoeld in artikel 1019h Rv toegewezen, aangezien hier, anders dan Cool Cat meent, wel degelijk sprake is van een vordering van G-Star in het kader van de handhaving van de rechten van intellectuele eigendom in gevolge de Auteurswet 1912. Dat de discussie niet gaat over de vraag of er sprake is van een inbreuk, maar zich beperkt tot de vraag of er (aanvullende) schade is geleden ten gevolge van de inbreuk, doet hieraan niet af. Verder gaat de rechtbank voorbij aan de stelling van Cool Cat, wat hier verder ook van zij, dat zij te goeder trouw is geweest. Goede trouw maakt nog niet zonder meer dat de billijkheid zich in dit geval tegen een volledige proceskostenveroordeling verzet.

Het door G-Star gevorderde totaalbedrag komt de rechtbank verder redelijk en evenredig voor. Daarbij wordt voorbij gegaan aan het verweer van Cool Cat met betrekking tot de aan de akte vermeerdering van eis bestede tijd en aan het twee keer uitbrengen van de dagvaarding. Cool Cat heeft in dit verband nagelaten aan te voeren wat dan volgens haar wel een redelijke tijdsbesteding voor deze werkzaamheden zou zijn geweest, alsmede welke extra onnodige tijdsbesteding gedeclareerd is naar aanleiding van het twee keer uitbrengen van de dagvaarding. Doorslaggevend wordt verder geacht dat het totaal gevorderde bedrag de rechtbank niet onredelijk voorkomt, waarbij wordt geconstateerd dat Cool Cat zelf een hoger totaalbedrag aan gemaakte volledige proceskosten in deze zaak opvoert.

Het salaris procureur zal gezien de producties 12 en 18 van G-Star worden gesteld op

EUR 19.547,99.

De totale kosten aan de zijde van G-Star worden derhalve begroot op:

- kosten dagvaarding EUR 71,32

- vast recht EUR 248,00

- salaris procureur EUR 19.547,99

Totaal EUR 19.867,31.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. bepaalt dat Cool Cat aansprakelijk is voor de door haar veroorzaakte schade ten gevolge van de inbreuk op de auteursrechten van G-Star;

3.2. veroordeelt Cool Cat tot betaling aan G-Star van EUR 4.469,92 (vierduizend vierhonderd negenenzestig euro en tweeënnegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 april 2005 tot aan de dagvaarding, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom en de tot aan de dagvaarding verschenen rente vanaf 30 mei 2006 tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat voor zover rente over rente wordt gevorderd deze slechts is verschuldigd voor zover die wettelijke rente tenminste één jaar eerder is verschenen;

3.3. veroordeelt Cool Cat in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van G-Star begroot op EUR 19.867,31 (negentienduizend achthonderd zevenenzestig euro en éénendertig eurocent);

3.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.5. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Rombouts en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2008.?