Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1991

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-08-2008
Datum publicatie
29-10-2008
Zaaknummer
465681 CV EXPL 07-7670
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zorgplicht; categoriemodel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

Zorgplicht; categoriemodel

RECHTBANK BREDA

Sector Kanton

Locatie Tilburg

Rolnummer: 465681 CV EXPL 07-7670

Vonnis van 27 augustus 2008

F.no.: 639

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

1. [eiser sub 1],

nader te noemen [eiser sub 1],

2. [eiseres sub 2],

nader te noemen [eiseres sub 2],

gezamenlijk nader te noemen [eisers],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

gemachtigde: mr. T.M. ten Velde,

t e g e n

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

nader te noemen Dexia,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: [gemachtigde gedaagde].

Procedure

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 9 november 2007, met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

- de conclusie van repliek in conventie/antwoord in reconventie;

- de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, tevens akte houdende vermindering van eis;

- de conclusie van dupliek in reconventie.

Voorafgaand aan de dagvaarding heeft [eiser sub 1], blijkens productie 1, na de zogenoemde WCAM-beschikking van 25 januari 2007 van het gerechtshof te Amsterdam, een opt-outverklaring afgelegd als bedoeld in artikel 7:908 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW), waarin hij verklaart zich aan de verbindendverklaring van de Duisenbergregeling te willen onttrekken.

Bij tussenvonnis van 23 april 2008 is een comparitie bepaald die heeft plaatsgevonden op 18 juli 2008. Ter comparitie zijn verschenen [eisers], bijgestaan door hun gemachtigde, en van de zijde van Dexia [vertegenwoordiger Dexia] en mr. P. Wijbrands. Van hetgeen besproken is ter comparitie heeft de griffier aantekening gehouden. Voorafgaand aan deze comparitie zijn door [eisers] per brief van 30 juni 2008 en door Dexia per fax van 10 juli 2008 aanvullende stukken ingediend. De stukken behoren alle tot de gedingstukken.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

1. Feiten

In conventie en in reconventie

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V.(hierna: Labouchere). Waar hierna sprake is van Dexia wordt haar rechtsvoorgangster daaronder mede begrepen.

1.2. [eisers] waren ten tijde van het aangaan van de hieronder bedoelde overeenkomst met elkaar gehuwd en verkeerden in de volgende omstandigheden:

[eiser sub 1] [eiseres sub 2]

Geboortejaar: 1950 1954

Beroep: personeelsfunctionaris (ass.) begeleidster

Opleiding: Personeel en Arbeid Zwakzinnigenzorg/Mulo A

Netto gezinsinkomen per maand: circa € 2.500,- / circa € 30.000,- per jaar

Vermogen (na aftrek schulden): geen

Relevante beleggings- of beroepservaring: geen

1.3. [eiser sub 1] heeft door tussenkomst van Spaar Select B.V. (hierna: Spaar Select) de volgende lease-overeenkomst ondertekend, welke door [eiseres sub 2] is medeondertekend en waarop hij als lessee staat vermeld, met als wederpartij Labouchere (hierna: de lease-overeenkomst):

Contractnr. Datum Naam van de overeenkomst Leasesom Looptijd Termijnbedrag

[nummer] 22-05-2001 Overwaarde Effect zonder Herbelegging Vooruitbetaling € 232.583,40 180 maanden € 62.022,00 vooruitbetaald;

€ 1.292,13

De vooruitbetaling vond plaats op 29 juni 2001.

1.4. [eisers] hebben om aan de verplichtingen van [eiser sub 1] uit de lease-overeenkomst te kunnen voldoen een extra hypothecaire lening gesloten.

1.5. Op 6 november 2006 heeft Dexia een eindafrekening opgesteld volgens welke [eiser sub 1] uit hoofde van de lease-overeenkomst nog € 8.188,87 verschuldigd was. Dit bedrag heeft [eiser sub 1] niet betaald.

1.6. Voor wat betreft het in totaal aan Dexia betaalde bedrag, het totaalbedrag aan ontvangen en/of verrekende dividenden en andere gegevens van de lease-overeenkomst wordt verwezen naar de aan dit vonnis gehechte bijlage (hierna: de bijlage).

2. Vorderingen [eisers] in conventie

[eisers] vorderen dat de kantonrechter bij vonnis:

A. verklaart voor recht dat de onderhavige overeenkomst:

primair vernietigd is vanwege dwaling op grond van de door [eisers] ingestuurde brieven dan wel bij brief van de gemachtigde van [eisers] en voor zover dat niet het geval zou zijn hierbij alsnog de overeenkomst nietig te verklaren;

subsidiair: ontbonden is op grond van een tekortkoming in de nakoming van de op Dexia rustende verplichtingen die haar tevens toerekenbaar is en haar schadeplichtig maakt, dan wel dat er sprake is van een onrechtmatig handelen zijdens Dexia hetgeen Dexia schadeplichtig maakt;

B. verklaart voor recht dat [eisers] de nog niet betaalde restschuld niet

verschuldigd zijn;

C. Dexia bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling

aan [eisers] van:

1. de reeds door [eisers] gedane betalingen van in totaal € 62.022,-;

2. een bedrag aan schadevergoeding terzake de extra gemaakte hypotheekkosten ad in

totaal € 26.700,-;

3. de wettelijke rente hierover berekend vanaf de dag der betaling tot aan de dag der

algehele voldoening door Dexia;

4. de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.785,- inclusief btw;

dit alles met veroordeling van Dexia in de kosten van het geding, daaronder begrepen het salaris van de gemachtigde van [eisers]

3. Standpunten [eisers]

3.1. [eisers] leggen aan hun vorderingen hoofdzakelijk ten grondslag dat [eiser sub 1] door toedoen van Dexia heeft gedwaald, althans dat Dexia tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht(en) en/of onrechtmatig heeft gehandeld. Daarnaast beroepen [eisers] zich er op dat Dexia gehandeld heeft in strijd met een aantal door hen genoemde wetten en regelingen en/of een aantal andere voor Dexia geldende normen en criteria en dat de lease-overeenkomst als gevolg daarvan nietig, althans vernietigbaar, zou zijn, dan wel dat Dexia daardoor onrechtmatig jegens [eiser sub 1] heeft gehandeld. [eisers] betwisten voorts dat Dexia de leaseaandelen gekocht heeft. [eisers] stellen ten slotte dat Dexia aansprakelijk is voor de gedragingen van Spaar Select bij de totstandkoming van de lease-overeenkomst.

3.2. Volgens [eisers] is Dexia aansprakelijk voor de door hen geleden schade. De schade bestaat volgens [eisers] uit de door hen gevorderde bedragen, waarbij [eisers] tevens aanspraak maken op vergoeding van extra gemaakte hypotheekkosten en op buitengerechtelijke kosten.

3.3. Volgens [eisers] is Dexia wettelijke rente verschuldigd over alle betaalde bedragen vanaf de datum der betaling tot aan de dag der algehele voldoening.

4. Standpunten Dexia

Dexia betwist dat de lease-overeenkomst door dwaling tot stand is gekomen, dat zij

tekort zou zijn geschoten in de nakoming van haar zorgplicht(en) of dat zij onrechtmatig zou hebben gehandeld. Volgens Dexia beschikten [eisers] bij het aangaan van de lease-overeenkomst over alle relevante informatie. Dexia betwist aansprakelijk te zijn voor het handelen of nalaten van de tussenpersoon. Ook betwist Dexia dat zij de bepalingen – voor zover van toepassing – van de door [eisers] genoemde wetten en regelingen niet in acht zou hebben genomen. Dexia stelt de leaseaandelen wel gekocht te hebben. Tenslotte betwist Dexia de schade, althans betwist zij daarvoor aansprakelijk te zijn.

5. Vorderingen Dexia in reconventie

In reconventie vordert Dexia - na vermindering van eis - [eiser sub 1] te veroordelen tot betaling van € 6.639,33, zijnde het resterende saldo van de door Dexia opgestelde eindafrekening, te vermeerderen met rente en kosten, stellende dat [eiser sub 1] in verzuim zijn met de nakoming van zijn verplichtingen uit de lease-overeenkomst.

6. Verweer in reconventie

Onder verwijzing naar hun stellingen in conventie bestrijden [e[eisers] nog iets aan Dexia verschuldigd te zijn.

7. Beoordeling van de vorderingen in conventie en in reconventie

7.1. In het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007, LJN: BA 3914, zijn in een soortgelijk geschil een aantal rechtsvragen beantwoord en beoordelingsmaatstaven gegeven, waarvan voor dit geding met name van belang zijn:

huurkoop en bevoegdheid (rov 8.1);

dwaling (rov 8.5);

aansprakelijkheid voor tussenpersonen (rov 8.7);

toepasselijkheid Nadere Regeling Toezicht Effectenverkeer (NR) (rov 8.8);

nakoming zorgplicht (rov 8.9);

verdeling van het nadeel (rov 9).

De kantonrechter neemt de overwegingen uit het vonnis van 27 april 2007 op deze onderdelen over, voor zover daarvan hierna niet wordt afgeweken. De stellingen in conventie en in reconventie zullen zoveel mogelijk gezamenlijk behandeld worden. In het onderhavige geval komt dat neer op het volgende.

Bevoegdheid

7.2. Een lease-overeenkomst als de onderhavige wordt aangemerkt als huurkoop. De kantonrechter is derhalve bevoegd.

Aansprakelijkheid voor tussenpersonen

7.3. Een effecteninstelling (als Dexia) is aansprakelijk voor gedragingen van een tussenpersoon, door wiens toedoen een of meer overeenkomsten als de onderhavige tot stand zijn gekomen. Het verweer van Dexia dat dit anders is wordt derhalve verworpen.

Dwaling

7.4. Uit de inhoud van de lease-overeenkomst en de bijbehorende Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease had [eiser sub 1] kunnen en moeten afleiden dat sprake was van een lening met renteverplichtingen voor de financiering van ten behoeve van hem gekochte effecten, en van een verplichting tot het op enig moment voldoen van het aankoopbedrag. De lease-overeenkomst geeft bovendien aan welke rente in rekening wordt gebracht en wat de totale leasesom is. Bij vragen daaromtrent had (ook) van [eiser sub 1] enig nader onderzoek mogen worden verwacht. Voor zover [eiser sub 1] onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken een overeenkomst zijn aangegaan, kan die onjuiste voorstelling derhalve niet tot vernietiging van die overeenkomst wegens dwaling leiden. Dit laat de zorgplicht van Dexia overigens onverlet.

Toepasselijkheid Nadere Regeling Toezicht Effectenverkeer (NR)

7.5. Dexia was bij het aanbieden van het onderhavige product gehouden aan de in de NR gecodificeerde zorgplicht. Het verweer van Dexia dat de NR onverbindend is treft geen doel.

Nakoming zorgplicht en toerekening van het nadeel

7.6. [eisers] verwijten Dexia dat Dexia jegens [eiser sub 1] de op haar rustende zorgplicht jegens hem niet is nagekomen onder meer doordat Dexia niet of niet voldoende gewezen heeft op de risico’s van het onderhavige product. Het verweer van Dexia hiertegen dient als onvoldoende gemotiveerd en onvoldoende feitelijk onderbouwd gepasseerd te worden. Dexia had haar afnemers op niet mis te verstane wijze op die risico’s dienen te wijzen. De brochures en folders waar Dexia zich op beroept, houden een dergelijke waarschuwing niet in en door Dexia is ook niet gesteld of aangetoond dat zij op andere wijze aan deze informatieverplichting voldaan heeft. Dexia is derhalve aansprakelijk voor de als gevolg van dit tekortschieten opgetreden nadelige gevolgen. Tevens wordt geoordeeld dat Dexia niet in voldoende mate heeft voldaan aan haar zorgplichten voortkomende uit het ‘know your customer’-principe. Uit de ter comparitie afgelegde verklaringen is gebleken dat Dexia niet, althans in onvoldoende mate het uit dit beginsel voortvloeiende onderzoek heeft ingesteld naar de (ook toekomstige) (financiële) situatie van [eiser sub 1]. Dat brengt mee dat de lease-overeenkomst niet tot stand had behoren te komen en dat een causaal verband bestaat tussen deze tekortkoming en de door [eiser sub 1] geleden schade. Toepassing van het bepaalde in artikel 6:101 BW leidt uiteindelijk niet tot een ander resultaat dan het gevolg zal zijn van de hierna volgende nadeelverdeling, zodat deze tekortkoming hierna niet behandeld zal worden.

7.7. Op gronden als vermeld in het vonnis van 27 april 2007 is het onaanvaardbaar om Dexia onverkort alle nadeel te laten dragen en dient het voor rekening van Dexia komende nadeel te worden verminderd in evenredigheid met de, op een gemotiveerde schatting berustende, mate waarin aan [eiser sub 1] toe te rekenen omstandigheden tot het nadeel hebben bijgedragen. Dit overeenkomstig hetgeen de Hoge Raad heeft beslist in zijn arrest van 31 maart 2006, RvdW 2006, 328 (LJN: AU6092). Een en ander zal tot uitdrukking worden gebracht door toepassing van de hierna bedoelde maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Grondslag voor de hiervoor bedoelde schatting vormen de persoonlijke omstandigheden van [eiser sub 1] die van invloed zijn op de waarschijnlijkheid dat de onderhavige overeenkomst tot stand zou zijn gekomen indien Dexia haar zorgplicht afdoende was nagekomen, mede gelet op de leasesom en op de overige verplichtingen uit de onderhavige rechtsverhouding met Dexia. Dit betreft met name (maar niet uitsluitend) de financiële omstandigheden van [eisers] (bepalend voor de vraag of deze financiële risico's wenste te lopen en in hoeverre dat verantwoord was), de beleggingsdoelstellingen en de kennis en ervaring waarover [eisers] beschikten (zowel ten aanzien van beleggingen als daarbuiten), een en ander ten tijde van het aangaan van de overeenkomst.

7.8. Ten aanzien van hetgeen onder nadeel wordt begrepen overweegt de kantonrechter als volgt. In de arresten van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007 (LJN AZ9722), 16 augustus 2007 (LJN BB1855) en 15 november 2007 (LJN BB7971) alsmede in het arrest van het gerechtshof te Arnhem van 1 april 2008 (LJN BC9484) wordt overwogen dat de door [eiser sub 1] betaalde rente niet beschouwd kan worden als schade die voor vergoeding in aanmerking komt. De kantonrechter volgt het standpunt van de hoven op dit punt evenwel niet. Immers, voorop staat dat de lease-overeenkomst wordt gekenmerkt door het gegeven dat [eiser sub 1] een belegging aangaan die met geleend geld wordt gefinancierd. De lening wordt uitsluitend aangegaan met het oog op die financiering; het staat [eiser sub 1] niet vrij om het geleende geld aan een ander doel te besteden. De lening maakt onlosmakelijk deel uit van het door Dexia aangeboden product. Indien de lease-overeenkomst niet tot stand zou zijn gekomen, zou [eiser sub 1] dus ook het deel daarvan dat uit de rentedragende lening bestaat niet zijn aangegaan. De zorgplicht ziet mede op het in niet mis te verstane bewoordingen waarschuwen voor de mogelijkheid dat de over de lening te betalen rente met de opbrengst van de belegging niet zal worden terugverdiend en dus verloren zal gaan, althans op het verifiëren of [eiser sub 1] het product zodanig hebben doorgrond dat hij zich bewust was van die mogelijkheid. Dat uit de over het product verstrekte informatie wel kan worden afgeleid dat (ook) sprake is van geleend geld, maakt nog niet dat [eiser sub 1] het risico van het verloren gaan van de (al dan niet vooruitbetaalde) rente zonder meer had kunnen of behoren te begrijpen. Hieruit volgt dat de kantonrechter blijft bij het oordeel dat de rente in beginsel als nadelig gevolg van het aan Dexia verweten handelen in aanmerking dient te worden genomen bij de vaststelling van het totale nadeel. Bevestiging van dit oordeel vindt de kantonrechter in de uitspraak van de Commissie van Beroep DSI van 27 januari 2005 en in het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 24 mei 2007 (LJN BA5684).

