Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BG4893

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-10-2008
Datum publicatie
20-11-2008
Zaaknummer
911521 DX 07-1946
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

effectenlease-overeenkomst; totstandkoming; misbruik van omtandigheden; bedrog

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

effectenlease-overeenkomst; totstandkoming; misbruik van omtandigheden; bedrog

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Zaak- en rolnummer: 911521 DX 07-1946

Vonnis van: 29 oktober 2008

F.no.: 605

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

de stichting STICHTING LEASELEED,

ten deze handelend krachtens last en volmacht namens [persoon 1],

nader te noemen Leaseleed,

gevestigd te Heerhugowaard,

eiseres,

gemachtigde: Beursklacht B.V.,

t e g e n

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

nader te noemen Dexia,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.M.K.P. Cornegoor.

Procedure

Bij vonnis van 3 oktober 2007, waaraan de kantonrechter zich houdt, is in de zaak tussen partijen met rolnummer 06-3361 onder meer in verband met de door Leaseleed ten behoeve van [persoon 1] (hierna te noemen [persoon 1]) ingestelde vordering een verschijning van partijen gelast.

Vervolgens is door Leaseleed in verband met genoemde verschijning van partijen een akte met producties ingediend en is de onderhavige zaak afgesplitst van de zaak met rolnummer 06-3361. Daarop heeft Dexia eveneens stukken toegezonden. Deze stukken zijn aangemerkt als processtukken.

Op 13 oktober 2008 heeft vorenbedoelde comparitie plaatsgevonden. Verschenen zijn namens Leaseleed [vertegenwoordiger eiser], bijgestaan door mr. A.K. Goudbeek, alsmede [persoon 1], en namens Dexia mr. R. Takke, bijgestaan door mr. R.M. van Diepen.

Partijen hebben inlichtingen verstrekt en hun standpunten toegelicht.

Van de verschijning van partijen is geen afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De griffier heeft van het verhandelde aantekeningen bijgehouden.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

1. Feiten

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V. (hierna: Labouchere). Waar hierna sprake is van Dexia wordt haar rechtsvoorgangster daaronder mede begrepen.

1.2. Na de zogenoemde WCAM-beschikking van 25 januari 2007 van het gerechtshof te Amsterdam heeft [persoon 1] een opt-outverklaring afgelegd als bedoeld in artikel 7:908 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW), waarin hij verklaart niet aan de verbindendverklaring gebonden te willen zijn.

1.3. [persoon 1] was ten tijde van het aangaan van de hieronder bedoelde lease-overeenkomst gehuwd met [persoon 2] (hierna: [[persoon 2]). Zij verkeerden voorts in de volgende omstandigheden:

[persoon 1] [persoon 2]

Leeftijd: 35 jaar 35 jaar

Beroep: Calculator /werkvoorbereider Ziekenverzorgende

Opleiding: MBO MBO

Netto (gezins)inkomen per maand: € 2.190,-

Vermogen (na aftrek van schulden): € 41.908,-

Relevante beleggings- of beroepservaring: Weinig

Beleggingsdoelstelling: Sparen

1.4. [persoon 1] heeft de volgende lease-overeenkomst ondertekend waarop hij als lessee staat vermeld, met als wederpartij Labouchere (hierna: de lease-overeenkomst):

Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd Termijnbedrag

[nummer] 31-10-2000 Overwaarde Effect Maandbetaling zonder herbelegging € 179.800,80 240 mnd € 749,17 per maand

1.5. Op de lease-overeenkomst zijn de Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease van toepassing. De lease-overeenkomst is tot stand gekomen via een Spaar Select-vestiging (hierna: Spaar Select).

1.6. Artikel 8 van de lease-overeenkomst luidt als volgt:

“8. Deze lease-overeenkomst wordt geacht niet tot stand te zijn gekomen en lessee kan aan deze lease-overeenkomst geen rechten ontlenen indien de Bank deze lease-overeenkomst niet binnen 30 dagen na de aankoopdag van de waarden door lessee getekend heeft terugontvangen.”

1.7. [persoon 1] heeft op 21 december 2000 de eerste maandelijkse termijn voor de lease-overeenkomst betaald. De termijnen heeft [persoon 1] betaald met zijn spaargeld.

