Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD6561

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-07-2008
Datum publicatie
08-07-2008
Zaaknummer
AWB 07/517 WET
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft in het kader van een heronderzoek verzocht om terug te komen op een eerder genomen besluit over de vaststelling van haar subsidie op grond van het Europees Vluchtelingenfonds. De rechtbank verklaart het beroep tegen de op dat verzoek genomen beslissing ongegrond, omdat aan dit verzoek geen nieuwe feiten en omstandigheden ten grondslag zijn gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Amsterdam

Sector Bestuursrecht

meervoudige kamer

UITSPRAAK

in het geding met reg.nr. AWB 07/517 WET

tussen:

de stichting Stichting Tweede Kans Computers, gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. M. Meijjer,

en:

de minister van Justitie

verweerder,

vertegenwoordigd door M.L. Poorter.

1. PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft op 31 januari 2007 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het besluit van verweerder van 15 januari 2007 (hierna: het bestreden besluit).

Het onderzoek is gesloten ter zitting van 5 juni 2008.

2. OVERWEGINGEN

Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor medefinanciering van het project “DUST, You always should have a second chance to make a new start” vanuit het Europees Vluchtelingenfonds.

Bij besluit van 20 april 2002 heeft verweerder aan eiseres een eenmalige bijdrage toegekend van € 75.000,-. Dit bedrag beslaat 50% van de totaal begrote subsidiabele kosten.

Op basis van de door eiser ingediende financiële eindverantwoording van het project heeft verweerder bij besluit van 13 juli 2004 het subsidiebedrag definitief vastgesteld op € 23.817,-. De vaststelling van de subsidie op een lager bedrag komt omdat verweerder in het bijzonder de door eiseres opgevoerde personeelskosten niet als subsidiabel heeft aangemerkt.

Het door eiseres tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet verschoonbare termijnoverschrijding. Tegen dit besluit heeft eiseres geen rechtsmiddelen aangewend.

Naar aanleiding van een – op grond van de Europese regelgeving – door Ernst & Young Accountants uitgevoerde controle en een daaropvolgend heronderzoek door verweerder van de financiële eindverantwoording heeft verweerder het definitieve subsidiebedrag bij besluit van 26 september 2006 (opnieuw) vastgesteld, thans op € 48.028,50. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Eiseres heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank overweegt als volgt.

In het kader van het heronderzoek heeft eiseres verzocht om terug te komen op het eerder genomen besluit over de vaststelling van de subsidie. Verweerder heeft naar aanleiding van dit verzoek wederom een besluit genomen waarbij de subsidie werd vastgesteld. Daarbij is de vaststelling op een hoger bedrag uitgekomen, omdat verweerder thans een gedeelte van de door eiseres opgevoerde personeelskosten alsnog subsidiabel heeft geacht.

Indien een bestuursorgaan, na een eerder besluit waarbij een betrokkene niet geheel tegemoet is gekomen, een besluit van gelijke strekking neemt, kan betrokkene door het instellen van beroep tegen het laatste besluit niet bereiken dat de bestuursrechter dat besluit toetst, als ware het gericht tegen het eerdere besluit. Dit uitgangspunt geldt niet alleen voor besluiten genomen naar aanleiding van een nieuwe aanvraag, maar ook voor besluiten op een verzoek om terug te komen van een al dan niet op aanvraag genomen besluit. Slechts indien en voor zover betrokkene in de bestuurlijke fase nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd, kan de bestuursrechter dat besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen, toetsen.

Onder nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden moeten worden begrepen feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die betrokkene niet vóór dat besluit kon en dus behoorde aan te voeren, alsmede bewijsstukken van al eerder gestelde feiten of omstandigheden die betrokkene niet vóór het nemen van het eerdere besluit kon en dus behoorde over te leggen.

De rechtbank stelt vast dat eiseres, zoals zij ook ter zitting heeft erkend, aan haar verzoek aan verweerder om terug te komen op het eerdere besluit van 13 juli 2004 tot vaststelling van de subsidie geen nieuwe feiten en omstandigheden ten grondslag heeft gelegd.

Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan behandeling van de door eiseres aangevoerde gronden, zodat deze gronden niet kunnen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit.

De rechtbank zal het beroep dan ook ongegrond verklaren.

3. BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 1 juli 2008 door mr. J.P. Smit, voorzitter, en mrs. L.H. Waller en C.A.E. Wijnker, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.H. Broier als griffier, en bekendgemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

De griffier, De voorzitter,

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State te ‘s-Gravenhage.

Afschrift verzonden op:

DOC: B