Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD3824

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-06-2008
Datum publicatie
12-06-2008
Zaaknummer
394714 - KG ZA 08-636
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiseres is huurder van de vijfde verdieping van een gebouw met bestemming kantoorruimte. De begane grond van het gebouw is in september 2006 gekraakt en wordt thans gebruikt door een stichting als moskee en ontmoetingscentrum. De stichting heeft bestuursrechtelijke dwangsommen verbeurd, omdat in 2007 tweemaal is geconstateerd dat zij meer dan het door de Gemeente maximaal toegestane aantal personen van 100 in de ruimte op de begane grond heeft toegelaten. De Gemeente heeft deze dwangsommen nog niet geïnd.

In geschil is of de Gemeente onrechtmatig handelt jegens eiseres door vooralsnog niet tot inning van door de stichting verbeurde dwangsommen over te gaan. Eiseres stelt dat de Gemeente voortvarend te werk moet gaan, terwijl de Gemeente de inning thans niet opportuun acht.

De voorzieningenrechter stelt bij de beoordeling van dit geschil voorop dat de Gemeente bij de uitoefening van bestuursdwang, waaronder de inning van dwangsommen, de belangen die met de uitoefening van bestuursdwang zijn gediend moet afwegen tegen die welke daardoor worden geschaad.

Eiseres stelt belang te hebben bij inning van de dwangsommen in verband met de brandveiligheid in het gebouw. De Gemeente heeft het spoedeisende belang van eiseres betwist. Op grond van het over en weer gestelde komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat eiseres geen relevant belang heeft bij het op korte termijn overgaan van inning van de verbeurde dwangsommen door de Gemeente en dat de Gemeente niet onrechtmatig handelt jegens eiseres door vooralsnog niet tot inning over te gaan. Daarbij wordt ook overwogen dat de Gemeente heeft gesteld er belang bij te hebben om nog niet over te gaan tot inning van de dwangsommen. Conclusie is dat de door eiseres gevorderde voorzieningen worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 394714 / KG ZA 08-636

Vonnis in kort geding van 12 juni 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FURORE INFORMATICA B.V.,

gevestigd te Amsteredam,

eiseres bij dagvaarding van 10 april 2008,

procureur mr. G. Meijers,

advocaat mr. N.A. Luijten te Purmerend,

tegen

het publiekrechtelijk lichaam,

(het dagelijks bestuur van het stadsdeel Bos en Lommer) DE GEMEENTE AMSTERDAM,

zetelende te Amsterdam,

gedaagde,

procureur mr. J.J.R. Lautenbach.

Partijen zullen hierna Furore en de Gemeente genoemd worden.

1. De procedure

Voor de aanvang ter terechtzitting van 18 april 2008 is de behandeling van deze zaak verplaatst naar 2 juni 2008. De Gemeente is vrijwillig verschenen. Ter terechtzitting van 2 juni 2008 heeft Furore gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij haar eis heeft gewijzigd overeenkomstig de eveneens aan dit vonnis gehechte akte. De Gemeente heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. Furore huurt vanaf 1 mei 2005 van Fortis Vastgoed B.V. (verder Fortis) de bedrijfsruimte gelegen op de vijfde verdieping van het kantoorgebouw [pand] (verder ook het [pand]) staande en gelegen aan het [adres].

2.2. Sinds 15 september 2006 is het middengedeelte van de begane grond van het [pand], zijnde het [adres] gekraakt. Het middengedeelte bevindt zich boven de Ringweg A-10 en beslaat één grote ruimte (verder ook de ruimte). De krakers hebben de ruimte kort daarna overgedragen aan de [stichting] (verder de stichting). De stichting gebruikt de ruimte onder meer als moskee en ontmoetingsruimte. Behalve de begane grond en de vijfde verdieping, staat het [pand] leeg.

2.3. Onder de stukken bevindt zich een brief van de Brandweer Amsterdam aan de Gemeente van 27 september 2006, waarin onder meer het volgende staat:

“Op uw verzoek is door mij op 26 september 2006 een onderzoek ingesteld naar de brandveiligheid van de commerciële ruimte in het [pand] gelegen aan het [adres]. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat:

(…)

3. Er volgens opgave van de voorzitter van de [stichting] ± 80 personen gelijktijdig aanwezig zijn bij het avondgebed;

4. De uitgangen aan de achterzijde (zie tekening) niet voor het vluchten gebruikt kunnen worden, omdat deze vluchtroutes over de op- en afrit van de A10 gaan en door vangrails worden geblokkeerd;

5. Indien de deuren aan de voorzijde in geopende stand worden gefixeerd is de ruimte vanwege één uitgang geschikt voor maximaal 100 personen.

Aan de voorzitter van de [stichting] is door u aangegeven dat er maximaal 50 personen gelijktijdig in het pand aanwezig mogen zijn, omdat het pand anders gebruiksvergunningsplichtig is. (…)”

2.4. Bij brief van 23 augustus 2007 heeft de Gemeente een verzoek van Furore van 6 augustus 2007 om handhaving van het bestemmingsplan (‘kantoren en centrumvoorzieningen’) afgewezen. Furore heeft hier bij brief van 28 september 2007 bezwaar tegen gemaakt. Op 29 januari 2008 heeft een (met de onder 2.5 genoemde bezwaren gecombineerde) hoorzitting plaatsgevonden. Op 17 april 2008 heeft de bezwaarschriftencommissie van stadsdeel Bos en Lommer geadviseerd het bezwaarschrift van 28 september 2007 gegrond te verklaren en het bestreden besluit te herroepen.

2.5. Bij besluit van 10 oktober 2007 heeft de Gemeente aan het bestuur van de stichting en haar afzonderlijke leden een last onder dwangsom opgelegd om niet meer dan 100 personen tegelijkertijd toe te laten in de ruimte op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per overtreding. Daarnaast hield de last in dat de stichting gehouden was het niet-geïmpregneerde doek dat in de ruimte hing te verwijderen, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag. Zowel Furore als de stichting hebben bezwaar ingediend tegen het besluit van 10 oktober 2007. Naar aanleiding van deze bezwaren heeft op 29 januari 2008 een hoorzitting plaatsgevonden. Op deze bezwaren zijn nog geen beslissingen genomen.

2.6. Op 23 en 30 november 2007 is bij een controle door de Gemeente geconstateerd dat respectievelijk 130 en 128 personen tegelijkertijd in de ruimte aanwezig waren. De stichting heeft zodoende tweemaal een dwangsom van € 5.000,- verbeurd.

2.7. Bij aangetekende brief van 16 april 2008 heeft de Gemeente aan de stichting medegedeeld voornemens te zijn tot invordering van de verschuldigde dwangsommen over te gaan.

2.8. Bij vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in deze rechtbank van 24 april 2008 is de door Fortis gevraagde voorziening van ontruiming van - kort gezegd - de stichting uit het [pand] afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Daarbij is onder meer overwogen dat de kans dat na de ontruiming het gekraakte spoedig verhuurd zal zijn door Fortis zeer gering lijkt en niet valt uit te sluiten dat ontruiming zal leiden tot ongerechtvaardigde leegstand alsmede dat niet kan worden vastgesteld of de door huurder Furore gestelde overlast (direct) te wijten is aan de aanwezigheid van de krakers en/of de stichting.

3. Het geschil

3.1. Furore vordert samengevat - de Gemeente te bevelen om binnen een week na dit vonnis, of binnen een in redelijkheid te stellen termijn, hetzij een dwangbevel te doen uitgaan aan degenen aan wie zij de last onder dwangsom van 10 oktober 2007 heeft opgelegd, hetzij hen te dagvaarden, teneinde tot incassering van de in verband met de overtredingen op 23 en 30 november 2007 verbeurde dwangsommen over te gaan en vervolgens binnen vier weken nadien, of een in redelijkheid te stellen termijn, de voor de daadwerkelijke incasso van de verschuldigde bedragen noodzakelijke handelingen te (doen) verrichten en Furore hiervan onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te stellen, op straffe van een dwangsom, althans een in redelijkheid te bepalen voorziening te treffen, een en ander met veroordeling van de Gemeente in de kosten van dit geding.

3.2. Furore legt aan haar vordering kort gezegd ten grondslag dat de Gemeente gehouden is om handhavend op te treden om een einde te maken aan het met het bestemmingsplan strijdige gebruik en de (brand)onveilige situatie op de begane grond van het gebouw. Zij dient de op basis van het dwangsombesluit van 10 oktober 2007 verbeurde dwangsommen dan ook daadwerkelijk te innen. Door dit na te laten handelt de Gemeente onrechtmatig jegens Furore. Furore acht de kraakactie en de aanwezigheid van de stichting op de begane grond om een aantal redenen ongewenst. Er is met name sprake van een onveilige situatie in verband met brandgevaar. De stroom wordt door de stichting opgewekt met een noodstroomaggregaat, dat gevoed wordt met benzine. Tijdens een inspectie van 17 juli 2007 heeft de brandweer van Amsterdam geconstateerd dat er 20 liter benzine in de ruimte aanwezig was. Voorts hing in de ruimte een bouwzeil dat niet voldeed aan de in de Bouwverordening van Amsterdam gestelde eisen. Tijdens een inspectie van 4 oktober 2007 bleek dit zeil te zijn vervangen door een doek dat wederom niet aan de eisen voldeed. Verder bevinden zich in de ruimte regelmatig veel meer personen dan op grond van de Bouwverordening is toegestaan. Het maximaal toegestane aantal personen is volgens Furore 50. De stichting heeft in elk geval twee maal in strijd gehandeld met de aan haar opgelegde last onder dwangsom met betrekking tot het maximaal toegestane aantal personen in de ruimte en erkent zelf dat op vrijdag over het algemeen meer dan 100 personen aanwezig zijn. De Gemeente heeft de verbeurde dwangsommen tot op heden nog niet geïnd, terwijl het doel van de dwangsom is herhaling van de overtreding te voorkomen. Furore dient zich zelf ook te houden aan de veiligheidsvoorschriften. Deze zijn des te meer van belang in verband met de bijzondere ligging van het [pand] boven de Ringweg A-10. Het niet overgaan tot invordering van de dwangsommen staat op gespannen voet met de wet. Alleen in uitzonderingsgevallen hoeft niet te worden ingevorderd. Daarvan is hier geen sprake.

3.3. De Gemeente voert verweer. Zij betwist dat zij onrechtmatig handelt jegens Furore door de dwangsommen (vooralsnog) niet te innen. Ook ontbreekt het Furore aan spoedeisend belang bij haar vordering. De Gemeente heeft de verjaring van de dwangsommen gestuit tot 16 oktober 2008. Volgens de Gemeente is de situatie met betrekking tot de brandveiligheid in het [pand] op dit moment onder controle. Het door de stichting opgehangen doek is inmiddels geïmpregneerd. Op vrijdagen tussen 12:45 en 14.30 uur (de drukste tijd in de ruimte in verband met het vrijdaggebed), bevinden zich doorgaans niet meer dan 100 mensen in de ruimte. Het opleggen van de dwangsom heeft derhalve effect gehad. De Gemeente heeft, gelet op de voor de buurt belangrijke sociaal culturele activiteiten die de stichting verricht - de stichting in contact gebracht met Stichting Impuls om een alternatieve locatie te zoeken. De Gemeente hoopt dat de stichting op korte termijn kan verhuizen. De Gemeente acht het op dit moment niet opportuun om de dwangsommen te innen, omdat de last onder dwangsom vanwege het door de stichting aangetekende bezwaar nog niet onherroepelijk is en omdat zij de besprekingen over het zoeken naar een alternatieve ruimte niet onder druk wil zetten. Met inning van de dwangsommen is het gebruik van de ruimte nog niet beëindigd.

4. De beoordeling

4.1. Aan de orde is de vraag of de gemeente onrechtmatig handelt of dreigt te handelen jegens Furore door (vooralsnog) niet tot inning van de door de stichting verbeurde dwangsommen over te gaan en zo ja, of ter voorkoming van (verder) onrechtmatig handelen de Gemeente dient te worden bevolen tot daadwerkelijke inning over te gaan. De stichting heeft de dwangsommen verbeurd omdat zij op 23 en 30 november 2007 meer personen in de ruimte heeft toegelaten, dan het toegestane aantal van 100.

4.2. Tussen partijen is niet in geschil óf de gemeente de verbeurde dwangsommen dient te innen, maar wel wannéér dat moet gebeuren. Furore stelt dat de Gemeente voortvarend te werk moet gaan, terwijl de Gemeente de inning thans niet opportuun acht.

De voorzieningenrechter stelt bij de beoordeling van dit geschil voorop dat de gemeente bij de uitoefening van bestuursdwang, waaronder de inning van dwangsommen, de belangen die met de uitoefening van bestuursdwang zijn gediend moet afwegen tegen die welke daardoor worden geschaad.

4.3. Furore stelt belang te hebben bij inning van de dwangsommen in verband met de brandveiligheid in het [pand]. Door tot inning van de verbeurde dwangsommen over te gaan, wordt voorkomen dat de veiligheidsnormen opnieuw worden overtreden. Dit is volgens Furore van belang voor de veiligheid van haar eigen werknemers, die bij het uitbreken van een brand immers snel moeten kunnen vluchten. De Gemeente heeft het spoedeisende belang van Furore betwist.

Door de Gemeente zijn tekeningen van het [pand] overgelegd, waarop de vluchtroutes staan aangegeven. Gebleken is dat de vluchtroutes die de werknemers van Furore op de vijfde verdieping van het [pand] zouden moeten nemen in geval van een calamiteit, niet dezelfde zijn als de vluchtroutes die de mensen op de begane grond van het [pand] zouden moeten nemen. Vanuit de begane grond van het [pand] zijn de vluchtroutes van de eerste tot en met de vijfde verdiepingen ook niet te bereiken, omdat de ringweg A-10 tussen de ruimte en die vluchtroutes doorloopt. De mensen van de stichting kunnen deze routes dus ook niet blokkeren. Zij moeten via de (openstaande) deuren aan de voorzijde vluchten, die daartoe slechts geschikt zijn voor maximaal 100 personen. Het aan de stichting gedane bevel om niet meer dan 100 personen tegelijkertijd in de ruimte aanwezig te laten zijn, dat overigens volgens de Gemeente thans door de stichting wordt nagekomen, is derhalve gegeven ter bescherming van de bezoekers van de ruimte op de begane grond en niet ter bescherming van de werknemers van Furore op de vijfde verdieping. Furore heeft dan ook geen relevant belang bij het op korte termijn overgaan van inning van de verbeurde dwangsommen door de Gemeente. Opgemerkt wordt verder dat volgens de gemeente bij controle geconstateerd is dat het afscheidingsdoek inmiddels is geïmpregneerd met een brandwerend middel. Verder zou er thans niet meer dan twee liter benzine in de ruimte aanwezig zijn.

4.4. Onder de in 4.3 beschreven omstandigheden handelt de gemeente niet onrechtmatig jegens Furore door vooralsnog niet tot inning van de dwangsommen over te gaan. Daarbij wordt ook overwogen dat de Gemeente heeft gesteld er belang bij te hebben om nog niet over te gaan tot inning van de dwangsommen om de onderhandelingen met de stichting, die in een slechte financiële positie verkeert, over een alternatieve locatie niet onder druk te zetten. Bij een goede afloop van deze gesprekken is ook Furore gediend, aangezien zij wil dat de stichting uit het [pand] vertrekt en ontruiming van de stichting in een door Fortis aangespannen kort geding onlangs nog is afgewezen. Conclusie van het voorgaande is dat de door Furore gevorderde voorzieningen worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

4.5. Furore zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Gemeente worden begroot op:

- vast recht € 254,00

- salaris procureur 816,00

Totaal € 1.070,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen;

5.2. veroordeelt Furore in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 1.070,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Hees, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. C. Neve, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2008.?