Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BH2984

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-10-2008
Datum publicatie
16-02-2009
Zaaknummer
372518
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Intentieverklaring. Haviltex. Verkrijging van eigen aandelen. Aandelen zonder stemrecht en winstrecht? Wederzijdse dwaling, wijziging gevolgen van de overeenkomst.

De artikelen 2:207, 2:216 lid 8 en 2:228 BW hebben niet de strekking de geldigheid van deze overeenkomst aan te tasten. De overeenkomst is niet gericht op het tot stand brengen van aandelen zonder stemrecht en winstrecht, dan wel een verkrijging in strijd met artikel 2:207 BW. De artikelen 2:216 lid 8 en 2:228 BW strekken er niet toe een contractuele inperking van (de uitoefening van) stemrechten en dividendrechten onmogelijk te maken. De enkele mogelijkheid dat Ixus, gelet op artikel 2:207 BW, haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst niet – door tussenkomst van NeoNed – zal kunnen nakomen, is onvoldoende voor het oordeel dat de overeenkomst met artikel 2:207 BW in strijd is.

[B]H heeft de overeenkomst vernietigd, met een beroep op wederzijdse dwaling. Zij stelt dat partijen de (onder meer in artikel 2:207 BW gelegen) belemmeringen bij de uitvoering van de overeenkomst niet kenden. De rechtbank overweegt dat het enige rechtens te respecteren belang van [B]H is de beperking van het betalingsrisico, zodat artikel 6:230 lid 2 BW strekt ter opheffing van dat nadeel. De rechtbank wijzigt de gevolgen van de overeenkomst, zoals gevorderd door Ixus. Het tijdsverloop vanaf de vernietiging staat daaraan niet in de weg, nu gesteld noch gebleken is dat [B]H na de vernietiging heeft gehandeld in vertrouwen daarop, terwijl haar nadeel door de wijziging wordt opgeheven.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 207
Burgerlijk Wetboek Boek 2 216
Burgerlijk Wetboek Boek 2 228
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 230
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RO 2009, 36
JRV 2009, 328
JIN 2009/204
JIN 2009/243
JOR 2009/124 met annotatie van C.J. Groffen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 372518 / HA ZA 07-1679

Vonnis van 15 oktober 2008

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IXUS HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [A],

wonende te [-],

eisers,

advocaat mr. A.S. Rueb,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. B.J.H. Crans.

Eisers zullen hierna afzonderlijk Ixus en [A] worden genoemd en gezamenlijk Ixus c.s. Gedaagde zal hierna [B]H worden genoemd.

1. De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 8 juni 2007, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het tussenvonnis van 10 oktober 2007, waarbij een comparitie van partijen is bevolen,

- het proces-verbaal van comparitie van 14 februari 2008, met de daarin genoemde stukken,

- de akte na comparitie tevens overlegging producties en houdende wijziging van eis aan de zijde van Ixus c.s.,

- de antwoordakte na comparitie aan de zijde van [B]H, met producties,

- de akte houdende uitlating producties aan de zijde van Ixus c.s.

1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 Ixus c.s., [B]H en een derde hielden in 2006 alle aandelen in de vennootschap Nedfilter Holding B.V. (hierna Nedfilter).

2.2 Op 15 mei 2006 heeft een bespreking plaatsgevonden waarbij [C] (directeur en aandeelhouder van Ixus, hierna [C]), [A] en [B] (directeur en aandeelhouder van gedaagde, hierna [B]) aanwezig waren. Tijdens deze bespreking hebben partijen een document, getiteld ‘Aandeelhoudersovereenkomst’, getekend (hierna de overeenkomst). Daarin is onder meer het volgende bepaald:

(…)

Heden is overeengekomen dat de aandelen van [B] Holding B.V. in Nedfilter Holding B.V., welke zullen worden ingebracht in de nieuw op te richten vennootschap Neoned Holding B.V., ter grootte van 35% van het totale aandelenkapitaal en gesepareerd als aandelen B, zullen worden ingekocht door Neoned Holding B.V. op de navolgende wijze:

- De totaalprijs voor de aandelen B zal zijn € 1.650.000.

- Meteen na oprichting van Neoned Holding B.V. zal een eerste betaling van € 200.000,- worden gedaan aan [B] Holding B.V.

- Vervolgens zal gedurende vier jaar per 1 Juli van dat jaar een vervolgbetaling worden gedaan ter grootte van € 150.000, te starten per 1 Juli 2007.

- Na vijf jaar zal het restant van de aandelen worden ingekocht. Wanneer geen financiering kan per die datum kan worden verkregen, zal de betaling worden uitgesmeerd over maximaal drie jaren.

- Een eventuele, verplichte, rentevergoeding of cumprefvergoeding wordt geacht te zijn inbegrepen bij de bovengenoemde prijs.

- De aandelen B zijn aandelen zonder stemrecht.

- De aandelen B delen niet mee in de winsten.

- De overeenkomst is onder voorbehoud van goedkeuring van de ING Bank.

(…)

2.3 Ixus c.s. heeft Neoned Holding B.V. (hierna Neoned) opgericht en haar aandelen in Nedfilter daarin ingebracht. Nedfilter heeft de aandelen van de onder 2.1 genoemde derde ingekocht.

2.4 [B]H heeft ter terechtzitting van 30 november 2006 ten overstaan van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, in een door Ixus c.s. tegen haar aangespannen kort geding, verklaard de overeenkomst te vernietigen.

3. De vordering

3.1 Ixus c.s. vordert, na eiswijziging, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, kort gezegd, primair [B]H te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis medewerking te verlenen aan het totstandkomen van een aantal rechtshandelingen, zoals nader beschreven in het petitum, die ertoe strekken dat [B]H haar aandelen in Nedfilter inbrengt in Neoned tegen uitgifte aan haar van aandelen in Neoned, en vervolgens deze aan haar uitgegeven aandelen in Neoned aan Neoned levert, tegen betaling van een koopsom van € 1.650.000,-.

3.2 De subsidiaire vordering van Ixus c.s. strekt ertoe dat [B]H haar medewerking verleent aan de inbreng, uitgifte en levering, overeenkomstig de primaire vordering, waarbij de betaling van de koopsom van € 1.650.000,- niet ineens plaatsvindt, maar in termijnen en onder voorwaarden (van het verkrijgen van financiering door Neoned en van het voldoen aan wettelijke criteria) zoals in het petitum beschreven.

3.3 Meer subsidiair vordert Ixus c.s., bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [B]H te veroordelen om met Ixus c.s. door te onderhandelen over de totstandkoming van een definitieve overeenkomst waarvan de uitgangspunten zijn: verkoop en levering ineens door gedaagde van alle door [B]H gehouden aandelen in Nedfilter aan Neoned, en betaling op het moment van levering van deze aandelen, door Neoned, van een koopsom ineens van € 1.650.000,-, althans zodanige uitgangspunten en/of zodanige resultaten als de rechtbank in goede justitie vermeent behoorlijk te zijn.

3.4 Ixus c.s. legt aan haar primaire en subsidiaire vorderingen ten grondslag dat de afspraken in de overeenkomst duidelijk zijn en dat deze afspraken naar redelijkheid en billijkheid moeten worden nagekomen. Voorts verlangt Ixus c.s., gelet op de hiervoor genoemde vernietiging door [B]H, en met een beroep op artikel 6:230 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW), dat de rechtbank de gevolgen van de overeenkomst wijzigt in dier voege dat het primair gevorderde wordt toegewezen.

3.5 Ixus c.s. legt aan haar meer subsidiaire vordering ten grondslag dat een intentieovereenkomst – voor zover de rechtbank oordeelt dat daarvan sprake is – in dit geval voor partijen verplichtingen schept en dat voor zover de overeenkomst onvoldoende basis vormt voor een veroordeling van [B]H tot nakoming van die verplichtingen, [B]H dan gehouden is met Ixus c.s. door te onderhandelen over een definitieve overeenkomst.

3.6 Ixus c.s. vordert dat haar primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen worden versterkt met een dwangsom van € 10.000,- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [B]H weigerachtig zal zijn in de nakoming van de veroordelingen, tot een door de rechtbank in goede justitie te bepalen maximum, met veroordeling in de kosten van het geding.

4. Het verweer

4.1 [B]H voert allereerst tot haar verweer aan dat de vorderingen – na de levering van de voorheen door Ixus c.s. gehouden aandelen in Nedfilter aan Neoned – rechtsverhoudingen betreffen tussen [B]H en Neoned en dat aan deze vorderingen geen eigen rechten van Ixus c.s. ten grondslag liggen, zodat Ixus c.s. in de vorderingen niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4.2 [B]H betoogt voorts dat zij de overeenkomst heeft getekend, omdat in beginsel overeenstemming was bereikt over de overnameprijs, maar dat zij de overeenkomst als intentieverklaring beschouwde die niet bindend zou zijn zonder kennis van de juridische merites van de inkoop van aandelen en zonder nadere uitwerking. [B]H betoogt dat Ixus c.s. redelijkerwijs geen andere betekenis mocht geven aan de overeenkomst, nu in de overeenkomst niets is geregeld over zekerheid ten behoeve van [B]H, Ixus c.s. bekend was dat het voor [B]H van doorslaggevend belang was dat zij geen betalingsrisico zou lopen, en dergelijke zekerheden, gezien de aard van de overeenkomst, gebruikelijk zijn. [B]H wijst erop dat Neoned verschillende vermogensbestanddelen heeft verpand aan ING Bank, waardoor de vordering van [B]H tot betaling van de koopsom zoals vastgelegd in de overeenkomst de facto achtergesteld zou zijn ten opzichte van de vorderingen van de ING Bank. Voorts voert [B]H aan dat zij en [B] zekerheden aan ING Bank hebben verstrekt, terwijl in april 2006 aan Ixus c.s. was medegedeeld dat [B]H en [B] geen zekerheden zouden verstrekken indien het belang van [B]H in Nedfilter zou worden teruggebracht. Om deze redenen betoogt [B]H dat de overeenkomst leidt tot risico’s die door haar nooit zijn bedoeld en voor haar onaanvaardbaar waren, en dat de overeenkomst geen rechtsgevolgen heeft.

4.3 Verder voert [B]H aan dat de financiering door ING Bank niet kan worden beschouwd als vervulling van de voorwaarde voor inwerkingtreding van de overeenkomst, nu [B]H – wier toestemming voor de genoemde financiering vereist was – daarmee slechts heeft ingestemd onder voorbehoud van haar standpunt dat de overeenkomst geen rechtsgevolgen heeft. [B]H wijst er ook op dat Neoned onvoldoende vrije reserves heeft (dan wel zal hebben) om de aandelen van [B]H in te kopen, zodat de inkoop van de aandelen in Neoned nietig zal zijn en de overeenkomst op dit punt onuitvoerbaar is. Aandelen zonder stemrecht en zonder winstrecht bestaan overigens niet naar Nederlands vennootschapsrecht, zodat de overeenkomst in zoverre in strijd met de wet is en derhalve nietig, aldus [B]H. [B]H betoogt dat een gunstigere regeling is getroffen met een andere aandeelhouder (PPF), die een hogere prijs ineens mocht ontvangen, met een borgtocht van [C]. [B]H betoogt dat een gerede kans bestaat dat Neoned haar verplichting tot inkoop van de aandelen wegens wettelijke beletselen, dan wel wegens door ING Bank gestelde eisen niet zal kunnen nakomen. [B]H betoogt nog dat alle partijen ten tijde van de overeenkomst hebben gedwaald, nu zij in de veronderstelling verkeerden dat inkoop van aandelen niet aan belemmeringen onderhevig zou zijn. [B]H heeft ter zitting in kort geding de overeenkomst vanwege deze wederzijdse dwaling vernietigd. Tot slot betoogt [B]H dat de uitleg die Ixus c.s. aan de overeenkomst geeft dermate onvoordelig is (nu de aandelen in Nedfilter in waarde zijn gestegen), dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Ixus c.s. nakoming van de overeenkomst vordert.

4.4 Ten aanzien van het meer subsidiair gevorderde betoogt [B]H dat dit niet toewijsbaar is, nu Ixus c.s. de onderhandelingen heeft afgebroken en nu de omstandigheden sinds 15 mei 2006 gewijzigd zijn in dier voege dat de aandelen in Nedfilter in waarde zijn gestegen. [B]H voert aan dat eventuele nadere onderhandelingen, zoals meer subsidiair gevorderd, dienen te worden gevoerd op basis van de huidige omstandigheden, waaronder de actuele waarde van de aandelen.

4.5 [B]H verzoekt het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, nu een onomkeerbare situatie zou ontstaan indien een toewijzend vonnis ten uitvoer zou worden gelegd.

5. De beoordeling

5.1 De rechtbank stelt voorop dat Ixus c.s. ontvankelijk is in haar vorderingen. Ixus c.s. is de wederpartij van [B]H bij de overeenkomst en zij heeft derhalve recht en belang bij haar vorderingen, die strekken tot uitvoering van de overeenkomst. Dat Neoned daar mogelijk ook belang bij heeft, doet niet af aan het belang van Ixus c.s. Het verweer van [B]H, dat uitgaat van het tegendeel, strandt derhalve.

5.2 Ter beoordeling staat of de overeenkomst bindend is, dan wel als niet-bindende intentieverklaring dient te worden beschouwd. De beantwoording van deze vraag noopt tot uitlegging van de overeenkomst. Daarbij dient de rechtbank acht te slaan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan het overeengekomene mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

5.3 [B]H betoogt in dit verband allereerst dat zij de overeenkomst heeft mogen opvatten als intentieverklaring die zonder nadere uitwerking, die ontbreekt, niet bindend is. [B]H voert daartoe aan dat de onder 4.2 genoemde punten ongeregeld zijn, terwijl Ixus c.s. bekend was dat deze punten voor haar van doorslaggevend belang waren. Dit betoog faalt. [B]H erkent dat [B], haar directeur, de overeenkomst heeft getekend. Ixus c.s. stelt onweersproken dat [B] een ervaren zakenman is en dat [B] Ixus c.s. heeft gevraagd op 15 mei 2006 zonder adviseurs een vergadering te beleggen over de tussen partijen gerezen punten. Uit de overeenkomst blijkt dat partijen daarin een bindende afspraak hebben willen maken over de daarin geregelde onderwerpen. Een voorbehoud van nader overleg met juridische adviseurs, of nader overleg over zekerheden ten gunste van [B]H, is niet af te leiden uit de overeenkomst. Gesteld noch gebleken is dat [B]H ten tijde van het aangaan van de overeenkomst (mondeling of op andere wijze) een voorbehoud heeft gemaakt, of tegenover Ixus c.s. kenbaar heeft gemaakt dat zij niet een bindende afspraak wenste te maken. Dat in de overeenkomst niet alle belangrijke onderwerpen afdoende zijn geregeld, maakt dit niet anders, nu partijen in de overeenkomst voldoende duidelijk en bepaalbaar de daarin geregelde verbintenissen hebben vastgelegd. Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat partijen ten tijde van het aangaan van de overeenkomst te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten dat [B]H de door haar gehouden aandelen in Nedfilter inbrengt in Neoned, tegen uitgifte door Neoned aan [B]H van aandelen in Neoned, en dat Neoned vervolgens de door [B]H gehouden aandelen in Neoned inkoopt, tegen betaling door Neoned aan [B]H van een koopsom van

€ 1.650.000,-.

5.4 [B]H voert ook aan dat de overeenkomst onuitvoerbaar is, nu aandelen zonder stemrecht en zonder winstrecht naar Nederlands recht niet bestaan. Zij voert verder aan dat de overeenkomst wegens strijd met de wet nietig is. In dat verband verwijst zij naar de artikelen 2:216 lid 8 en 2:228 BW. Verder voert [B]H aan dat Neoned onvoldoende vrije reserves zal hebben om de aandelen van [B]H in te kopen, zodat de inkoop wegens strijd met de wet – namelijk het bepaalde in artikel 2:207 BW – nietig zal zijn. Ixus c.s. stelt daartegenover dat de intentie van partijen was om de stemrechten en dividendrechten van [B]H contractueel in te perken, hetgeen inmiddels is gebeurd, en dat de overeenkomst voorziet in een mechanisme dat uitstel mogelijk maakt, indien de inkoop in verband met artikel 2:207 BW niet kan geschieden. De rechtbank oordeelt als volgt. [B]H heeft de genoemde stellingen van Ixus c.s. niet betwist, zodat haar betoog faalt. De overeenkomst, aldus bezien, is niet door inhoud of strekking in strijd met de genoemde wetsbepalingen, reeds omdat de overeenkomst – waarbij Neoned geen partij is – niet gericht is op het tot stand brengen van aandelen zonder stemrecht en winstrecht, dan wel een verkrijging in strijd met artikel 2:207 BW. De artikelen 2:216 lid 8 en 2:228 BW strekken er ook niet toe een contractuele inperking van (de uitoefening van) stemrechten en dividendrechten onmogelijk te maken. Artikel 2:207 BW heeft voorts, tegen de voornoemde achtergrond, niet de strekking de geldigheid van de overeenkomst aan te tasten. De enkele mogelijkheid dat Ixus c.s., gelet op het bepaalde in artikel 2:207 BW, haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst niet – door tussenkomst van Neoned – zal kunnen nakomen, is onvoldoende voor het oordeel dat de overeenkomst met artikel 2:207 BW strijdig is. Om deze redenen is de overeenkomst niet wegens strijd met de wet nietig en is er in zoverre geen grond voor vernietiging.

5.5 [B]H voert vervolgens aan dat aan de in de overeenkomst opgenomen voorwaarde van goedkeuring door ING Bank niet is voldaan, zodat de overeenkomst geen rechtsgevolgen heeft. [B]H erkent dat ING Bank de genoemde goedkeuring heeft verleend, maar zij betoogt dat deze goedkeuring afhankelijk was van haar toestemming en dat zij deze toestemming heeft verleend onder voorbehoud van haar standpunten in dit geding, zodat de voorwaarde van goedkeuring van ING Bank wordt geacht niet te zijn vervuld. Dit betoog kan niet slagen, nu vast staat dat ING Bank de goedkeuring heeft verleend. [B]H betoogt verder dat de overeenkomst geen rechtsgevolgen heeft omdat [B]H en [B] zekerheden aan ING Bank hebben verstrekt, waardoor de overeenkomst leidt tot onaanvaardbare en onbedoelde risico’s. Dit betoog gaat niet op. Gesteld noch gebleken is dat [B]H ten tijde van het aangaan van de overeenkomst een voorbehoud met betrekking tot door haar of [B] aan ING Bank te verstrekken zekerheden heeft gemaakt.

5.6 [B]H voert ook aan dat de uitvoering van de overeenkomst voor [B]H zo onvoordelig is, dat het beroep van Ixus c.s. op de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zodat de overeenkomst buiten toepassing dient te blijven. [B]H wijst in dit verband op de in haar visie betere regeling die een andere aandeelhouder (PPF) bij uitkoop van aandelen heeft gekregen, in die zin dat PPF volgens [B]H een hogere prijs ineens heeft ontvangen. Voorts wijst [B]H erop dat zij een hogere prijs wenst te ontvangen voor haar aandelen in Nedfilter, nu de winst van Nedfilter vanaf mei 2006 explosief is gestegen, zodat deze aandelen in redelijkheid in waarde zijn gestegen. Het betoog van [B]H faalt. Dat een andere aandeelhouder een hogere prijs ineens heeft ontvangen, kan samenhangen met velerlei afwegingen die in de betreffende overeenkomsten zijn verdisconteerd. Daarnaast stelt Ixus c.s. onweersproken dat [B]H ten tijde van het aangaan van de overeenkomst op de hoogte was van de afspraken met PPF en toch de overeenkomst, met de daarin opgenomen koopprijs van € 1.650.000,-, is aangegaan. Uit de aard van een overeenkomst tot koop en verkoop van aandelen volgt bovendien dat in de koopprijs de goede en kwade kansen met betrekking tot de toekomstige waardefluctuaties van de aandelen zijn verdisconteerd. [B]H heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Het beroep van Ixus c.s. op de overeenkomst is derhalve niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. [B]H beroept zich ook op onvoorziene omstandigheden, waartoe zij voornoemde punten aanvoert. Dit betoog faalt, om de redenen die hiervoor zijn weergegeven. De door [B]H genoemde omstandigheden – voor zover zij al als onvoorzien kunnen worden aangemerkt – komen krachtens de aard van de overeenkomst en de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van [B]H.

5.7 [B]H beroept zich ook op wederzijdse dwaling en voert daartoe aan dat partijen bij de overeenkomst de (onder meer in artikel 2:207 BW gelegen) belemmeringen bij de uitvoering van de overeenkomst niet kenden. [B]H wijst erop dat zij om deze redenen de overeenkomst ter zitting in kort geding heeft vernietigd. Ixus c.s. voert aan dat zij een voorstel in de zin van artikel 6:230 lid 1 BW heeft gedaan ter opheffing van het nadeel van [B]H (zodat de bevoegdheid tot vernietiging is vervallen), dan wel vordert zij dat de rechtbank op grond van artikel 6:230 lid 2 BW de gevolgen van de overeenkomst ter opheffing van dat nadeel wijzigt. De rechtbank begrijpt dat Ixus c.s. op deze gronden verlangt dat de rechtbank het primair gevorderde dan wel het subsidiair gevorderde toewijst. [B]H acht het wijzigingsvoorstel niet tijdig en zij betoogt dat zij – nu de aandelen in waarde zijn gestegen – geen belang meer heeft bij de overeenkomst, zodat er geen ruimte is voor wijziging overeenkomstig artikel 6:230 lid 2 BW. De rechtbank zal de gevolgen van de overeenkomst wijzigen in dier voege dat het primair gevorderde wordt toegewezen. Dat de aandelen in waarde zijn gestegen, is bij de beoordeling aan de hand van het bepaalde in artikel 6:230 lid 2 BW zonder betekenis; verwezen wordt naar hetgeen onder 5.6 is overwogen. Het enige rechtens te respecteren belang van [B]H in het kader van artikel 6:230 lid 2 BW is de beperking van het betalingsrisico. Immers, ter staving van haar beroep op dwaling voert [B]H aan dat partijen de (onder meer in artikel 2:207 BW gelegen) belemmeringen niet kenden, waardoor het risico is ontstaan dat Neoned de koopprijs voor de inkoop van de aandelen niet op de overeengekomen data zal kunnen betalen. Artikel 6:230 lid 2 BW strekt derhalve in dit geval ter opheffing van dat nadeel. De advocaat van Ixus c.s. heeft ter comparitie verklaard dat de bestuurder van Neoned ervoor zal zorgen dat Neoned zal nakomen. [B]H heeft daarna niet bestreden dat het betalingsrisico door uitvoering van het primair gevorderde wordt opgeheven. De primaire vordering ligt om deze redenen voor toewijzing gereed. Het enkele tijdsverloop vanaf de vernietigingsverklaring van [B]H tijdens de zitting in kort geding staat hieraan niet in de weg, nu gesteld noch gebleken is dat [B]H na haar vernietigingsverklaring heeft gehandeld in vertrouwen op deze verklaring, en nu het – hiervoor omschreven – nadeel van [B]H door de toewijzing van het primair gevorderde wordt opgeheven. De rechtbank zal om deze redenen de gevolgen van de overeenkomst wijzigen, in dier voege dat [B]H uit hoofde van de overeenkomst gehouden is om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan het totstandkomen van de volgende rechtshandelingen:

- inbreng in Neoned van alle door [B]H in Nedfilter gehouden onbezwaarde aandelen, tegen uitgifte, door Neoned, van 9.692 aandelen in het kapitaal van Neoned aan [B]H;

- verkoop en onbezwaarde levering, direct na deze inbreng, aan Neoned van alle door [B]H alsdan gehouden 9.692 aandelen in het kapitaal van Neoned, tegen betaling, door Neoned, van een direct opeisbare koopsom van € 1.650.000,- aan [B]H.

5.8 [B]H wijst er nog op dat [B] zich jegens ING Bank borg heeft gesteld en dat deze borgtocht bij toewijzing van de vordering zou blijven bestaan, hetgeen ongunstig is voor hem. Dit betoog doet niet af aan het vorenstaande, nu [B] geen partij is in dit geding. Bovendien volgt uit het aanbod van Ixus c.s. bij brief van 21 november 2007, welk aanbod de grondslag is voor het primair gevorderde, dat de borgstelling zal vervallen.

5.9 Nu de primaire vordering slaagt, kan hetgeen partijen ten aanzien van het subsidiair en meer subsidiair gevorderde naar voren hebben gebracht, onbesproken blijven.

5.10 Ixus c.s. vordert dat de veroordeling wordt versterkt met een dwangsom. Deze vordering ligt voor toewijzing gereed, nu [B]H daar geen bezwaren tegen heeft ingebracht. De rechtbank zal de dwangsom, gelet op de belangen van partijen en de vordering van Ixus c.s., maximeren op € 1.000.000,-. Immers, [B]H voert aan dat de waarde van de aandelen inmiddels is verdubbeld. Daaruit volgt dat het genoemde maximum nodig is als prikkel tot nakoming van de overeenkomst.

5.11 [B]H verzoekt dit vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, omdat uitvoering bij voorraad in haar visie kan leiden tot onomkeerbare gevolgen, zoals een verkoop van aandelen Nedfilter, dividenduitkeringen, verhoging van directiesalarissen, overnames of wijzigingen van beleid. [B]H heeft geen concrete feiten en omstandigheden naar voren gebracht waaruit een reëel risico kan worden afgeleid dat na tenuitvoerlegging van dit vonnis gevolgen zullen intreden die, ingeval van vernietiging van het vonnis in hoger beroep, niet ongedaan kunnen worden gemaakt of afdoende door middel van schadevergoeding kunnen worden opgelost. Een insolventierisico is gesteld noch gebleken. De rechtbank zal het vonnis om deze redenen uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.12 [B]H zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Ixus c.s. worden begroot op:

- dagvaarding € 70,85

- vast recht 251,00

- salaris advocaat 1.130,00(2,5 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.451,85.

5.13 De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1 wijzigt de overeenkomst zoals onder 5.7 omschreven,

6.2 veroordeelt [B]H om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan het totstandkomen van de volgende rechtshandelingen:

- inbreng in Neoned van alle door [B]H in Nedfilter gehouden onbezwaarde aandelen, tegen uitgifte, door Neoned, van 9.692 aandelen in het kapitaal van Neoned aan [B]H;

- verkoop en onbezwaarde levering, direct na deze inbreng, aan Neoned van alle door [B]H alsdan gehouden 9.692 aandelen in het kapitaal van Neoned, tegen betaling, door Neoned, van een direct opeisbare koopsom van € 1.650.000,- (zegge: één miljoen zeshonderdvijftigduizend euro) aan [B]H,

6.3 bepaalt dat [B]H voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met het onder 6.2 bepaalde, aan Ixus c.s. een dwangsom verbeurt van € 10.000,-, met een maximum van € 1.000.000,-,

6.4 veroordeelt [B]H in de proceskosten, aan de zijde van Ixus c.s. tot op heden begroot op € 1.451,85,

6.5 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.6 wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2008.?