Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD9582

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-07-2008
Datum publicatie
07-08-2008
Zaaknummer
400007
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Dwangakkoord. Verzoekster heeft een totale schuldenlast van € 13.626,99, waaronder een schuld aan Postbank van € 5.497,68. Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden, inhoudende betaling van 7,7% van de concurrente vorderingen en 15,4% preferente vorderingen tegen finale kwijting van de restvordering. De aangeboden schuldregeling is gebaseerd op een afloscapaciteit van € 44,- per maand. De Postbank werkt als enige niet mee aan een akkoord en geeft als reden op dat zij gelet op het aangeboden percentage, er de voorkeur aangeeft zelf de incasso ter hand te nemen.

De rechtbank acht het gelet op de persoonlijke omstandigheden van verzoekster niet aannemelijk dat zij de komende jaren vermogen verwerft dan wel werk vindt dat een inkomen genereert waaruit maandelijks meer kan worden gespaard voor de schuldeisers dan in het kader van dit akkoord aan hen wordt aangeboden. Gelet op de kosten (bewindvoerdersalaris en advertentiekosten) die samenhangen met de schuldsaneringsregeling zal in dat geval aan alle schuldeisers minder worden uitgekeerd dan de uitkering die hen in het kader van het akkoord wordt aangeboden. De schuldeisers zullen bovendien hun geld per direct ontvangen en niet eerst nadat de schuldsaneringsregeling drie jaar heeft geduurd.

De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat Postbank in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen. Er is sprake van onevenredigheid tussen het belang dat Postbank in deze zaak heeft bij uitoefening van de bevoegdheid instemming te weigeren en de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers, die door weigering worden geschaad. Het dwangakkoord wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 08.867

Vonnis van 9 juli 2008

in de zaak van

A,

geboren op … te …,

wonende te …

- hierna te noemen: verzoekster

tegen

de naamloze vennootschap

POSTBANK N.V.,

gevestigd te Leeuwarden

verweerster

Partijen zullen hierna verzoekster en Postbank genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Op 10 juni 2008 heeft verzoekster een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsanering. Daarbij is tevens verzocht om voorafgaand aan de behandeling van voornoemd verzoek Postbank te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling (hierna te noemen: dwangakkoord) als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw.)

1.2. Het dwangakkoord is behandeld ter terechtzitting van 1 juli 2008. Verzoekster, bijgestaan door de heer B (tolk Arabisch) en mevrouw C (schuldhulpverleenster van Doras), is ter terechtzitting verschenen.

Namens de Postbank is, hoewel rechtsgeldig opgeroepen, niemand verschenen.

2. De feiten

2.1. Verzoekster is een 49-jarige vrouw die buiten gemeenschap van goederen is gehuwd. Haar echtgenoot verblijft in Marokko. Ter terechtzitting heeft zij verklaard in 1996

voor het laatst betaalde arbeid te hebben verricht. Zij heeft destijds als schoonmaakster en naaister gewerkt. Sindsdien heeft zij verschillende uitkeringen ontvangen, waaronder een ziektewet- en een WAO-uitkering. Thans ontvangt zij een bijstandsuitkering.

Verzoekster heeft reuma, maar is niettemin recent door een keuringsarts geschikt bevonden betaalde arbeid te verrichten, mits dit geen staand werk betreft. De Sociale Dienst heeft haar alleen verplicht een cursus Nederlandse taal te volgen, waarvoor zij nu drie dagen per week naar school gaat. Verzoekster heeft gesolliciteerd naar een baan als naaister, tot op heden zonder succes.

Mevrouw C heeft ter terechtzitting toegelicht dat het redelijkerwijs niet te verwachten valt dat verzoekster betaalde arbeid zal gaan verrichten. Verzoekster heeft in de afgelopen jaren meerdere ernstige medische ingrepen moeten ondergaan, waarvoor zij nog medicatie gebruikt. Gelet op de medische toestand, de gebrekkige kennis van de Nederlandse taal, de geringe en gedateerde werkervaring van verzoekster en de kosten van de bewindvoerder in een schuldsaneringsregeling valt, aldus mevrouw C, niet te verwachten dat gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling meer kan worden verdiend dan er met het dwangakkoord wordt aangeboden. Zij verzoekt dan ook het dwangakkoord toe te kennen.

2.2. Verzoekster heeft blijkens de verklaring ex artikel 285 een totale schuldenlast van € 13.626,99, waaronder twee preferente schuldeisers van in totaal € 3.488,92. De schuld aan Postbank bedraagt volgens de brief van de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam van 14 maart 2008 aan Postbank € 5.497,68.

Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden, inhoudende betaling van 7,7% van de concurrente vorderingen en 15,4% preferente vorderingen tegen finale kwijting van de restvordering. De aangeboden schuldregeling is gebaseerd op een afloscapaciteit van € 44,- per maand.

2.3. De onder 2.2. bedoelde schuldregeling is door alle schuldeisers behalve Postbank aanvaard. Postbank heeft bij brief van 21 januari 2008 toegelicht niet in te stemmen met de aangeboden schuldregeling, omdat zij, gezien het aangeboden percentage, er de voorkeur aan geeft het incassotraject in eigen hand te houden.

2.4. Uit de bij de aangeboden schuldregeling gevoegde toelichting blijkt dat de schuld-hulpverleenster het voor verzoekster geldende vrij te laten bedrag heeft berekend op € 1.245,71 per maand, zodat onder de huidige omstandigheden maandelijks geen bedrag voor betaling aan schuldeisers beschikbaar is.

2.5. Bij toelating tot de schuldsaneringsregeling zal over de looptijd van de schuldsaneringsregeling aan salaris van de bewindvoerder (ten minste) verschuldigd zijn 36 x € 46,41 = € 1.670,76 en aan advertentiekosten ten minste € 130,-.

2.6. Verzoekster heeft verklaard het verzoek tot toepassing van de schuldsanerings-regeling te handhaven, indien de rechtbank het verzoek Postbank te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling afwijst.

3. De beoordeling van het verzoek

3.1. Het verzoek zal slechts kunnen worden toegewezen als Postbank in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de aangeboden schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat Postbank heeft bij weigering en de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers bij vaststelling van het dwangakkoord.

3.2. Postbank is de enige van de twaalf crediteuren die niet instemt met een akkoord. De vordering van Postbank bedraagt € 5.497,68 terwijl de totale schuldenlast € 13.626,99 bedraagt. De schuldregeling is door de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam in overleg met Doras Schuldhulpverlening voorbereid en getoetst, dit betreft derhalve een onafhankelijke en deskundige partij. Het voorstel is goed onderbouwd. De verklaring dat in redelijkheid niet te verwachten is dat het alternatief, een wettelijk schuldsaneringstraject voor verzoekster, voor Postbank tot een hogere uitkering zal leiden is met redenen omkleed. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verzoekster is niet aannemelijk dat zij de komende jaren vermogen verwerft dan wel werk vindt dat een inkomen genereert waaruit maandelijks meer kan worden gespaard voor de schuldeisers dan in het kader van dit akkoord aan hen wordt aangeboden. Gelet op de kosten (bewindvoerdersalaris en advertentiekosten) die samenhangen met de schuldsaneringsregeling zal in dat geval aan alle schuldeisers minder worden uitgekeerd dan de uitkering die hen in het kader van het akkoord wordt aangeboden. De schuldeisers zullen bovendien hun geld per direct ontvangen en niet eerst nadat de schuldsaneringsregeling drie jaar heeft geduurd.

3.3. Postbank is ter terechtzitting niet verschenen. De reden om de instemming te weigeren is derhalve slechts af te leiden uit de schriftelijke reactie van Postbank aan de Gemeentelijke kredietbank Amsterdam van 21 januari 2008 waarin staat dat Postbank, gelet op het aangeboden percentage, er de voorkeur aangeeft zelf de incasso ter hand te nemen.

3.4. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat Postbank in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen. Er is sprake van onevenredigheid tussen het belang dat Postbank in deze zaak heeft bij uitoefening van de bevoegdheid instemming te weigeren en de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers, die door weigering worden geschaad.

3.5. Het verzoek om Postbank bij uitspraak uitvoerbaar bij voorraad, te bevelen in te stemmen met de schuldregeling zal worden toegewezen. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling komt daarom niet meer aan de orde.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. beveelt Postbank in te stemmen met de onder 2.1 bedoelde schuldregeling;

4.2. verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Patijn en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2008.