Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BF7448

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-10-2008
Datum publicatie
09-10-2008
Zaaknummer
407872 - KG ZA 08-1772
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Google wordt veroordeeld tot het verstrekken van persoonlijke gegevens van een gebruiker van de Google webdiensten aan eisers. Voorshands is aannemelijk geworden dat de gebruiker van de Google webdiensten onrechtmatig handelt jegens eisers. De belangen van eisers om de identiteit van de gebruiker te kunnen vaststellen wegen daarom zwaarder dan het belang van Google om de privacy van haar gebruikers te beschermen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IER 2009, 58
NJF 2008, 486
Computerrecht 2009, 42 met annotatie van R. van den Hoven van Genderen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 407872 / KG ZA 08-1772 MH/RV

Vonnis in kort geding van 9 oktober 2008

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[EISERES BV],

gevestigd te Utrecht,

2. [BESTUURDER],

wonende te [woonplaats],

eisers bij dagvaarding van 24 september 2008,

advocaat mr. M. Meijjer te Amsterdam,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

GOOGLE INC.,

kantoorhoudend te Mountain View, Californië, Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde,

advocaat mr. M. de Cock Buning te Amsterdam.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 30 september 2008 hebben eisers, verder gezamenlijk [eiseres c.s.] genoemd, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat de vordering is verminderd als na te melden. Gedaagde, verder Google, heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Ter zitting waren aanwezig aan de zijde van eisers eiser sub 2, verder [bestuurder] en voornoemde mr. M. Meijjer, en aan de zijde van gedaagde mr. J. Schouten, Legal Counsel van Google, en voornoemde mr. M. de Cock Buning. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. Google biedt diverse online webdiensten aan, waaronder de web-based e-mail dienst bekend als Gmail. Om gebruik te kunnen maken van die dienst van Google dient eerst een account te worden aangemaakt. Daarvoor wordt gevraagd een aantal gegevens in te voeren. Voor zover van belang zijn dit de volgende gegevens:

- de voor- en achternaam,

- de gewenste gebruikersnaam (die ook de contactgegevens van de e-mail dienst vormt, zodat het volledige e-mailadres bij Google is: gebruikersnaam@gmail.com) en

- een secundair e-mailadres.

Het secundaire e-mailadres kan worden gebruikt om het aangemaakte Google-account te verifiëren indien de gebruiker problemen ondervindt bij het gebruik van het Google-account en daaraan gerelateerde online webdiensten, bijvoorbeeld indien de gebruiker zijn opgegeven wachtwoord is vergeten. Google controleert de opgegeven informatie bij het creëren van het account niet op waarheid. Het is dus niet noodzakelijk dat Internetgebruikers hun werkelijke voor- en achternaam opgeven. De door de gebruiker opgegeven informatie bij het aanmaken van een Google-account wordt door Google opgeslagen en bewaard, maar is ook continu te wijzigen door de gebruiker.

2.2. [Bestuurder] is bestuurder en enig aandeelhouder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [vennootschap_1], gevestigd te Stampersgat. [Vennootschap_1] is bestuurder van andere besloten vennootschappen, te weten [iM. BV], gevestigd te De Meern, gemeente Utrecht en eiseres sub 1, verder [eiseres BV].

2.3. De aandelen in [eiseres BV] zijn voor 90% eigendom van [iM. BV]. De tweede bestuurder van [iM. BV] is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [vennootschap_2], gevestigd te Amsterdam. De aandelen in [iM. BV] zijn verdeeld over [vennootschap_2], [vennootschap_1] en een derde aandeelhouder.

2.4. [Vennootschap_1] en [vennootschap_2] zijn in een gerechtelijke procedure verwikkeld met de derde (middellijke) aandeelhouder van [iM. BV], waarbij ook de afkoop van zijn aandelen in [iM. BV] in het geding is. Deze derde aandeelhouder heeft in het verleden bij zowel [iM. BV] als [eiseres BV], onder andere, het (netwerk)systeembeheer uitgevoerd.

2.5. [Bestuurder] en zijn vrouw zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure.

2.6. [Eiseres BV] heeft in april 2008 een externe systeembeheerder, [RtH], ingehuurd om een overzicht te verkrijgen van alle bij haar (en [iM. BV]) aanwezige servers en software. [RtH] heeft vijftien zogenaamde ‘forward’-regels op de e-mail server aangetroffen. Een ‘forward’-regel stuurt automatisch een aan een bepaald e-mailadres gestuurde e-mail door aan het in die ‘forward’-regel opgegeven e-mailadres. Bij brief van 29 september 2008 van een andere systeembeheerder, die op verzoek van [RtH] diens uitgevoerde werkzaamheden heeft gecontroleerd, is een overzicht gegeven van de ‘forward’-regels die actief waren op de e-mail server. Veertien van deze ‘forward’-regels hebben e-mails gericht aan verschillende e-mailadressen in gebruik bij [eiseres BV] doorgestuurd naar bekende e-mailadressen van de derde aandeelhouder van [iM. BV]. De vijftiende ‘forward’-regel heeft als eigenschappen dat alle e-mails gericht aan de bij [eiseres BV] in gebruik zijnde e-mailadressen van [bestuurder], te weten [e-mailadres_1] en [e-mailadres_2], worden doorgestuurd naar het Google e-mailadres ‘alfaiscool2002@gmail.com’ (verder: het Gmail-adres).

2.7. Op 26 september 2008 heeft [bestuurder] mede namens [eiseres BV] aangifte gedaan van computercriminaliteit vanwege de onder 2.6 omschreven ‘forward’-regel. [Eiseres c.s.] heeft bij de aangifte haar verdenkingen geuit tegen de derde aandeelhouder bij de computercriminaliteit.

3. Het geschil

3.1. [Eiseres c.s.] vordert samengevat - Google te veroordelen om, op straffe van een dwangsom, alle gegevens, zoals opgenomen onder 9 i tot en met vii van het lichaam van de dagvaarding, betreffende het Google-account met gebruikersnaam alfaiscool2002 te verstrekken aan [eiseres c.s.], met veroordeling van Google in de proceskosten. Het in het lichaam van de dagvaarding opgenomen punt 9 viii, betreffende de bij Google aanwezige e-mails in de postbus van het Gmail-adres, is ter zitting ingetrokken.

3.2. [Eiseres c.s.] stelt - kort gezegd - dat het automatisch doorsturen van aan [bestuurder], (indirect) bestuurder en aandeelhouder van [eiseres BV], gerichte

e-mails onrechtmatig is jegens [eiseres c.s.] Er is maar één ‘forward’-regel op de

e-mail server aangetroffen die automatisch de aan [bestuurder] gerichte e-mails doorstuurt naar het Gmail-adres. Het is dus zeer waarschijnlijk dat de houder van het Google-account ook degene is die de ‘forward’-regel heeft aangemaakt, of dat hij de identiteit van de maker kent. [Eiseres c.s.] heeft van de vrouw van [bestuurder] en enkele zakelijke contacten vernomen dat zij bekend zijn geworden met de inhoud van vertrouwelijke aan [bestuurder] verstuurde e-mails. Dit is schadelijk voor [eiseres c.s.], met name omdat zij met de derde aandeelhouder van [iM. BV] in een gerechtelijke procedure is verwikkeld en de raadsman van [eiseres c.s.] en [bestuurder] e-mails hebben uitgewisseld met vertrouwelijke gegevens via het zakelijk e-mailadres van [bestuurder]. Daarnaast heeft de vrouw van [bestuurder]

e-mails van de vriendin van [bestuurder] die aan hem zijn verstuurd gelezen. Dit is kwalijk voor zijn positie in de echtscheidingsprocedure. De houder van het Google-account moet verantwoordelijk worden geacht voor de verdere verspreiding van de inhoud van e-mails. Google dient de gegevens van de gebruiker van dit Google-account dan ook te overhandigen aan [eiseres c.s.]

3.3. Google voert aan dat [eiseres c.s.] geen spoedeisend belang bij haar vordering heeft. De ‘forward’-regel is twee jaar actief geweest op de e-mail server van [eiseres BV] en is inmiddels verwijderd. Sindsdien is geen e-mail van [bestuurder] doorgestuurd naar het Google e-mailadres zodat de vermeende onrechtmatigheid jegens [eiseres c.s.] is geëindigd.

Google voert - kort gezegd - voorts aan dat [eiseres c.s.] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de houder onrechtmatig jegens [eiseres c.s.] heeft gehandeld, bijvoorbeeld door de e-mails die door derden zijn ingezien over te leggen. Evenmin heeft [eiseres c.s.] aannemelijk gemaakt dat naast de ‘forward’-regel op de e-mail server niet nog andere ‘forward’-regels zijn toegepast op de postbus van [bestuurder].

Daarnaast heeft [eiseres c.s.] bovendien geen reëel belang bij de afgifte van de gegevens van de houder van het Google-account. Met de beperkte gegevens die Google opslaat is niet zondermeer aannemelijk dat [eiseres c.s.] de identiteit van de houder kan achterhalen. Bovendien heeft [eiseres c.s.] niet kenbaar gemaakt welke civielrechtelijke acties zij wil instellen en heeft zij aangifte gedaan tegen de derde aandeelhouder van [iM. BV], die voorheen de systeembeheerder is geweest en dus de mogelijkheid heeft gehad om de ‘forward’-regel aan te maken. [Eiseres c.s.] heeft dus al een ernstig vermoeden over de identiteit van de jegens haar onrechtmatig handelende persoon.

Verder is onduidelijk of [eiseres c.s.] andere, minder ingrijpende, middelen heeft ingezet om achter de identiteit te komen van de houder van het Google-account. Bovendien dient het belang dat Google heeft bij het beschermen van de privacygevoelige informatie zwaarder te wegen dan het belang dat [eiseres c.s.] heeft bij het bekend worden met de gevraagde gegevens.

Tot slot voert Google aan dat zij de gevorderde gegevens niet kan en ook niet hoeft te overhandigen. Zo bewaart Google slechts het opgegeven secundaire e-mailadres, de voor- en achternaam, het gekozen wachtwoord en het IP-adres van de computer waarmee het Google-account is aangemaakt. Verder bewaart Google de IP-adressen van de computers waarmee de gebruiker van het Google-account de laatste dertig dagen heeft ingelogd. De overige gegevens kan Google hoe dan ook niet verstrekken, omdat zij deze niet heeft. Volgens Google is afgifte van de gevraagde gegevens disproportioneel en in strijd met de bescherming van de privacy van derden. Google meent dat de vordering op onderdelen een ‘fishing expedition’ is.

4. De beoordeling

4.1. Google heeft ter zitting de bevoegdheid van voorzieningenrechter van deze rechtbank om van deze zaak kennis te nemen niet aangevochten. Voorts leidt de voorzieningenrechter uit de stellingen van partijen af dat zij een (impliciete) rechtskeuze hebben gemaakt voor Nederlands recht.

4.2. Anders dan Google heeft betoogd, heeft [eiseres c.s.] een voldoende - spoedeisend - belang bij de gevraagde voorziening. Dat de vermeende onrechtmatigheid mogelijk al is geëindigd neemt niet weg dat [eiseres c.s.], gelet op de gerechtelijke procedures waarin zij is verwikkeld, belang heeft bij het vaststellen van de identiteit van de persoon die de aan [bestuurder] gestuurde vertrouwelijke informatie heeft overhandigd aan derden. Van [eiseres c.s.] kan niet worden gevergd daartoe de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten.

4.3. Een aanbieder van webdiensten kan onder omstandigheden gehouden zijn om de gevraagde gegevens van een gebruiker van die webdiensten te verstrekken aan rechthebbenden. Ten eerste moet daarvoor voldoende aannemelijk zijn dat sprake is van onrechtmatig handelen van de desbetreffende gebruiker en ten tweede dient buiten redelijke twijfel te zijn dat degene van wie de gevraagde persoonlijke gegevens ter beschikking dienen te worden gesteld ook daadwerkelijk degene is die zich aan dit handelen schuldig zou hebben gemaakt. In dat geval kan het zo zijn dat de privacybelangen van de betrokkenen bij het geheim houden van hun gegevens moeten wijken voor het belang van de rechthebbenden om tegen het onrechtmatig handelen op te treden.

4.4. Het feit dat iemand zich zonder toestemming klaarblijkelijk toegang heeft verschaft tot de aan [bestuurder] op zijn zakelijk e-mailadres gerichte e-mails levert op zich al een afdoend en voldoende vermoeden op dat onrechtmatig jegens [eiseres c.s.] is gehandeld. De uitzonderingen op het algemeen verbod om toegang te nemen tot een e-mail postbus van een ander of tot de inhoud van de daaraan gestuurde

e-mails, bijvoorbeeld een werkgever die controle houdt op het e-mail gebruik van zijn werknemers, zijn hier immers niet aan de orde.

4.5. Niet in geding is dat op de e-mail server van [eiseres BV] de bedoelde 'forward'- regel is aangetroffen. Van alle op de e-mail server aangetroffen ‘forward’-regels is er slechts één die de e-mails gestuurd aan het zakelijk e-mailadres van [bestuurder] heeft doorgestuurd naar het Gmail-adres. Het verweer van Google dat wellicht andere ‘forward’-regels op de e-mail server van [eiseres BV], of in de e-mail cliënt software van [bestuurder], actief zijn of zijn geweest, wordt niet gevolgd, ook al omdat Google ook heeft gesteld dat na het verwijderen van de bedoelde ‘forward’-regel geen e-mails meer zijn doorgestuurd naar het Gmail-adres. Aannemelijk is dus dat de aan [bestuurder] gerichte e-mails alleen zijn doorgestuurd naar het Gmail-adres. Verder is voldoende aannemelijk dat derden kennis hebben genomen van de inhoud van e-mails die aan [bestuurder] op zijn zakelijk

e-mailadres zijn verstuurd. Dat levert het ernstige vermoeden op dat de houder van het Google-account de inhoud van de aan [bestuurder] gerichte e-mails bekend heeft gemaakt aan derden. Daarnaast is het waarschijnlijk dat die houder de bedoelde 'forward'-regel heeft aangemaakt, dan wel kennis heeft over de identiteit van degene die de ‘forward’-regel heeft aangemaakt. Het verweer van Google dat [eiseres c.s.] dit niet of onvoldoende heeft onderbouwd houdt dus geen stand.

4.6. Google heeft verder aangevoerd dat [eiseres c.s.] geen duidelijk, reëel, belang heeft bij de verstrekking van de door haar gewenste gegevens. Dit verweer wordt verworpen.

Allereerst heeft te gelden dat het vermoedelijke onrechtmatig handelen van de houder van het Google-account verstrekkende negatieve gevolgen heeft, althans kan hebben, voor [eiseres c.s.] in de aanhangige procedures. Ter zitting heeft [eiseres c.s.] voorts verklaard dat het Gmail-adres is aangeschreven met het verzoek om de identiteit van de gebruiker bekend te maken maar dat dit niets heeft opgeleverd. Verder is op 26 september 2008 aangifte gedaan jegens de derde aandeelhouder van [iM. BV] ter zake van computercriminaliteit. Uit dit alles vloeit het reële belang van [eiseres c.s.] bij haar vordering voort. Dat niet 100% zeker is dat met de gevraagde gegevens van de houder van het Google-account de identiteit van die gebruiker is te achterhalen doet daar niet aan af omdat de kans daarop wel aanwezig is.

4.7. Verder heeft [bestuurder] ter zitting meegedeeld dat hij aan zijn vrouw en anderen die aan hem gestuurde vertrouwelijke e-mails hebben gelezen heeft gevraagd om een kopie van die e-mails. Dit hebben zijn vrouw en de zakelijke contacten geweigerd en bovendien is, aldus [bestuurder], de afzender uit de e-mails verwijderd. Het verweer van Google dat [eiseres c.s.] andere, minder ingrijpende, maatregelen had moeten betrachten om achter de identiteit van de houder van het Gmail-adres te komen faalt dan ook. Dat [eiseres c.s.] aangifte heeft gedaan tegen de derde aandeelhouder van [iM. BV] ter zake van computercriminaliteit, en dus blijkbaar al een vermoeden heeft van de identiteit van de houder van het Google-account, neemt niet weg dat zij van Google kan vorderen de gevraagde gegevens te verstrekken. Het verweer van Google dat [eiseres c.s.] eigenlijk de derde aandeelhouder dient te dagvaarden wordt verworpen. [Eiseres c.s.] heeft terecht opgeworpen dat niet te verwachten valt dat de derde aandeelhouder bereid is de gebruiker van het Gmail-adres aan haar bekend te maken, of dat de derde aandeelhouder op grond van de huidige bekende gegevens daartoe zou kunnen worden veroordeeld.

4.8. Zoals onder 4.5 overwogen is aannemelijk dat het Gmail-adres ook is gebruikt om de inhoud van aan [bestuurder] gerichte e-mails aan derden te overhandigen. Dit levert misbruik jegens [eiseres c.s.] op. De ernst van dit misbruik van het Gmail-adres en de gevolgen daarvan voor [eiseres c.s.] leveren een zo zwaarwegend belang van [eiseres c.s.] op dat het belang van Google bij de bescherming van de privacygevoelige informatie van haar gebruikers in dit geval dient te wijken.

4.9. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat, nu aan de onder 4.3 genoemde criteria is voldaan, de vordering van [eiseres c.s.] zal worden toegewezen. Google heeft echter aangevoerd dat zij niet alle gevraagde gegevens kan verstrekken omdat zij deze niet alle heeft. Nu [eiseres c.s.] niet gemotiveerd heeft gesteld dat Google meer en andere gegevens bewaart dan Google beweert, zal Google worden veroordeeld tot het aan [eiseres c.s.] verstrekken van die gegevens die zij naar eigen zeggen bewaart, waarbij de na te melden termijn redelijk wordt geacht. De onder punt 9 vi van het lichaam van de dagvaarding gevraagde gegevens, de

e-mailadressen waarnaar vanaf het Gmail-adres is ge-e-maild, hoeft Google thans niet te verstrekken, omdat de bescherming van het privacybelang van derden die mogelijk niet bij het misbruik zijn betrokken vooralsnog zwaarder weegt dan het belang van [eiseres c.s.]

4.10. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.11. Google zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de roceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres c.s.] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 71,80

- vast recht 254,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.141,80

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt Google om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis de volgende gegevens aan [eiseres c.s.] te verstrekken:

- de bij Google geregistreerde voor- en achternaam van de houder van het Google-account met gebruikersnaam alfaiscool2002;

- het bij Google opgegeven secundaire e-mailadres van die gebruiker;

- de datum waarop het Google-account is aangemaakt;

- het IP-adres van de computer die is gebruikt door de gebruiker om het Google-account aan te maken; en

- het IP-adres van de computer(s) waarmee de laatste dertig dagen is ingelogd op het Google-account,

5.2. bepaalt dat Google voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met het onder 5.1 bepaalde, aan [eiseres c.s.] een dwangsom verbeurt van EUR 1.000,00, tot een maximum van EUR 100.000,00,

5.3. veroordeelt Google in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres c.s.] tot op heden begroot op EUR 1.141,80,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Hees, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. R. Verloo, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2008.?