1.8. Dexia heeft een eindafrekening opgesteld met de volgende resultaten:

Datum eindafrekening Resultaat Aan Dexia voldaan (op):

16-03-2006 - € 16.089,43 Niet voldaan

1.9. Voor wat betreft het in totaal aan Dexia betaalde bedrag, het totaalbedrag aan

ontvangen en/of verrekende dividenden en andere gegevens per lease-overeenkomst wordt verwezen naar de aan dit vonnis gehechte bijlage (hierna: de bijlage).

2. Vorderingen Leaseleed

Vordering

2.1. Leaseleed vordert zoals geformuleerd in de procedure met rolnummer DX 06-3361, voor zover daarop nog niet bij het vonnis van 3 oktober 2007 is beslist:

a. voor recht te verklaren dat de lease-overeenkomst vernietigd is op grond van dwaling, bedrog en/of misbruik van omstandigheden, althans deze lease-overeenkomst te vernietigen;

b. Dexia te veroordelen tot ongedaanmaking van de lease-overeenkomst en de ter uitvoering van deze lease-overeenkomst door Dexia van [persoon 1] ontvangen prestaties, in die zin dat Dexia wordt veroordeeld om aan [persoon 1] terug te betalen alle door hem vooruitbetaalde bedragen, alle overige door hem gedane betalingen die gerelateerd zijn aan de lease-overeenkomst, alsmede voor recht te verklaren dat een eventuele restschuld uitsluitend ten laste van Dexia komt, althans - indien en voor zover deze reeds is voldaan – door Dexia dient te worden terugbetaald en dat Dexia voorts wordt veroordeeld om aan [persoon 1] terug te betalen de door [persoon 1] aan Dexia betaalde kosten en provisies en dergelijke, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze schadeposten vanaf het ontstaan hiervan, althans vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

c. voor recht te verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [persoon 1];

d. Dexia te veroordelen om aan [persoon 1] te betalen alle schade die [persoon 1] heeft geleden en nog zal lijden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van iedere schadepost tot aan de dag van algehele voldoening, dit alles met veroordeling van Dexia in de kosten van de procedure.

e. Dexia te gebieden binnen acht dagen na betekening van het te wijzen vonnis de inschrijving en achterstandscodering ten laste van [persoon 1] bij het Bureau Kredietregistratie te Tiel (hierna: BKR) te doen doorhalen, door het BKR te verzoeken deze inschrijving door te halen als ten onrechte te zijn geschied, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Dexia daarmee in gebreke blijft.

2.2. Leaseleed heeft laatstgenoemde vordering tot schadevergoeding nader gespecificeerd en vordert thans betaling van € 60.002,67, vermeerderd met de wettelijke rente.

2.3. Ter comparitie heeft [persoon 1] zijn eis vermeerderd met een vordering tot verklaring voor recht dat de lease-overeenkomst op grond van artikel 8 van de lease-overeenkomst niet tot stand is gekomen.

Verweer

2.4. Dexia voert gemotiveerd verweer tegen de vorderingen van Leaseleed.

3. Beoordeling

3.1. Voor zover voor de beoordeling van belang zal hierna nader worden ingegaan op de stellingen van partijen. Geoordeeld wordt als volgt.

3.2. In het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008, LJN: BC2837 is voor een soortgelijk geschil geoordeeld dat een lease-overeenkomst als de onderhavige moet worden aangemerkt als huurkoop. De kantonrechter is derhalve bevoegd.

3.3. In het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007, LJN: BA3914 is voor soortgelijke geschillen een aantal rechtsvragen beantwoord en beoordelingsmaatstaven gegeven, die de kantonrechter overneemt. In essentie komt dit in de onderhavige zaak neer op het volgende:

- Een effecteninstelling (als Dexia) is aansprakelijk voor gedragingen van een tussenpersoon, derhalve ook voor gedragingen van Spaar Select.

- Er wordt niet voldaan aan de maatstaf voor dwaling.

- Dexia was bij het aanbieden van het onderhavige product gehouden aan de in de NR 1999 gecodificeerde zorgplichten.

3.4. Het ter comparitie gehouden betoog van [persoon 1] dat de lease-overeenkomst niet tot stand is gekomen omdat Dexia de lease-overeenkomst niet binnen de in artikel 8 van de lease-overeenkomst gestelde termijn van 30 dagen heeft ontvangen, gaat niet op. De lease-overeenkomst tussen Dexia en [persoon 1] is tot stand gekomen door aanbod en aanvaarding daarvan, nu [persoon 1] een door Dexia opgemaakte schriftelijke overeenkomst heeft ondertekend. Vervolgens hebben partijen uitvoering aan de lease-overeenkomst gegeven, doordat [persoon 1] de maandelijkse termijnen heeft betaald en Dexia hem dividenden heeft uitgekeerd en jaaropgaven heeft gezonden.

Voorts brengt een redelijke uitleg van artikel 8 van de lease-overeenkomst mee dat dit artikel uitsluitend is bedoeld om Dexia na de genoemde termijn zekerheid te verschaffen of zij de effecten al dan niet tegen de in de overeenkomst genoemde aankoopwaarde moet aankopen, zodat alleen zij zich op dit artikel zal kunnen beroepen. [persoon 1] komt derhalve geen beroep op dit artikel toe.

3.5. Voorts wordt geoordeeld dat geen sprake is van misbruik van omstandigheden, nu niet is gebleken dat Dexia, dan wel Spaar Select, wetende of moetende begrijpen dat [persoon 1] door bijzondere omstandigheden bewogen werd tot het aangaan van de lease-overeenkomst, het tot stand komen daarvan heeft bevorderd, ofschoon hetgeen Dexia, dan wel Spaar Select, wist of moest begrijpen haar daarvan had behoren te weerhouden.

3.6. Ook ten aanzien van het beroep op bedrog geldt dat Leaseleed onvoldoende concrete feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht op grond waarvan kan worden vastgesteld dat Dexia, dan wel Spaar Select, aan [persoon 1] opzettelijk een onjuiste mededeling heeft gedaan dan wel opzettelijk een feit heeft verzwegen dat Dexia, dan wel Spaar Select, verplicht was mee te delen, dan wel een andere kunstgreep heeft toegepast waardoor [persoon 1] tot het aangaan van de lease-overeenkomst is bewogen. Het beroep op bedrog wordt derhalve verworpen.

3.7. De vordering met betrekking tot misleidende reclame wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

3.8. Dexia heeft niet in voldoende mate voldaan aan haar zorgplichten voortkomende uit het know your customer-principe. Uit de stellingen van Dexia is niet gebleken dat het uit dat principe voortvloeiende onderzoek naar de persoonlijke (toekomstige en financiële) situatie van [persoon 1] in voldoende mate is ingesteld. Dat brengt met zich dat de lease-overeenkomst niet tot stand had behoren te komen en dat een causaal verband bestaat tussen deze tekortkoming en de door [persoon 1] geleden schade. Toepassing van het bepaalde in artikel 6:101 BW leidt uiteindelijk niet tot een ander resultaat dan het gevolg zal zijn van de hierna volgende nadeelsverdeling, zodat deze tekortkoming hierna buiten behandeling zal blijven.

3.9. Dexia heeft in onvoldoende mate voldaan aan haar zorgplicht om [persoon 1] op niet mis te verstane wijze te wijzen op de risico’s die verbonden zijn aan de lease-overeenkomst. Dexia is derhalve aansprakelijk voor de als gevolg van dit tekortschieten opgetreden nadelige gevolgen.

3.10. Ten aanzien van hetgeen onder nadeel wordt begrepen overweegt de kantonrechter als volgt. In de arresten van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007 (LJN: AZ9722), 16 augustus 2007 (LJN: BB1855) en 15 november 2007 (LJN: BB7971) alsmede in het arrest van het gerechtshof te Arnhem van 1 april 2008 (LJN: BC9484) wordt overwogen dat de betaalde rente niet beschouwd kan worden als schade die voor vergoeding in aanmerking komt. De kantonrechter volgt het standpunt van de hoven op dit punt evenwel niet. Immers, voorop staat dat lease-overeenkomsten als de onderhavige worden gekenmerkt door het gegeven dat de afnemer een belegging aangaat die met geleend geld wordt gefinancierd. De lening wordt uitsluitend aangegaan met het oog op die financiering; het staat de afnemer niet vrij om het geleende geld aan een ander doel te besteden. De lening maakt onlosmakelijk deel uit van het door Dexia aangeboden product. Indien de overeenkomst niet tot stand zou zijn gekomen, zou de afnemer dus ook het deel daarvan dat uit de rentedragende lening bestaat niet zijn aangegaan. De zorgplicht ziet mede op het in niet mis te verstane bewoordingen waarschuwen voor de mogelijkheid dat de over de lening te betalen rente met de opbrengst van de belegging niet zal worden terugverdiend en dus verloren zal gaan, althans op het verifiëren of de afnemer het product zodanig heeft doorgrond dat deze zich bewust was van die mogelijkheid. Dat uit de over het product verstrekte informatie wel kan worden afgeleid dat (ook) sprake is van geleend geld, maakt nog niet dat de afnemer het risico van het verloren gaan van de (al dan niet vooruitbetaalde) rente zonder meer had kunnen of behoren te begrijpen. Hieruit volgt dat de kantonrechter blijft bij het oordeel dat de rente in beginsel als nadelig gevolg van het aan Dexia verweten handelen in aanmerking dient te worden genomen bij de vaststelling van het totale nadeel. Bevestiging van dit oordeel vindt de kantonrechter in de uitspraak van de Commissie van Beroep DSI van 27 januari 2005 en in het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 24 mei 2007 (LJN: BA5684).

