Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BG3866

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-07-2008
Datum publicatie
10-11-2008
Zaaknummer
384217
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

IE-rechten, vaststellingsovereenkomst, proceskosten

Tussen Autodesk en Niebeek c.s. is ter minnelijke regeling van de inbreuken op het auteursrecht van Autodesk een vaststellingsovereenkomst gesloten. In de onderhavige zaak vordert Autodesk nakoming van de vaststellingsovereenkomst. Niebeek c.s. verweren zich stellende dat de vordering van Autodesk moet worden afgewezen omdat zij onder meer onder druk van dreigementen (bedrog, dwaling en misbruik van omstandigheden) tot de vaststellingsovereenkomst bewogen zijn en dat er van hen op grond van de redelijkheid en billijkheid niet meer kan worden verlangd dan zij reeds ter uitvoering van de vaststellingsovereenkomst hebben gedaan. De rechtbank overweegt dat de feiten en omstandigheden zoals door Niebeek c.s. gesteld, zelfs indien bewezen, hooguit leiden tot onderbouwing van de stelling dat er bij een beslaglegging meer rekening zou kunnen worden gehouden met de onbekendheid van de betreffende partij met de procedure van beslaglegging en het overrompelende effect ervan, maar dat dit niet afdoet aan het feit dat de beslaglegging niet onrechtmatig was. In dit licht en het feit dat Niebeek c.s. zelf hebben gekozen om, in plaats van een hogere schadevergoeding, zwaardere en daarmee duurdere netwerklicenties aan te schaffen, is het naar het oordeel van de rechtbank niet onaanvaardbaar om Niebeek c.s. te houden aan een overeenkomst die zij zelf hebben gesloten. De vordering van Autodesk wordt dientengevolge toegewezen. De vordering van de proceskosten op basis van artikel 1019h Rechtsvordering wordt toegewezen omdat de kern van de vaststellingsovereenkomst bestaat uit bescherming van de intellectuele eigendomsrechten van Autodesk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 384217 / HA ZA 07-3125

Vonnis van 23 juli 2008

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

AUTODESK INC,

gevestigd te Delaware (Verenigde Staten van Amerika),

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijk reconventie,

procureur mr. T.F.W. Overdijk,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

A MILIEUMANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

A PROJECTMANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SWING MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagden in conventie,

eiseressen in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. G.J.T.M. van den Bergh.

Eiseres zal hierna Autodesk worden genoemd. Gedaagden worden hierna afzonderlijk aangeduid als A Milieumanagement, A Projectmanagement en Swing Management en gezamenlijk als A c.s.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 12 oktober 2007;

- de akte houdende overlegging producties;

- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie, met bewijsstukken;

- het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 27 februari 2008, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen die op 24 april 2008 heeft plaatsgevonden, met de daarin vermelde stukken, waaronder de akte houdende wijziging van de eis in voorwaardelijke reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Autodesk is een onderneming die zich bezig houdt met de ontwikkeling van computerprogrammatuur voor uiteenlopende doeleinden, in het bijzonder voor assistentie bij ontwerpprocessen.

2.2. Autodesk heeft een aantal computerprogramma’s ontwikkeld, waaronder AutoCAD, die elk afzonderlijk een duidelijk eigen en persoonlijk karakter dragen, waardoor de computerprogrammatuur kan worden aangemerkt als een werk in de zin van artikel 10 lid 1 onder 12 Auteurswet.

2.3. Op 28 juni 2007 heeft Autodesk een verzoekschrift tot het leggen van conservatoir beslag tot afgifte ingediend bij de rechtbank te Utrecht. Het verlof voor het leggen van beslag, op de goederen van A c.s., is op 2 juli 2007 afgegeven onder voorbehoud dat de gang van zaken bij de beslaglegging in overeenstemming zou zijn met nummer 2 van de brief van mr. T.F.W. Overdijk (hierna Overdijk) van 2 juli 2007.

2.4. Nummer 2 van de brief van Overdijk luidt, voor zover van belang, als volgt:

“2. Feitelijke gang van zaken

Om te voorkómen dat computers worden meegenomen waarop geen illegale versie(s) van de Autodesk-software is/zijn geïnstalleerd, wordt de gerequestreerde altijd gevraagd om toestemming te geven voor een onderzoek van de in het bedrijf aanwezige computerapparatuur. Daartoe is bij ieder van de verzochte beslagen een informaticadeskundige aanwezig, die doorgaans in enkele minuten kan zien of op een bepaalde computer illegale Autodesk-software is geïnstalleerd. Die toestemming voor een onderzoek wordt in de praktijk zonder uitzondering gegeven. […]

Bij een dergelijk onderzoek ter plaatse worden doorgaans illegale versies van Autodesk-software aangetroffen op één of enkele computers; nimmer op alle computers die in een kantoor of bedrijf aanwezig zijn. Omdat het bij Autodesk-software altijd om vrij zware programmatuur gaat, wordt die software bovendien altijd locaal geïnstalleerd en gedraaid, dus niet vanaf de server. Bij een beslag op computers zal het dus zonder uitzondering gaan om werkstations; nooit wordt er een server in beslag genomen.

Voorts wordt de gerequestreerde, zoals in het verzoek is aangegeven, in de gelegenheid gesteld een back-up te maken van bestanden die zij voor haar bedrijfsvoering nodig heeft, met uitzondering van de inbreukmakende software. Op deze wijze wordt onnodige schade aan de bedrijfsvoering van gerequestreerde voorkómen. […]”

2.5. Tijdens het auteursrechtelijke beslag tot afgifte op 3 juli 2007 heeft Autodesk geconstateerd dat in elk geval A Milieumanagement in haar bedrijfsvoering gebruik maakt van computers waarop in totaal 20 illegale exemplaren van de computerprogramma’s van Autodesk zijn aangetroffen. Bij het beslag waren aanwezig; de deurwaarder mevrouw B, de heer mr. C technisch adviseur van advocatenkantoor Lawcity, een informaticadeskundige, de heer D directeur van A c.s. en de heer E systeembeheerder van A Milieumanagement.

2.6. Op 3 juli 2007 is tussen Autodesk en A c.s. een vaststellingsovereenkomst (hierna: de vaststellingsovereenkomst) tot stand gekomen ter minnelijke regeling van de inbreuken op het auteursrecht van Autodesk. De vaststellingsovereenkomst bevat onder meer de volgende bepalingen:

“1. A betaalt aan AUTODESK een schadevergoeding groot € 23.280,- (drie-en-twintig duizend twee honderd en tachtig Euro), zulks ter afkoop van alle door AUTODESK gepretendeerde vorderingen in verband met de inbreuk op haar auteurs- en merkrechten, in of buiten rechte.

2. Naast de onder artikel 1. vermelde schadevergoeding betaalt A aan AUTODESK een vergoeding van alle tot op heden gemaakte kosten, die van het gelegde beslag daaronder begrepen, ten bedrage van € 4.500,- (vier duizend vijf honderd Euro), exclusief eventueel verschuldigde BTW.

3. A verplicht zich tot de aanschaf van een netwerklicentie AutoCAD 2008 voor zes (6) gebruikers. Deze pakketten worden aangeschaft voor

27 juli 2007 bij een geautoriseerde AUTODESK dealer.

Teneinde van de behoorlijke nakoming van deze aankoopverplichting te doen blijken, zal A voor 27 juli 2007 een kopie van de aankoopfactuur toesturen aan de raadsman van AUTODESK. […].

