Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD9608

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-08-2008
Datum publicatie
07-08-2008
Zaaknummer
401524 / KG ZA 08-1225 SR/MB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter heeft de eis van een vastgoedhandelaar (die een groot aantal panden op het Damrak in Amsterdam bezit) om Het Parool en een aan die krant verbonden journalist te verbieden hem en/of zijn bedrijven aan te duiden met de term ‘Israëlische maffia’, afgewezen. Ook hoeft Het Parool geen rectificatie te plaatsen. De voorzieningenrechter was van oordeel dat, alle omstandigheden in aanmerking genomen, vooralsnog niet kan worden vastgesteld dat Het Parool jegens de vastgoedhandelaar onrechtmatig heeft gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 401524 / KG ZA 08-1225 SR/MB

Vonnis in kort geding van 7 augustus 2008

in de zaak van

1. [eiser1],

wonende te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser2].,

gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser3].,

gevestigd te Amsterdam,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser4],

gevestigd te Amsterdam,

eisers bij dagvaarding van 2 juli 2008,

procureur mr. M.T.M. Koedooder,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HET PAROOL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde2],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

gedaagden,

procureur mr. J.P. van den Brink.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 10 juli 2008 hebben eisers, verder gezamenlijk ook te noemen [eisers]., gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden, verder gezamenlijk ook Het Parool c.s. hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. Eiser sub 1, verder [eiser1], is in een Nederland wonende, uit Israël afkomstige, handelaar in vastgoed. [eiser1] heeft de Nederlandse nationaliteit. Eiseressen sub 2 tot en met 4 zijn bedrijven van [eiser1]. Vanaf begin 1990 heeft [eiser1] via zijn ondernemingen onroerende zaken gekocht op en rondom het Damrak te Amsterdam. [eiser1] heeft 9 broers. Leden van zijn familie werken voor zijn bedrijven. Aanvankelijk waren dit ongeveer 100 personen, thans zijn het er naar zeggen van [eiser1] 31.

2.2. Gedaagde sub 1 is uitgeefster van het dagblad Het Parool. Gedaagde sub 2, verder [gedaagde2], is onderzoeksjournalist en schrijft in dat kader regelmatig artikelen over criminaliteit in Amsterdam.

2.3. In een artikel in NRC Handelsblad van 6 januari 2001 is een verkoper van een souvenirwinkel aan het Damrak geciteerd. Hij zegt over [eiser1]:

“Het is Israelische maffia, dat weet iedereen.”

2.4. In het kader van een gerechtelijk vooronderzoek naar (witwaspraktijken van) vier familieleden van [eiser1] (het zogenaamde onderzoek [naam]) zijn de nationale recherche en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) op 28 november 2004 binnen getreden in het pand waarin eiseres sub 2 is gevestigd. Daarnaast zijn invallen gedaan op een aantal adressen op het Damrak, waaronder panden van eiseres sub 2.

2.5. Op 29 november 2004 is, naar aanleiding van de onder 2.4 genoemde invallen, een artikel in Het Parool verschenen, van de hand van [gedaagde2], met de kop “Actie tegen maffia Israël” en als subkopje: “Witwassen, mogelijk van drugsgeld, in hotels op het Damrak; ‘antisemitisme’ zegt betrokkene.”

In Het Parool van 2 december 2004 heeft [gedaagde2] wederom aandacht aan de invallen besteed, nu onder de kop: “ ‘Nog vragen aan Israëlische maffia?’ ”, wat blijkens het artikel een citaat is afkomstig van [eiser1].

In een artikel van 3 december 2004 staat vervolgens:

“[eiser1], van wie drie familieleden zijn gearresteerd, zegt dat uit eerder onderzoek is gebleken dat van contact met criminele witwassers geen sprake is. Hij heeft in het verleden ‘gewoon veel mazzel’ gehad bij de aankoop van panden. ‘Ik heb de laatste tien jaar al vijf keer de Fiod op m’n dak gehad, aldus [eiser1].”

En op 27 december 2004 verscheen in diezelfde krant een artikel van [gedaagde2] met de kop:

“ ‘Witwassen? Wij werken gewoon hard’ ” en als subkop;

“In april werd een Israëlische ex-minister op Schiphol gepakt met 25.000 xtc-pillen. Eind november volgden invallen bij hotels en restaurants van de Israëlische families [eiser1] en [familienaam] op het Damrak wegens witwasserij. Geen toeval, zeggen ze.”.

Dit laatste artikel bevat onder meer de volgende zin:

“Op het stadhuis wordt al jaren gesproken van de ‘shoarma-maffia’ dan wel de ‘kosjere maffia’.”

2.6. Op 27 mei 2006 is in Het Parool weer aandacht besteed aan het [naam] onderzoek, in een artikel van de hand van [journalist1] en [journalist2].

De vetgedrukte introductie van het artikel luidt als volgt:

“De Israëlische families [eiser1] en [familienaam] bezitten naar eigen zeggen de helft van de panden aan het Damrak. Het Van Traa-team en de Fiod zijn bezig met een onderzoek. De buurt spreekt van ‘Israëlische maffia’. [persoon1] noemt dat schandalig.”

2.7. Bij brief van 8 januari 2008 heeft de officier van justitie aan de raadsman van [eiser1] meegedeeld dat ‘[eiser1]’ geen verdachte is in het onderzoek [naam]. Ter toelichting staat het volgende in de brief:

“Aangezien de zaak [naam] meerdere verdachten (en een zeer omvangrijk dossier) betreft en door diverse familieleden (cq verdachten) door elkaar gebruik wordt gemaakt van de naam/namen [familienaam] en [eiser1], was het noodzakelijk om een en ander door te spreken met de betreffende zaaksrechercheur.”

2.8. Op 1 maart 2008 schreef [gedaagde2] (onder meer) in Het Parool, onder de kop ‘dat waren de Wallen, nu nog het Damrak’: “Veel panden op het Damrak, dat geldt als de rode loper van de stad, zijn in bezit van de families [eiser1] en [familienaam], ook wel aangeduid als de ‘Israëlische maffia’.”

2.9. [eisers]. heeft een brief in het geding gebracht, gedateerd 24 april 2008, van zijn raadsvrouw aan Het Parool c.s., waarbij zij Het Parool c.s. verzoekt [eiser1] niet langer te betitelen als ‘Israëlische maffia’ of anderszins in een crimineel daglicht te plaatsen, aangezien daarvoor geen feitelijke basis aanwezig is. Tevens is Het Parool c.s. in deze brief aansprakelijk gesteld voor door [eisers]. geleden en nog te lijden schade.

2.10. In een artikel in De Volkskrant van 22 mei 2008 staat onder meer:

“Horeca-exploitant [eiser1] kan zijn vergunningen kwijtraken. In het kader van de wet Bibob dreigt de gemeente zijn papieren in te trekken. (…) Zelf zegt hij: ‘Ik weet van niks.’ Een woordvoerster van het stadsbestuur bevestigde woensdag dat burgemeester Cohen het voornemen heeft in het kader van de Wet Bibob de vergunningen van de van oorsprong Israëlische ondernemer in te trekken. (…)

In maart dit jaar verklaarde [eiser1] (…) glansrijk de Bibob-procedure te hebben doorstaan. ‘Al mijn vergunningen zijn verlengd’, zei hij toen tegen de Volkskrant. Nog steeds handhaaft hij deze lezing, ondanks de bevestiging van het tegendeel door het stadhuis. (…) [eiser1] en leden van zijn uitgebreide familie werden onder meer verdacht van witwassen en het leiden van een criminele organisatie. ”

2.11. In het Parool van 23 mei 2008 verschenen artikelen van [gedaagde2] met als kop: “‘Koosjere maffia’ ligt onder vuur” en “Ook Damrak schoongeveegd”.

Hierin staat onder meer:“(…) eind april kregen de families [eiser1] en [familienaam] een brief van burgemeester Job Cohen met de mededeling dat de gemeente de exploitatievergunningen van beide families wil intrekken op grond van de wet Bevordering Integriteit Beoordelingen door het Openbaar bestuur, kortweg Bibob. Ook de gemeente is er kennelijk van overtuigd dat er iets grondig mis zit met wat wel de ‘koosjere maffia’ wordt genoemd. De [eiser1]’s en de [familienaam]s (eigenlijk één familie, zij hanteren alleen twee verschillende familieachternamen) domineren het Damrak, de entree van de stad, al sinds begin jaren negentig. (…) Daarnaast onderzocht justitie de verdenking dat ‘de Damrakmaffia’ op grote schaal fraudeerde met salarissen en met de fiscus. (…) De beweerde kopstukken [eiser1] en [persoon2] werden opmerkelijk genoeg niet opgepakt. (…) [eiser1] was aanvankelijk ook verdachte, maar hij heeft inmiddels een kennisgeving- van-niet-verdere- vervolging gehad. (…)

De [eiser1]’s en [familienaam]s (ook wel bekend als de ‘koosjere maffia’ of de ‘Damrakmaffia’ hebben tot half juni de tijd om bezwaar te maken. (…)

Aan het hoofd van de familie staan [eiser1] (eigenaar van een stuk of tien panden op het Damrak) en zijn broer [persoon2], die zich vooral met de exploitatie zou bezighouden.”

2.12. Op de website www.Stormfront.nl is één van de artikelen uit Het Parool van 23 mei 2008 geplaatst, met onder meer als commentaar:“(…) Had je vroeger geen steden dan zwalkte de Joden wel rond van dorp naar dorp om hun rente te innen en mensen financieel aan de ketting te leggen met slinkse streken. Ook dit moet iemand met een gedeugde kennis niet verontwaardigen overigens, de Joden zijn een parasietenvolk dat onmogelijk kan overleven op het platteland zonder extreme toevoer (lees: Israël) van subsidies en andere overlevingspakketten. (…)

Wel opmerkelijk dat ze die neusjes eens aanpakken. Die weten normaal gesproken de wet wel te omzeilen d.m.v. hun mede-Hebreeuwse vriendjes en Zionistenknechten.”

2.13. Op Quotenet, de website van het tijdschrift Quote, is een interview geplaatst met [eiser1], van 27 mei 2008, waarin hij de beschuldigingen in het kader van de Wet Bibob met klem van de hand wijst. Ook is in dit artikel een woordvoerder van de gemeente Amsterdam om commentaar gevraagd. Daarover is onder meer het volgende vermeld:

“[eiser1] heeft nog een aantal weken om zijn onschuld te bewijzen. Vooralsnog is hij verdachte. Waarvan, dat kan de woordvoerder niet zeggen.”

In een vervolgpublicatie op Quotenet, van 13 juni 2008, staat onder meer:

“[eiser1]’s dossier, in handen van Quote, werpt een licht op de redenen van het bureau op ondernemers geen vergunning meer te verlenen. Echter, de [eiser1]’s zijn geen familie Doorsnee: poging tot chantage, openlijke geweldpleging en mishandeling- dat liegt er niet om. [eiser1], zijn broer en zijn neef zijn een aantal keer bestraft voor deze feiten, waarna de zaak werd gesloten.”

2.14. Bij brief van 29 mei 2008 heeft de raadsvrouw van [eiser1] Het Parool c.s. gesommeerd om zich voortaan te onthouden van onrechtmatige uitlatingen jegens [eisers] en rectificaties te plaatsen in de krant en op de website van Het Parool. En kopie van de brief van 24 april 2008 (aangehaald onder 2.10) is bijgesloten.

2.15. Bij brief van 5 juni 2008 heeft Het Parool c.s. betwist onrechtmatig te hebben gehandeld en meegedeeld niet aan de sommaties te zullen voldoen.

2.16. Volgens de Van Dale, groot woordenboek der Nederlandse taal, 14e editie, luidt de betekenis van het begrip ‘maffia’:

“1. naam van een geheel van geheime misdadige organisaties, oorspr. op Sicilië, en van daaruit over Italië en elders verspreid

1. de Italiaanse, Russische, Turkse maffia

ook als tweede lid in samenst. als de volgende, waarin het eerste lid het terrein noemt waarop de organisatie actief is

bouwmaffia, cocaïnemaffia, drankmaffia, drugsmaffia, heroïnemaffia, taximaffia, vleesmaffia, wapenmaffia

2. (figuurlijk, ongunstig) groep personen die gemeenschappelijke belangen hebben en naar buiten toe als een gesloten geheel optreden

2. de medische maffia

ook als tweede lid in samenst. als de volgende, waarin het eerste lid het terrein noemt waarop de organisatie actief is

adoptiemaffia, bouwmaffia, gezondheidsmaffia, hormonenmaffia, kunstmaffia, milieumaffia, seksmaffia, welzijnsmaffia”

Op het internet, in Wikipedia, wordt maffia als volgt gedefinieerd:

“Maffia is de naam van een geheel van geheime criminele organisaties,

georganiseerd in afdelingen. (…) De term wordt tegenwoordig ook gebruikt voor georganiseerde misdaad in het algemeen. ”

3. Het geschil

3.1. [eisers]. vordert – samengevat – : I. dat Het Parool c.s. zal worden bevolen om ieder gebruik van de aanduiding “Israëlische Maffia”, “Damrakmaffia” of “Koosjere maffia” in berichtgeving over [eiser1] en de [eiser1] Groep B.V., en in berichtgeving over “[eiser1]’s” in het algemeen, zonder daarbij onderscheid te maken naar de individuele leden van de familie, te staken en gestaakt te houden, alsmede zich te onthouden van enige andere daarmee vergelijkbare aanduiding waarbij [eisers]. individueel of gezamenlijk, dan wel ‘[eiser1]’s’ worden afgeschilderd als zijnde (lid van) een criminele organisatie; II. Het Parool c.s. te gebieden een rectificatie te plaatsen op de voorpagina van de krant en op haar website, zoals nader omschreven in het petitum van de dagvaarding onder II; III. Het Parool c.s. te gebieden om de verdere openbaarmaking van de gewraakte artikelen via internet of een ander medium te staken en gestaakt te houden; IV. Het Parool c.s. te veroordelen tot betaling van een (voorschot op) schadevergoeding van € 15.000,-; V. te bepalen dat Het Parool c.s. een dwangsom verbeurt, als zij zich niet houdt aan de geboden onder I. tot en met IV en Het Parool c.s. te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. Ter toelichting op zijn vordering heeft [eisers]., samengevat, het volgende gesteld. Het Parool c.s. duidt [eisers]. in haar publicaties al jarenlang stelselmatig aan als ‘Israëlische maffia’, ‘Koosjere maffia’, of ‘Damrakmaffia’. Daarmee wordt [eisers]. in verband gebracht met criminele activiteiten, terwijl daar geen aanleiding voor is. Voor zover Het Parool c.s. citeert, is sprake van oncontroleerbare bronnen en neemt zij daar onvoldoende afstand van.

De beschuldigingen van Het Parool c.s. zijn onjuist en onrechtmatig. Ze hebben geen enkele feitelijke basis. Een verbod om nogmaals deze uitingen te doen en een rectificatie zijn daarom op zijn plaats. Het publiek zal de publicaties in Het Parool voor juist aannemen, nu [gedaagde2] een onderzoeksjournalist is en de artikelen informerend van aard zijn. Het Parool heeft een aanzienlijke oplage, en de in haar artikelen opgenomen kwalificaties over [eisers]. worden overgenomen in andere media. Daarnaast leiden ze tot antisemitische teksten op Internet.

Na de inval in zijn bedrijfspand in Amstelveen heeft [eisers]. de in beslag genomen gegevens weer terug gekregen. Thans is hij niet als verdachte aangemerkt en lopen er geen strafrechtelijke onderzoeken tegen hem, zoals blijkt uit de brief van de Officier van Justitie, die ook bij Het Parool c.s. bekend is. Desondanks gaat Het Parool c.s. maar door met het geven van voornoemde kwalificaties aan [eisers]., onlangs nog in mei 2008. [eisers]. wordt daardoor ten onrechte blootgesteld aan allerlei lichtvaardige en onjuiste verdachtmakingen, waardoor zijn eer en goede naam zijn aangetast. Banken en andere bedrijven willen inmiddels geen zaken meer met hem doen. Hij lijdt daardoor grote schade. [eisers]. heeft bij zijn vorderingen een spoedeisend belang.

3.3. Het Parool c.s. voert verweer, waarop hierna, voor zover van belang, nader

zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Anders dan Het Parool c.s. heeft betoogd heeft [eisers]. een spoedeisend belang bij zijn vorderingen. De vraag naar het spoedeisend belang dient immers te worden beoordeeld naar de toestand ten tijde van het vonnis. De enkele omstandigheid dat [eisers]. niet eerder een procedure aanhangig heeft gemaakt, brengt niet mee dat hij geen spoedeisend belang meer heeft bij de gevraagde voorziening. Dat de impact van de publicaties grotendeels zou zijn uitgewerkt is niet aannemelijk, nu de laatste publicatie waarin de term ‘Israëlische maffia’ is gebezigd dateert van 23 mei 2008. Ook eiseressen sub 2 tot en met 4 hebben in beginsel belang bij de vorderingen tot rectificatie en schadevergoeding, aangezien zij schade zouden kunnen leiden door de publicaties over [eisers]., daargelaten de vraag of zij als rechtspersonen zelf in hun eer en goede naam aangetast (kunnen) zijn.

4.2. Toewijzing van de vordering tot rectificatie zou een beperking inhouden van het in artikel 10 lid 1 EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de individuele vrijheden) neergelegde grondrecht van Het Parool c.s. op vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan slechts worden beperkt, indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien, is sprake wanneer de uitlatingen van Het Parool c.s. onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag of dit het geval is, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. Het belang van [eisers]. is dat hij niet mag worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het belang van Het Parool c.s. is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend of waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Welke van deze belangen de doorslag behoort te geven, hangt af van alle terzake dienende omstandigheden van het geval. De mate waarin de beschuldiging steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal, is één van die omstandigheden.

4.3. Voorop gesteld wordt dat de term ‘maffia’ door Het Parool in zijn algemeenheid wordt gebruikt om de gehele familie [eiser1] aan te duiden en zich niet speciaal richt tegen [eisers]. Niet in geschil is dat de aanduiding ‘maffia’ betrokkenen in een ongunstig daglicht stelt. Bedacht moet daarbij echter worden dat het woord ‘maffia’ in het dagelijkse spraakgebruik steeds vaker wordt gebruikt als een figuurlijke ongunstige aanduiding van een (min of meer besloten) groep mensen die zich bezig houdt met onduidelijke, bedenkelijke, praktijken, zoals bijvoorbeeld het geval is bij de termen ‘bouwmaffia, subsidiemaffia en hormonenmaffia’. De in de Van Dale omschreven betekenis zoals vermeld onder 2 (zie 2.16) sluit daarbij aan. Aan het woord ‘maffia’ behoeft dus niet, zoals Het Parool c.s. terecht heeft aangevoerd, alleen de oorspronkelijke niet figuurlijke betekenis te worden toegekend, zoals in de combinatie ‘Siciliaanse maffia’ die direct associaties met moord en doodslag oproept.

4.4. Vast staat dat de groep [eiser1], waartoe ook [eisers]. behoort, in het verleden betrokken is geweest bij onrechtmatigheden, en/of door het Openbaar Ministerie verdacht werd van het plegen van strafbare feiten. In het kader van het grootscheepse [naam] onderzoek zijn immers de panden van [eisers]. doorzocht en zelf heeft hij vermeld al diverse keren de FIOD ‘op zijn dak’ te hebben gehad (zie 2.5). Ook is sprake van betrokkenheid bij verdenkingen in het kader van de Wet Bibob, zo is onlangs nog bevestigd door een woordvoerder van de gemeente (2.10). De leden van de omvangrijke familie, waarvan [eiser1] deel uitmaakt, zijn allen werkzaam in dezelfde branche, in het kader waarvan genoemde verdenkingen zich hebben voorgedaan. Onder deze omstandigheden kan voor wat betreft het verleden niet zonder meer worden vastgesteld dat het aanduiden van de groep waartoe [eisers]. behoort met de term ‘maffia’ (in voormelde, eerstgenoemde, figuurlijke betekenis), wegens het ontbreken van enige feitelijke basis onrechtmatig jegens [eisers]. is. Dit geldt ook voor de toevoeging ‘Israëlische’ ‘Koosjere’ en ‘Damrak’. Niet gesteld of gebleken is dat deze toevoegingen zonder enige grond zouden zijn. Dat dubieuze types op de website Stormfront.nl (een deel van) de gebezigde termen aangrijpen voor het spuien van antisemitische teksten, kan Het Parool c.s. niet worden aangerekend, zij het dat deze omstandigheid wellicht in de toekomst tot terughoudendheid bij het gebruik van sommige kwalificaties zou kunnen nopen.

4.5. Voorts is van belang dat de omschrijving ‘Israëlische’ (Koosjere of Damrak) maffia’ vooral is gehanteerd als citaat uit het spraakgebruik en dat (onder anderen) [eiser1] diverse malen de gelegenheid heeft gekregen om commentaar te geven op de geuite beschuldigingen aan zijn adres en daarvan ook gebruik heeft gemaakt. Ook in dat opzicht kan het hanteren van aangehaalde termen tot dusver niet als onrechtmatig worden gekenschetst.

4.6. Inmiddels heeft het Openbaar Ministerie zwart op wit gezet dat [eiser1] niet wordt aangemerkt als verdachte in het [naam] onderzoek. Het Parool c.s. heeft aangevoerd deze brief pas als bijlage bij de sommatie van 29 mei 2008 te hebben ontvangen en de eerdere brief daarover (van 24 april 2008) niet te hebben gekregen. Verder heeft [eiser1] ter zitting verklaard dat noch hij, noch één van zijn familieleden ooit strafrechtelijk is veroordeeld, anders dan in het artikel in Quote (2.13) wordt vermeld. Wat de stand van zaken met betrekking tot de Bibob affaire is en of daarbij ook [eisers]. (nog) betrokken is, is voorshands niet duidelijk. Onder deze omstandigheden zou voortschrijdend inzicht ertoe kunnen leiden dat het doorgaan met het bezigen van de term ‘maffia’, met welke toevoeging ook, thans - behoudens nieuwe feiten - ten aanzien van [eisers]. niet op zijn plaats zou zijn. Van belang is daarbij dat, zoals [eisers]. onweersproken heeft gesteld, Het Parool een dagblad is met een aanzienlijke oplage en dat er van mag worden uitgegaan dat de mededelingen van [gedaagde2] als onderzoeksjournalist serieus worden genomen. Nu Het Parool c.s. ter zitting heeft verklaard niet voornemens te zijn om op korte termijn de term ‘maffia’ weer te gebruiken in relatie tot [eisers]., is een verbod voor de toekomst echter niet gerechtvaardigd, nog daargelaten dat dit slechts bij geheel ongewijzigde omstandigheden aan de orde zou kunnen zijn. Dat Het Parool c.s. [eisers]. ook anders dan door het gebruik van de term ‘maffia’, zou hebben afgeschilderd als zijnde (lid van) een criminele organisatie - zoals uit het petitum en de voorgestelde rectificatietekst zou kunnen worden afgeleid - is verder niet gesteld of gebleken.

4.7. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat, alle omstandigheden in aanmerking genomen, vooralsnog niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van onrechtmatig handelen van de zijde van Het Parool c.s. Dit betekent dat de vorderingen van [eisers]., inclusief de vordering tot schadevergoeding, zullen worden afgewezen, met veroordeling van [eisers]. in de kosten van dit geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. Weigert de gevraagde voorziening.

5.2. Veroordeelt [eisers]. in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Het Parool c.s. begroot op:

– € 254,- aan vastrecht en

– € 816,- aan salaris procureur.

5.3. Verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Sj.A. Rullmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2008.?