Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD3178

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-02-2008
Datum publicatie
04-06-2008
Zaaknummer
13/437591-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

uitspraak inzake openlijke geweldpleging en erfvredebreuk door krakers in Amsterdamse buurt De Pijp. Verweren inzake gebruikmaking van anonieme aangiftes en anonieme getuigenverklaringen en onzorgvuldige spiegelconfrontaties verworpen.Onvoorwaardelijke gevangenisstraffen en geldboete

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/437591-07

Datum uitspraak: 5 februari 2008

op tegenspraak

VONNIS

van de politierechter in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het

adres [adres].

De politierechter heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 januari 2008.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals deze ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde ter terechtzitting is gewijzigd.

Aan verdachte is telastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 17 november 2007 te Amsterdam met een ander of anderen, op

of aan de openbare weg, [straatnaam], in elk geval op of aan een openbare

weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen drie, althans één of meer personen, aan te duiden als NN1 en/of NN2 en/of NN3, welk geweld bestond uit

- het schelden en/of schreeuwen tegen die NN1 en/of NN2 en/of NN3 en/of

- het oproepen van geweld tegen die NN1 en/of NN2 en/of NN3 en/of

- het scheldend en/of schreeuwend afrennen op die NN1 en/of NN2 en/of NN3 en/of

- het meermalen, althans eenmaal (met kracht) slaan en/of stompen en/of duwen

tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam van die NN1 en/of NN2 en/of NN3 en/of

- het meermalen, althans eenmaal (met kracht) trappen en/of schoppen tegen het

gezicht/hoofd en/of het lichaam van die NN1 en/of NN2 en/of NN3;

(artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 11 november 2007 tot en met 17 november

2007 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stichting De Alliantie Amsterdam, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

(artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht)

3.

hij in of omstreeks 11 november 2007 tot en met 17 november 2007 te Amsterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, wederrechtelijk vertoevende en/of wederrechtelijk zijn binnengedrongen in een besloten erf gelegen [straatnaam], percelen [nummer 1] en/of [nummer 2] en/of [nummer 3] en in gebruik bij Stichting De Alliantie Amsterdam, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte en/of zijn mededader(s), zich met zijn mededader(s), althans alleen, niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd;

(artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht)

2. Voorvragen

3. Waardering van het bewijs

De politierechter acht – anders dan de officier van justitie – niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 – kort gezegd openlijke geweldpleging – is tenlastegelegd.

De politierechter stelt vast dat er sprake is geweest van openlijk geweld tegen een drietal personen zoals gesteld in de tenlastelegging. Bij deze openlijke geweldpleging zijn meerdere personen betrokken geweest die zich vanuit het terrein, waar ook verdachte zich bevond, buiten het terrein hebben begeven om aldaar in een schermutseling met voornoemd drietal te geraken.

Verdachte ontkent dat hij zich voor of ten tijde van de schermutseling buiten het terrein heeft begeven, noch zich op enigerlei wijze heeft bemoeid met die schermutseling.

Naar het oordeel van de politierechter is er geen (overtuigend) bewijs die voornoemde verklaring van verdachte weerspreekt. Voor bewezenverklaring van het in vereniging plegen van openlijk geweld is niet vereist dat iedere individuele deelnemer zelf geweld heeft gepleegd. Voldoende is dat de verdachte opzet heeft gehad op de openlijke geweldpleging en daaraan een bijdrage heeft geleverd in die zin dat hij – bijvoorbeeld door de geweldplegers aan te moedigen – heeft ondersteund.

Alhoewel de politierechter het aannemelijk acht dat verdachte wel iets van de geweldpleging moet hebben gemerkt, kan niet worden vastgesteld dat hij enig aandeel als hiervoor bedoeld, in de geweldpleging heeft gehad, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Ook acht de politierechter – anders dan de officier van justitie – niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 2 – kort gezegd de diefstal van elektriciteit – is telastegelegd. De politierechter overweegt dat uit de aangifte, namens Stichting De Alliantie Amsterdam gedaan, slechts volgt dat er op 11 november 2007 is geconstateerd dat er een kabel liep vanuit een eerder op het terrein geplaatste elektrakast naar een door de krakers op het terrein geplaatste caravan, doch dat uit het dossier niet blijkt dat er ook daadwerkelijk elektriciteit is weggenomen, zodat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken.

Verweren

Door de raadsvouw van verdachte zijn ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit verschillende verweren gevoerd die de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van het bewijs betreffen. Nu de politierechter ten aanzien van dit feit reeds op andere gronden tot vrijspraak komt, zal hij niet nader ingaan op deze verweren.

Het bewijs

Met inachtneming van het voorgaande grondt de politierechter zijn beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en waarvan hieronder de zakelijk weergegeven opsomming van de inhoud en van de vindplaats daarvan, volgt.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde (erfvredebreuk)

De politierechter gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 17 oktober 2006 zijn de kraakpanden aan de [straatnaam] [nummer 1], [nummer 2] en [nummer 3] te Amsterdam ontruimd, waarna deze rond 20 december 2006 zijn gesloopt. Het terrein werd na de sloop vervolgens afgesloten middels bouwhekken. Op 23 januari 2007 is een bouwvergunning verleend aan woningbouwvereniging stichting De Alliantie Amsterdam te Amsterdam. In oktober 2007 heeft de aannemer, [aannemer], de tijdelijke bouwhekken rondom het braakliggende terrein vervangen door eigen hekken voorzien van borden met daarop de tekst ‘[aannemer]’. Op 1 november 2007 heeft de NUON in opdracht van de aannemer vervolgens een bouwstroomaansluiting op het terrein aangelegd. Op 11 november 2007 heeft een groep van circa 20 krakers het bouwterrein in bezit genomen en aldaar een caravan en een aantal tenten geplaatst. Om het terrein te kunnen betreden werd het hangslot van het hekwerk verbroken en werden de recent geplaatste bouwhekken verwijderd. Op 13 november 2007 is namens stichting De Alliantie Amsterdam aangifte gedaan terzake van erfvredebreuk (op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 november 2007, p. 0010 e.v. en het op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 13 november 2007, p. 0044 e.v.).

Op grond van het voorgaande stelt de politierechter vast dat het erf aan de [straatnaam] [nummer 1], [nummer 2] en [nummer 3] inmiddels, door de hekken van [aannemer] ook zichtbaar, in gebruik was en daarna, op of na 11 november 2007, is betreden door een groep krakers en verdachte. Van verdachte staat voorts vast dat hij in elk geval in de nacht van 17 november 2007, namelijk toen hij om 02.45 uur werd aangehouden, op het terrein aanwezig was. Naar het oordeel van de politierechter kan het niet anders dan dat verdachte op de hoogte was van het wederrechtelijke karakter van zijn aanwezigheid op het terrein, temeer nu hij uit de ‘krakersscene’ komt, terwijl hij door een beroep op zijn zwijgrecht terzake ter terechtzitting ook geen verweer ten aanzien van deze beschuldiging heeft gevoerd.

Daar komt ten aanzien van verdachte nog bij dat hij ter terechtzitting heeft verklaard dat hij, sinds het terrein gekraakt was, daar regelmatig als sympathisant op bezoek is geweest (de verklaring ter terechtzitting van verdachte d.d. 29 januari 2008).

Primair is onder 3 tenlastegelegd dat verdachte wederrechtelijk vertoevende op het besloten erf dat in gebruik was bij stichting De Alliantie Amsterdam, zich niet op de vordering vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd. Hiervan spreekt de politierechter verdachte vrij, nu niet wettig en overtuigend is bewezen dat een dergelijke vordering, voor zover al gedaan, verdachte ook heeft bereikt.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de tenlastelegging gewijzigd in die zin dat subsidiair als verwijt is opgenomen dat verdachte, tezamen en in vereniging met anderen, het erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, nu de toegang tot het bouwterrein was verschaft door middel van het verbreken van een slot aan het hekwerk, terwijl verdachte zich zonder voorkennis van de rechthebbende en anders dan ten gevolge van een vergissing in de voor de nachtrust bestemde tijd, op het terrein werd aangetroffen.

Met de officier van justitie is de politierechter van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden geacht kan worden wederrechtelijk op het erf te zijn binnengedrongen. Hoewel niet kan worden vastgesteld dat verdachte zelf enig slot heeft verbroken, staat naar het oordeel van de politierechter vast dat verdachte, op het moment dat hij zich toegang verschafte tot het bewuste erf, voldoende kennis van het krakersgebeuren had, waardoor hij wordt geacht te hebben geweten dat zijn aanwezigheid op het bouwterrein, waarvan vastgesteld kon worden dat het inmiddels in gebruik was genomen, wederrechtelijk, want ook zonder toestemming van de rechthebbende, was, althans heeft verdachte dit hem welbekende risico genomen en aanvaard. Van een eventuele vergissing ten aanzien van zijn verblijf op het erf aan de kant van verdachte is niets door hem gesteld noch aannemelijk geworden.

Bewezenverklaring

De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

3.

in de periode van 11 november 2007 tot en met 17 november 2007 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten erf gelegen aan de [straatnaam], percelen [nummer 1] en [nummer 2] en [nummer 3] en in gebruik bij stichting De Alliantie Amsterdam.

Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De politierechter grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in voornoemde bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De strafbaarheid van het feit

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

6. Motivering van de straf

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van voorarrest en dat de vordering van de benadeelde partij, De Alliantie Ontwikkeling, geheel zal worden toegewezen onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel zoals bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De politierechter heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte bevond zich op 17 november 2007 op een bouwterrein aan de [straatnaam], waarvan hij wist dan wel uit ervaring had moeten weten dat dit wederrechtelijk al dan niet door anderen was bezet. Hiermee heeft verdachte zich tezamen met anderen schuldig gemaakt aan erfvredebreuk, waarmee hij het recht heeft aangetast tot het ongestoord gebruik van het terrein door de rechthebbende.

Blijkens een uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 november 2007 is verdachte reeds verschillende malen eerder onherroepelijk veroordeeld terzake voornoemd delict. Hoewel verdachte terzake van de openlijke geweldpleging is vrijgesproken, neemt de politierechter bij de straftoemeting in het voordeel van verdachte mee dat hij, als enige van alle verdachten, ter terechtzitting nadrukkelijk afstand heeft genomen van het gepleegde geweld. Anders dan de officier van justitie vorderde, wordt verdachte vrijgesproken voor de diefstal van elektriciteit. Mede gelet op de omstandigheid dat verdachte over inkomsten beschikt, zal de politierechter verdachte een gelijksoortige straf als voorheen opleggen, te weten een geldboete.

Ten aanzien van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij, De Alliantie Ontwikkeling, niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor de behandeling in dit strafgeding.

Allereerst zijn bij de politierechter vragen gerezen omtrent de identiteit van de benadeelde partij. Vragen die ter zitting niet konden worden beantwoord nu niemand namens de benadeelde partij is verschenen. Volgens het voegingsformulier is dit De Alliantie Ontwikkeling. Deze naam komt in het strafdossier niet voor. In de tenlastelegging wordt uitgegaan van Stichting De Alliantie Amsterdam. In de bijlagen van het voegingsformulier komen voorts nog namen als De Alliantie Ontwikkeling te Huizen, De Alliantie Ontwikkeling B.V. en De Alliantie Projectontwikkeling voor, waardoor het onduidelijk is wie zich als benadeelde partij heeft gevoegd.

Daarbij is de vordering onvoldoende onderbouwd. De gestelde schadeposten worden deels niet onderbouwd met facturen of andere bewijsstukken en daar waar dit wel is gebeurd komen bedragen niet overeen.

Gelet hierop zal de politierechter bepalen dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 23, 24c, 47 en 138 van het Wetboek van Strafrecht.

De politierechter komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

8. Beslissing

Verklaart het onder 1 en 2 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Op een erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete ter hoogte van € 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 4 dagen.

Verklaart de benadeelde partij, De Alliantie Ontwikkeling, niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.P.C. Janssen, politierechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.O. Markenstein, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze politierechter van 5 februari 2008.