7.9. Zoals nader is toegelicht in het vonnis van 27 april 2007 onderscheidt de kantonrechter voor de toerekening van het nadeel aan ieder van partijen in het hiervoor genoemde kader een aantal categorieën van afnemers. Op basis van de omstandigheden zoals die hiervoor onder 1.2 bij de feiten zijn vermeld, is voor [eiser sub 1] in beginsel categorie 2 van toepassing. Ter comparitie hebben [eisers] verklaard dat zij ten tijde van het sluiten van de lease-overeenkomst op zoek waren naar mogelijkheden om hun hypothecaire lasten te verlagen, aangezien [eiseres sub 2] kampte met rugklachten, als gevolg waarvan zij in de toekomst niet meer zou kunnen werken. De medewerker van Spaar Select die hen telefonisch benaderde was een oude schoolvriend van een van de kinderen van [eisers] Dit gaf [eisers] (extra) vertrouwen. Zij hebben in een persoonlijk gesprek met deze medewerker nadrukkelijk gesproken over voornoemde persoonlijke omstandigheden en hun zorgen en afwegingen in dat kader. De lopende hypothecaire lening bedroeg op dat moment NLG 70.000,-. [eisers] wilden dit bedrag om eerder genoemde reden zo snel mogelijk aflossen. De tussenpersoon adviseerde hen daarom de lease-overeenkomst aan te gaan in combinatie met een extra hypothecaire lening, en verzekerde hen dat zij zich geen zorgen hoefden te maken over de hieraan verbonden extra lasten aangezien deze door (alleen al de dividendinkomsten uit hoofde van) de lease-overeenkomst gemitigeerd zouden worden. [eisers], zo stellen zij onweerlegd, zijn op het verkeerde been gezet en van de regen in de drup terecht gekomen. Afgezien van de additionele verplichtingen uit de lease-overeenkomst hebben zij ook nog eens hun hypothecaire lening verdrievoudigd. Daarbij komt dat Dexia de salarisstrookjes van zowel [eiser sub 1] als [eiseres sub 2] heeft opgevraagd en in haar beoordeling is uitgegaan van toekomstige inkomsten van beide echtelieden,wat blijkens de verklaringen van [eisers], die evenmin door Dexia zijn weersproken, haaks stond op de verwachtingen van [eisers] en hun bedoelingen omtrent het aangaan van de lease-overeenkomst. Op grond van vorenstaande is in dit geval de waarschijnlijkheid dat [eiser sub 1] de lease-overeenkomst zou hebben gesloten, indien Dexia afdoende aan haar zorgplicht(en) had voldaan, kleiner dan zonder deze specifieke omstandigheden. Derhalve zal in dit geval de gebruikelijke categorie-indeling achterwege blijven en dient naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid 30% van het nadeel voor rekening van [eiser sub 1] te komen en het resterende percentage voor rekening van Dexia. Voor zover sprake is van fiscaal voordeel is dat in deze verdeling verdisconteerd.

7.10. In het voetspoor van het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007 gaat de kantonrechter met het oog op een gelijke behandeling van gelijk(soortig)e zaken bij de berekening van het nadeel uit van een fictieve looptijd van 60 maanden, nu een langere termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaard kan worden. Hieruit volgt dat termijnbetalingsverplichtingen, die eventueel na deze 60 maanden resteren, niet tot het nadeel zullen worden gerekend. In het onderhavige geval komt het nadeel neer op het bedrag dat in de bijlage achter het contractnummer van de overeenkomst onder ‘in aanmerking te nemen termijnen’ staat vermeld, te vermeerderen met het onder ‘restant hoofdsom’ vermelde restant van de hoofdsom van de geldlening en te verminderen met de vervolgens onder ‘waarde/opbrengst’ vermelde waarde van de geleasede effecten alsmede met het onder ‘in de eerste 5 jr ontvangen + verrekende dividenden’ vermelde bedrag wegens in verband met de overeenkomst gedurende de eerste 60 maanden ontvangen en (eventueel) verrekende dividenden en (eventuele) andere ontvangen en/of verrekende voordelen.

7.11. Het totale nadeel bedraagt derhalve het bedrag dat in de bijlage onder ‘totaal nadeel’ staat vermeld. Hiervan dient, gelet op het in 7.9 vermelde percentage, een bedrag voor rekening van [eisers] te blijven gelijk aan het onder ‘voor rekening afnemer’ genoemde bedrag.

7.12. Door [eisers] is in het kader van de lease-overeenkomst een bedrag betaald gelijk aan het onder ‘betaald’ vermelde bedrag. Hierop dienen in mindering te worden gebracht de ontvangen dividenden als vermeld onder ‘totaal ontvangen dividenden’ en het hiervoor berekende bedrag dat voor rekening van [eisers] dient te blijven, zodat Dexia per saldo aan [eisers] dient te voldoen het onder ‘te ontvangen’ vermelde bedrag.

