Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD7202

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-06-2008
Datum publicatie
15-07-2008
Zaaknummer
AWB 07-3650 WET
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing subsidieaanvraag. Aanvraag is gelet op artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Blaricum 2006 op goede gronden afgewezen. De gemeente is vrij om te beslissen wat met de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt gedaan. Van strijd met de persvrijheid dan wel een met de Mediawet, artikel 7, tweede lid, van de Grondwet en artikel 10 van het EVRM strijdige inmenging in de inhoud van de programma’s is geen sprake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Amsterdam

Sector Bestuursrecht Algemeen

enkelvoudige kamer

UITSPRAAK

in het geding met reg.nr. AWB 07/3650 WET

tussen:

Stichting Gooise Lokale Radio-Bel/Radio 6FM, gevestigd te Laren,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. L.B. Hogenbirk,

en:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Blaricum,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. H. Küçüközan en [naam].

1. PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft op 17 september 2007 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het besluit van verweerder van 7 augustus 2007, verzonden 10 augustus 2007 (hierna: het bestreden besluit).

Het onderzoek is gesloten ter zitting van 15 mei 2008.

2. OVERWEGINGEN

Procedure

Bij brief van 6 maart 2007 heeft eiseres verzocht om structurele subsidie gedurende de periode van de zendtijdtoewijzing of om verlening van subsidie voor het jaar 2008.

Bij besluit van 10 april 2007 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Standpunten van partijen

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat hem niet vrijstaat om de subsidie te continueren. Bij brief van 1 november 2005 is eiseres geïnformeerd over het besluit van de gemeenteraad van Blaricum van 20 oktober 2005 om vanwege bezuinigingen met ingang van 2007 niet langer subsidie aan eiseres te verlenen. Het is de gemeenteraad die jaarlijks via de programmabegroting het subsidieplafond vaststelt, waarna verweerder jaarlijks via productenbegroting de verdeling van het subsidieplafond over de producten en activiteiten vaststelt. Er is geen sprake van gewijzigde omstandigheden op grond waarvan het raadsbesluit dient te worden heroverwogen. De gemeente is vrij in de besteding van het geld uit het gemeentefonds. Oormerking van het gemeentefonds is in strijd met de Financiële-verhoudingswet. Van een verplichte besteding aan de lokale omroep kan dan ook geen sprake zijn.

In beroep heeft eiseres aangevoerd dat de gemeente een verplichting heeft op grond van het in de Mediawet, de Grondwet en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: ERVM) verankerde beginsel van persvrijheid/onafhankelijke omroep om de lokale publieke omroep financieel te ondersteunen. Voorts zijn in de algemene uitkering uit het gemeentefonds aan de gemeenten omroepgelden opgenomen die de gemeente voor dit doel moet aanwenden. Gelet op genoemd beginsel past het dan ook niet dat de gemeente een lager bedrag aan de omroepen uitkeert, aldus eiseres.

Juridisch kader

Ingevolge artikel 5 van de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Blaricum 2006 (hierna: de Verordening) stelt de gemeenteraad per programma de beleidsdoelstellingen en/of beleidsnota’s vast, waarin wordt bepaald welke producten (of een verzameling hiervan) voor subsidie in aanmerking komen. De hoofdzaken uit de beleidsnota’s worden opgenomen in de subsidiehandreiking.

Op grond van artikel 6, eerste lid, van de Verordening zijn burgemeester en wethouders verantwoordelijk voor de uitvoering van deze verordening.

In artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de Verordening is bepaald dat naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Awb genoemde gevallen geweigerd kan worden, indien gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt het volgende.

In de Subsidiehandreiking gemeente Blaricum 2005 tot en met 2007 is vastgelegd dat voor de jaren 2005 tot en met 2007 per jaar € 4.000,- subsidie wordt verleend aan eiseres. Blijkens de Programmabegroting 2006 heeft de gemeenteraad besloten om tot bezuiniging over te gaan. Aan eiseres zal met ingang van 2007 geen subsidie meer worden verleend.

Voorop moet worden gesteld dat een bestuursorgaan bij de beslissing op een subsidieaanvraag een zekere mate van vrijheid toekomt, zodat de rechtbank het bestreden besluit slechts terughoudend kan toetsen. Slechts indien geoordeeld moet worden dat verweerder niet in redelijkheid tot voormeld besluit heeft kunnen komen dan wel dat het besluit is genomen in strijd met de wet of in strijd met enig algemeen rechtsbeginsel, is plaats voor vernietiging van dat besluit.

Verweerder heeft uiteengezet dat de gemeenteraad op grond van artikel 5 van de Verordening per programma de beleidsdoelstellingen vaststelt. Hierin wordt bepaald welke producten voor subsidie in aanmerking komen. Verweerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Verordening.

Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de Verordening, op goede gronden de aanvraag afgewezen. Hierbij heeft verweerder mogen verwijzen naar het besluit van de gemeenteraad om met ingang van 2007 geen subsidie meer aan eiseres te verlenen. De vaststelling van de begroting door de gemeenteraad mocht verweerder in de omstandigheden van dit geval als een gegeven beschouwen. Dat eiseres in rechtstreekse communicatie met de gemeenteraad – onder meer via een brief van 8 september 2006 en een hoorzitting van 14 september 2005 – er destijds niet in is geslaagd om dit tij te keren staat los van de beoordeling van dit bestreden besluit.

De argumenten die eiseres in stelling heeft gebracht, met als strekking dat de gemeente gehouden is de subsidie in 2008 te continueren, acht de rechtbank niet steekhoudend.

De omstandigheid dat de gemeente omroepgelden krijgt door middel van een uitkering uit het gemeentefonds doet aan de bevoegdheid van verweerder tot weigering van de subsidie niet af.

Op grond van artikel 6, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet heeft een gemeente over ieder uitkeringsjaar recht op een algemene uitkering uit het gemeentefonds. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat de uitkering ten goede komt aan de algemene middelen van de gemeente.

De uitkering uit het gemeentefonds is algemeen en niet geoormerkt. In een aantal door eiseres overgelegde stukken – waaronder een persbericht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 november 2004 – is de wenselijkheid te lezen dat het omroepgeld dat via het gemeentefonds bij verweerder terecht komt, ook daadwerkelijk ten goede komt aan de lokale omroep. Echter, dit doet niet af aan de vrijheid van de gemeente om te beslissen wat met de uitkering uit het gemeentefonds wordt gedaan. De rechtbank ziet in de Financiële-verhoudingswet of de wetsgeschiedenis daarbij geen argumenten om hier anders over te oordelen.

Van strijd met de persvrijheid dan wel een met de Mediawet, dan wel artikel 7, tweede lid, van de Grondwet en artikel 10 van het EVRM strijdige inmenging in de inhoud van de programma’s van eiseres is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Door het niet verlenen van subsidie vindt geen sturing in de programma’s plaats. De financiële bezwaren die het bestreden besluit temidden van verschillende mogelijke wijzen van financiering voor eiseres oproept zijn niet van dien aard dat het grondrecht van eiseres daardoor wordt beperkt. De door eiseres aangehaalde uitspraak van het Bundesverfassungsgericht van 11 september 2007 kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer van betekenis worden geacht in het Nederlandse stelsel van omroepen en de financiering daarvan.

Ten slotte is de rechtbank niet gebleken dat sprake is van een vergelijkbare andere subsidieaanvraag die verweerder wel voor het jaar 2008 heeft toegekend. Het beroep van eiseres op strijd met het gelijkheidsbeginsel gaat dan ook niet op.

In het bestreden besluit is verweerder niet uitdrukkelijk ingegaan op het door eiseres aangehaalde grond-/verdragsrecht. Aangezien het standpunt van verweerder en de daarbij gehanteerde redenering in het bestreden besluit door de rechtbank in essentie juist wordt geacht, ziet de rechtbank in het ontbreken van een expliciete verwerping van dit argument in dit geval onvoldoende grond voor vernietiging van het bestreden besluit wegens een motiveringsgebrek.

Uit het voorgaande volgt dat de beroepsgronden niet leiden tot de conclusie dat het bestreden besluit onrechtmatig is. Het beroep wordt dan ongegrond verklaard.

Beslist wordt als volgt.

3. BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 23 juni 2008 door mr. J.J. Bade, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.J. Seijsener, griffier, en bekendgemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

De griffier, De rechter,

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te ’s-Gravenhage.

Afschrift verzonden op:

DOC: B