In geval van niet nakoming van de in dit artikel 4. [naar de rechtbank begrijpt wordt hier artikel 3 bedoeld] omschreven verplichting zal A van rechtswege en zonder dat enige vorm van ingebrekestelling vereist is, een vertragingsvergoeding verschuldigd zijn ten bedrage van € 100,- (honderd Euro) per dag, […]”

2.7. A c.s. zijn overgegaan tot de aanschaf van een netwerklicentie AutoCAD 2008 voor 2 gebruikers.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Autodesk vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

A. A c.s. te bevelen binnen 5 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis een netwerklicentie AutoCAD 2008 voor 4 gebruikers aan te schaffen bij een geautoriseerde dealer van Autodesk;

B. A c.s. te bevelen binnen 10 dagen na de betekening van het in dezen te wijzen vonnis van de behoorlijke voldoening aan het bevel onder A. te doen blijken door een kopie van de aankoopfactuur te doen toekomen aan de raadsman van Autodesk;

C. A c.s. te bevelen binnen 5 dagen na de betekening van het in dezen te wijzen vonnis aan Autodesk te voldoen een vertragingsvergoeding, als bedoeld in artikel 3 van de vaststellingsovereenkomst, van EUR 7.800,00, te vermeerderen met een bedrag van EUR 100,00 per dag, gerekend vanaf 13 oktober 2007 tot aan de dag van het in dezen te wijzen vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente over het verschuldigde vanaf

12 oktober 2007, althans de dag waarop het bedrag verschuldigd wordt tot aan de dag dat A c.s. het verschuldigde zullen hebben betaald;

D. Te bepalen dat, indien A c.s. met de naleving van de onder A. tot en met C. gevraagde bevelen in gebreke blijven, A c.s. aan Autodesk een dwangsom van EUR 25.000,00 zullen verbeuren voor iedere overtreding van ieder afzonderlijk bevel, alsmede een dwangsom van EUR 5.000 voor iedere dag dat de overtreding van ieder van deze bevelen zal voortduren;

E. A c.s. te veroordelen in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de volledige kosten van bijstand door de raadsman van Autodesk, een en ander conform artikel 1019h Rechtsvordering;

F. A c.s. te veroordelen aan Autodesk te vergoeden een bedrag van EUR 131,00 aan nasalaris ingeval van niet-betekening en een bedrag van EUR 205,00 aan nasalaris ingeval van betekening van het in dezen te wijzen vonnis indien niet binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, dan wel binnen 14 dagen na betekening van het vonnis aan A c.s., voldoening van het nasalaris heeft plaatsgevonden.

3.2. Autodesk stelt daartoe dat A c.s. de vaststellingovereenkomst, die gesloten is ter minnelijke regeling van de inbreuk op het auteursrecht van Autodesk door A c.s., niet zijn nagekomen. A c.s. zijn namelijk overgegaan tot de aanschaf van een netwerklicentie AutoCAD 2008 voor 2 gebruikers in plaats van de overeengekomen netwerklicentie AutoCAD 2008 voor 6 gebruikers. Autodesk meent daarnaast, op grond van artikel 3 van de vaststellingsovereenkomst (opgenomen onder 2.6.), aanspraak te kunnen maken op een vertragingsvergoeding van EUR 100,00 per dag nu A c.s. de vaststellingsovereenkomst niet zijn nagekomen.

3.3. A c.s. verweren zich stellende dat de vordering van Autodesk moet worden afgewezen omdat A c.s. onder meer onder druk van dreigementen tot de vaststellingsovereenkomst zijn bewogen en omdat de gang van zaken bij de beslaglegging niet in overeenstemming was met de brief van Overdijk, zoals hiervoor geciteerd onder 2.4., terwijl dit volgens de aanwijzing van de voorzieningenrechter wel de bedoeling was. Onder deze omstandigheden zou het naar het inzicht van A c.s. niet redelijk zijn om hen aan de volledige nakoming van de vaststellingsovereenkomst te houden. A c.s. hebben een zeer aanzienlijke boete betaald die niet in verhouding staat tot de inbreuk, waarbij bedacht moet worden dat zij ter goeder trouw hebben gehandeld. A c.s. hebben daarnaast voor ruim EUR 10.000,00 te zware en daarmee te dure licenties aangeschaft, terwijl Autodesk wist, althans behoorde te weten, dat zij met lichtere versies konden volstaan. A c.s. hebben zich bij monde van hun advocaat op 27 juli 2007 bij de advocaat van Autodesk gemeld. Partijen hebben vervolgens over de kwestie gecorrespondeerd met het doel tot een oplossing ten aanzien van de vaststellingsovereenkomst te komen. Gezien deze omstandigheden is ook de vordering van Autodesk ten aanzien van de oplopende boete van EUR 100,00 per dag in strijd met de redelijkheid en billijkheid, aldus steeds A c.s.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

3.5. A c.s. vorderen na wijziging van hun eis:

Primair

Voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, en voor zover niet wordt overgegaan tot niet-ontvankelijk verklaring althans volledige afwijzing van de vordering van Autodesk in conventie, de vaststellingsovereenkomst gedeeltelijk te vernietigen wegens bedreiging, dwaling, bedrog dan wel misbruik van omstandigheden, zulks voor zover door A c.s. geen uitvoering aan de vaststellingsovereenkomst is gegeven, met veroordeling van Autodesk in de kosten in reconventie.

Subsidiair

Voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, en voor zover niet wordt overgegaan tot niet-ontvankelijk verklaring althans volledige afwijzing van de vordering van Autodesk in conventie, de vaststellingsovereenkomst zodanig te wijzigen, dat de verplichtingen waarvan Autodesk in deze procedure nakoming vordert niet langer bestaan, zodanig met inachtneming van het bepaalde in artikel 6:94 Burgerlijk Wetboek terzake matiging van contractueel overeengekomen boetes, met veroordeling van Autodesk in de kosten in reconventie.

3.6. A c.s. stellen daartoe onder meer het volgende:

A c.s. hadden op het moment van tekenen van de vaststellingsovereenkomst geen juiste voorstelling van zaken. Bij de beslaglegging werd hen namelijk verteld dat alle computers terstond in beslag zouden worden genomen als zij niet zouden meewerken aan de controle op illegale software en aan een schikking. Tevens werd hen een berekening voorgehouden van EUR 160.000,00 boete als het niet ter plekke tot een schikking zou komen. Op de overweging van A c.s. om een advocaat in te schakelen gaf mr. C te kennen dat er dan een procedure zou komen en dat A c.s. die niet zouden winnen met alle juridische kosten van dien. A c.s. stellen dat zij de vaststellingsovereenkomst niet onder dezelfde voorwaarden zouden hebben gesloten indien zij met de inhoud van de brief van Overdijk bekend zouden zijn geweest. De licenties die A c.s. ingevolge de vaststellingsovereenkomst hadden moeten afnemen komen niet overeen met het door Autodesk geconstateerde gebruik dat A c.s. van de software maakten. Deze onjuiste voorstelling van zaken is te wijten aan inlichtingen van Autodesk.

3.7. Autodesk voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. Autodesk stelt terecht dat uit de omstandigheid dat de vaststellingsovereenkomst door zowel A Milieumanagement, A Projectmanagement als Swing Management is ondertekend voortvloeit dat Autodesk ontvankelijk is in haar vordering tot nakoming daarvan jegens A c.s.

4.2. De rechtbank is van oordeel dat de vordering van Autodesk voor toewijzing gereed ligt, zelfs indien wordt uitgegaan van de door A c.s. gestelde feiten en omstandigheden ten aanzien van de gang van zaken bij de beslaglegging, die deels door Autodesk worden betwist. Daartoe is als volgt overwogen. Ook al is de brief van Overdijk niet bij aanvang van het beslag overhandigd, er is wel volgens de instructie van die brief gehandeld. Er is toestemming gevraagd en gegeven voor een onderzoek van de in het bedrijf aanwezige computerapparatuur en er was een informaticadeskundige aanwezig. De mogelijkheid om backups te maken van de harde schijf van de in beslag te nemen computers staat in het lichaam van het rekest vermeld. Daarnaast waren de mededelingen die door het beslagleggingteam zijn gedaan niet onjuist. Het verlof biedt de ruimte om alle computers af te voeren indien geen toestemming wordt gegeven om deze ter plaatse te onderzoeken. Daarbij is over de voorgerekende schadevergoeding niet meer gezegd dan dat Autodesk deze zou gaan vorderen indien het niet tot een schikking zou komen. Dat de rechtbank Breda een dergelijke vordering in het verleden heeft toegewezen is niet in strijd met de waarheid. De feiten en omstandigheden zoals gesteld door A c.s. leiden, zelfs indien bewezen, hooguit tot onderbouwing van de stelling dat er bij een beslaglegging meer rekening zou kunnen worden gehouden met de onbekendheid van de betreffende partij met de procedure en het overrompelende effect ervan. Dit doet echter niet af aan het feit dat de beslaglegging niet onrechtmatig was.

4.3. Het verweer van A c.s., dat op grond van de redelijkheid en billijkheid van (naar de rechtbank begrijpt) artikel 6:248 lid 2 Burgerlijk Wetboek niet meer van hen kan worden verlangd dan zij reeds hebben gedaan ter uitvoering van de vaststellingsovereenkomst, gaat niet op. Dit zou slechts anders zijn indien het onaanvaardbaar zou zijn om partijen te houden aan een overeenkomst die zij zelf hebben gesloten. A c.s. hebben er zelf voor gekozen om, in plaats van een hogere schadevergoeding, zwaardere en daarmee duurdere netwerklicenties aan te schaffen dan zij voor de bedrijfsvoering nodig hebben. A c.s. hebben derhalve gekozen voor een netwerklicentie AutoCAD 2008 voor 6 gebruikers. In dit licht is het onredelijk noch onaanvaardbaar A c.s. te houden aan de overeengekomen afnameverplichting.

4.4. Gelet op hetgeen onder 4.3. is overwogen, is vast komen te staan dat A c.s. de vaststellingsovereenkomst hadden moeten nakomen. Nu zij dit echter hebben nagelaten zijn zij op grond van artikel 3 van de vaststellingsovereenkomst (zie onder 2.6.) een vertragingsvergoeding verschuldigd van EUR 100,00 per dag. Het verweer van A c.s. dat de vertragingsvergoeding niet zou zijn overeengekomen bij niet-nakoming van de aankoopverplichting gaat niet op. Er is hier duidelijk sprake van een verschrijving aangezien er verwezen wordt naar de “in dit artikel 4 omschreven verplichting” terwijl het woordje “dit” onmiskenbaar verwijst naar artikel 3 van de overeenkomst. Ook het verweer dat het vorderen van een verder oplopende boete, onder de omstandigheid dat partijen over de kwestie hebben gecorrespondeerd met het doel tot een oplossing te komen ten aanzien van de vaststellingsovereenkomst, in strijd is met de redelijkheid en de billijkheid treft geen doel. A c.s. hadden zich, op grond van de vaststellingsovereenkomst, moeten houden aan de overeengekomen afnameverplichting. Nu zij dit ten onrechte hebben nagelaten is het niet onaanvaardbaar hen te houden aan de in de overeenkomst opgenomen vertragingsvergoeding. Temeer omdat al snel duidelijk werd dat Autodesk zou volharden in de volledige afdwinging van de vaststellingsovereenkomst. Het is steeds een mogelijkheid voor A c.s. geweest eerst na te komen en vervolgens bezwaar te maken tegen de beslaglegging respectievelijk tegen de inhoud van en verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst. Door de vaststellingsovereenkomst steeds niet na te komen hebben zij zelf de boete op laten lopen. Het is uit oogpunt van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat het risico van de overeengekomen gevolgen voor deze keuze bij A c.s. blijft liggen.

4.5. Nu het verweer van A c.s. niet slaagt is de vordering van Autodesk in beginsel toewijsbaar. Daarmee is de voorwaarde waaronder de reconventie is ingesteld in vervulling gegaan. Gelet op hetgeen hierna wordt overwogen, wordt deze vordering afgewezen, zodat ook deze vordering niet in de weg staat aan toewijzing van de vordering van Autodesk.

4.6. Artikel 611b Rechtsvordering bepaalt dat de rechter de dwangsom hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding kan vaststellen. De rechtbank zal daarom alleen de dwangsom per dag toewijzen zoals hierna bepaald.

4.7. De vordering van de proceskosten op basis van artikel 1019h zal worden toegewezen, aangezien hier sprake is van een inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van Autodesk. Aan het verweer van A c.s. dat het hier een andersoortig geschil betreft, te weten een geschil over een vaststellingsovereenkomst, wordt voorbijgegaan aangezien de kern van die overeenkomst bestaat uit bescherming van de intellectuele eigendomsrechten van Autodesk. Het verweer van A c.s. in conventie en hun vordering in reconventie hebben in dit geschil bovendien geleid tot een beoordeling van de wijze waarop Autodesk haar intellectuele eigendomsrechten heeft gehandhaafd. Derhalve kan niet geoordeeld worden dat dit geschil slechts beoordeling van een overeenkomst heeft betroffen. Het salaris procureur zal gezien productie 11 van Autodesk, waarvan de inhoud niet voldoende is betwist, worden gesteld op EUR 14.632,60.

4.8. Voorzover Autodesk de beslagkosten van A c.s. wil terugvorderen zal deze vordering als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen, omdat Autodesk heeft verzuimd de beslagstukken in het geding te brengen.

4.9. De gevorderde veroordeling in nakosten zal worden afgewezen, nu in artikel 237 lid 4 Rechtsvordering voor het verhaal van deze kosten een bijzondere procedure is

voorgeschreven.

4.10. A c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Autodesk worden begroot op:

- dagvaarding 70,85

- vast recht 300,00

- salaris procureur 14.632,60

Totaal EUR 15.003,45

in voorwaardelijke reconventie

4.11. Als meest verstrekkende verweer voert Autodesk aan dat in de artikelen 10 en 12 van de vaststellingsovereenkomst door partijen afstand is gedaan van het recht op grond van de overeenkomst nog iets te vorderen, dan wel de overeenkomst te ontbinden. Dit verweer wordt gepasseerd aangezien er door A c.s. niets wordt gevorderd op grond van de overeenkomst en er geen ontbinding maar vernietiging wordt gevorderd.

4.12. Ten aanzien van de primaire vordering in reconventie geldt het volgende:

Dwaling

Gelet op hetgeen in conventie is overwogen kan worden geconcludeerd dat bij de beslaglegging geen onjuiste voorstelling van zaken is gegeven waardoor de overeenkomst anders zou zijn gesloten. Hiermee gaat het beroep op dwaling van artikel 6:228 Burgerlijk Wetboek niet op.

Bedreiging en bedrog

Ook het beroep op artikel 3:44 Burgerlijk Wetboek slaagt niet. Van bedreiging is namelijk geen sprake nu niet is vast komen te staan dat A c.s. door onrechtmatige bedreiging met enig nadeel in persoon of goed zijn bewogen de vaststellingsovereenkomst met Autodesk aan te gaan. De mededelingen van het beslagleggingteam waren onjuist noch onrechtmatig. Daarnaast is er bij de beslaglegging gehandeld overeenkomstig de instructie van Overdijk. Hiermee is ook een beroep op bedrog, welke aanwezig is wanneer iemand een ander tot het verrichten van een rechtshandeling beweegt door een opzettelijke onjuiste mededeling of het opzettelijk verzwijgen van enig belangrijk feit of door een andere kunstgreep, niet steekhoudend.

Misbruik van omstandigheden

Voor een beroep op artikel 3:44 lid 4 Burgerlijk Wetboek is het nodig dat Autodesk wist of moest begrijpen dat A c.s. door onervarenheid werden bewogen de vaststellingsovereenkomst te tekenen en dat Autodesk met deze wetenschap de ondertekening heeft bevorderd, terwijl deze wetenschap Autodesk juist had moeten weerhouden om A c.s. te laten tekenen. Hiertoe wordt het volgende overwogen. Ook al zou komen vast te staan dat Autodesk op de hoogte was van de onervarenheid aan de zijde van A c.s. en al zou Autodesk met deze wetenschap de ondertekening hebben bevorderd, in ieder geval is onvoldoende onderbouwd dat zij A c.s. had behoeven te weerhouden te tekenen. Hiertoe is allereerst van belang dat Autodesk onweersproken heeft gesteld dat de vaststellingsovereenkomst, in het licht van de omvang van de auteursrechtelijke inbreuk en de schadevergoeding die ze zou hebben gevorderd in een procedure, volgens Autodesk juist een goede deal was voor A c.s. Of A c.s. beter af zouden zijn geweest indien zij niet getekend hadden en het daarmee op een procedure hadden laten aankomen, is bovendien ongewis. Het is niet ondenkbaar dat ook in dat geval gekomen zou zijn tot een veroordeling tot schadevergoeding van een bedrag vergelijkbaar met of hoger dan het bedrag dat A c.s. ingevolge de vaststellingsovereenkomst verschuldigd raakten.

4.13. Nu de vaststellingsovereenkomst niet onder invloed van een wilsgebrek tot stand is gekomen kan deze niet op grond van artikel 3:44 of 6:228 Burgerlijk Wetboek (gedeeltelijk) worden vernietigd, de primaire vordering in reconventie zal daarom worden afgewezen.

4.14. Ten aanzien van de subsidiaire vordering in reconventie geldt het volgende:

Artikel 6:94 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de rechter op verlangen van de schuldenaar, indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, de bedongen boete kan matigen, met dien verstande dat hij de schuldeiser ter zake van de tekortkoming niet minder kan toekennen dan de schadevergoeding op grond van de wet. De bevoegdheid van de rechter om een bedongen boete te matigen dient terughoudend te worden gehanteerd. Gezien het uitgangspunt in het contractenrecht, namelijk de contractsvrijheid, zijn partijen in principe gebonden aan hetgeen ze zijn overeengekomen. Uit de feiten en omstandigheden is niet gebleken dat het onredelijk zou zijn A c.s. aan de vertragingsboete te houden. De vaststellingsovereenkomst is namelijk, op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, niet onder invloed van een wilsgebrek tot stand gekomen. Ook is de boete in verhouding tot de schade niet buitensporig. Op de computers van A c.s. zijn in totaal 20 illegale exemplaren van de computerprogramma’s van Autodesk aangetroffen. Dat A c.s. slechts beperkt gebruik maakten van deze computerprogramma’s doet daar niet aan af. De subsidiaire vordering in reconventie zal dientengevolge worden afgewezen.

4.15. A c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Autodesk worden begroot op nihil, nu niet onderbouwd is dat behoudens de in conventie reeds toegewezen daadwerkelijk gemaakte proceskosten, in reconventie overige kosten zijn gemaakt.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. beveelt A c.s. binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis een netwerklicentie AutoCAD 2008 voor 4 gebruikers aan te schaffen bij een geautoriseerde dealer van Autodesk,

5.2. beveelt A c.s. binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis van de behoorlijke voldoening aan het bevel onder 5.1. te doen blijken door een kopie van de aankoopfactuur te doen toekomen aan de raadsman van Autodesk,

5.3. beveelt A c.s. binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis aan Autodesk te voldoen een vertragingsvergoeding, als bedoeld in artikel 3 van de vaststellingsovereenkomst van 3 juli 2007, van EUR 7.800,00 vermeerderd met een bedrag van EUR 100,00 per dag, gerekend vanaf 13 oktober 2007 tot aan de dag van het uitspreken van dit vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente over het verschuldigde bedrag vanaf 12 oktober 2007 tot de dag der algehele voldoening,

5.4. bepaalt dat A c.s. vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis, voor iedere dag dat zij in strijd handelen met het onder 5.1. tot en met 5.3. bepaalde, aan Autodesk een dwangsom verbeuren van EUR 5.000,00, tot een maximum van EUR 160.000,00,

5.5. veroordeelt A c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Autodesk tot op heden begroot op EUR 15.003,45,

5.6. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.8. wijst de vordering af,

5.9. veroordeelt A c.s. in de kosten van de reconventie, aan de zijde van Autodesk tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Rombouts en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2008.?