Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BF3802

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-08-2008
Datum publicatie
30-09-2008
Zaaknummer
340182 / HA ZA 06-1102
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijwaringszaak behorend bij LJN: BF 3772

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 340182 / HA ZA 06-1102

Vonnis in vrijwaring van 13 augustus 2008

in de zaak van

de naamloze vennootschap

HOLLANDSCHE BANK-UNIE N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

procureur mr. J.W. van Rijswijk,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. F.D. Stibbe,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. A.S. Rueb,

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats]

gedaagde,

procureur mr. F.D. Stibbe,

4. de commanditaire vennootschap NOVACAP FLORALIS TERMIJNFONDS 2004 C.V.,

kantoorhoudende te Lisse,

gedaagde,

procureur mr. P.N. van Regteren Altena,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NOVACAP FLORALIS TERMIJNFONDS BEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. P.N. van Regteren Altena,

6. de stichting STICHTING BEWAARDER NOVACAP FLORALIS TERMIJNFONDS,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. P.N. van Regteren Altena,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NOVACAP AGRICOLA B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. P.N. van Regteren Altena.

Partijen zullen hierna HBU en [gedaagden] genoemd worden. Gedaagde sub 1 zal hierna [gedaagde 1] genoemd worden, gedaagde sub 2 [gedaagde 3], gedaagde sub 3 [gedaagde 2] en gedaagden sub 4 tot en met 7 de NovaCap-entiteiten.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de gelijkluidende dagvaardingen;

- de akte houdende overlegging producties;

- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] en [gedaagde 3];

- de conclusie van antwoord van [gedaagde 2], met producties;

- de conclusie van antwoord van de NovaCap-entiteiten, met producties;

- het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 26 juli 2006;

- de conclusie van repliek, met producties;

- de conclusie van dupliek van [gedaagde 1], met producties;

- de conclusie van dupliek van [gedaagde 3], met producties;

- de conclusie van dupliek van [gedaagde 2], met producties;

- de akte uitlating producties;

- de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. HBU vordert bij het in de hoofdzaak met rolnummer HA ZA 2005/1372 tussen [persoon 1 c.s.] als eisers en HBU als gedaagde uit te spreken vonnis, [gedaagden], of, in geval van rechtsopvolging onder algemene en/of bijzondere titel, de betreffende rechtsopvolg(st)er(s) gelijktijdig bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk, des dat de een betalende de ander in zoverre zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan HBU tegen kwijting te betalen al datgene waartoe HBU als gedaagde in de hoofdzaak bij dat vonnis ten behoeve van [persoon 1 c.s.] mocht worden veroordeeld, daaronder begrepen een eventuele veroordeling in de proceskosten van de hoofdzaak, met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van de vrijwaringsprocedure.

2.2. [gedaagden] voeren gemotiveerd verweer.

3. De beoordeling

3.1. De rechtbank stelt voorop dat het geding tussen HBU en de NovaCap-entiteiten is geschorst vanwege het faillissement van de NovaCap-entiteiten. In zoverre kan derhalve thans geen beslissing worden genomen.

3.2. In het geding tussen enerzijds HBU en anderzijds [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] overweegt de rechtbank dat haar ambtshalve bekend is dat bij vonnis van heden in de hoofdzaak de vorderingen van [persoon 1 c.s.] tegen HBU worden afgewezen. Dit betekent dat HBU bij haar vorderingen in de vrijwaringszaak geen belang heeft. Deze vorderingen dienen dan ook te worden afgewezen.

3.3. HBU zal worden veroordeeld in de aan de zijde van [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] gevallen kosten van het geding. Hiertoe wordt overwogen dat HBU in dit opzicht de consequenties heeft te dragen van haar keuze om niet de uitslag van de hoofdzaak af te wachten, maar [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] meteen in vrijwaring te dagvaarden.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. wijst de tegen [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] ingestelde vorderingen af;

4.2. veroordeelt HBU in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde 1] en [gedaagde 3] gezamenlijk tot op heden begroot op € 1.808,00 aan salaris procureur en € 248,00 aan verschotten, en aan de zijde van [gedaagde 2] eveneens op € 1.808,00 aan salaris procureur en € 248,00 aan verschotten;

4.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.J. Peeters en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2008.?