Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD0887

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-02-2008
Datum publicatie
02-05-2008
Zaaknummer
EA 08-86
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Indiensttreding bij een derde mag slechts onder zeer bijzondere omstandigheden worden opgevat als een ontslagname; werknemer ontvankelijk in ontbindingsverzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0299
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

SECTOR KANTON - LOCATIE AMSTERDAM

Kenmerk : EA 08-86

Datum : 22 februari 2008

245

Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op het verzoek van:

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoeker, nader te noemen [verzoeker]

gemachtigde: mr. H.W.E. Vermeer

tegen:

de besloten vennootschap Players Retail BV

gevestigd te Amsterdam

verweerster, nader te noemen Players

gemachtigde: mr. O. Planten

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoeker] heeft op 4 januari 2008 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst. Players heeft op 4 februari 2008 een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 5 februari 2008. [verzoeker] is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde. Players is verschenen bij de heer [directeur Players], directeur en haar gemachtigde. Beide gemachtigden hebben gepleit en de zaak is uitgebreid besproken. Een schikking kon niet worden bereikt.

Daarop hebben partijen beschikking gevraagd.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. [verzoeker], thans 27 jaar oud, is sedert 1 maart 2006 in dienst van Players en was laatstelijk werkzaam als full time verkoopmedewerker. Het laatstgenoten salaris bedraagt € 1.700,00 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Bij aanvang betrof het een arbeidsovereenkomst voor de bepaalde tijd van 6 maanden, dat na enkele maanden op verzoek van [verzoeker] is omgezet in één voor onbepaalde tijd.

1.2. Players drijft diverse winkels in kleding en schoenen. Players heeft vestigingen ondermeer in Haarlem, Utrecht en Amsterdam. [verzoeker] verrichtte werkzaamheden in meerdere filialen, waaronder in Haarlem en Amsterdam.

1.3. Op 12 januari 2007 heeft [verzoeker] Players schriftelijk van zijn onvrede over de werkzaamheden in de vestiging Amsterdam op de hoogte gesteld. [verzoeker] verzocht - mede gelet op de reisafstand - elders te worden ingezet. Players heeft dat verzoek niet gehonoreerd. [verzoeker] bleef twee dagen per week in Amsterdam werkzaam.

1.4. Players heeft op enig moment gesprekken met [verzoeker] gevoerd over zijn houding en inzet. Op 30 juni 2007 is [verzoeker] daar mondeling op aangesproken en op 7 juli 2007 heeft hij daarover een officiële waarschuwing ontvangen.

1.5. Op 26 november 2007 heeft Players in een bijeenkomst met alle medewerkers van de vestiging Haarlem, waaronder [verzoeker], gesproken over de sfeer en de gang van zaken in het filiaal. Op 27 november 2007 heeft [verzoeker] een brief uitgereikt gekregen, waarin hij werd aangesproken op zijn houding, instelling en functioneren. Bij brief van 28 november 2007 heeft [verzoeker] de verwijten betwist, stellende dat hij ontstemd was over de brief en dat hij een persoonlijk onderhoud met de directeur wenste.

1.6. Op 29 november 2007 hebben partijen met elkaar gesproken en Players heeft een (voorstel tot een) beëindigingsovereenkomst aan [verzoeker] gegeven. Die overeenkomst voorzag in een einde van de arbeidsovereenkomst per 31 december 2007 met een vergoeding van € 850,00 bruto.

1.7. Op 30 november 2007 heeft [verzoeker] zich ziek gemeld. Op 4 december 2007 heeft de arbo-arts Players bericht dat [verzoeker] stelde spanningsklachten te ervaren als gevolg van al enige tijd verstoorde arbeidsverhoudingen. Geadviseerd werd om - desgewenst met behulp van een mediator - in een periode van 2 weken te zoeken naar een oplossing. Na deze time out van 2 weken zou [verzoeker] het werk (kunnen) hervatten.

1.8. Op 5 december 2007 heeft Players [verzoeker] bericht dat zij op grond van de weigering van [verzoeker] met Players te spreken het loon heeft opgeschort. [verzoeker] werd opgeroepen de volgende dag 6 december 2007 te verschijnen.

1.9. Bij brief van 6 december 2007 heeft Players [verzoeker] bericht dat de loonopschorting gehandhaafd bleef, aangezien [verzoeker] wel op kantoor was verschenen, maar niet blijk van enige bereidheid had gegeven om te overleggen over de ontstane situatie.

1.10. Bij mail van 14 december 2007 heeft [verzoeker] Players bericht de volgende dag weer te komen werken. Op 15 december 2007 heeft [verzoeker] een uur gewerkt, waarna hij het werk weer heeft neergelegd. Op 18 december 2007 heeft de arbo-arts [verzoeker] niet arbeidsongeschikt geoordeeld, waarbij de arbo-arts het essentieel oordeelde dat gewerkt werd aan een oplossing van het conflict.

1.11. [verzoeker] heeft zijn werkzaamheden niet meer hervat. Players heeft vanaf december 2007 [verzoeker] geen loon meer betaald.

1.12. Op 4 januari 2008 heeft [verzoeker] een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereen-komst ingediend. Per 1 februari 2008 is [verzoeker] elders in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 6 maanden met een proeftijd van 2 maanden.

Verzoek en verweer

2. [verzoeker] verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst nu sprake is van gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk behoort te eindigen.

[verzoeker] verzoekt daarbij hem een vergoeding met factor C=2 ten laste van Players toe te kennen.

3. [verzoeker] stelt - kort gezegd - dat Players zich niet heeft gedragen zoals van een goed werk-gever kan worden verwacht, door de verwijten van Players in de brief van 26 november 2007 en het feit dat Players tijdens een time out [verzoeker] heeft opgeroepen voor gesprekken en werkhervatting heeft verlangd. Players heeft daarbij de mogelijkheid van mediation verworpen. Ook heeft zij het salaris van [verzoeker] stopgezet.

4. Players verweert zich gemotiveerd tegen het verzoek. Primair voert Players aan dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is. Onder verwijzing naar JAR 2002, 257 stelt Players dat zij de in dienst treding van [verzoeker] elders mag opvatten als een ontslagname, welke door Players stilzwij-gend is geaccepteerd en waardoor de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 februari 2008 is geëindigd. Dus heeft [verzoeker] geen belang (meer) bij zijn verzoek.

5. Players betwist voorts dat er gewichtige redenen zijn in de door [verzoeker] bedoelde zin, althans zij betwist dat er gronden zijn om enige vergoeding aan [verzoeker] toe te kennen. Daartoe voert Players - kort gezegd - aan dat er van een arbeidsconflict geen sprake was, dat zij [verzoeker] mocht aanspreken op zijn functioneren en dat zij na zijn ziekmelding getracht heeft met [verzoeker] te overleggen, maar dat deze dat heeft geweigerd.

6. Mocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst worden toegewezen dan verzoekt Players [verzoeker] te veroordelen tot betaling van een vergoeding aan Players van € 5.000,00 ter compensatie van onnodig gemaakte kosten van bedrijfsmedische begeleiding en juridische ondersteuning.

Beoordeling

7. Ten aanzien van de ontvankelijkheid wordt overwogen dat [verzoeker] de arbeidsovereenkomst niet eenduidig en ondubbelzinnig heeft opgezegd en dat hij derhalve ontvankelijk is in zijn verzoek. Anders dan Players meent de kantonrechter dat die vereiste eenduidige en ondubbelzinnige ontslagname slechts onder zeer bijzondere omstandigheden uit de houding en handelwijze van de werknemer afgeleid kan worden. Het enkele feit dat een werknemer na het ontstaan van een arbeidsconflict op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (met een ongeldige proeftijd) voor een derde werkzaamheden verricht, is daartoe onvoldoende. Daarbij is niet relevant of - zoals door Players is gesteld - [verzoeker] reeds vóór de indiening van het verzoek elders werkzaamheden verrichtte.

8. [verzoeker] heeft ook belang bij de gevraagde ontbinding. Niet alleen is dat belang gelegen in de door [verzoeker] gevraagde ontbindingsvergoeding, maar tevens in het feit dat op [verzoeker] juist in het licht van de voortdurende arbeidsovereenkomst nog verplichtingen rusten, waaraan [verzoeker] een einde wil maken. Dat [verzoeker] zijn arbeidsovereenkomst ook zou kunnen opzeggen maakt dit niet anders; [verzoeker] heeft ex artikel 7: 685 BW het recht ontbinding van de arbeidsovereenkomst te vragen.

9. [verzoeker] heeft zijn verzoek gegrond op - kort gezegd - verstoorde verhoudingen. Uit de wederzijdse stellingen van partijen en het verhandelde ter zitting moet geconcludeerd worden dat [verzoeker] daarin dient te worden gevolgd. De goede verstandhouding, noodzakelijk voor een verdere samenwerking tussen partijen, is blijvend komen te ontbreken. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden.

10. Resteert de vraag of [verzoeker] of Players een vergoeding toekomt. In dat verband wordt overwogen dat Players als werkgever binnen redelijke grenzen gerechtigd is aan het functioneren van [verzoeker] eisen te stellen, die zij dienstig acht voor het vervullen van de functie en dat zij haar werknemers mag aanspreken op de wijze waarop die hun functie vervullen. Dat Players daarbij grenzen heeft overschreden of zich onredelijk heeft opgesteld, is niet gebleken.

11. Los van de vraag wat de juridische consequentie is van het advies van de arbo-arts tot een time out van 14 dagen: (ook) [verzoeker] had initiatief kunnen nemen om het door hem gevoelde conflict op te lossen, danwel in elk geval positief kunnen reageren op de oproep van Players om het conflict te bespreken, zelfs al is die oproep vrij dwingend van toon. Wachten tot aan het einde van de geadviseerde time out en met een simpel sms-je melden dat je weer komt werken, is dan niet de juiste weg. Deze houding van [verzoeker] heeft in overwegende mate gezorgd voor de blijvende verstoring van de arbeidsrelatie.

12. Dit gevoegd bij de korte duur van het dienstverband en de jeugdige leeftijd van [verzoeker], leidt tot het oordeel dat bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst [verzoeker] geen vergoeding toekomt. Ook het verzoek van Players voor een vergoeding wordt afgewezen; de gevraagde compensatie van onnodig gemaakte kosten van bedrijfsmedische begeleiding en juridische ondersteuning, zijn geen posten die in het kader van artikel 7: 685 BW voor vergoeding in aanmerking komen en voor een billijke vergoeding ziet de kantonrechter geen aanleiding.

13. Nu aan [verzoeker] niet de gevraagde vergoeding wordt toegekend, moet [verzoeker] de gelegenheid worden geboden om zijn verzoek in te trekken. Er zijn termen de proceskosten te compenseren, behoudens in het geval dat [verzoeker] het verzoek intrekt, in welk geval [verzoeker] in de kosten aan de zijde van Players wordt veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 maart 2008;

II. bepaalt dat het onder I gestelde rechtskracht ontbeert, indien het verzoek door [verzoeker] uiterlijk op 29 februari 2008 wordt ingetrokken;

III. wijst het meer of anders verzochte af;

IV. bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen, behoudens in het geval [verzoeker] het verzoek zal intrekken, in welk geval [verzoeker] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van Players, die tot op heden worden begroot op € 545,- voor salaris van haar gemachtigde, voorzover verschuldigd, inclusief BTW.

Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2008 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter