Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD1193

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-03-2008
Datum publicatie
08-05-2008
Zaaknummer
CV 07 23351
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deelnemer aan een televisiequiz vordert schadevergoeding vanwege een veronderstelde fout in de vraagstelling. Afgewezen. Op grond van de spelregels diende eiser de beslissing te accepteren. Vraagstelling voldoende zorgvuldig. Omvang van de schade?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

sector kanton - locatie Amsterdam

rolnummer: CV 07 23351

12 maart 2008

11

Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

gemachtigde: mr.drs.C.Meerts

t e g e n

De besloten vennootschap mba Endemol Nederland BV

gevestigd te [woonplaats]

gedaagde

gemachtigde: mr.E.M.Broekhuizen

HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE

In deze zaak is op 25 juli 2007 tussen partijen door de kantonrechter te Hilver¬sum een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussen¬vonnis is de zaak in Amsterdam op de rol geplaatst. Daarna zijn nog de volgende stukken gewis¬seld:

-een conclusie van antwoord met bewijsstukken met akte depot

-een conclusie van repliek

-een conclusie van dupliek met bewijsstukken

-een akte uitlating produkties met produkties

-een reactie van gedaagde op de laatste produkties.

Na het antwoord is bij instructievonnis van 5 september 2007 beslist dat schrifte¬lijk dient te worden voortgeprocedeerd.

Ten slotte is andermaal vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1)Als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) weersproken staat in dit geding vast:

a)Eiser heeft zich als kandidaat opgegeven voor het programma 'Week¬end Miljonairs', een z.g.publieksquiz. Hij heeft een kandida¬tenverklaring ondertekend en hij heeft een exemplaar ontvangen van de regels en proce¬dures voor deelname aan het tv-programma 'weekend Miljonairs'.

b)Op 11 april 2001 heeft eiser opgetreden als kandidaat in het onder 1.1 genoemde programma. De aflevering is op een later moment uitgezonden. Voor ? 32.000,- is in dat programma aan eiser de vraag voorgelegd: 'Wat ontdekte Robert J.L.Guppy in 1866?' De antwoordmogelijkheden waren: a. een aquariumvisje; b.een pyg¬meeënstam; c. radium; d. Hawaï.' Eiser koos antwoord b. Die beantwoording is als fout aangemerkt waardoor eiser niet door kon gaan en terugviel op een bedrag van ? 1.000,- dat hij heeft gekre¬gen.

c)Eiser heeft zich over de vraagstelling beklaagd bij gedaagde en gedaagde aansprakelijk gesteld.

De vordering

2)Eiser vordert een vergoeding van Eur 5.000,- en proceskosten. Hij stelt daartoe -zakelijk weergegeven- dat de hem gestelde vraag onjuist was. Daardoor is hij een geldprijs van ? 32.000,- misgelopen. Hij kreeg nu slechts ? 1.000,-. Zijn nadeel is derhalve ? 31.000,- excl. rente. Zijn vordering is een gematigde compensatie c.q. vergoe¬ding voor de gederfde geldprijs. Als grondslag voor zijn vordering noemt eiser, zonder verdere toelichting, onrechtmatig handelen door gedaagde en tekort¬schieten in de nakoming van de overeenkomst.

Het verweer

3)Gedaagde heeft zich -kort gezegd- op het standpunt gesteld dat de vraag klopt volgens enige door haar genoemde bronnen. Zij voert aan zich voldoende te hebben ingespannen om de antwoorden van de quizvrragen op juistheid te toetsen en zij doet een beroep op de door eiser onderteken¬de kandidatenverklaring met bijbehorende regels. Ge¬daagde bestrijdt dat er in deze zaak sprake is van toereken¬bare schade. Ten slotte voert gedaagde aan dat de hoogte van het gevorderde bedrag haar, gezien de gewisselde standpunten voor de procedure, als uitermate willekeu¬rig voorkomt.

Beoordeling

4)Het geschil overziende gaat het om de volgende vragen:

-kan gedaagde enig verwijt (onzorgvuldigheid of tekortschieten) worden gemaakt;

-zo ja, kan gedaagde zich op de onder 1.1 genoemde regels beroepen om een vordering af te weren;

-en ten slotte, wat is de eventuele schade.

5)Het verwijt:

Over de onder 1.2 weergegeven vraag stelt eiser dat deze fout is. R.J.L.Guppy heeft niet een aquariumvisje ontdekt. Zijn naam is aan een thans veel in aquaria gehouden visje gegeven. Er kon derhalve geen goed antwoord worden gegeven op de vraag. Daar komt nog bij dat men een aquariumvis niet kan ontdekken, aldus eiser. Gedaagde ontbeerde de kennis die nodig was voor het opstellen van deugde¬lijke quizvragen en heeft de vargen onvoldoende zorgvuldig voorbereid.

6)Gedaagde heeft hiertegen aangevoerd dat zij zich op meerdere bronnen heeft verlaten waarin staat dat R.J.L.Guppy de ontdekker is van de gup(py) (Van Dale 13e herziene druk van 1999, het Eponiemenwoorden¬boek van Nijgh & Van Ditmaar 1990, de grote Nederlandse Larousse Encyclopedie van Scheltema & Giltay NV, 1975).

7)Indien twee of meer serieus te nemen bronnen het bestreden antwoord geven kan niet worden volgehouden dat de vraagsteller zijn vraag onzorg¬vuldig heeft voorbe¬reid of te kort is geschoten in zijn taak om quizvragen op te stellen. De vraagstel¬ling in samenhang met de daarop te geven antwoorden is verder ook zodanig dat, ook indien iemand zou weten dat Guppy niet de ontdekker maar de naamgever van de vis was, geen van de andere antwoorden in aanmerking komt zodat ook in dat geval het door gedaagde als juist aangemerkte antwoord zou zijn gegeven. Het is ten slotte heel wel mogelijk dat men een vis die thans veel in aquaria wordt gehouden een aquariumvis noemt zonder dat daarmee wordt gesugge¬reerd dat deze vis in een aquarium is ontdekt. De toevoeging 'aquarium' aan het woord 'vis' zal bedoeld zijn als een verdere aanwijzing (hint) voor een juiste beantwoor¬ding van de vraag. Een semanti¬sche benade¬ring als door eiser voorge¬staan (men kan een aquariumvis niet ontdek¬ken) is niet wat in dit soort quizzen van de deelnemers wordt gevraagd. Als gedaagde al een verwijt te maken zou zijn voor de formulering van vraag en ant¬woord is dat, alles overziende, een uiterst gering verwijt.

8)De exoneratie:

Gedaagde beroept zich op de onder 1.1 genoemde kandidatenverklaring en regels en procedures. In de correspondentie over deze zaak heeft de toenmalige gemach¬tigde van eiser deze stukken als 'algemene voorwaar¬den' aangemerkt. Zonder alle bepalingen na te lopen wordt overwogen dat in de kandidatenverklaring onder 4. is opgenomen het volgende: 'Binnen het kader van het televisieprogramma zal de kandidaat zich neerleggen bij iedere beslissing van de producent of zijn vervanger en deze beslissing naleven.' Deze bepaling kan als een spelregel worden aange¬merkt. Het wettelijke systeem van nietige bepalingen in een overeenkomst ziet daarop niet. Eiser had, mede gezien die spelregel, de beslissing van gedaagde moeten accepteren. Om onder een dergelijke afspraak uit te komen had heel wat meer moeten gebeuren dan hier aan gedaagde wordt verweten.

9)De schade:

Of eiser de vraag, indien anders geformuleerd, goed had beantwoord zullen wij nooit weten. Evenmin zullen wij ooit weten of eiser door was blijven spelen met de kans dat hij bij een volgende vraag alsnog het inmiddels gewonnen bedrag van ? 32.000,- zou hebben verloren. Dit betekent dat eiser nogal kort door de bocht zijn schade stelt op ? 31.000,- en in het kader van deze procedure beperkt tot Eur 5.000,-. Zijn schade bestaat immers op het eerste gezicht uit het verlies van een kans op het verwer¬ven van een bedrag van ? 32.000,- of meer en op het verlies van verdere deelna¬me (met daaraan verbonden tv-optreden/publiciteit) hetgeen immateriële schade lijkt te zijn. Het verweer van gedaagde tegen de omvang van de gevorderde schade is daarom ten onrechte door eiser beperkt tot de uitleg dat dit samenhangt met de bevoegdheidsregels.

10)Hetgeen hiervoor is overwogen brengt met zich dat de vordering wordt afgewe¬zen.

11)Eiser wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van gedaagde.

BESLISSING

De kantonrechter:

12)wijst de vordering af;

13)veroordeelt eiser in de kosten van het geding aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op ¬EUR 500,-, voorzo¬ver verschul¬digd inclu¬sief BTW, aan salaris van ¬haar gemach¬tigde.

Aldus gewezen door C.von Meyenfeldt, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzit¬ting van de Rechtbank Amsterdam van 12 maart 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter