Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD5717

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-01-2008
Datum publicatie
30-06-2008
Zaaknummer
386419
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ruilverkaveling, bezwaar tegen lijst der geldelijke regelingen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

_____________________________________________________________________ __

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, meervoudige kamer

zaaknummer / rolnummer 386419 / HA ZA 07.3404

Herinrichting Amstelland

Bezwaarnummer 96 tegen de Lijst der geldelijke regelingen

Vonnis van 9 januari 2008

in de zaak van:

A,

wonende te ( woonplaats ),

r e c l a m a n t,

t e g e n:

de LANDINRICHTINGSCOMMISSIE in de Herinrichting Amstelland,

kantoorhoudende te Utrecht

Partijen worden hierna A en de Commissie genoemd.

Verloop van de procedure

1. A heeft onder nummer 96 bezwaar gemaakt bij de Commissie tegen de Lijst der geldelijke regelingen (hierna: de Lijst) in de Herinrichting Amstelland. De Commissie heeft het bezwaar van Van der Toorn niet kunnen oplossen en het proces-verbaal van de behandeling daarvan op de voet van artikel 216 en 174 Landinrichtingswet (oud) (hierna: Lw) aan de rechter-commissaris gezonden. Bij de behandeling van het bezwaar door de rechter-commissaris op 25 oktober 2007 hebben partijen hun standpunt toegelicht. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Nadat de rechter-commissaris het bezwaar op de voet van de artikelen 178 lid 2 Lw heeft verwezen naar de rechtbank, is de zaak ter zitting van 13 december 2007 behandeld. Bij die gelegenheid hebben partijen hun standpunt opnieuw toegelicht, de Commissie aan de hand van een pleitnotitie. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt dat zich bij de stukken bevindt. Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

De bezwaren en de gronden

2. A voert samengevat de volgende bezwaren aan:

a. Er is na herinrichting geen sprake van een geringe verbetering van zijn kavels ten opzichte van daarvoor, zodat ten onrechte 67 punten in de Lijst zijn opgenomen.

b. Er is geen sprake van een verbeterde waterafvoer bij en rondom zijn kavels (het is er juist slechter op geworden), zodat hiervoor ten onrechte 53,7 punten in de Lijst zijn opgenomen.

3. Ter nadere toelichting van het bezwaar onder a. stelt A dat hij vóór de herinrichting onder meer de beschikking had over één lange rechte kavel achter zijn huiskavel, die relatief gemakkelijk was te bewerken. Na de toedeling is die kavel opgesplitst, zodanig dat een deel (nog) achter de huiskavel licht maar een ander deel daarnaast is gesitueerd. Hierdoor is de bewerking moeilijker geworden. De ligging van de nieuwe kavels oogt op het eerste gezicht wellicht beter dan vóór de herinrichting, maar de praktijk heeft uitgewezen dat de bewerking moeilijker is. Dat komt onder meer doordat de oude kavel vier hoeken had en thans op kavels wordt gewerkt met acht hoeken.

4. Met betrekking tot het bezwaar onder b. stelt A dat de waterhuishouding is verslechterd, doordat er verstoppingen optreden bij een aantal opnieuw aangelegde dammen. De waterhuishouding is ook gedeeltelijk omgelegd waardoor de afvoer door andere sloten moet plaatsvinden dan eerst het geval was. Die sloten zijn smaller en ook moet het water gedeeltelijk door een buis. Dat gaat problemen geven, aldus A. Bovendien worden de sloten op en rond zijn kavels niet frequent genoeg schoongemaakt.

Standpunt van de Commissie

5. De Commissie voert met betrekking tot het eerste bezwaar aan dat er wel degelijk sprake is van een geringe verbetering, nu de toebedeelde kavels dichter bij de bedrijfsgebouwen liggen ten opzichte van de inbreng. Er moet niet alleen worden gekeken naar één aspect - de andere wijze van maaien - maar ook naar het geheel. Bij de herinrichting is een langwerpige kavel gesplitst, aan de zijkant is er een perceel bijgekomen en een sloot is gedempt. Aldus is er een goed bewerkbaar groot perceel ontstaan. Er heeft over het geheel genomen kavelconcentratie en afstandverkorting plaatsgevonden, aldus de Commissie.

6. Er is eveneens sprake van een matige verbetering van de waterhuishouding, aldus de Commissie. In overleg met het Hoogheemraadschap zijn maatregelen genomen en is de drooglegging aangepast aan landbouwkundige eisen. Zo heeft het gemaal van de polder een grotere capaciteit gekregen, zijn tochten verbreed en nieuwe kunstwerken en waterlopen aangelegd. Hierdoor is de aan- en afvoercapaciteit geoptimaliseerd en vergroot. De huidige klachten zijn van tijdelijke aard omdat het waterpeil nog niet is ingeregeld. Dit gebeurt als alle bestekwerkzaamheden zijn afgerond in het voorjaar van 2008. Tegen het eind van 2008 zal een lager peil voor de polder een feit zijn, aldus de Commissie.

Beoordeling

7. Een van de doelstellingen van het Landinrichtingsplan Amstelland van 18 januari 1994, is de verbetering van de verkavelingtoestand van agrarische bedrijven, waarbij met name een maximale samenvoeging van de grond bij de bedrijfsgebouwen wenselijk is geacht. De inbreng van A zag er als volgt uit.

De toedeling aan van A is als volgt.

Uit deze weergave van inbreng en toedeling blijkt in voldoende mate dat, wat betreft vorm, grootte en kavelconcentratie, minstens in geringe mate sprake is van verbetering ten opzichte van de inbreng. Hoewel er een enigszins vertekend beeld zou kunnen ontstaan doordat sprake is van overbedeling, is duidelijk dat de kavels beter rondom het bedrijf zijn gesitueerd en thans één geheel vormen. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van verbetering dient niet alleen te worden gekeken naar de mogelijkheden voor de bewerking (de vorm), maar ook naar andere aspecten, zoals concentratie, grootte en bereikbaarheid van de kavels. Voor zover de bewerking van de kavels al moeilijker is geworden, zoals A stelt, is dat, gelet op overige verbeteringen in concentratie, grootte en bereikbaarheid niet zodanig dat niet kan worden gesproken van een geringe verbetering. Blijkens de Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur, en Voedselkwaliteit van 11 oktober 2006 (Staatscourant 16 oktober 2006, nr 201/blz 22; hierna: de Ministeriële regeling) kan de eventuele verbetering op dit punt worden vastgesteld in vijf klassen van 0 tot en met 40 punten per hectare, met intervallen van 10 punten. In dit geval heeft de Commissie de geringste verbetering vastgesteld (10 punten per hectare), hetgeen gelet op het voorgaande verdedigbaar is. Het eerste bezwaar van A wordt daarom afgewezen.

8. Het Landinrichtingsplan gaat voor de polder De Ronde Hoep uit van een peilverlaging van tussen 5 en 25 centimeter. De Commissie voert aan dat hiertoe het gemaal van de polder een grotere capaciteit heeft gekregen, dat ten behoeve van de gehele polder waterlopen zijn verbeterd en/of werkzaamheden nog zullen worden voltooid. Deze verbeteringen voor de gehele polder - waarin ook de kavels van A zijn gelegen - zijn verder niet betwist. Ter zitting is door A uiteen gezet dat de waterhuishouding bij en rondom zijn kavels (nog) niet is zoals dat zou moeten zijn, doch de rechtbank is niet ervan overtuigd dat sprake is van een situatie waarvoor de Commissie verantwoordelijk is. De klachten van A vloeien blijkens zijn toelichting voort uit plaatselijke factoren, zoals de aanleg van dammen door derden met een te beperkte waterdoorvoer en het niet schoonhouden van sloten. Handhaving van de eisen die gelden voor de aanleg van dammen (met een voldoende waterdoorlaat) en het regelmatig onderhouden van de sloten en waterdoorgangen (het schouwen) is echter voorbehouden aan het Waterschap. Daar staat de Commissie in beginsel buiten. Voor het overige zijn de werkzaamheden voor de waterhuishouding nog niet helemaal voltooid en is - naar de Commissie onweersproken aanvoert - in 2008 te verwachten dat een lager peil wordt bereikt. De bezwaren van A bestaan ook voor een deel uit de verwachting van zijn kant dat de waterafvoer tekort zal schieten, maar zeker is dat geenszins, gelet ook op uitgevoerde capaciteitsvergroting. De Ministeriële regeling verdeelt de eventuele verbetering van de waterhuishoudkundige toestand in drie klassen, van respectievelijk 0, 8 en 16 punten per hectare. In dit geval heeft de Commissie een matige verbetering vastgesteld (8 punten per hectare), hetgeen gelet op de door de Commissie genoemde werkzaamheden en de (uiteindelijk) te bereiken peilverlaging verdedigbaar is. Daarbij zal door A langs ander weg - via het waterschap - moeten worden bereikt dat verbetering van waterdoorlating bij de door derden aangelegde dammen plaatsvindt en regelmatige schoonmaak van sloten en waterdoorgangen. Gelet op het voorgaande wordt ook het tweede bezwaar van A afgewezen.

9. Als de in het ongelijk gestelde partij zal A worden veroordeeld tot betaling van het verschuldigde griffierecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart de bezwaren van A ongegrond;

- veroordeelt A tot betaling van € 251,-- aan griffierecht.

Gewezen door mrs. A.J. Beukenhorst, voorzitter, A.C.A. Wildenburg en W.A.H. Melissen, leden van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 januari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.