Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD4563

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-06-2008
Datum publicatie
18-06-2008
Zaaknummer
831715 CV EXPL 06-37372
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

wet gelijke behandeling; indirect onderscheid op grond van geslacht?

werkgever heeft tegemoetkoming ziektekostenpremie aan particulier verzekerden in stand gelaten,

nadat,door wetswijziging, het onderscheid ziekenfonds/particulierverzekerden was vervallen.

ongeoorloofd onderscheid, nu in de groep van voormalig particulierverzekerden mannen oververtegenwoordigd zijn.

geen objectieve rechtvaardigingsgrond; voor iedere arbeidsvorwaarde moet gelijke behandeling zijn gewaarborgd.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 646
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2008/121
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 831715 CV EXPL 06-37372

Vonnis van: 22 november 2007

481

Vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiseres]

wonende te Amstelveen

eiseres

nader te noemen [eiseres]

gemachtigde: mr. S.N. Ketting

t e g e n

KANTORENHUIS N.V.

gevestigd te Amstelveen

gedaagde

nader te noemen Kantorenhuis

gemachtigde: mr. E. Nunes

VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 24 mei 2007 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis is er een comparitie van partijen geweest op 5 juli 2007. Partijen hebben toen nadere inlichtingen verstrekt. Daarna heeft Kantorenhuis bij akte een overzicht van haar arbeidsvoorwaarden 2005, 2006 en 2007 in het geding gebracht. [eiseres] heeft daarop bij akte gereageerd.

De zaak staat thans weer voor vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. De inhoud van het tussenvonnis van 24 mei 2007 geldt als hier overgenomen.

BEOORDELING

2. De kantonrechter stelt voorop dat het oordeel van de CGB van 21 april 2006 niet bindend is en geen rechtskracht heeft. De kantonrechter zal dus in volle omvang moeten toetsen of in dit geval Kantorenhuis in strijd handelt met de gelijke behandelingswetgeving, meer in het bijzonder met artikel 7: 646 B.W.

3. Nu een volledige toetsing plaats vindt heeft Kantorenhuis onvoldoende belang bij haar bezwaren tegen de wijze waarop de CGB de procedure heeft laten plaatsvinden. Die bezwaren behoeven dan ook geen bespreking.

4. In het geding is de vraag of Kantorenhuis indirect onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht door (in 2006) alleen een tegemoetkoming in de ziektekosten te verstrekken aan werknemers die vóór 1 januari 2006 niet krachtens de Zfw waren verzekerd. Voorts is aan de orde de vraag of Kantorenhuis een dergelijk onderscheid ook thans nog maakt; zij stelt dat per 1 januari 2007 de aparte tegemoetkoming in de ziektekosten is afgeschaft in het licht van de totale herziening van de arbeidsvoorwaarden van alle werknemers bij Kantorenhuis.

5. Indirect onderscheid naar geslacht doet zich voor wanneer door een bepaald criterium of voorschrift met name personen van een bepaald geslacht worden getroffen.

6. Volgens [eiseres] benadeelt Kantorenhuis in overwegende mate vrouwen door alleen een tegemoetkoming in de ziektekosten te verstrekken aan werknemers die vóór 1 januari 2006 particulier verzekerd waren.

7. Tussen partijen is niet in geschil dat Kantorenhuis twaalf werknemers in dienst heeft: zeven vrouwen en vijf mannen. De groep met een inkomen boven de ziekenfondsgrens bestaat uit vijf mannen en een vrouw. De groep verplicht Zfw-verzekerden bestaat uit zes vrouwen.

8. De tegemoetkoming ziektekosten is een arbeidsvoorwaarde in de zin van artikel 7:646 lid 1 B.W. Het is geen functiespecifieke arbeidsvoorwaarde, nu het toekennen van de tegemoetkoming niet rechtstreeks met de functie verband houdt, doch enkel met de hoogte van het salaris in verband met de Zfw-loongrens.

9. Aan Kantorenhuis kan worden toegegeven dat alleen vrouwelijke werknemers die gelijke of nagenoeg gelijke arbeid verrichten als hun mannelijke collega’s, recht hebben op gelijke beloning. Ten deze gaat het beroep van Kantorenhuis op artikel 141 EG-Verdrag en artikel 7 WGBMV evenwel niet op, nu de tegemoetkoming in de ziektekosten los staat van een specifieke functie, en in die zin het beginsel “gelijk loon voor gelijke arbeid” niet aan de orde is. Daarmee is deze situatie niet vergelijkbaar met die waarover de Hoge Raad in 2002 heeft geoordeeld (NJ 2002, 411).

10. Het gaat hier om een secundaire arbeidsvoorwaarde voor particulier verzekerden, die door Kantorenhuis in stand is gelaten, nadat door een wetswijziging het onderscheid tussen ziekenfonds- en particulier verzekerden was vervallen. Daarmee genieten de (oud) particulierverzekerden per 1 januari 2006 een voordeel dat de (oud) ziekenfondsverzekerden niet genieten.

11. Of er zich tegelijkertijd, al dan niet door het invoeren van de nieuwe wet, effecten voordeden die invloed hadden op het inkomen van de werknemers van Kantorenhuis, is voor de beoordeling niet van belang. Immers moet de toepassing van het beginsel van gelijke beloning worden verzekerd ten aanzien van elk onderdeel van de arbeidsvoorwaarden en niet door de aan de werknemers toegekende voordelen in hun totaliteit te beoordelen. Nu deze arbeidsvoorwaarde apart moet worden beoordeeld, levert het alleen toekennen van deze voorwaarde aan de voorheen particulier verzekerden indirect onderscheid op grond van geslacht op. In de groep werknemers aan wie Kantorenhuis de tegemoetkoming heeft toegekend zijn mannen immers oververtegenwoordigd.

12. Beoordeeld moet vervolgens worden of er sprake is van een objectieve rechtvaardigingsgrond, zoals Kantorenhuis heeft aangevoerd. Daarbij is allereerst de vraag of het doel legitiem is, dat wil zeggen voldoende zwaarwegend en beantwoordend aan een werkelijke behoefte. Onweersproken is dat Kantorenhuis wettelijk de mogelijkheid had de salderingsregeling toe te passen, maar daarvan geen gebruik heeft gemaakt (zie tussenvonnis onder 6). Door van deze regeling geen gebruik te maken is het oogmerk van de tegemoetkoming niet meer legitiem en daarmee niet langer objectief gerechtvaardigd. Dat geldt ook als er sprake is van een overgangssituatie voor het jaar 2006, zoals Kantorenhuis heeft aangevoerd.

13. Op basis van hetgeen Kantorenhuis bij akte heeft aangevoerd wordt aangenomen dat per 1 januari 2007 de arbeidsvoorwaarden van de werknemers van Kantorenhuis zijn herzien en dat de tegemoetkoming (van 50 of 100 %) in de ziektekosten is afgeschaft. Aannemelijk is eveneens dat alle werknemers er in 2007 ten opzichte van 2005, kijkend naar het geheel van de arbeidsvoorwaarden, op vooruit zijn gegaan.

14. Daarmee is echter nog niet het discriminatoire karakter aan de per 1 januari 2006 verleende tegemoetkoming komen te ontvallen. Immers moet van elk onderdeel van de arbeidsvoorwaarden toepassing van gelijke behandeling zijn verzekerd en het is aan de werkgever om aan te tonen dat zij aan dat vereiste heeft voldaan. Kantorenhuis heeft in dit verband onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de tegemoetkoming in de ziektekosten aan de voormalig particulier verzekerden, in het kader van de volledige herziening van de arbeidsvoorwaarden per 1 januari 2007, niet op andere wijze aan deze groep heeft gecompenseerd. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het gaat om een door de particulier verzekerde werknemers eerder verkregen, in 2006 nog eens bevestigde, arbeidsvoorwaarde en voorts dat onweersproken is dat (ook) deze groep werknemers er in 2007 financieel op vooruit is gegaan.

15. De vorderingen van [eiseres] zullen worden toegewezen zoals hierna te melden. Tegen het primair gevorderde bedrag ad € 102,- netto per maand heeft Kantorenhuis zich niet verweerd, zodat dit bedrag voor toewijzing in aanmerking komt.

16. Voldoende gebleken is dat namens [eiseres] buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt, zodat die zullen worden toegewezen.

17. Er bestaat aanleiding de proceskosten te compenseren.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. verklaart voor recht dat Kantorenhuis gehouden is aan [eiseres] een volledige tegemoetkoming te betalen in de ziektekosten vanaf 1 januari 2006, telkens jaarlijks te herzien op de datum van totstandkoming van de nieuwe ziektekostenpolis, tot de dag dat andersluidende afspraken tot stand komen, een en ander wegens onderscheid op grond van geslacht;

II. veroordeelt Kantorenhuis tot betaling van:

a. € 102,- netto per maand vanaf 1 januari tot en met 31 december 2006 wegens tegemoetkoming ziektekosten;

b. € 178,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;

c. de wettelijke rente over de bedragen onder a en b, vanaf de dag van de opeisbaarheid tot aan de dag van voldoening;

III. compenseert de proceskosten aldus dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

IV. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst het meer gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter