Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1443

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-10-2008
Datum publicatie
23-10-2008
Zaaknummer
407912 / KG ZA 08-1775 AB/CN
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering van eigenaar tot omgang met zijn in beslag genomen hond. Uitgangspunt is dat de hond rechtmatig in beslag is genomen. Voor omgang bestaat geen rechtsgrond. Als de beslissing over teruggave van de hond onaanvaardbaar lang zou uitblijven, omdat de benodigde gedragstest niet gereed is, dan zou dat onrechtmatig tegen de eigenaar zijn. Het mogelijk maken van een bezoek zou dan een passende vorm van schadevergoeding kunnen zijn. Dat doet zich hier nog niet voor, nu de hond naar verwachting binnen afzienbare tijd getest zal worden. De gevraagde voorzieningen worden geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 407912 / KG ZA 08-1775 AB/CN

Vonnis in kort geding van 23 oktober 2008

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser bij dagvaarding van 6 oktober 2008,

advocaat mr. R.G.J. van Ommeren te Amsterdam,

tegen

de openbare rechtspersoon,

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

gevestigd te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. J.P. Matze te ’s-Gravenhage.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Staat worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Ter terechtzitting van 14 oktober 2008 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat hij zijn eis heeft aangevuld zoals hierna onder 3.1 is vermeld. De Staat heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

1.2. Ter zitting waren onder meer aanwezig:

- aan de zijde van [eiser]: [eiser] en mr. Van Ommeren, voornoemd;

- aan de zijde van de Staat: mr. Matze, voornoemd.

2. De feiten

2.1. [eiser] is eigenaar van de hond [hond]. In het paspoort voor gezelschapsdieren van [hond] staat dat zij een vrouwelijke American Staffordshire terriër is, geboren op 1 november 2001.

2.2. Op zondag 20 januari 2008 is [hond] in de buurt van de woning van [eiser] tegen een eenjarige jongetje aangesprongen en heeft zij hem geprobeerd te bijten. De moeder, die het jongetje nog net op tijd kon wegtrekken, heeft hiervan aangifte gedaan bij de politie. [hond] is nog diezelfde dag door de politie Amsterdam-Amstelland in beslag genomen. In het proces-verbaal van bevindingen van 20 januari 2008 staat onder meer:

“Ter plaatse hoorden wij het verhaal aan van de collega’s. Zij vertelden ons dat H(…) (eiser, vzr.) met zijn hond portiek B van de flat G(…) uit kwam, toen er een vrouw met haar 3 kinderen en een neefje over het troittoir passeerde. Haar jongste zoontje van 1 jaar genaamd J(…), liep net voor haar. H(…) had zijn hond niet onder controle. Hij had hem aan de ketting, maar de hond liep ruim 1 meter voor hem uit. Zonder aanleiding en zonder waarschuwing sprong de hond tegen J(…) op en beet hem. Doordat de moeder (…) het kind op het laatste moment kon wegtrekken, miste de hond en had het kind alleen een paar schrammetjes in de nek. H(…) had niets gezegd en was meteen weggelopen, (…) Hij (eiser, vzr.) verklaarde dat er niks was gebeurd. Hij had zijn hond aangelijnd en deze was tegen een kind opgesprongen, meer niet. Met zijn toestemming gingen we de woning binnen. (…) In de zijkamer zagen wij een zogenaamde “Varikennel”. Dat is een reiskennel die in de luchtvaart wordt gebruikt. In deze kennel zat een op een American Stafford gelijkende hond. Wij zagen, dat dit dier bij onze komst zeer angstig reageerde. Hij kroop over de bodem en kroop in een verre hoek van de kennel (…) Toen H(…) de hond in de woning aanlijnde en later met het dier over de galerij en trappen liep, viel het ons op, dat de hond extreem angstig reageerde. Wij zagen, dat hij haast kroop over de grond. Wij zagen, dat de hond zeer angstig keek, de oren strak langs de kop had en dat de staart van de hond tussen de achterpoten strak tegen de buik werd gehouden.

Bij onderzoek in het bureau bleek de hond een American Staffordshire Bulterriër te zijn met een Belgische stamboom (…)

In het bureau werd op dat moment een verklaring afgenomen van de moeder (...) Uit haar verhaal bleek dat de hond met open bek naar de rechterwang en nek van een 1-jarige (…) af sprong, met de kennelijke bedoeling het kind te bijten. In een schrikreactie, slaagde zij er in haar zoontje in een flitsende beweging voor de hond weg te trekken (…)

In het bureau (…) hoorde ik (…) de verdachte H(…). Nadat ik hem had medegedeeld dat hij niet tot antwoorden was verplicht, verklaarde hij mij: (…) Ik laat de hond op de galerij altijd los lopen. Het klopt dat ik daar vorig jaar al eens over ben onderhouden. (…) De hond is bang geworden na een ongeluk dat ik in november met de auto had. Sinds die tijd heeft ze ook pijn. Ze slaapt bij mij in bed, maar ook als ik haar maar heel licht op de achterhand klop, ligt ze te piepen. Ze moet ook geopereerd worden (…)

Uit de verklaring van H(…) blijkt, dat de hond kennelijk veel pijn heeft. Dit is een verklaring voor het angstige en zeer gedrukte gedrag van de hond en is misschien ook de reden waarom de hond in een 1 jarig kind een bedreiging ziet. Een American Staffordshire Bullterrier is een als vechthond gefokt ras. Wij verbalisanten zijn ervan overtuigd, dat betreffende hond, gezien bovenomschreven gedrag, een zeer onberekenbare hond is. In handen van een verward persoon als H(…) kan de hond als ronduit gevaarlijk worden gekwalificeerd. Derhalve is ons advies, de hond te laten euthaniseren.

Op zondag 20 januari 2008, te 16.15 uur, namen wij de hond in beslag. Aan H(…) stuurden wij later een “Bewijs van Ontvangst” toe (…)”

2.3. Mr. Van Ommeren heeft bij brief van 22 januari 2008 namens [eiser] een klaagschrift tegen de inbeslagname ingediend bij de officier van justitie te Amsterdam. In het klaagschrift staat ook: “Cliënt woont alleen en is zeer aan de hond gehecht. Klager heeft tot op dit moment geen informatie ontvangen naar welk asiel de hond is vervoerd c.q. is ondergebracht en verzoek ik u mij alsnog hierover te willen informeren.”

2.4. Bij beschikking van deze rechtbank van 1 april 2008 is het klaagschrift ongegrond verklaard, nu door middel van twee expertiseverslagen voldoende overtuigend is dat [hond] behoort tot het Pitbulterriër type en het op grond van artikel 73, lid 2 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren in samenhang met het bepaalde in artikel 2 van de Regeling agressieve dieren (verder RAD) verboden is dit type honden voorhanden te hebben.

2.5. Bij brief van 11 juni 2008 heeft mr. Van Ommeren aan de officier van justitie geschreven:

“Zoals u wellicht bekend heeft de minister van Landbouw, op grond van het rapport [persoon 1] die de RAD regeling evalueerde, de Tweede kamer een brief gezonden. In de brief wordt het beleid zoals deze de afgelopen jaren werd gehanteerd met betrekking tot door Justitie in beslaggenomen honden op grond van hun kenmerken, gewijzigd.

Uit deze brief is bekend geworden dat in beslaggenomen honden, die geen agressief gedrag hebben vertoond of vertonen, aan de eigenaar zullen worden teruggegeven. De buurtregisseur (…) heeft contact gehad met medewerkers van het Parket Amsterdam, die hem hebben bevestigd dat op grond van deze beleidswijziging er voorlopig geen maatregelen worden genomen.

In verband met de emotionele toestand, waarin mij cliënt vanaf de inbeslagname van [hond] verkeert (…) en de band die hij de afgelopen zes jaar met haar heeft opgebouwd, verzoek ik het Parket, om de inbeslagname op te heffen en [hond] (…) terug te geven (…)”

2.6. Bij brief van 12 juni 2008 is namens het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan [eiser] geschreven:

De Regeling agressieve dieren wordt ingetrokken. Dat heeft de minister besloten. U krijgt deze brief omdat wij namens het Openbaar Ministerie uw hond(en) in bewaring hebben. In deze brief vertel ik u meer hierover. (…) Het Openbaar Ministerie bekijkt op dit moment alle zaken opnieuw en neemt per hond een beslissing. Honden die enkel op grond van uiterlijke kenmerken in beslag zijn genomen, worden aan de eigenaar teruggegeven. Bij sommige honden zullen wij wel eerst een gedragstest moeten uitvoeren. Hier hebben wij enige tijd voor nodig. Nadat de uiteindelijke beslissing is genomen, ontvangt u bericht. Als besloten wordt uw hond terug te geven, dan zullen wij contact met u opnemen. Als besloten wordt uw hond te euthanaseren, zal het Openbaar Ministerie u daarover een brief sturen. (…) Wij kunnen ons goed voorstellen dat u graag zo snel mogelijk meer informatie wilt ontvangen. Helaas kan het enige tijd duren voordat wij deze informatie kunnen geven. Wij vragen hiervoor uw begrip (…)”

2.7. Onder de stukken bevindt zich een testrapport van 2 juli 2008 van [hond], opgesteld door een gedragstherapeut op verzoek van Justitie ‘om herplaatsing in te schatten’. Daarin staat over [hond]:

“(…) Algemene indruk in zijn hok:

[hond] is een zeer angstige hond. Als zij de mogelijkheid heeft vlucht in zeer stramme gang naar buiten of binnen. Zij is niet te benaderen door de verzorger. Haar eten eet ze het best als er niemand in de buurt is.

Totale indruk hond:

[hond] is een zeer angstige hond.

Plaatsbaarheid:

[hond] is te angstig om terug in de samenleving geplaatst te worden. Zij heeft teveel stress waarbij ze in agressie op reageert. Wij kunnen deze verantwoordelijkheid niet op ons nemen en vinden dat [hond] lijden beëindigd moet worden.”

2.8. Bij brief van 1 augustus 2008 heeft de officier van justitie aan mr. Van Ommeren geschreven:

“Bij deze bevestig ik u schriftelijk dat (…) de hond van uw cliënt (…) zal worden ingeslapen. Naast het feit dat het vaste jurisprudentie is dat honden naar hun aard niet geschikt zijn voor opslag (…), geldt dit in het bijzonder voor de hond van uw cliënt, gelet op het extreem angstige gedrag van de hond, bij zowel de inbeslagname als bij de opslaghouder en daarnaast de verklaring van uw cliënt dat de hond na een ongeval zeer angstig is geworden. De hond van uw cliënt is in beslag genomen naar aanleiding van een bijtincident (…) Om die reden is de beleidswijziging ten aanzien van de pitbullachtigen, waaronder de hond valt, niet op de hond van uw cliënt van toepassing. (…)”

2.9. Door [eiser] is aanvankelijk bij deze rechtbank een kort geding tegen de Staat aanhangig gemaakt om de euthanasie op [hond] te voorkomen. Dit kort geding, dat op 27 augustus 2008 zou dienen, is door [eiser] ingetrokken, nadat door de Staat de garantie was gegeven dat de euthanasie afhankelijk is van de uitkomst van een gedragstest.

2.10. Bij brief van 1 september 2008 heeft mr. Van Ommeren de officier van justitie verzocht [eiser] toe te staan [hond] te bezoeken, om te zien hoe het met haar is, ter geruststelling van zijn gemoedstoestand.

2.11. De officier van justitie heeft dit verzoek bij brief van 8 oktober 2008 afgewezen.

2.12. Bij brief van 13 oktober 2008 aan mr. Matze heeft het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de achtergronden van de afwijzing van een bezoekregeling voor [hond] als volgt toegelicht:

“Een bezoekregeling is niet mogelijk omdat de locatie waar in bewaring gegeven dieren verblijven geheim is. Deze geheimhouding is ingesteld uit veiligheidsoverwegingen en het gevolg van ernstige bedreigingen. Dienst Regelingen kan de opvang niet verplichten mee te werken aan de uitvoering van een bezoekregeling. En de opvang zelf is geenszins bereid hieraan mee te werken.

Meerdere honden zijn de laatste jaren uit bewaring ontvreemd. In totaal waren dit 7 honden. (…)

Medewerkers van Dienst Regelingen werken ook niet mee aan een bezoekregeling, om veiligheidsredenen. In het verleden heeft contact met de verdachte veel bedreigingen, beledigingen en schending van de persoonlijke levenssfeer van ambtenaren en hun familie plaatsgevonden. (…)”

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert de Staat te veroordelen om hem binnen 24 uur na betekening van dit vonnis toe te staan [hond] te bezoeken op een willekeurige plek, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat de Staat hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft en met veroordeling van de Staat in de kosten van dit geding. Ter zitting heeft [eiser] zijn vordering in die zin aangevuld, dat hij [hond] bij voorkeur meer dan één maal wil bezoeken.

3.2. [eiser] stelt daartoe dat hij [hond] sinds de inbeslagname op 20 januari 2008, inmiddels ruim negen maanden geleden, niet meer heeft gezien. De Staat heeft toegezegd dat bij [hond] eerst nog een gedragstest zal worden afgenomen, voordat wordt besloten of tot euthanasie wordt overgegaan. Deze gedragstest is echter nog steeds niet gereed. Ook over een eventuele contra-expertise kunnen door de minister van justitie nog geen uitspraken worden gedaan.

[eiser] verkeert hierdoor al lange tijd in onzekerheid over het lot van [hond] en maakt zich grote zorgen over haar welzijn. Hij bezoekt sinds de inbeslagname drie maal per dag het kantoor van zijn raadsman en is fysiek achteruit gegaan als gevolg van slapeloze nachten. [eiser] denkt dat het met [hond] slecht moet zijn gesteld, omdat zij hem als baas en maatje al langer dan negen maanden niet heeft gezien en zij in een voor haar onbekende omgeving verblijft. Hierdoor is zij angstig en wordt de gedragstest beïnvloed.

De Staat handelt onrechtmatig jegens [eiser] doordat hij zijn rechten verbonden aan het eigendomsrecht (het zien van [hond]) niet kan uitoefenen. De Staat houdt bij het afwegen van de belangen geen rekening met de persoonlijke en emotionele belangen van [eiser] en het welzijn van [hond]. Volgens [eiser] is het toestaan van een bezoek geen zo ingrijpende beslissing dat de staatsveiligheid in gevaar wordt gebracht. [eiser] kan niet op één lijn worden gesteld met agressieve hondenbezitters die bedreigingen hebben geuit. Het voorstel om een gesprek met [eiser] aan te gaan, om hem beter te leren kennen, werd door het Openbaar Ministerie afgewezen.

3.3. De Staat voert verweer, waarop, voorzover van belang, hieronder nader zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De Staat heeft allereerst, met een beroep op HR 9 oktober 1998, NJ 1998, 853, aangevoerd dat [eiser] niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat aan zijn vordering slechts een emotioneel belang ten grondslag ligt. Dat arrest ging echter over een zaak waarin een verklaring voor recht werd gevraagd.

In dit kort geding vordert [eiser] veroordeling van de Staat om hem in de gelegenheid te stellen zijn hond te bezoeken, dat wil zeggen de beperking van zijn eigendomsrecht tijdelijk en gedeeltelijk op te heffen. Daarmee heeft hij voldoende belang als bedoeld in artikel 3:303 BW. Hij is dan ook ontvankelijk in zijn vordering.

4.2. Uitgangspunt is dat [hond] rechtmatig in beslag is genomen. Het beklag van [eiser] tegen de inbeslagname is door de (straf)rechter ongegrond verklaard.

Zolang dat beslag duurt is [eiser] de hond kwijt. Voor een bezoekrecht bestaat geen wettelijke grondslag.

4.3. Dat neemt niet weg dat de Staat bij het uitoefenen van zijn wettelijke bevoegdheden tot inbeslagname de vereiste zorgvuldigheid in acht zal moeten nemen jegens [eiser] als eigenaar.

Hier doet zich het bijzondere geval voor dat de Regeling Agressieve Dieren, op grond waarvan de hond in beslag is genomen, in juni 2008 is ingetrokken en dat de gedragstest, die in dit geval moet worden afgenomen voordat kan worden besloten over teruggave, nog steeds niet klaar is. Als dat onaanvaardbaar lang duurt en [eiser] al die tijd nodeloos in onzekerheid blijft verkeren, zou dat onrechtmatig tegenover hem zijn. Een door de Staat mogelijk gemaakt bezoek aan de hond zou dan een passende vorm van schadevergoeding kunnen zijn. Aan zo’n bezoek kleven wel praktische bezwaren – vanwege de ernstige bedreigingen die in het verleden aan het adres van bewaarders van in beslag genomen dieren zijn geuit – maar die zijn niet onoverkomelijk.

4.4. Nu de Staat ter zitting uitdrukkelijk heeft verklaard dat vanaf eind oktober begin november 2008 van start kan worden gegaan met de nieuw ontwikkelde gedragstest voor in beslag genomen honden en dat [hond] bij voorrang zal worden getest, mag worden aangenomen dat nu binnen afzienbare tijd een einde zal komen aan de onzekerheid waarin [eiser] verkeert. Voorshands is dan ook geen sprake van onzorgvuldig handelen van de Staat en dus ook niet van een eventuele verplichting tot schadevergoeding in de vorm van een bezoek. De vordering zal derhalve worden afgewezen.

4.5. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Dat [eiser] minder draagkrachtig is, kan niet tot een andere uitkomst leiden. De kosten aan de zijde van de Staat worden begroot op:

- vast recht € 254,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.070,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen;

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 1.070,00;

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. C. Neve, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2008.