Wettelijke rente

7.13. Over hetgeen [eisers] terug zullen ontvangen is Dexia wettelijke rente verschuldigd vanaf de betaaldatum (29 juni 2001) tot aan de dag der algehele voldoening.

Ontbinding

7.14. De door [eisers] gevorderde ontbinding van de lease-overeenkomst wordt afgewezen nu het schenden van de zorgplicht door Dexia in de precontractuele fase niet als een tekortkoming in de nakoming kan worden aangemerkt.

Verklaring voor recht

7.15. De vorderingen van [eisers] gericht op verklaringen voor recht worden afgewezen omdat zij daarbij, gelet op het voorgaande, geen belang meer hebben.

Hypotheekkosten

7.16. De gevorderde schade en kosten in verband met de hypothecaire lening worden afgewezen, nu deze in een te ver verwijderd verband staan met de schending van de zorgplicht(en). Niet (voldoende) gesteld of gebleken is dat deze door [eisers] gesloten lening, in verband met de lease-overeenkomst en het handelen van Dexia in dat kader, aan Dexia kan worden toegerekend.

Buitengerechtelijke kosten

7.17. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen nu onvoldoende is gesteld of gebleken dat werkzaamheden zijn verricht anders dan ter voorbereiding van processtukken en instructie van de zaak.

Overige stellingen en vorderingen

7.18. De overigens door [eisers] ingestelde vorderingen worden afgewezen. De in verband daarmee gestelde feiten en omstandigheden, de negatieve financiële gevolgen voor de [eisers] daaronder begrepen, zijn verdisconteerd in het oordeel omtrent de verplichtingen die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid thans tussen partijen hebben te gelden.

7.19. De overige stellingen van partijen in conventie behoeven geen behandeling meer.

Vordering in reconventie

7.20. Uit het voorgaande volgt dat de door Dexia ingestelde reconventionele vordering dient te worden afgewezen. De in verband daarmee gestelde gronden, feiten en omstandigheden zijn verdisconteerd in het oordeel in conventie omtrent de verplichtingen die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid thans tussen partijen hebben te gelden.

Proceskosten

7.21. Gelet op de uitslag van de procedure in conventie en in reconventie dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding in conventie en in reconventie. De kosten zullen in reconventie evenwel op nihil begroot worden, nu het debat in reconventie vrijwel geheel samenvalt met dat in conventie.

Uitvoerbaar bij voorraad

7.22. Er is bij afweging van de belangen van beide partijen bij de onderhavige uitspraak onvoldoende aanleiding het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Tot slot

7.23. Nadat aan dit vonnis is voldaan zullen partijen geen verplichtingen meer jegens elkaar hebben uit de onderhavige rechtsverhouding. De eigendom van de in het kader van de lease-overeenkomst gekochte effecten is bij Dexia verbleven.

Beslissing

De kantonrechter:

in conventie

I. veroordeelt Dexia om aan [eisers] te betalen € 31.250,88, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van betaling, 29 juni 2001, tot aan de dag der algehele voldoening,

II. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eisers] gevallen, tot op heden begroot op:

voor verschuldigd griffierecht € 199,00

voor het exploot van dagvaarding € 84,31

voor salaris van gemachtigde € 1.600,00

totaal € 1.883,31

een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief btw;

III. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

V. wijst de vordering af;

VI. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eisers]

gevallen, tot op heden begroot nihil.

Aldus gewezen door mr. M.S.F. Voskens, kantonrechter-plaatsvervanger, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 augustus 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Behoort bij vonnis d.d. 27-08-08

Rolnummer EXPL 07-7670 [eisers]

Overzicht van de gegevens per overeenkomst

Voor rekening van de afnemer blijvend percentage van het in aanmerking genomen nadeel: 30

Alle bedragen zijn vermeld in euro's. in eerste 5 jr

in aanmerking ontvangen + totaal

te nemen restant waarde/ verrekende totaal voor rekng ontvangen te

nr. contractnr termijnen hoofdsom opbrengst dividenden nadeel afnemer betaald dividenden ontvangen

[nummer] 62.022,00 91.905,83 76.155,86 7.670,01 70.101,96 21.030,59 62.022,00 9.740,53 31.250,88