Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD7106

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-07-2008
Datum publicatie
14-07-2008
Zaaknummer
EA 08-900
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om ontbinding van werkgever afgewezen.

Werkgever heeft geen opvolging gegeven aan afgesproken verbetertrajecten met de werknemer. Werkgever heeft geen hoor en wederhoor toegepast bij incidenten die hebben geleid tot officiële laatste waarschuwing en op non actief stelling/verzoek om ontbinding.

Gestelde vertrouwensbreuk geldt tussen werknemer en leidinggevende en is, gezien de omvang van werkgever, een oplosbaar probleem.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0464
XpertHR.nl 2013-388371
XpertHR.nl 2011-365909
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAMA

SECTOR KANTON - LOCATIE AMSTERDAM

Kenmerk : EA 08-900

Datum : 11 juli 2008

550

Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op een verzoek als bedoeld in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek, ingediend door:

de stichting STICHTING REVALIDATIE CENTRUM AMSTERDAM

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam

verzoekster

nader te noemen RCA

gemachtigde: mr. A.C. Siemons

t e g e n:

[verweerster]

wonende te [woonplaats]

verweerster

nader te noemen [verweerster]

gemachtigde: mr. E. Brouwer

1. Het verloop van de procedure

RCA heeft op 14 mei 2008 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

[verweerster] heeft op 9 juni 2008 een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 12 juni 2008. RCA is verschenen bij [persoon 9],

[persoon 4] en [persoon 8] en haar gemachtigde. [verweerster] is verschenen, vergezeld door haar gemachtigde.

2. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

2.1. [verweerster], thans 47 jaar oud, is sedert 1 juli 1992 in dienst van RCA laatstelijk als verpleegkundige. Het brutosalaris bedraagt € 2.023,84 per maand exclusief vakantietoeslag en 5% eindejaarsuitkering.

2.2. Op 3 augustus 2007 vindt er een gesprek plaats tussen [verweerster], [persoon 1] en [persoon 2], naar aanleiding van het feit dat [verweerster] na haar vakantie op 1 augustus 2007 niet op haar werk verscheen (productie 2 bij verzoekschrift). Uit het verslag van dit gesprek volgt dat er met [verweerster] is gesproken over signalen van collega’s die te maken hebben met haar functioneren. [verweerster] gaf aan deze signalen te herkennen en afgesproken werd het functioneren van [verweerster] elke vier weken te evalueren.

2.3. Op 22 februari 2008 maakt [persoon 2] melding van een klacht van een revalidant die aangaf dat [verweerster] chaotisch overkomt.

2.4. Op 4 maart 2008 vindt er een gesprek plaats tussen [verweerster], [persoon 3] (dagcoördinator 1A), [persoon 2] ( dagcoördinator 1B) en [persoon 4] ( afdelingshoofd verpleging). Directe aanleiding voor dit gesprek is de klacht van de revalidant en de signalering dat [verweerster] nog altijd chaotisch overkomt. Van dit gesprek is een uitgebreid verslag gemaakt (productie 4 bij het verzoekschrift). Wederom wordt afgesproken dat het functioneren van [verweerster] maandelijks wordt geëvalueerd.

2.5. Bij brief van 17 maart 2008 brengt RCA verslag uit van een gesprek dat [persoon 5] op 13 maart 2008 voerde met [verweerster]. De aanleiding voor dit gesprek was een incident met collega[persoon 6] tijdens de avonddienst. Hoewel [verweerster] zich verweert tegen de verwijten en bezwaar maakt tegen het feit dat RCA verzuimd heeft om naar haar visie ter vragen, krijgt zij een ‘laatste officiële waarschuwing’. Ook wordt weer meegedeeld dat er een traject met [verweerster] zal worden uitgezet, waarbij er systematisch een terugkoppeling zal plaats vinden naar haar functioneren. Hierover zal het afdelingshoofd nadere afspraken met [verweerster] maken.

2.6. [verweerster] reageert op de verwijten in haar brief van 17 maart 2008 (productie 10 bij verzoekschrift).

2.7. Op 1 april 2008 vindt er een bespreking plaats tussen [verweerster], [persoon 7] (vertrouwenpersoon), [persoon 6], [persoon 3], [persoon 4] (afdelingshoofd en [persoon 8] ( adviseur P&O). Tijdens het gesprek wijst [verweerster] erop dat er naar aanleiding van het gesprek in augustus 2007 geen terugkoppeling heeft plaats gevonden, terwijl dit was afgesproken. Ook deelt [verweerster] mee dat zij erg verrast was door de brief van 17 maart 2008 waarin zij een officiële laatste waarschuwing krijgt, terwijl zij nog geen eerste waarschuwing had gehad. Afgesproken wordt dat [verweerster] aan de slag gaat met een aantal doelen en dat er regelmatig geëvalueerd wordt. [persoon 4] zegt toe dit op zich te nemen. Tevens wordt afgesproken dat een tweede gesprek zal plaats vinden tussen [verweerster], [persoon 6] en [persoon 4] om de werkrelatie te verhelderen en verbeteren.

2.8. Op 4 april 2008 vindt een gesprek plaats tussen [verweerster] en [persoon 4]. Afgesproken wordt dat het verbetertraject 4 maanden zal duren.

2.9. Bij brief van 11 april 2008 deelt RCA aan [verweerster] mee dat zij naar aanleiding van een gesprek op 10 april 2008 per direct vrijgesteld wordt van de verplichting haar werkzaamheden te verrichten en dat RCA het dienstverband gaat beëindigen. Aanleiding hiervoor is een stevig gesprek tussen [verweerster] en [persoon 3]. [verweerster] had ontdekt dat haar personeelsdossier in de huiskamer van RCA was achtergelaten door een leidinggevende en dat revalidanten hiervan kennis konden nemen. [verweerster] heeft schriftelijk haar excuses aangeboden aan [persoon 3] en begrip gevraagd voor haar (felle) reactie.

2.10. Bij brief van 10 april 2008 stelt [verweerster] zich beschikbaar voor werk.

2.11. Bij brief van 18 april 2008 reageert [verweerster] op het gespreksverslag van 4 maart 2008. Zij geeft aan zich niet te herkennen in de verslaglegging en stelt voor dat men haar eerst zo nodig op informele wijze aanspreekt, alvorens een verbetertraject in te gaan.

3. Het verzoek

3.1. RCA verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk behoort te eindigen. Daartoe stelt RCA - kort gezegd - dat RCA door het gedrag van [verweerster] geen vertrouwen meer heeft in een succesvolle samenwerking. Het verlies van het vertrouwen door het onacceptabele gedrag van [verweerster] vormt een wijziging van omstandigheden. De wijziging van omstandigheden is geheel aan [verweerster] te wijten, zodat er geen aanleiding is om een vergoeding toe te kennen.

4. Het verweer

4.1. [verweerster] betwist dat er sprake is van gewichtige redenen en verzet zich tegen de door RCA gevorderde ontbinding. [verweerster] verzoekt voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden om een vergoeding van € 110.972,16 bruto ten laste van RCA toe te kennen. [verweerster] voert hiertoe - samengevat - het volgende aan.

4.2. Na het gesprek op 3 augustus 2007 verkeerde [verweerster] in de veronderstelling dat zij erin geslaagd was haar functioneren te verbeteren. De afgesproken evaluatiegesprekken hebben niet plaats gevonden. Per 1 maart 2008 vond er een teamwissel plaats en werd [verweerster] werkzaam in unit 1A, in plaats van 1B. Dit betekende voor [verweerster] nieuwe revalidanten, nieuwe collega’s, nieuwe leidinggevenden en ander beleid. Het gesprek op 4 maart 2008 kwam onverwacht en het verslag ontving [verweerster] pas op 4 april 2008. Tijdens dit gesprek is [verweerster] geconfronteerd met een vermeende klacht, terwijl deze niet tijdig met haar was besproken. Op 1 april 2008 ontving [verweerster] allerlei verslagen van gesprekken, zonder dat zij in de gelegenheid is gesteld hierop te reageren. Ook wordt [verweerster] niet dan wel onvoldoende in de gelegenheid gesteld om te reageren op tegen haar geuite klachten of jegens haar gemaakte verwijten. De handelwijze van RCA is diffamerend en onzorgvuldig, te meer daar RCA haar niet in de gelegenheid heeft gesteld het afgesproken verbetertraject in te gaan en af te ronden. RCA heeft dit zonder gegronde redenen voortijdig afgebroken. [verweerster] is bijna 16 jaar in dienst bij RCA en heeft haar werk altijd naar tevredenheid verricht. Het meest recente jaargesprek dateert uit 2005 en was zeer positief. Nadien zijn er geen jaargesprekken meer gevoerd met [verweerster]. [verweerster] beroept zich ten slotte op de reflexwerking van het ontslagverbod tijdens ziekte.

5. De beoordeling

5.1. Hoewel RCA stelt dat het functioneren van [verweerster] sedert 2002 te wensen overlaat, heeft zij geen bescheiden overgelegd waaruit de juistheid van deze stelling volgt. Aangenomen wordt dan ook dat [verweerster] vanaf 1 juli 2002 tot medio 2007 naar tevredenheid als verpleegkundige heeft gefunctioneerd. Evenmin is gesteld of gebleken dat [verweerster] haar taken als verpleegkundige heeft veronachtzaamd dan wel anderszins onbekwaam heeft gehandeld. De kritiek die RCA heeft geuit heeft uitsluitend betrekking op het gedrag van [verweerster].

5.2. Dit gedrag is begin augustus 2007 onderwerp van gesprek. Met de toenmalige leidinggevende is toen een verbetertraject met een vier wekelijkse evaluatie afgesproken. [verweerster] stelt dat deze gesprekken nimmer hebben plaats gevonden. RCA verklaarde desgevraagd ter zitting dat er wel gesprekken hebben plaats gevonden met de toenmalige leidinggevende, maar dat hiervan geen verslagen zijn gemaakt. Over de frequentie, inhoud en gemaakte afspraken tijdens deze evaluatiegesprekken kon RCA desgevraagd echter geen concrete informatie geven. Nu RCA haar stelling niet dan wel onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd, wordt aangenomen dat RCA geen gevolg heeft gegeven aan de in augustus 2007 met [verweerster] gemaakte afspraak.

5.3. In de periode begin augustus 2007 tot 4 maart 2008 wordt [verweerster] niet aangesproken op haar gedrag/handelen/nalaten. Aangenomen wordt dan ook dat zich in deze periode geen bijzonderheden hebben voorgedaan. Vervolgens wordt een klacht, wat hier verder ook van zij, van een revalidant aangegrepen om met [verweerster] een gesprek te voeren over haar functioneren in het algemeen en stelt RCA op 4 maart 2008 wederom voor dat [verweerster] een verbetertraject in gaat. Uit het verslag van dit gesprek blijkt niet dat partijen over de invulling van dit verbetertraject concrete afspraken hebben gemaakt.

5.4. Nog voordat er een aanvang is gemaakt met dit verbetertraject, krijgt [verweerster] naar aanleiding van een verschil van mening met collega [persoon 6] tijdens een avonddienst onverwacht een ‘officiële laatste waarschuwing’ (brief van 17 maart 2008). Dit is opmerkelijk, aangezien gesteld noch gebleken is dat [verweerster] eerder gewaarschuwd was. Nog opmerkelijker is echter het feit dat RCA uitsluitend is afgegaan op de lezing van collega [persoon 6] en de leidinggevende en dat zij [verweerster] niet in de gelegenheid heeft gesteld haar visie op de gang van zaken tijdens deze avonddienst te geven. Eerst na herhaald verzoek van [verweerster] is er een afspraak gemaakt voor 1 april 2008. Tijdens dit gesprek kreeg [verweerster] 20 minuten de tijd om haar visie te geven. Deze gang van zaken is naar het oordeel van de kantonrechter niet zorgvuldig.

5.5. Een tweede incident (een stevige discussie met [persoon 3] over het personeelsdossier van [verweerster]) was voor RCA aanleiding om [verweerster] op non actief te stellen en beëindiging van het dienstverband na te streven. Naar het oordeel van de kantonrechter lag het op de weg van RCA alvorens een besluit te nemen met vergaande consequenties voor [verweerster], het beginsel van hoor en wederhoor toe te passen. Immers, indien de stelling van [verweerster] juist dat een leidinggevende haar personeelsdossier had achter gelaten in de woonkamer en revalidanten hiervan kennis hebben kunnen nemen, had [verweerster] gegronde redenen om verontwaardigd te zijn. Immers, een werkgever hoort zorgvuldig om te gaan met de persoonsgegevens van zijn werknemers. Daar komt bij dat met [verweerster] afgesproken was dat zij gedurende vier maanden feedback zou krijgen op de door RCA vastgestelde verbeterdoelen. Deze kans had zij - mede gelet op de duur van haar dienstverband - moeten krijgen.

5.6. Op grond van het voorgaande moet worden vastgesteld dat er thans onvoldoende grond is om het verzoek van RCA toe te wijzen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [verweerster] desgevraagd bevestigd dat haar voorkeur uitgaat naar het behoud van haar baan. RCA heeft desgevraagd aangegeven dat de vertrouwensbreuk onherstelbaar is en terugkeer van [verweerster] niet mogelijk is. Wat hier verder ook van zij, RCA is een organisatie met 500 werknemers. Voor zover er sprake is van een vertrouwensbreuk, heeft die uitsluitend betrekking op de relatie tussen [verweerster] en haar huidige leidinggevende(n). Niet valt in te zien dat dit probleem binnen de organisatie van RCA niet oplosbaar is. Daar komt bij dat de vele steunbetuigingen die [verweerster] heeft ontvangen, bewijzen dat de contacten tussen [verweerster] en haar directe collega’s goed zijn.

5.7. Nu het verzoek van RCA wordt afgewezen, wordt zij veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [verweerster].

6. De beslissing

De kantonrechter:

I. wijst het verzoek af;

II. veroordeelt RCA in de proceskosten aan de zijde van [verweerster] gevallen, te stellen op € 545,00 aan salaris van zijn gemachtigde, voor zover verschuldigd, inclusief BTW;

Aldus gegeven door mr. I. M. Vanwersch, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2008 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter