Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BE9153

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-08-2008
Datum publicatie
27-08-2008
Zaaknummer
07/8679
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Risicoverdeling na onjuist invoeren gegevens bij betaling parkeerbelasting per mobiele telefoon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2008/1268
FutD 2008-1824
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 07/8679

Uitspraakdatum: 22 augustus 2008

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X, wonende te Z, eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Op 15 november 2007 heeft verweerder aan eiser een naheffingsaanslag (aanslagnummer 4065358) parkeerbelasting opgelegd, ten bedrage van € 47 vermeerderd met € 3,60 (bedrag parkeerbelasting).

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 14 december 2007 de naheffingsaanslag gehandhaafd.

1.3. Eiser heeft daartegen bij brief van 17 december 2007, ontvangen door de rechtbank op 18 december 2007, beroep ingesteld.

1.4. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2008. Eiser is daar in persoon verschenen. Namens verweerder is verschenen mr. W. Hengeveld.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

Op 15 november 2007 om 16.39 uur stond de auto van eiser, merk A met kenteken YY-YY-01, op de Herengracht te Amsterdam geparkeerd . Bij controle hebben de parkeercontroleurs geen geldig parkeerbewijs in de auto aangetroffen. Aan eiser is daarom een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd.

3. Geschil

3.1. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de aanslag. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij de verschuldigde belasting met behulp van het betaalsysteem Yellowbrick heeft voldaan. Hij heeft ter onderbouwing van zijn stelling de nota overgelegd waaruit blijkt dat op het betreffende tijdstip binnen de betreffende zone belasting is voldaan ten behoeve van het parkeren met een voertuig met het kenteken YY-01-YY. Dat eiser zijn kenteken onjuist heeft ingevoerd acht hij niet tegen te werpen, nu vergelijking van het opgegeven kenteken en het kenteken van zijn auto de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van een verschrijving. Overigens stelt eiser aan de vereisten voor het betalen met het Yellowbrick-systeem, zoals het zichtbaar aanwezig hebben van een zogenaamde transponderkaart, te hebben voldaan.

3.2. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. Hij wijst daarbij op het feit dat de controleur bij zijn werkzaamheden geen waarde hecht aan de aanwezigheid van een transponderkaart, maar uitsluitend controleert op basis van kentekens en dat daarbij bleek dat voor het kenteken YY-YY-01 geen belasting was betaald.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. In artikel 6, eerste lid, in verbinding met artikel 2, aanhef en onder d, van de Verordening Parkeerbelastingen 2007 is onder meer bepaald dat de belasting wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en wel door bij aanvang van het parkeren in te loggen op een centrale computer van een bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, door middel van een telefoon of een ander communicatie middel.

4.2. Vaststaat dat de gemeente ter inning van parkeerbelastingen een overeenkomst heeft gesloten met het bedrijf dat het betaalsysteem Yellowbrick beheert. Voorts staat vast dat eiser nadat hij zijn auto had geparkeerd, heeft ingelogd op de centrale computer en dat hij bij het doen van de aangifte niet het kenteken van zijn auto heeft gebruikt, maar het kenteken YY-01-YY.

4.3. De controleurs van verweerder gaan na of ten behoeve van het parkeren met een voertuig aangifte is gedaan bij een centrale computer van een bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten. Zij doen dit door het invoeren van het kenteken van het betreffende voertuig in een handterminal die zij bij controles met zich meedragen. Aan de hand van het resultaat van hun controle bij de centrale computer hebben de controleurs in het onderhavige geval vastgesteld dat de vereiste aangifte niet was gedaan voor de auto met kenteken YY-YY-01.

4.4. De rechtbank is van oordeel dat eiser de door hem verschuldigde parkeerbelasting niet heeft betaald. Hieraan doet niet af dat eiser wel heeft betaald voor een auto met het kenteken YY-01-YY, nu deze betaling niet kan gelden als een bevrijdende betaling wegens het parkeren van de auto van eiser aan welke auto immers een ander kenteken, te weten YY-YY-01 is toegekend. In dit verband is van belang dat eiser tijdens zijn aangifte middels de centrale computer op zijn mobiele telefoon een melding heeft ontvangen waarbij hem reeds toen duidelijk werd, zo heeft hij ter zitting verklaard, dat het gemelde kenteken niet overeenkwam met het kenteken van zijn auto. Onder die omstandigheden kan niet meer worden gesproken van een vergissing van eiser en ligt het veeleer in de rede dat eiser op dat moment, waarop hij vaststelt dat het kenteken kennelijk onjuist is ingevoerd, de betaling via het betaalsysteem “Yellowbrick” afbreekt, hetgeen volgens zijn verklaring ter zitting toen ook nog mogelijk was, om vervolgens de belasting op andere wijze te voldoen. Eiser heeft dit nagelaten om dat hij, zo heeft hij ter zitting verklaard, haast had. De gevolgen daarvan moeten voor zijn rekening blijven.

4.5. Gegeven de conclusie dat geen sprake was van een vergissing van eiser gaat de rechtbank voorbij aan de grief van eiser dat aan de hand van de zich zichtbaar in zijn auto bevindende transponderkaart had kunnen vaststellen dat hij een fout had gemaakt bij zijn aangifte en op grond daarvan van het opleggen van een naheffingsaanslag had moeten afzien.

4.6. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de door eiser gemaakte vergissing voor zijn rekening en risico komt. Het beroep dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

5. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 22 augustus 2008 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. C.J. Hummel, rechter, in tegenwoordigheid van E.H. Mazel, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.