Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD5706

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-03-2008
Datum publicatie
30-06-2008
Zaaknummer
387542
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Beschikking, verzoek tot ontslag stichtingbestuurders en benoeming nieuwe bestuurders

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 298
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2008/569
AR-Updates.nl 2008-0426
JRV 2008, 775

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 387542 / HA RK 07-772

Beschikking van 13 maart 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAUTE MANAGEMENT (THE NETHERLANDS) B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

procureur mr. F.J. Schoute,

tegen

1. A,

wonende te ( woonplaats ),

verweerder,

procureur mr. J.N.T. van der Linden,

2. B,

wonende te ( woonplaats ),

belanghebbende,

niet verschenen,

3. C,

wonende te ( woonplaats ),

verweerster,

procureur mr. J.N.T. van der Linden,

4. de stichting

STICHTING BEHEER DERDENGELDEN CAUTE,

gevestigd te Amsterdam,

belanghebbende,

niet verschenen.

Verzoekster wordt hierna Caute NL genoemd, verweerders en belanghebbenden worden hierna A, B, C en de Stichting genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 28 december 2007,

- het verweerschrift zijdens A en C van 26 februari 2008,

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling die op 27 februari 2008 heeft plaatsgevonden en de daarin genoemde stukken.

2. De beoordeling

2.1. Het verzoekschrift strekt tot ontslag van A, B en C als bestuurders van de Stichting en de vervulling van de ledige plaatsen in het bestuur van de Stichting in de zin van art. 2:299 Burgerlijk Wetboek (BW). Bij brief van 13 februari 2008 heeft mr. Schoute meegedeeld de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening alsmede het jegens B ingestelde verzoek tot ontslag in te trekken.

2.2. De statuten van de Stichting houden, voor zover hier van belang, het volgende in: Artikel 2

1. De stichting heeft ten doel:

a het in opdracht van cliënten van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: van Doorn Management (The Netherlands) B.V. (…) (hiernate noemen: “de vennootschap”) en/of haar groeps- en dochtermaatschappijen ontvangen van gelden en andere vermogenswaarden;

(…)

Artikel 3

1. De stichting wordt bestuurd door een bestuur bestaande uit minimaal drie personen. (…)

2. Het bestuur benoemt de bestuursleden.

3. Tot bestuursleden kunnen alleen worden benoemd:

- zij die werkzaam zijn bij de vennootschap;

- danwel zij die statutair bestuurder van de vennootschap zijn.

(…)

Artikel 7

Een bestuurder defungeert:

(…)

c. door zijn/haar ontslag door de rechtbank;

d. zodra hij/zij niet meer voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3 id 3.

2.3. Van Doorn Management (the Netherlands) B.V. is thans genaamd Caute Management (the Netherlands) B.V., zijnde verzoekster Caute NL. Vanaf de oprichting van de Stichting op 23 november 2005 zijn A, B en C bestuurders geweest. A en B waren tot 31 december 2007 bestuurders van en tot 20 november 2007 werkzaam bij Caute NL. C is nooit bestuurder van of werkzaam geweest bij Caute NL. Per 31 december 2007 is B teruggetreden als bestuurder van de Stichting en is hij als zodanig uitgeschreven uit het register van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam.

2.4. Caute NL legt aan haar verzoeken ten grondslag dat A en C (thans) niet (meer) voldoen aan de in artikel 3 lid 3, jo artikel 7 van de statuten van de Stichting opgenomen voorwaarde om als bestuurder van de Stichting te kunnen fungeren. Zij hebben evenwel geweigerd vrijwillig terug te treden als bestuurder, zodat Caute NL zich thans genoodzaakt ziet de rechter te verzoeken hen op de voet van het bepaalde in artikel 2:298 lid 1, aanhef en onder a BW te ontslaan. Zij verzoekt de rechtbank voorts, nu bij toewijzing van het verzochte ontslag door de rechtbank een bestuur van de Stichting geheel ontbreekt, te voorzien in de vervulling van de aldus ontstane ledige plaatsen, door de heer D en de heer E - beiden niet in loondienst werkzaam bij Caute NL - tot bestuurders te benoemen. Deze zullen op hun beurt overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 lid 2, de door de statuten voorgeschreven derde bestuurder kunnen benoemen.

