Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD1630

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-05-2008
Datum publicatie
15-05-2008
Zaaknummer
396545 / KG ZA 08-807 NB/CN
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot rectificatie (satirische) column. Afwijzing. Botsing van twee fundamentele grondrechten. Vrijheid van meningsuiting (persvrijheid) en recht op bescherming van de eer en goede naam en op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Afweging van alle terzake dienende omstandigheden van het geval in het voordeel van vrijheid van meningsuiting. Column niet onrechtmatig.

Aan de beoordeling van de rechtmatigheid van een column moeten andere eisen worden gesteld dan aan onderzoeksjournalistiek. Aan een auteur komt in een column een grotere mate van vrijheid toe om zijn persoonlijke mening te geven dan in andere journalistieke genres, maar de auteur is ook in een column gebonden aan grenzen. Deze grenzen kunnen bijvoorbeeld overschreden worden indien de uitingen zijn gedaan met de bedoeling de ander te kwetsen of de bewoordingen met het oog op het te dienen belang nodeloos grievend zijn. Daarnaast is sprake van overschrijding van grenzen wanneer columnisten bij het uiten van hun persoonlijke mening kwalificaties bezigen of vergelijkingen treffen waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven.

Het betreft in dit geval een column met een satirisch karakter. De uitlatingen over eiser moeten in het licht van de teneur van de column worden gelezen. Zij geven een (op prikkelende wijze gepresenteerde) mening over de journalistieke kwaliteit van HP/De Tijd weer, waarbij ter illustratie en met overdrijving ook terloops gerefereerd is aan de bij (een deel van) het publiek (al dan niet terecht) levende twijfels aan de reputatie van eiser. De opmerkingen over eiser zijn niet gepresenteerd als (nieuws-)feit en de passages zullen door een gemiddelde lezer dan ook als opinie van de columnist worden opgevat. Aan een dergelijke satirische column mogen niet dezelfde hoge eisen worden gesteld als aan onderzoeksjournalistiek. In de column wordt de kwalificatie ‘leugenaar’ ook niet voor het eerst aan eiser gekoppeld. De geloofwaardigheid van eiser is al meermalen onderwerp van het publieke debat geweest. Onder deze omstandigheden kan niet de eis worden gesteld dat de op het publieke debat gebaseerde mening in de column met feiten wordt onderbouwd. Dit zou de vrijheid van meningsuiting te zeer aantasten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 396545 / KG ZA 08-807 NB/CN

Vonnis in kort geding van 15 mei 2008

in de zaak van

[eiser],

voor deze zaak woonplaats gekozen hebbende te [woonplaats],

eiser bij dagvaarding van 24 april 2008,

procureur mr. M. Meijjer,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HET PAROOL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

procureur mr. O.M.B.J. Volgenant.

Partijen zullen hierna [eiser] en Het Parool worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 29 april 2008 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Het Parool heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. Het Parool is uitgever en geeft onder andere het dagblad ‘Het Parool’ uit. In de editie van 17 april 2008 heeft Het Parool de volgende column (verder de column) geplaatst van [columnist] (verder [columnist]):

“Er zijn dingen die je in een opwelling weer eens doet, omdat je vergeten bent wat een vergissing het de vorige keer was. In haast een broodje gezond op het CS kopen, bijvoorbeeld. Meegaan met het enige overgebleven meisje na sluitingstijd. Zo koop ik om het half jaar een HP/De Tijd. Even later neem ik me opnieuw voor dat nóóit maar dan ook nóóit meer te doen.

HP/De Tijd, ontstaan uit de fusie tussen twee achtenswaardige opiniebladen, is het rioolputje van de Nederlandse journalistiek. Iedereen met een stoute opinie mag er zijn zegje doen, mits die voldoende rancuneus is of het slachtoffer afdoende in diskrediet wordt gebracht. Dit onder het mom van ‘opiniërende journalistiek’, een door journalisten uitgevonden genre waarin niet de objectiviteit maar het vooroordeel van de journalist de leidraad is.

Dat het blad weinig journalistieke scrupules heeft, weet iedereen sinds de interviewreeks met [eiser]. Het is al weinig fatsoenlijk om een overduidelijk zieke leugenaar te laten leeglopen in je blad, maar je zou die verhalen op zijn minst kunnen checken op waarheidsgehalte. Welnee, dacht HP, waarom een spectaculair verhaal doodchecken?

Nu bestaan wel meer bladen zonder journalistieke gêne, maar HP is uniek in de verlekkerde manier waarop ze haar slachtoffers te kakken probeert te zetten. Wat willekeurige voorbeelden: over het fake-interview met premier Balkenende in Opinio zou je best interessante vragen kunnen stellen aan hoofdredacteur [hoofdredacteur]. HP-medewerker [medewerker 1] verkneukelt zich liever over de oplage van Opinio: “Is al bekend welke van uw drie lezers Balkenende heeft gewaarschuwd?”

Op dezelfde pagina een stukje over [persoon 1], die een rechtzaak over een privékwestie betaalde met geld uit de kas van zijn ministerie. In de laatste regels blijkt dat [persoon 1] daar het volste recht toe had, maar de schijn is gewekt: wat die zakkenvullers in Den Haag doen, deugt van geen kanten.

Samen met De Telegraaf en [persoon 2] voert HP de tijdloze leus: ze naaien je waar je bij staat. Het is de spiegel van het soort Nederland dat anderen het licht in de ogen niet gunt.

Verlekkerd wordt opgesomd hoeveel leden de publieke omroep is kwijtgeraakt. Likkebaardend wordt ‘onthuld’ hoeveel ambtenaren een auto met chauffeur hebben. En vaste prik in HP is het zelfkastijdingsstuk waarin maandelijks uit een nieuw perspectief wordt uitgelegd waarom wij allen niet deugen (‘Zo kennen we Nederland weer’).

Niet het hele blad is al kattenbakrijp bij aankoop: het heeft uitstekende schrijvers als [persoon 3], [persoon 4] en [persoon 5], soms een goed achtergrondartikel en vaak leesbare kritieken (al serveerde recensent [persoon 6] ooit de toen nog onbekende roman Joe Speedboot achteloos af met het argument dat het ‘geen literaire titel’ had). Maar na het lezen blijft altijd die smaak achter van kinnesinne, achterklap en afgunst.

Er is zelfs een HP-medewerker in wie al die kwaliteiten zijn verenigd: recensent en societyreporter [medewerker 2]. Ik heb zelden een stuk van de man gelezen dat niet droop van geniepigheid en neerbuigendheid. Met de energie van [medewerker 2] frustraties kun je in een middelgrote provinciestad onbeperkt de verwarming laten loeien. [medewerker 2], ooit veelbelovend Propria Cures-redacteur, tegenwoordig feestjesverslaggever, beheert bij HP de portefeuille miezerige verdachtmakingen, pardon: opiniërende journalistiek: ‘Het Fonds voor de Letteren is zoals iedereen weet een soort van charitasinstelling voor literaire handophouders.’

De uitgever van HP/De Tijd overweegt momenteel het blad tweewekelijks te laten verschijnen. Een stap in de goede richting. Audax, maar waarom het onvermijdelijke uitstellen?”

2.2. Bij brief van 18 april 2008 heeft de procureur van [eiser] Het Parool verzocht om in de editie van maandag 21 april 2008 een rectificatie te plaatsen en in een hoofdredactioneel commentaar afstand te nemen van de inhoud van de column.

2.3. [adjunct-hoofdredacteur], adjunct-hoofdredacteur van Het Parool heeft per e-mail van 21 april 2008 hierop onder meer het volgende geantwoord:

“(…) Wij zullen uw oproep niet honoreren; het staat de heer [columnist] vrij om in zijn column deze mening te geven. Voor een rectificatie, laat staan een hoofdredactioneel commentaar, is werkelijk geen enkele goede grond.”

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert samengevat - :

I. Het Parool te veroordelen tot rectificatie op de voorpagina, binnen 24 uur na het wijzen van dit vonnis, althans op een in redelijkheid te bepalen datum, volgens de in de dagvaarding genoemde tekst:

“In zijn column van 17 april 2008 heeft [columnist] zich in ontoelaatbare bewoordingen over de heer [eiser] uitgelaten. Daarbij heeft [columnist] ook gesteld dat [eiser] in een interviewreeks met HP/De Tijd onwaarheden zou hebben verkondigd. Het Parool heeft desgevraagd geweigerd om in duidelijke bewoordingen afstand te nemen van deze uitspraken. De interviews in HP/De Tijd hebben plaatsgevonden met [ex-echtgenote eiser] en [eiser] op instigatie van [ex-echtgenote eiser]. Van de uitspraken van [ex-echtgenote eiser] heeft [columnist] niet gesteld dat deze gelogen waren. Noch [columnist], noch Het Parool, kunnen aantonen dat in HP/De Tijd daadwerkelijk door [eiser] onwaarheden zijn verkondigd. Ten onrechte heeft [columnist] gesteld dat de uitspraken van [eiser] door HP/De Tijd niet zijn geverifieerd, terwijl in de bewuste artikelen juist meermalen uitvoerig wordt toegelicht welke van de stellingen op welke wijze zijn geverifieerd en wat daarvan het resultaat was. [columnist] daarentegen schreef zijn column zonder recentelijk de artikelen te hebben gelezen en zonder enig onderzoek naar het bewijs van zijn bewering. Ten aanzien van een deel van de stellingen in HP/ De Tijd is inmiddels komen vast te staan dat deze waar waren. Er bestond geen enkele aanleiding om de bewuste artikelen als voorbeeld te stellen in een column waarin het journalistiek niveau van HP/De Tijd ter discussie wordt gesteld.”

Althans volgens een in redelijkheid te bepalen tekst, op straffe van een dwangsom van € 25.000,- indien hieraan niet tijdig uitvoering is gegeven, te vermeerderen met € 2.500,- voor iedere dag dat Het Parool hiermee in gebreke blijft.

II. Het Parool te veroordelen tot betaling van (een voorschot op) schadevergoeding van € 10.000,-.

Een en ander met veroordeling van Het Parool in de kosten van deze procedure.

3.2. [eiser] stelt daartoe - samengevat - dat het Parool van publicatie van de column had moeten afzien. [columnist] heeft [eiser] in zijn column geschoffeerd door te stellen dat hij “een overduidelijk zieke leugenaar is”, die in HP/De Tijd zou “zijn leeggelopen”. Verder beweert [columnist] ten onrechte dat [eiser] daarbij aantoonbare leugens zou hebben verkondigd. [columnist] onderbouwt zijn beweringen op geen enkele wijze. [eiser] is geen leugenaar. Uit de artikelen blijkt juist dat HP/De Tijd veel van de uitspraken heeft geverifieerd en bevestigd heeft gekregen. Een voorbeeld daarvan is het lichten van het sociale dienst dossier van [eiser]. De uitspraken van [columnist] kwalificeren zodoende als lichtvaardige verdachtmakingen en ongefundeerde aantijgingen, die onrechtmatig zijn jegens [eiser]. Het belang van [eiser] om hiervan gevrijwaard te blijven is groter dan het belang van [columnist] om te kunnen schrijven wat in hem opkomt. Daarnaast is een vergelijkbare kwalificatie (“overduidelijk zieke leugenaar”) van de ex-echtgenote van [eiser] in de column niet terug te vinden, terwijl de interviewreeks in HP/De Tijd op haar instigatie tot stand is gekomen en het merendeel van de in het interview staande uitspraken aan haar is toe te dichten. Het Parool heeft ten onrechte rectificatie en rehabilitatie geweigerd en zich slechts bereid getoond om in een volgende column van [columnist] de gewraakte uitspraak te herhalen en daarbij te vermelden dat hij dit niet zo had moeten opschrijven omdat hij geen bewijs van zijn stellingen heeft. Overigens is ook die ‘rectificatie’ niet geplaatst. De door [eiser] gevorderde rectificatie is een gerechtvaardigde beperking van de vrijheid van meningsuiting, omdat de uitspraken onrechtmatig zijn jegens [eiser]. Voor schadevergoeding bestaat aanleiding, nu de geloofwaardigheid en integriteit van [eiser] door de uitspraken zijn aangetast. Verder dient de schadevergoeding als afschrikmiddel om herhaling van dergelijke uitspraken te voorkomen.

3.3. Het Parool voert verweer, daartoe onder meer stellende dat deze procedure door [eiser] ten onrechte wordt gebruikt om zijn gelijk te halen. De door [eiser] gevorderde beperking van de vrijheid van meningsuiting is buiten alle proporties. Het gaat er in deze zaak niet om welke door [eiser] geuite stellingen en beschuldigingen in de interviewreeks in HP/De Tijd waar zijn, maar hoeveel ruimte een columnist heeft om te overdrijven. [columnist] maakt hier veelvuldig gebruik van en veel van de passages uit de column zijn nauwelijks serieus te nemen. [columnist] vond het een slechte journalistieke keuze van HP/De Tijd om de beschuldigingen van [eiser] en prinses Margarita als interview te publiceren en heeft die mening in hyperbolische bewoordingen weergegeven. [columnist] staat overigens niet alleen in deze kritiek. Op wiens instigatie het interview in HP/De Tijd heeft plaatsgevonden is niet relevant. Ook is niet relevant dat een deel van de stellingen in de interviewreeks in HP/De Tijd achteraf waar zijn gebleken. De kwalificatie “overduidelijk zieke leugenaar” gaat over [eiser] zelf. [eiser] heeft in het bewuste interview allerlei verhalen en beschuldigingen aan het adres van het Koningshuis geuit. [eiser] heeft een omstreden reputatie, die in belangrijke mate is veroorzaakt door de door hemzelf gegenereerde publiciteit. Uit onderzoeken van NIPO en NFO Trendbox is gebleken dat de meerderheid van de Nederlanders niet veel van de verhalen van prinses Margarita en [eiser] gelooft. De publicatie is niet onrechtmatig en een inperking van de vrijheid van meningsuiting is derhalve niet noodzakelijk. [eiser] heeft de door hem door de column geleden schade niet onderbouwd. Het Parool stelt overigens bereid te zijn om ruimte te bieden aan tegengeluid.

4. De beoordeling

4.1. Het Parool is gedagvaard als uitgever van het dagblad Het Parool, waarin de gewraakte column is verschenen. [columnist], de columnist, is zelf niet gedagvaard. Het Parool heeft betoogd dat de redactie inhoudelijk slechts verantwoordelijk is voor de nieuwskolommen en dat de columnist een onafhankelijke positie inneemt. Juist is dat de zorgplicht van Het Parool voor de inhoud van een column minder ver strekt dan haar verantwoordelijkheid voor de juistheid van in het dagblad geplaatste nieuwsberichten. Dit neemt echter niet weg dat Het Parool als uitgever uiteindelijk wel verantwoordelijk is voor hetgeen in haar dagblad wordt gepubliceerd en onrechtmatig jegens [eiser] kan handelen door het plaatsen van een column waardoor [eiser] in zijn eer en goede naam wordt aangetast.

4.2. Het gaat in deze zaak om een botsing van twee fundamentele rechten, namelijk aan de zijde van Het Parool het recht op vrijheid van meningsuiting (persvrijheid) en aan de zijde van [eiser] diens recht op bescherming van zijn eer en goede naam en op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Het antwoord op de vraag welk van deze beide rechten in het onderhavige geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle terzake dienende omstandigheden van het geval.

4.3. Het belang van [eiser] is erin gelegen dat hij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan voor hem ongewenste publiciteit omtrent zijn privé-situatie of aan lichtvaardige verdachtmakingen of dat afbreuk wordt gedaan aan zijn integriteit en geloofwaardigheid. Daarbij dient er rekening mee te worden gehouden dat [eiser] destijds zelf heeft meegewerkt aan de interviewreeks in HP/De Tijd, zodat hij tot op zekere hoogte zal dienen te accepteren dat hierover in de pers geschreven wordt.

4.4. Het belang van Het Parool is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Aan de beoordeling van de rechtmatigheid van een column moeten andere eisen worden gesteld dan aan onderzoeksjournalistiek. Aan een auteur komt in een column een grotere mate van vrijheid toe om zijn persoonlijke mening te geven dan in andere journalistieke genres, maar de auteur is ook in een column gebonden aan grenzen. Deze grenzen kunnen bijvoorbeeld overschreden worden indien de uitingen zijn gedaan met de bedoeling de ander te kwetsen of de bewoordingen met het oog op het te dienen belang nodeloos grievend zijn. Daarnaast is sprake van overschrijding van grenzen wanneer columnisten bij het uiten van hun persoonlijke mening kwalificaties bezigen of vergelijkingen treffen waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven.

4.5. Het betreft in dit geval een column met als (hoofd-)onderwerp de journalistieke kwaliteit van HP/De Tijd. Anders dan [eiser] stelt, heeft de column wel degelijk een satirisch karakter, aangezien het onderwerp op spottende, niet altijd serieuze wijze aan de orde wordt gesteld. Als voorbeeld kunnen worden genoemd het vergelijken van het kopen van HP/De Tijd met ‘het kopen van een broodje gezond op het CS’ en ‘het meegaan met het enige overgebleven meisje na sluitingstijd’, of de opmerkingen over ‘HP-medewerker’ [medewerker 2], over wie wordt geschreven dat ‘met de energie van [medewerker 2] frustraties men in een middelgrote provinciestad onbeperkt de verwarming kan laten loeien’. De uitlatingen die in de column over [eiser] worden gedaan, moeten in het licht van de teneur van de column worden gelezen. Zij geven een (op prikkelende wijze gepresenteerde) mening van [columnist] over de journalistieke kwaliteit van HP/De Tijd weer, waarbij ter illustratie en met overdrijving ook terloops gerefereerd is aan de bij (een deel van) het publiek (al dan niet terecht) levende twijfels aan de reputatie van [eiser]. De opmerkingen over [eiser] zijn niet gepresenteerd als (nieuws-)feit en de passages zullen door een gemiddelde lezer dan ook als opinie van de columnist worden opgevat. Aan een dergelijke satirische column mogen niet dezelfde hoge eisen worden gesteld als aan onderzoeksjournalistiek. In de column van [columnist] wordt de kwalificatie ‘leugenaar’ ook niet voor het eerst aan [eiser] gekoppeld. De geloofwaardigheid van [eiser] is - zoals door Het Parool ook onbetwist is gesteld - al meermalen onderwerp van het publieke debat geweest. Naar aanleiding van dat publieke debat heeft [columnist] kennelijk zijn mening gevormd en deze in zijn column op satirische wijze weergegeven. Aan [columnist] kan onder deze omstandigheden niet de eis worden gesteld zijn op het publieke debat gebaseerde mening met feiten te onderbouwen en een voorbeeld te noemen van een door [eiser] in de wereld gebrachte leugen. Dit zou de vrijheid van [columnist] om zich in zijn column te beperken tot het door hem gekozen onderwerp te zeer aantasten. Om diezelfde reden kan niet van [columnist] worden geëist dat hij (ook) de ex-echtgenote van [eiser] in zijn column aanhaalt.

4.6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de publicatie van de column door Het Parool niet onrechtmatig jegens [eiser]. De gevraagde voorzieningen worden dan ook geweigerd. De inhoud van de door de [eiser] gevraagde rectificatie behoeft zodoende geen bespreking meer. Indien [eiser] wil optreden tegen de in de column gedane uitspraken, is een ingezonden brief daartoe meer geëigend. Het Parool heeft verklaard dat bij haar bereidheid bestaat ruimte te bieden aan tegengeluid. Een rectificatie is hiertoe in dit geval geen gepast middel

4.7. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Het Parool worden begroot op:

- vast recht € 254,00

- salaris procureur 816,00

Totaal € 1.070,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen;

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Het Parool tot op heden begroot op € 1.070,00;

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. C. Neve, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2008.?