Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BH7253

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-02-2008
Datum publicatie
24-03-2009
Zaaknummer
08.139
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mondeling verzoek tot wraking ingevolge art. 513 Sv. Verzoek afgewezen. Het wrakingsverzoek had betrekking op de leden van de meervoudige strafkamer. De kern van het wrakingsverzoek berust op de gedachte dat tijdens een eerdere mondelinge behandeling de mogelijkheid van behandeling achter gesloten deuren was genoemd in verband met de vraag of verzoekster vrijwillig ter zitting zou willen verschijnen. Met de beslissing om de zaak thans niet achter gesloten deuren te behandelen de meervoudige strafkamer onvoldoende rekening heeft gehouden met de psychische gesteldheid van verzoekster en de vrees voor haar veiligheid. Daardoor heeft verzoekster geen vertrouwen meer in een onpartijdige behandeling door de meervoudige strafkamer.

Naar het oordeel van de rechtbank is in de overwegingen en beslissing van de meervoudige strafkamer geen objectieve rechtvaardiging te vinden voor de vrees dat de meervoudige strafkamer bij de beoordeling van het verzoek niet onpartijdig is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de meervoudige strafkamer gezien de aantekeningen van de griffier het belang van verzoekster afgewogen tegen het algemeen belang van de openbaarheid. Tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek is voorts niet gebleken dat de meervoudige strafkamer als zij komt tot behandeling van de zaak, onvoldoende oog zou hebben voor de veiligheid van verzoekster. De beslissing is evenmin zo onbegrijpelijk, dat redelijkerwijze daarvoor geen andere verklaring mogelijk is dan dat de beslissing is ingegeven door vooringenomenheid jegens verzoekster. Evenmin is door de meervoudige strafkamer de verwachting gewekt dat de zaak op de volgende zitting achter gesloten deuren zou worden behandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Beschikking op het op 21 februari 2008 ter zitting gedane en onder rekestnummer 08.139

ingeschreven verzoek tot wraking van:

[ ],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

verzoekster,

raadsman: mr. C.F. Korvinus, advocaat te Amsterdam,

welk verzoek strekt tot wraking van de leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de strafzaak tegen verzoekster.

Verloop van de procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:

- een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden zitting van de meervoudige strafkamer van 5 februari 2007;

- de aantekeningen van de griffier van de beslissing van de meervoudige strafkamer op een verzoek tot behandeling achter gesloten deuren d.d. 21 februari 2008.

De leden van de meervoudige strafkamer hebben bij monde van de voorzitter meegedeeld niet in de wraking te berusten.

Het verzoek is behandeld op 21 februari 2008 alwaar de rechtbank de uitdrukkelijk gemachtigde raadsman van verzoekster, de officier van justitie en de voorzitter van de meervoudige strafkamer heeft gehoord.

Na de behandeling is mondeling uitspraak gedaan.

Deze beschikking vormt de uitwerking daarvan.

1. De feiten

Van de volgende feiten wordt uitgegaan.

a) Na een tasjesroof is iemand overleden tengevolge van een aanrijding, waarbij verzoekster betrokken was. Verzoekster is daardoor verdachte in een strafzaak geregistreerd onder parketnummer 13-457053-05.

b) Op 5 februari 2008 heeft de meervoudige strafkamer een bevel medebrenging van verzoekster gegeven.

c) Voornoemd bevel tot medebrenging is namens de officier van justitie door de politie op 20 februari 2008 tenuitvoergelegd.

2. Het verzoek en de gronden daarvan

Zakelijk weergegeven richt het verzoek zich tegen de beslissing van de meervoudige strafkamer van heden om het verzoek tot behandeling achter gesloten deuren af te wijzen.

Ter onderbouwing daarvan heeft de raadsman van verzoekster het volgende gesteld.

Tijdens de zitting van 5 februari 2008 heeft de meervoudige strafkamer de mogelijkheid van behandeling achter gesloten deuren genoemd in verband met de vraag of verzoekster vrijwillig ter zitting zou willen verschijnen. Met de beslissing om de zaak niet achter gesloten deuren te behandelen heeft de meervoudige strafkamer onvoldoende rekening gehouden met de psychische gesteldheid van verzoekster en de vrees voor haar veiligheid.

Daardoor heeft verzoekster geen vertrouwen meer in een onpartijdige behandeling door de meervoudige strafkamer Ook de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het bevel tot medebrenging duidt volgens verzoekster op de schijn van vooringenomenheid van de meervoudige strafkamer. Volgens verzoekster is zij door tien agenten van huis opgehaald.

3. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft samengevat aangevoerd dat de door de meervoudige strafkamer genomen beslissing en de door de raadsman van verzoekster (daartegen) aangevoerde bezwaren geen zwaarwegende aanwijzingen opleveren, die maken dat het de meervoudige strafkamer aan onpartijdigheid ontbreekt.

4. Het standpunt van de voorzitter namens de meervoudige strafkamer

Het is duidelijk dat de verdediging het niet eens is met de beslissing de zaak in het openbaar te behandelen. Inderdaad is op de zitting van 5 februari 2008 de mogelijkheid van de behandeling achter gesloten deuren besproken. In mijn beleving werd dit onderwerp door de officier van justitie naar voren gebracht. De meervoudige strafkamer heeft op geen enkele wijze haar oordeel gegeven op dit punt. Alleen de mogelijkheid van een behandeling achter gesloten deuren is besproken, aldus de voorzitter.

5. De beoordeling van het verzoek

5.1 Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Aan de hand van deze maatstaf zal de rechtbank het verzoek beoordelen.

5.2 Uit de aantekeningen van de griffier van de zitting van heden blijkt dat de meervoudige strafkamer aan haar beslissing tot afwijzing van het verzoek tot behandeling achter gesloten deuren het volgende ten grondslag heeft gelegd.

"Uitgangspunt van het strafproces is openbaarheid van de behandeling, behoudens in de wet genoemde gevallen, zoals bij kinderen. Bij hoge uitzondering worden de deuren gesloten.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat angst voor behandeling in het openbaar en de gevolgen daarvan een uitzondering op die openbaarheid rechtvaardigt. Hoe zeer de rechtbank zich ook kan voorstellen dat mevrouw het als heel bezwarend ervaart om in het openbaar terecht te moeten staan, komt de rechtbank toch tot het oordeel dat haar belang moet wijken voor het algemeen belang van de openbaarheid."

5.3 Ten aanzien van de eerste door de raadsman aangevoerde grond is naar het oordeel van de rechtbank in de overwegingen en beslissing van de meervoudige strafkamer geen objectieve rechtvaardiging te vinden voor de vrees dat de meervoudige strafkamer bij de beoordeling van het verzoek niet onpartijdig is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de meervoudige strafkamer gezien de aantekeningen van de griffier het belang van verzoekster afgewogen tegen het algemeen belang van de openbaarheid.

Tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek is voorts niet gebleken dat de meervoudige strafkamer als zij komt tot behandeling van de zaak, onvoldoende oog zou hebben voor de veiligheid van verzoekster. De beslissing is evenmin zo onbegrijpelijk, dat redelijkerwijze daarvoor geen andere verklaring mogelijk is dan dat de beslissing is ingegeven door vooringenomenheid jegens verzoekster.

5.4 Ten aanzien van de tweede aangevoerde grond geldt het volgende. In het proces-verbaal van de zitting van 5 februari 2008 staat onder meer het volgende vermeld.

"Op vragen van de rechtbank antwoordt raadsman Korvinus kort en zakelijk weergegeven:

Het voorstel van de officier van justitie om vragen aan de verdachte achter gesloten deuren te stellen, zal geen enkele zin hebben. Dit voorstel zal cliënte niet overhalen te verschijnen. Mijn collega en ik hebben alle alternatieven met cliënte besproken."

Naar het oordeel van de rechtbank staat daarmee vast dat door de meervoudige strafkamer niet de verwachting is gewekt dat de zaak op de volgende zitting achter gesloten deuren zou worden behandeld. Ook hierin is geen objectieve rechtvaardiging te vinden voor de vrees dat de meervoudige strafkamer bij de beoordeling niet onpartijdig is.

5.5 Voor de uitvoering van het bevel tot medebrenging was de meervoudige strafkamer niet verantwoordelijk zodat het daarover aangevoerde niet kan leiden tot toewijzing van het verzoek.

6. Nu geen overige feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, dient het wrakingsverzoek als zijnde ongegrond te worden afgewezen.

7. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

B E S L I S S I N G :

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot wraking af;

- gelast dat de behandeling van de strafzaak tegen verzoekster als verdachte ter zitting van heden zal worden voortgezet.

Aldus gegeven door mrs. F.G. Bauduin, N.C.H. Blankevoort en Y.A.A.G. de Vries, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van heden in tegenwoordigheid van de griffier.