Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD5720

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-04-2008
Datum publicatie
30-06-2008
Zaaknummer
392961
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ruilverkaveling, bezwaar tegen lijst der geldelijke regelingen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

____________________________________________________________________________ __

RECHTBANK AMSTERDAM

Meervoudige civiele kamer

Vonnis van 16 april 2008

in de zaak met nummer 392961 / HA ZA 08.0793 van:

1. A

2. B

beiden wonende te ( woonplaats ),

r e c l a m a n t e n,

raadsman mr. C.M.E. Verhaegh,

t e g e n:

de LANDINRICHTINGSCOMMISSIE in de herinrichting "Amstelland"

kantoorhoudende te Utrecht.

Partijen worden hierna C en de Commissie genoemd.

De procedure

1. C hebben onder nummer 37 bezwaar gemaakt bij de Commissie tegen de Lijst der geldelijke regelingen in de Herinrichting Amstelland. Bij de behandeling van het bezwaar door de rechter-commissaris hebben partijen op 17 januari 2008 hun standpunt toegelicht. Nadat de rechter-commissaris het bezwaar op de voet van de artikelen 216 en 178 lid 2 van de Landinrichtingswet (oud) (hierna: Lw) heeft verwezen naar de rechtbank, is de zaak ter zitting van 18 maart 2008 behandeld. Bij die gelegenheid hebben partijen hun standpunt toegelicht, ieder aan de hand van een pleitnotitie, en is door C een afschrift overgelegd van een notariële akte van verkrijging. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt dat zich bij de stukken bevindt. Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

De feiten

2. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten:

a. C hebben in de herverkaveling ingebracht een huisperceel, kadastraal bekend gemeente Ouder Amstel, nummer D 1702G, met een oppervlakte volgens de kadastrale gegevens van 660 m², in de stukken weergegeven als volgt:

b. C hebben twee percelen toegedeeld gekregen, kadastraal bekend gemeente Ouder Amstel, nummer 045007A (hierna: het oeverlandje) en nummer 045109 (hierna; de huiskavel), met een totale oppervlakte volgens de kadastrale gegevens van 690 m², in de stukken weergegeven als volgt:

c. De inbreng van C heeft volgens de Lijst der geldelijke regelingen een waarde van 2.079 punten (inclusief 1% korting) en de toedeling een waarde van 2.100 punten.

d. In de Lijst der geldelijke regelingen is zowel het saldo voor de verrekenposten als voor de basiskosten op nihil gesteld.

e. C hadden het perceel dat is ingebracht op 4 augustus 1999 geleverd gekregen. In de akte van levering is, voor zover hier van belang, opgenomen dat zij hebben gekocht:

[...] het pand, plaatselijk bekend te …, kadastraal bekend gemeente Ouder-Amstel, …, groot zes are zestig centiare [...].

De bezwaren en de standpunten van partijen

3. C vragen de rechtbank:

- het nieuw gevormde perceel gelegen aan de …, totaal groot 95 m²) terug te geven of hiervoor een schadevergoeding te geven ter grootte van de ingebrachte taxatie, vermeerderd met de gemaakte advocaatkosten;

- opdracht te geven tot het vestigen van een erfdienstbaarheid;

- te bevestigen dat de meter tuin aan weerszijden van de weg als zodanig kan blijven worden ingericht;

- te bevestigen dat het gehele oeverland een ononderbroken geheel uitmaakte met het gehele perceel dat op 4 augustus 1999 is verkregen en dat de grens lag direct na de waterkant.

4. C voeren daartoe aan dat zij op 4 augustus 1999 een aaneengesloten perceel in eigendom hebben verkregen, zoals aangegeven op een aan de onder 2 e genoemde akte gehechte tekening, inclusief het weggedeelte met de bermen en doorlopende tot aan het water. Door de herinrichting zijn C het weggedeelte kwijtgeraakt met een oppervlakte van 60 m², alsmede een strook grond als berm aan beide zijden van de weg, met een totale oppervlakte van 35 m². De weg met bermen is in het kader van het Begrenzingenplan toebedeeld aan het Hoogheemraadschap. Door de herinrichting is hun aaneengesloten perceel gedeeld in twee stukken.

5. C menen dat er ten onrechte geen geldelijke vergoeding is opgenomen onder de verrekenposten in de Lijst der geldelijke regeling. Het verlies van 95 m² aan grond dient te worden gecompenseerd als volgt:

- 60 m² voor het verlies aan de weg à € 10,-- per m² € 600,--

- 35 m² voor het verlies van de tuin à € 1.200,-- per m² € 42.000,--

Totaal € 42.600,--

Ter nadere onderbouwing wijzen C op een overgelegd taxatierapport van Nadorp Bedrijfsmakelaars en op recente transacties van verkochte woningen langs de Holendrechterweg, waar voor tuingrond € 1.200 per m² werd betaald. Namens de commissie is ook erkend dat het gedeelte waarop de weg is gesitueerd waarde heeft. C voeren verder nog aan dat zij als gevolg van de herinrichting nog andere kosten hebben moeten maken, zoals voor de aanleg van een talud (€ 7.500,--), juridische bijstand (€ 5.561,30), tuinhek en oprijlaan (€ 1.500,--) en de aanleg van een steiger

(€ 7.500,--).

6. Verder dient er, aldus C, op kosten van de Commissie, althans van de overheid, een erfdienstbaarheid (van overpad) te worden gevestigd ten laste van de weg en ten behoeve van het oeverlandje en de huiskavel. Het openbare karakter van de weg kan immers te allen tijde aan de weg worden ontnomen en C dienen steeds hun percelen te kunnen bereiken. Tevens dient een erfdienstbaarheid te worden gevestigd die C het recht geeft aan allebei de zijden van de weg een strook grond van één meter breed te gebruiken als tuin. Mondeling is al toegezegd dat de strook grond van één meter langs de weg als tuin mag blijven worden gebruikt, aldus C

7. De Commissie concludeert tot afwijzing dan wel niet ontvankelijkheid van hetgeen Cvragen. Het weggedeelte is op basis van het Begrenzingenplan toebedeeld aan de gemeente Ouder-Amstel, aldus de commissie, en dat vindt op grond van artikel 133 lid 5 Lw plaats zonder geldelijke vergoeding. De Commissie is derhalve niet verplicht het verlies van het weggedeelte financieel te compenseren. De stook grond (van één meter) behoort tot de weg, aldus de Commissie. De Commissie betwist de door C genoemde schadeposten. Van waardevermindering is ook geen sprake omdat het feitelijke gebruik van het perceel voor C niet is veranderd. De Commissie betwist ook dat het perceel van C bij de inbreng doorliep tot aan het water. Met de toedeling van een extra deel van het oeverlandje (tot aan het water) zijn C er in feite op vooruit gegaan.

8. In deze fase van de procedure kunnen geen veranderingen in eigendomsrechten of zakelijke rechten meer aan de orde worden gesteld, aldus de Commissie. Dit bezwaar is derhalve niet ontvankelijk. Bovendien is het vestigen van een erfdienstbaarheid (van weg) overbodig, omdat beide percelen van C zijn ontsloten aan de openbare weg. De Commissie betwist dat zij heeft toegezegd dat C de strook grond aan beide zijden van de weg zouden mogen blijven gebruiken.

Beoordeling

9. Het weggedeelte is op basis van het zogenoemde Begrenzingenplan (artikel 133 Landinrichtingwet) toebedeeld aan het Hoogheemraadschap als eigenaar en de gemeente Ouder Amstel als wegbeheerder. Dit Begrenzingenplan staat (juridisch) vast en valt dan ook buiten de toedeling, zodat, anders dan C verlangen, het weggedeelte niet kan worden teruggegeven.

10. Bij de vordering om schadevergoeding gaat het om de vraag of en zo ja in welke mate sprake is van waardeverandering, zoals bedoeld in artikel 210 lid 1 aanhef en onder a Lw. Die waardeverandering zou volgens C in dit geval bestaan uit het verlies van het weggedeelte en de strook grond van één meter aan beide zijden daarvan, ter grootte van totaal 95 m². Uitgangspunt bij de vaststelling of waardeverandering is opgetreden is het - inmiddels vaststaande - Plan van toedeling. Daaruit blijkt dat 660 m² is ingebracht en 690 m² is toebedeeld, zodat in die zin niet kan worden gezegd dat C erop achteruit zijn gegaan. De waarde van de inbreng en van de toedeling is, zonder de wettelijke korting van 1%, in punten ook gelijk. De overige door C nog genoemde kosten voor de aanleg van een talud, tuinhek, oprijlaan en de aanleg van een steiger zijn in de schadeopstelling van C niet opgenomen en kunnen derhalve buiten beschouwing blijven. Bovendien is niet toegelicht dat en op welke wijze die kosten verband houden met de Herinrichting.

11. De stelling van C dat het deel van het oeverlandje (tot aan het water) bij de inbreng reeds hun eigendom was en dus ook is ingebracht in de Herinrichting, wordt verworpen. Zoals reeds is opgemerkt heeft het vaststaande Plan van toedeling als uitgangspunt te dienen. Daar komt bij dat uit de onder 2e genoemde akte ook niet blijkt dat het geleverde perceel doorliep tot aan het water. Er wordt in de notariële akte gesproken van een perceel ter grootte van 660 m², zonder een verwijzing naar de bij die akte behorende kaart en zonder omschrijving van een exacte vorm of ligging. Voor zover eigendomsverhoudingen al onjuist zouden zijn weergegeven had dit bij de vaststelling van die rechten volgens artikel 161 Lw aan de orde gesteld moeten worden. C hebben op 4 augustus 1999 het perceel in eigendom verkregen van hun rechtsvoorganger, nadat de Lijst van rechthebbenden al geruime tijd vaststond, en hun rechtsvoorganger heeft destijds kennelijk geen aanleiding gezien bezwaar te maken tegen de in die Lijst weergegeven eigendomsverhoudingen.

12. Uit het voorgaande vloeit voort dat C geen aanspraak kunnen maken op schadevergoeding. Tevens volgt daaruit dat niet kan worden bevestigd dat het gehele oeverlandje een ononderbroken geheel uitmaakte met het gehele perceel dat op 4 augustus 1999 is verkregen en dat de grens lag direct na de waterkant, nog daargelaten dat dit in dit procedure niet kan.

13. De rechtbank zal ook niet bevestigen dat de meter tuin aan weerszijden van de weg als zodanig kan blijven worden ingericht. Een dergelijke beslissing kan in het kader van de Lijst der geldelijke regelingen niet worden genomen. Het gedeelte aan weerszijden van de weg (één meter breed) moet geacht worden in het kader van het Begrenzingenplan al te zijn toebedeeld aan het Hoogheemraadschap. De zeggenschap over deze stroken ligt derhalve bij het Hoogheemraadschap of de gemeente.

14. Tenslotte zal ook geen opdracht worden gegeven tot het vestigen van een erfdienstbaarheid. In deze fase van de Herinrichting is het niet mogelijk om zakelijke rechten te vestigen. Het gaat bij de Lijst der geldelijke regelingen alleen om de financiële afwikkeling. Daar komt bij dat van de noodzaak tot het vestigen van een erfdienstbaarheid in verband met de bereikbaarheid van de percelen niet is gebleken. Beide percelen van C liggen immers aan de openbare weg. Dat die weg het openbare karakter zal kunnen verliezen, zoals C nog opmerken, ligt niet voor de hand. C hebben ter zitting ook uiteengezet dat die weg al honderden jaren openbaar is en zonder nadere aanwijzingen - die ontbreken - is er geen reden om aan te nemen dat daar op termijn verandering in zal komen.

15. Het bezwaar van C tegen de Lijst der geldelijke regelingen dat is gericht op het verkrijgen van schadevergoeding is op grond van het voorgaande ongegrond en de overige bezwaren zijn niet ontvankelijk. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen C worden veroordeeld tot betaling van het verschuldigde griffierecht. Er is geen reden tot vergoeding van kosten voor juridische bijstand.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart de bezwaren van C gedeeltelijk niet ontvankelijk en voor het overige ongegrond;

- veroordeelt C tot betaling van € 254,-- aan griffierecht.

Gewezen door mrs. A.J. Beukenhorst, voorzitter, A.C.A. Wildenburg en W.A.H. Melissen, leden van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.