3.11. Dexia is echter niet voor het volledige nadeel aansprakelijk. Het voor rekening van Dexia komende deel dient te worden verminderd in evenredigheid met de, op een gemotiveerde schatting berustende, mate waarin aan [persoon 1] toe te rekenen omstandigheden tot het nadeel hebben bijgedragen. Dit overeenkomstig hetgeen de Hoge Raad heeft beslist in zijn arrest van 31 maart 2006, RvdW 2006, 328 (LJN: AU6092). Een en ander zal tot uitdrukking worden gebracht door toepassing van de hierna bedoelde maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Grondslag voor de hiervoor bedoelde schatting vormen de persoonlijke omstandigheden van [persoon 1] die van invloed zijn op de waarschijnlijkheid dat de onderhavige lease-overeenkomst tot stand zou zijn gekomen indien Dexia haar zorgplicht afdoende was nagekomen, mede gelet op de leasesom en op de overige verplichtingen uit de onderhavige rechtsverhouding met Dexia. Dit betreft met name (maar niet uitsluitend) de financiële omstandigheden van [persoon 1] en de kennis en ervaring van [persoon 1] ten tijde van het aangaan van de onderhavige lease-overeenkomst.

3.12. Op basis van de omstandigheden zoals die hiervoor onder 1.3 bij de feiten zijn vermeld, is voor [persoon 1] categorie 2 (als bedoeld in het vonnis van 27 april 2007) van toepassing. De gang van zaken rond de totstandkoming van de onderhavige lease-overeenkomst in combinatie met de hoogte van het na te noemen nadeel brengt mee dat in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid 35 % van het nadeel voor rekening van [persoon 1] dient te komen en het resterende percentage voor rekening van Dexia. Voor zover sprake is van fiscaal voordeel is dat in deze verdeling verdisconteerd.

3.13. In het voetspoor van het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007 gaat de kantonrechter met het oog op een gelijke behandeling van gelijk(soortig)e zaken bij de berekening van het nadeel uit van een fictieve looptijd van 60 maanden, nu - bijzondere omstandigheden daargelaten - een langere termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaard kan worden. Hieruit volgt dat termijnbetalingsverplichtingen, die eventueel na deze 60 maanden resteren, niet tot het nadeel zullen worden gerekend.

In het onderhavige geval komt het nadeel van de lease-overeenkomst neer op het bedrag dat in de bijlage onder ‘in aanmerking te nemen termijnen’ staat vermeld, te vermeerderen met het daarachter onder ‘restant hoofdsom’ vermelde restant van de hoofdsom van de geldlening en te verminderen met de vervolgens onder ‘waarde/opbrengst’ vermelde opbrengst/waarde van de geleasete effecten alsmede met het onder ‘ontvangen + verrekende dividenden’ vermelde bedrag wegens in verband met de overeenkomst ontvangen en (eventueel) verrekende dividenden en andere uitkeringen.

3.14. Het totale nadeel van de lease-overeenkomst bedraagt derhalve het bedrag dat in de bijlage onder ‘totaal nadeel’ staat vermeld. Hiervan dient, gelet op het in 3.12 vermelde percentage, een bedrag voor rekening van [persoon 1] te blijven gelijk aan het daarachter onder ‘voor rekening afnemer’ genoemde bedrag.

3.15. Door of ten behoeve van [persoon 1] is in het kader van de lease-overeenkomst een bedrag betaald gelijk aan het in de bijlage onder ‘betaald’ vermelde bedrag. Hierop dienen in mindering te worden gebracht alle (ook na 60 maanden) ontvangen dividenden als vermeld onder ‘totaal ontvangen dividenden’ en het hiervoor berekende bedrag dat voor rekening van [persoon 1] dient te blijven, zodat Dexia per saldo aan [persoon 1] dient te voldoen het in de bijlage onder ‘te ontvangen’ vermelde bedrag.

3.16. Met betrekking tot de wettelijke rente heeft Dexia nog aangevoerd dat zij eerst in verzuim heeft kunnen geraken na in gebreke te zijn gesteld. De kantonrechter volgt Dexia hierin niet. Immers, Dexia heeft de op haar rustende zorgplicht, na schending daarvan vóór de totstandkoming van de lease-overeenkomst, nadien niet meer deugdelijk kunnen nakomen. In die zin – en ook overigens – is voor het intreden van verzuim niet vereist dat Dexia in gebreke is gesteld. Aangezien voorts het als gevolg van de schending van de zorgplicht geleden nadeel is ontstaan met de aan Dexia gedane betalingen, dient voor de bepaling van de ingangsdatum van de wettelijke rente telkens te worden uitgegaan van de data waarop [persoon 1] zijn betalingen aan Dexia heeft verricht (zie in deze zin gerechtshof te Amsterdam 24 mei 2007, LJN: BA5684).

Hetgeen [persoon 1] terug zal ontvangen wordt aan alle betalingen aan Dexia toegerekend. Dit brengt mee dat de betalingen aan Dexia voor de berekening van de wettelijke rente niet geheel, maar voor een deel in aanmerking worden genomen. Het in aanmerking te nemen deel is een breuk, waarbij de teller wordt gevormd door het bedrag dat [persoon 1] dient terug te ontvangen en de noemer door het bedrag dat ter zake van de lease-overeenkomst aan Dexia is betaald. Wettelijke rente wordt toegekend over een percentage van elke betaling aan Dexia, gelijk aan het percentage als vermeld in de bijlage onder ‘% rente’, telkens vanaf de betaaldatum.

3.17. De vorderingen van Leaseleed gericht op verklaringen voor recht worden afgewezen omdat zij daarbij, gelet op het voorgaande, geen belang meer heeft.

3.18. De vordering met betrekking tot de BKR-registratie zal worden toegewezen als na te melden, met matiging en maximering van de dwangsom.

3.19. De overige door Leaseleed ingestelde vorderingen worden eveneens afgewezen. De in verband daarmee gestelde feiten en omstandigheden, de negatieve financiële gevolgen voor [persoon 1] daaronder begrepen, zijn verdisconteerd in het oordeel omtrent de verplichtingen die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid thans tussen Dexia en [persoon 1] hebben te gelden.

3.20. Gelet op de uitkomst van de procedure dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding.

3.21. Er is bij afweging van de belangen van beide partijen bij de onderhavige uitspraak onvoldoende aanleiding het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.22. De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling meer.

3.23. Nadat aan dit vonnis is voldaan zullen Dexia en [persoon 1] geen verplichtingen meer jegens elkaar hebben uit de onderhavige rechtsverhouding.

Beslissing

De kantonrechter:

I. veroordeelt Dexia om aan [persoon 1] te betalen € 18.156,89, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend over 42,8 % van elke betaling, telkens vanaf de betaaldatum, tot aan de dag der algehele voldoening;

II. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure, aan de zijde van Leaseleed gevallen, tot op heden begroot op:

voor verschuldigd griffierecht € 192,00

voor salaris van gemachtigde € 800,00

totaal € 992,00

een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief btw;

III. veroordeelt Dexia om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Kredietregistratie te Tiel te berichten dat [persoon 1] geen verplichtingen uit de lease-overeenkomst meer heeft, op straffe van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,00;

IV. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. A.H.E. van der Pol, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

BIJLAGE

Behoort bij vonnis d.d. 29-10-08

Rolnummer DX 07-1946 ([persoon 1])

Overzicht van de gegevens per overeenkomst

Voor rekening van de afnemer blijvend percentage van het in aanmerking genomen nadeel: 35

Categorie 2

Alle bedragen zijn vermeld in euro's. in eerste 5 j.

in aanmerking ontvangen + totaal

te nemen restant waarde/ verrekende totaal voor rekng ontvangen te %

contractnr termijnen hoofdsom opbrengst dividenden nadeel afnemer betaald dividenden ontvangen rente

[nummer] 44.950,20 64.132,59 47.583,20 7.639,87 53.859,72 18.850,90 42.434,92 5.427,13 18.156,89 42,8