2.5. A en C voeren verweer en betogen daartoe – kort gezegd - dat Caute NL geen belanghebbende is nu de Stichting feitelijk geen gelden beheert voor cliënten van Caute NL, maar voor cliënten van de Caute Group. Om die reden zou ook feitelijk geen strijd bestaan met het bepaalde in artikel 3 lid 3, jo artikel 7 van de statuten omdat A en C wel werkzaam zijn voor de Caute Group. Het verzoek tot ontslag kan niet meer worden toegewezen nu de bestuurders ingevolge artikel 7 van de statuten reeds zijn gedefungeerd op de grond dat zij niet (meer) werkzaam zijn bij Caute NL. Tot slot verzetten A en C zich tegen de benoeming van E en de aan hem gelieerde D omdat gevreesd moet worden dat zij aan de haal zullen gaan met de door de Stichting beheerde gelden van derden.

2.6. De rechtbank stelt vast dat uit de statuten blijkt dat de Stichting ten doel heeft het in opdracht van cliënten van Caute NL en/of haar groeps- en dochtermaatschappijen ontvangen van geld en andere vermogenswaarden. Dat zij zulks in het geheel niet (meer) zou doen, gaan doen of hebben gedaan, is door A en C onvoldoende concreet onderbouwd. Caute NL is dan ook belanghebbende bij de door haar gedane verzoeken. Dat de Stichting slechts in opdracht van cliënten van de Caute Group - wat die ook moge omvatten - gelden zou ontvangen is al evenmin komen vast te staan, zodat niet kan worden aanvaard dat A en C door werkzaam te zijn voor de Caute Group, hoewel niet formeel in ieder geval wel materieel aan het vereiste van artikel 3 lid 3 van de statuten voldoen. De tekst van de statuten is helder en laat op dit punt ook geen ruimte voor de door A en C bepleite ruime uitleg van artikel 3 lid 3.

Vaststaat dat A en C geen bestuurder (meer) zijn van, of werkzaam zijn bij Caute NL. Door desalniettemin - naar Caute NL onbetwist heeft gesteld - niet terug te treden als bestuurder handelen zij in strijd met de statuten van de Stichting. Het verzoek hen als bestuurder van de Stichting te ontslaan zal om die reden worden toegewezen.

2.7. Ten aanzien van de door Caute NL verzochte benoeming van E en D geldt dat zij - naar Caute NL onbetwist heeft gesteld - werkzaam zijn bij Caute NL en aldus voldoen aan de statutaire vereisten voor benoeming. Dat zij aan de haal zullen gaan met de door de Stichting beheerde gelden van derden, zoals door A en C gesteld, is niet met concrete feiten of omstandigheden onderbouwd en kan om die reden niet aan hun benoeming tot bestuurder in de weg staan. Met de benoeming van D en E tot bestuurders van de Stichting zal weer op de in de statuten van de Stichting voorziene wijze in de verdere benoeming van een voltallig, uit tenminste drie personen bestaand bestuur kunnen worden voorzien. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het verzoek tot benoeming van E en D in beginsel voor toewijzing vatbaar is.

2.8. Uit de door Caute NL in het geding gebrachte stukken blijkt echter niet dat E en D ook bereid zijn een eventuele benoeming tot bestuurder van de Stichting te aanvaarden. De rechtbank zal de beslissing op het verzoekschrift daarom twee weken aanhouden, opdat Caute NL stukken zal kunnen overleggen waaruit die bereidheid blijkt, waarna de rechtbank tot benoeming zal overgaan. Voor het geval niet mocht blijken van de bereidheid van E en/of D hun voorgenomen benoeming tot bestuurder van de Stichting te aanvaarden zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich over eventuele alternatieve kandidaten uit te laten, waarna de rechtbank, bij gebreke van overeenstemming desnodig ambtshalve twee bestuurders zal benoemen.

2.9. Alle overige beslissingen worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. bepaalt dat Caute NL voor 27 maart 2008 stukken aan de rechtbank kan doen toekomen waaruit blijkt dat E en/of D bereid zijn een benoeming tot bestuurder van de Stichting te aanvaarden;

3.2. houdt ieder verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2008.?