Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BD0880

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
06-05-2008
Zaaknummer
396307 / KG ZA 08-791 AB/LW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding tussen een plastisch chirurg en de EO naar aanleiding van de uitzendingen van EO-Netwerk van 15 en 17 april 2008. In die uitzendingen is de plastisch chirurg geïnterviewd en is hij er van beschuldigd dat hij de cameraploeg van EO-Netwerk zou hebben aangevallen; ook zou hij een patiënte hebben opgelicht. Deze beschuldigingen zijn onrechtmatig geoordeeld. De door de chirurg gevorderde rectificatie en immateriële schadevergoeding worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 248

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 396307 / KG ZA 08-791 AB/LW

Vonnis in kort geding van 29 april 2008

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser bij dagvaarding van 23 april 2008,

procureur mr. H.A.J.M. van Kaam,

tegen

de vereniging

VERENIGING TOT BEVORDERING VAN DE EVANGELIEVERKONDIGING VIA RADIO EN TELEVISIE

“DE EVANGELISCHE OMROEP”,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

procureur mr. M.A. de Kemp.

Partijen zullen hierna [eiser] en de EO worden genoemd.

1. De procedure

Voorafgaand aan de zitting heeft de raadsman van [eiser] verzocht de behandeling met gesloten deuren te laten plaatsvinden, opdat zijn cliënt, die is gebonden aan zijn medisch beroepsgeheim, vrijuit zou kunnen spreken. Desgevraagd deelde de raadsman mee dat het praktisch onmogelijk was om alles wat onder het beroepsgeheim kan vallen afzonderlijk te behandelen, omdat zijn pleitnota er mee was doorspekt. De raadsman van de EO had geen bezwaar tegen een behandeling achter gesloten deuren. Van oordeel dat het belang van een goede rechtspleging ernstig zou zijn geschaad als [eiser] zich vanwege de openbaarheid niet behoorlijk zou kunnen verdedigen tegen de ernstige beschuldiging aan zijn adres, heeft de voorzieningenrechter vervolgens bepaald dat de behandeling met gesloten deuren zou plaatsvinden. Achteraf blijken de mededelingen van [eiser] over zijn patiënte niet van dien aard dat van dit vonnis alleen een geanonimiseerd uittreksel zou moeten worden verstrekt.

Ter terechtzitting van 25 april 2008 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat hij zijn eis heeft gewijzigd in die zin dat hij zijn vordering tot betaling van een voorschot in verband met door hem geleden materiële schade heeft ingetrokken en zijn vordering heeft vermeerderd met de hierna onder 3.1. VI opgenomen vordering met betrekking tot www.youtube.com. De EO heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Nadat de EO ter zitting te kennen had gegeven dat [eiser] in het bezit is gesteld van een kopie van alle op 15 april 2008 in de kliniek vervaardigde beeld- en geluidsopnamen en van alle verklaringen en stukken van [getuige1], [getuige2] en patiënt [patiënt], heeft [eiser] het in de inleidende dagvaarding onder III en V gevorderde eveneens ingetrokken. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. [eiser] is een plastisch chirurg verbonden aan een aantal klinieken. De EO is een omroepinstelling die onder meer uitzendingen van het televisieprogramma Netwerk verzorgt.

2.2. [eiser] heeft in 2006 een patiënte, te weten [patiënt], in behandeling genomen, nadat zij door een “cosmetisch arts” was behandeld met permanente rimpelvullers, met afschuwelijke gevolgen (verminkingen in haar gezicht).

2.3. Op 6 december 2006 heeft [eiser] een factuur aan [patiënt] gestuurd van EUR 18.700,00, waarop onder meer een “Klassieke Facelift” en een “Halslift” staan vermeld.

2.4. Bij brief van 10 oktober 2007 heeft [eiser] aan de PALS groep letselschade specialisten, voor zover hier van belang, het volgende bericht:

“Op 18 december 2006 werd een uitvoerige gezichtsreconstructie uitgevoerd door middel van een face/halslift, lipofilling van het gezicht en in het bijzonder beide wangen, neuslippenplooien en partieel de bovenlip, blepharoplastiek superior, midface lift en verwijdering restant permant vulmiddel gecombineerd met een operatieve lipvergroting. (…) Patiente heeft aangegeven dat met het resultaat van deze procedures er, naar haar tevredenheid, een duidelijke verbetering bewerkstelligt is ten opzichte van de uitgangspositie, waarmee zij zich bij mij presenteerde.”

2.5. Op 31 maart 2008 heeft [getuige1], plastisch chirurg verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Groningen, een brief gestuurd aan [patiënt] en haar huisarts met onder meer de volgende inhoud:

“Patiente ([patiënt], vzr.) heeft alleen een litteken voor het oor. Er is geen retro-auriculair litteken, noch litteken in het haar. Het oogt alsof patiente een facelift heeft gehad met de benadering van een minifacelift. Daarnaast vindt ondergetekende van de halslift geen enkele tekenen. Patiente heeft geen zogenaamde submentale incisie. Mijns inziens kan deze halslift niet zijn uitgevoerd via de litteken van de mini-facelift.”

2.6. Begin april 2008 is [eiser] benaderd door de redactie van Netwerk met het verzoek of hij zijn medewerking wilde verlenen aan een reportage over het gebruik van permanente rimpelvullers en over de oorzaken van de verminkingen van [patiënt] als gevolg hiervan, en over de door hem bij haar uitgevoerde (herstel)behandelingen. [eiser] heeft hiermee ingestemd, nadat [patiënt] daarvoor op 9 april 2008 toestemming had gegeven.

2.7. Op 15 april 2008 heeft het interview plaatsgevonden in een kliniek waaraan [eiser] is verbonden. Daarbij waren vier medewerkers van Netwerk - een verslaggever, een redactiemedewerker, een cameraman en een geluidsman - aanwezig. Uit het overgelegde ruwe beeldmateriaal blijkt dat eerst is gesproken over hoe [patiënt] er aan toe was toen zij bij [eiser] kwam en over de ingrepen die de “cosmetische arts” bij haar had verricht. Vervolgens ging het over rimpelvullers in het algemeen en daarna over de behandelingen die [patiënt] bij [eiser] had ondergaan, die begonnen met ongeveer tien sessies waarbij vulmateriaal werd verwijderd. [eiser] zegt dat daarna een reconstructie van het gezicht nodig was. Het transcript van het vervolg van het ruwe beeldmateriaal luidt, voor zover van belang, als volgt, waarbij de cursieve gedeelten door de voorzieningenrechter, die het beeldmateriaal heeft bekeken, zijn toegevoegd:

“[persoon1]: U heeft allerlei procedures – zegt allerlei plastisch chirurgische procedures moeten doen. En hoe ziet het er dan precies uit? (…)

[eiser]: We…eh…hebben ervoor gekozen om ik zal maar zeggen de onregelmatigheden die zijn ontstaan door het wegnemen van de, van de permanente vulmiddelen die waren ingespoten, en de knobbels en bobbels die daar uit voort zijn gekomen, om die defecten eigenlijk weer op te vullen met lichaamseigen vetweefsel. En…eh…we hebben daaroverheen eigenlijk een soort facelift-achtige procedure gedaan om…eh…het overschot aan huid en de onregelmatigheden in de huid weer enigszins glad te strijken

[persoon1]: Ze had een facelift nodig?

[eiser]: Eh…ze had…eh…een facelift-achtige procedure nodig ja. (…)

[persoon1]: Want nou is is er namelijk. Dan is er nog iets. Want zij is zelf…eh…namelijk helemaal niet zo tevreden over uw…over wat u…eh…over het resultaat uiteindelijk. Ook, ook hier niet.

[eiser]: Dat is niet datgene wat ik me kan herinner van de…eh laatste keer dat ik haar heb gezien. (…) Ik moet zeggen dat het een verrassende wending neemt.

[persoon1]: Ja zij is dus niet tevreden over het resultaat. Ik heb haar geinterviewt en zij betwijfelt of uh die facelift heeft plaatsgevonden, want u zegt ik heb een faceliftachtige procedure met haar moeten doorlopen. Zij twijfelt eraan of die heeft plaatsgevonden. En zij twijfelt ook aan de halslift die zou hebben plaatsgevonden.

[eiser]: Ja dat ja, ik weet niet wat haar twijfels zijn, dus dat uh, ik moet zeggen dat ze die twijfels niet met mij heeft besproken, laat ik het zo zeggen.

[persoon1]: Maar naar verloop van tijd is ze hier in eerste instantie waarschijnlijk aangegeven dat ze tevreden is. Naar verloop van tijd.

[eiser]: Nou ze heeft niet in eerste instantie aangegeven, ze heeft daar een langdurige periode, na gedurende denk ik een maand of 9 daarna, waar we haar nog voor diverse malen controle hebben terug gezien, heeft ze aangegeven dat ze heel erg tevreden over het resultaat was. En dat ze, nou ja ik bedoel, tot bijna lyrisch enthousiast was over wat we bij haar hadden gedaan, ten opzichte van het resultaat zoals het was. Dat rijmt niet helemaal met datgene wat ik zo maar zeggen, in herinnering heb en zoals wij het hebben mogen ervaren, hoe ze zich ten opzichte van mij heeft geuit.

[persoon1]: Ja. Maar hoe ze zich ten opzichte van ons heeft geuit, is dat ze zeg maar nu op dit moment ontevreden is en zij is dus, zij betwijfelt dus wat ik zeg, of die halslift en facelift hebben plaatsgevonden. En u bent honderd procent ervan overtuigd dat er een halslift en facelift hebben plaatsgevonden. Dat heeft u uitgevoerd.

[eiser]: Nou ik heb op dit moment even niet de medische gegevens zo direct voor de hand, maar wat ik ervan weet, is dat wij een facelift procedure…eh een faceliftachtige procedure hebben uitgevoerd dus uh dat uh

[persoon1]: Kun jij heel even naar buiten gaan om te vragen of die gozer effe wil stoppen.”

(Dan volgt er een pauze vanwege het geluid van een grasmaaier buiten. [eiser] loopt weg. Als hij weer binnenkomt zegt hij:)

“Maar ik denk dat we klaar zijn.

[persoon1]: Nou ik denk het niet meneer [eiser], want ik wil toch met u even toch duidelijk op ingaan op uh de problemen die er nu zijn ontstaan, uhm ik wil u toch vragen om nog even op een aantal vragen van mij in te gaan, want uh er zijn grote twijfels aan uh het feit of die face- en halflift wel hebben plaatsgevonden. Of u dat wel heeft uitgevoerd. En nou is het zelfs zo dat ik met mevrouw naar een oud-plastisch chirurg ben gegaan en die heeft ook geconstateerd dat die van een face- en halslift niks kan vinden. En ik wil u graag het..eh…iets overhandigen van [getuige1]. Meneer [eiser] wilt u dat even alstublieft bekijken.”

([eiser] loopt weg naar een ander vertrek, sluit de deur achter zich en zegt tegen redacteur [persoon2], die zich daar bevindt:)

“Ik denk dat het een beetje anders loopt dan dat we hebben afgesproken. (…) Ja dus eh dit gaan we niet doen natuurlijk. We gaan niet een soort van eh…”

(De verslaggever opent de deur en blijft vragen of [eiser] het stuk van [getuige1] wil bekijken)

“[eiser]: Nee dit gaan we niet doen he (…) (tegen een medewerkster) Ga jij de politie even bellen. ([eiser] loopt naar een ander vertrek en sluit de deur achter zich. De verslaggever klopt op de deur)

[eiser]: Nee u komt hier niet in, u mag hier…(De verslaggever opent de deur, waar [eiser] net de telefoon neerlegt)

[eiser]: We hebben de beveiliging gebeld u mag het pand verlaten. (…) ik wil van alles lezen en dergelijke, ik bedoel ik wil daar ook commentaar op geven, maar ik ga niet hier zo met dat u een papiertje voor mijn neus gaat zwaaien. (…) Goed we zijn klaar hier met hartelijk dank (…)

(Tegen een baliemedewerkster) Kun jij even bellen of ze deze heren kunnen worden verwijderd uit het pand. (…) Ik waarschuw je nu, want we zijn, nu ik bedoel ik heb inmiddels vijf keer aangegeven dat jullie hier mogen vertrekken.

[persoon1]: Maar waarom gaat u niet gewoon in, u wordt beticht van oplichting meneer [eiser].

[eiser]: dat als u dat wilt doen, als u mij daar van wilt betichten, dan zou ik zeggen van u moet dat misschien op een andere manier doen (…) Omdat ik zal maar zeggen, overal op in wil gaan, maar dat u moet me daar de gelegenheid moet voor geven.

[persoon1]: Die krijgt u nu alstublieft.

[eiser]: Nee dat gaan we niet op die manier doen. (…) Nu kunt u het pand verlaten. ([eiser] loopt weg en sluit deur achter zich) (…)

[persoon1]: (…) Maar u kunt de bewaking bellen meneer [eiser], ik ga niet weg hoor.

(Geluid van stromend water in een wasbak) Geluidsman: Hij verzuipt de zender in het water. (De verslaggever opent de deur waarachter [eiser] zich bevindt. [eiser] komt naar buiten. Hij gaat een ander vertrek binnen, wil de deur sluiten maar de verslaggever houdt zijn voet er (kennelijk) tussen)

(…)

[eiser]: Gaat u nu gewoon zitten te duwen of iets dergelijks?

[persoon1]: Gaat u nu gewoon in op dit document.

([eiser] probeert de EO-medewerkers de kliniek uit te werken, wat leidt tot enig duw- en trekwerk over en weer)

Baliemedewerkster: Hallo, hallo, stop eens effe (…)

[eiser]: (tegen een medewerkster van de kliniek) Kun jij even de politie bellen.

([eiser] loopt terug de kliniek in en wil de deur achter zich dicht doen. De verslaggever strekt zijn hand uit om die deur weer open te trekken en dan valt het beeld weg).

2.8. Van dit incident hebben zowel [eiser] als de medewerkers van de EO aangifte gedaan bij de politie.

2.9. In de uitzending van Netwerk van 15 april 2008, op de website aangekondigd met “plastisch chirurg valt cameraploeg Netwerk aan”, is aandacht besteed aan de confrontatie.

2.10. In de uitzending van Netwerk van 17 april 2008 is het item “Verminkt na plastische chirurgie” behandeld. In die uitzending hebben [patiënt] en haar raadsvrouw te kennen gegeven aangifte te gaan doen bij de politie van oplichting door [eiser], nu hij een bedrag van EUR 18.700,00 in rekening heeft gebracht aan [patiënt] voor een behandeling die hij niet bij haar heeft uitgevoerd.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert na wijziging van eis – samengevat – de EO:

I te verbieden de op 15 april 2008 in de kliniek vervaardigde beeld- en geluidsopnamen op welke wijze dan ook openbaar te maken en/of te verveelvoudigen;

II te verbieden [eiser] op welke wijze dan ook, in beeld en/of geluid ervan te beschuldigen dat hij de ploeg van Netwerk zou hebben aangevallen of woorden van gelijke strekking;

IV te verbieden [eiser] op welke wijze dan ook, in beeld en/of geluid ervan te beschuldigen dat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan oplichting of woorden van gelijke strekking;

VI te veroordelen om de websites www.uitzendinggemist.nl en www.youtube.com schriftelijk te verzoeken tot het verwijderen en verwijderd houden van de items over [eiser] uit de afleveringen van Netwerk van 15 en 17 april 2008, met een direct afschrift van dit verzoek aan de raadsman van [eiser];

VII te veroordelen om op straffe van verbeurte van een dwangsom bij aanvang van de eerstvolgende uitzending van EO Netwerk een rectificatietekst uit te zenden onder het gelijktijdig, op een gebruikelijk volume en met gebruikelijk stemgeluid en intonatie eenmaal uitspreken hiervan door de presentator of presentatrice;

VIII te veroordelen om de onder VII genoemde rectificatietekst gedurende één maand op de homepage van de website www.netwerk.tv te plaatsen;

IX te veroordelen om de onder VII genoemde rectificatietekst te doen publiceren op pagina 3 van de dagbladen Telegraaf, het Algemeen Dagblad en Trouw;

X te bevelen aan [eiser] ten titel van dwangsom en bedrag van EUR 50.000,00 te betalen per overtreding van één van de hiervoor onder I tot en met VI, VIII en IX genoemde bevelen en verboden;

XI te veroordelen tot betaling van EUR 50.000,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente;

XIII te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;

XIV te veroordelen in de proceskosten.

3.2. [eiser] stelt hiertoe het volgende. Op 15 april 2008 hebben medewerkers van de EO hem geïnterviewd in het kader van een uitzending van Netwerk met als titel “Verminkt na plastische chirurgie”. Tijdens dit interview confronteerde de verslaggever [eiser] uit het niets en op agressieve wijze met het feit dat [patiënt] niet tevreden is met de door [eiser] uitgevoerde behandelingen en dat [eiser] bij haar een face- en halslift zou hebben gefactureerd, die hij niet heeft uitgevoerd. Deze beschuldiging overviel [eiser]. De EO heeft opzettelijk nagelaten [eiser] met open vizier te benaderen door niet vooraf het werkelijke onderwerp van het interview te vermelden. De klachten van [patiënt] waren volkomen nieuw voor van [eiser] en hij beëindigde het interview en verzocht de EO-medewerkers het pand te verlaten. Hij wilde niet onvoorbereid voor de camera reageren op de ernstige beschuldiging dat hij een oplichter zou zijn. Ondank zijn herhaald verzoek om het pand te verlaten, weigerden de EO-medewerkers te vertrekken. De verslaggever ging hierbij zo ver dat hij deuren trachtte open te trekken, zijn voet tussen de deur plaatste om deze open te houden en op indringende wijze om een reactie van [eiser] bleef vragen. Er ontstond veel tumult en een schermutseling met als climax dat [eiser] met deur en al een andere behandelkamer werd ingeduwd waar op dat moment een behandeling gaande was. De EO heeft een fysieke confrontatie niet geschuwd. Dit vormt een ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer van [eiser], die zich ook tot zijn werk uitstrekt. De confrontatie is dan ook onrechtmatig.

Ook het uitzenden van deze confrontatie tijdens de Netwerkuitzending van 15 april 2008 is onrechtmatig. In deze uitzending wordt [eiser] ervan beschuldigd dat hij de Netwerk medewerkers zou hebben aangevallen. De beelden zijn het resultaat van het nodige knip- en plakwerk en wekken de suggestie dat er iets ernstigs aan de hand is. [eiser] betwist dat hij de ploeg heeft aangevallen, en stelt dat hij steeds door de medewerkers van de EO is achtervolgd.

Daarnaast is de uitzending van 17 april 2008 van Netwerk onrechtmatig jegens [eiser], doordat hij ten onrechte wordt beschuldigd van oplichting. Hij zou willens en wetens geen klassieke face- en halslift hebben uitgevoerd bij [patiënt], maar deze wel in rekening hebben gebracht. Netwerk vaart voor de beschuldiging, dat hij deze ingrepen niet zou hebben uitgevoerd, blind op de opinie van twee andere chirurgen. Deze twee chirurgen hebben echter geen overleg met [eiser] gehad en hebben evenmin inzage in het medisch dossier van [patiënt] gehad. Daar komt bij dat haar medische voorgeschiedenis zeer complex is. [eiser] heeft Netwerk hiervan in kennis gesteld. [eiser] zelf heeft nooit klachten van [patiënt] ontvangen. Bovendien heeft [eiser] in plaats van een klassieke face- en halslift een veel complexere operatie bij [patiënt] uitgevoerd. De ernstige beschuldiging vindt onvoldoende steun in het feitenmateriaal en van een misstand is dan ook geen sprake. In beide uitzendingen is [eiser] echter wel meerdere keren als oplichter met naam en toenaam genoemd en is hij in beeld geweest. Netwerk heeft geprobeerd de beschuldiging van oplichting kracht bij te zetten door [eiser] af te schilderen als een gewelddadig iemand die met EO-medewerkers op de vuist is gegaan. [eiser] heeft recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer en dat weegt zwaarder dan het recht van de EO om een misstand, die niet als zodanig kan worden gekwalificeerd, aan de kaak te stellen. [eiser] is door de EO op ernstige wijze aangetast in zijn eer, goede naam en reputatie. Hij heeft recht op een prompte genoegdoening van EUR 50.000,00 als immateriële schadevergoeding. De vorderingen moeten dan ook worden toegewezen.

3.3. Ter afwering van de vordering voert de EO het volgende verweer. Haar medewerkers zijn [eiser] tijdens het interview open tegemoet getreden. Er bestaat geen rechtsregel die journalisten verplicht om de geïnterviewde van alle te bespreken onderwerpen op de hoogte te stellen. Er is geen sprake ven onrechtmatig handelen. Ook de uitzending van de confrontatie is niet onrechtmatig. De door Netwerk uitgezonden beelden geven een accuraat en chronologisch beeld van wat er zich tijdens het interview heeft afgespeeld. De kijker kan zich zelf een oordeel vormen over de handelwijze van zowel van [eiser] als de EO-medewerkers. Daarnaast is de beschuldiging van oplichting door [eiser] in de uitzending van Netwerk van 17 april 2008 niet onrechtmatig. De EO heeft hier immers nauwkeurig onderzoek naar gedaan en is niet over één nacht ijs gegaan met haar stelling. De beschuldigingen vinden voldoende steun in het feitenmateriaal. De vorderingen moeten daarom worden afgewezen.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in deze zaak om een botsing van twee fundamentele rechten, namelijk aan de zijde van de EO het recht op vrijheid van meningsuiting en aan de zijde van [eiser] zijn recht op bescherming van zijn eer en goede naam en op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Het antwoord op de vraag welk van deze beide, in beginsel gelijkwaardige, rechten in dit geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle terzake dienende omstandigheden van het geval.

4.2. Het belang van de EO is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van [eiser] is erin gelegen dat hij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan voor hem negatieve en ongewenste publiciteit.

4.3. De misstand die de EO aan de kaak wilde stellen was, voorzover het om [eiser] gaat, dat er chirurgen zijn die operaties in rekening brengen die feitelijk niet zijn uitgevoerd en zich daarmee schuldig maken aan oplichting. De EO was in contact gekomen met een zekere [patiënt], die door een “cosmetisch arts” was behandeld met permanente rimpelvullers, wat desastreuze afwijkingen tot gevolg heeft gehad. Zij is vervolgens naar [eiser] gegaan. Die heeft haar uiteindelijk geopereerd. Volgens de facturen zou hij daarbij een klassieke facelift hebben uitgevoerd en een halslift. [patiënt] is gaan twijfelen of die ingrepen inderdaad zijn verricht. In overleg met de EO heeft [patiënt] zich laten onderzoeken door [getuige1], verbonden aan het UMC Groningen, die in een brief van 31 maart 2008 schrijft niets te kunnen terugvinden van een klassieke facelift en evenmin tekenen van een halslift. De EO heeft [patiënt] vervolgens laten onderzoeken door gepensioneerd plastisch chirurg [getuige2]. Deze heeft ook geen sporen van een klassieke facelift kunnen vinden en spreekt van oplichting.

4.4. Voorafgaand aan het interview op 15 april 2008 is aan [eiser] meegedeeld dat men wilde komen praten over de negatieve effecten van rimpelvullers en over de medische verwikkelingen rond [patiënt]. Dat [patiënt] ontevreden zou zijn over de behandeling door [eiser] is er niet bij gezegd, en dat ze hem betichtte van oplichting al helemaal niet. Volgens [eiser] heeft [patiënt] zich na afloop tevreden getoond. Volgens het handgeschreven verhaal van [patiënt] dat de EO heeft overgelegd zegt zij wel dat ze niet tevreden is, maar niet dat ze twijfelt of de face- en halslift wel zijn uitgevoerd. [eiser] had dus geen idee dat hij werd beticht van oplichting. Uit het ruwe beeldmateriaal, zoals hiervoor weergegeven, blijkt dat hij daardoor compleet werd overvallen. Vervolgens werd hij min of meer gedwongen om onder het oog van de camera een brief van [getuige1] te gaan lezen en daar commentaar op te geven.

Hierna moet onderscheid worden gemaakt tussen de gang van zaken na het interview en de beschuldiging van oplichting.

4.5. De gang van zaken na het interview

Onverwachts geconfronteerd met de beschuldiging van oplichting en met voor hem onbekend bewijsmateriaal, had [eiser] het volste recht het onderhoud te beëindigen. Dat deed hij dan ook. Dat de EO-medewerkers het niet meteen opgaven en bleven filmen en vragen stellen kan misschien nog als journalistieke vasthoudendheid worden aangemerkt, maar toen [eiser] wegliep en de deur achter zich dicht trok, hield het op. De EO had met de confrontatie moeten stoppen en de kliniek moeten verlaten. Het verdere optreden van de EO-medewerkers, waarbij [eiser] als opgejaagd wild op de huid werd gezeten, telkens deuren werden geopend die hij achter zich dicht had gedaan en geen gevolg werd gegeven aan herhaalde verzoeken om de kliniek te verlaten, is in alle opzichten onrechtmatig. Voorzover [eiser] zich ook op zijn portretrecht beroept had hij vanaf dat moment een redelijk belang om zich te verzetten tegen openbaarmaking daarvan. Afgezien van het hinderlijk volgen kwam de eerste fysieke actie van de verslaggever van de EO, die zijn voet tussen een deur zette die [eiser] probeerde te sluiten. Dat [eiser] toen het hem voor de zoveelste keer onmogelijk werd gemaakt aan de EO te ontsnappen zijn zelfbeheersing verloor en probeerde de EO-medewerkers eruit te werken is niet onbegrijpelijk. Tot veel meer dan wat duwen en trekken, waarbij men uiteindelijk ook nog een behandelkamer is binnengetuimeld, is het overigens niet gekomen. Dit vervolgens uit te zenden als “Netwerkploeg aangevallen door plastisch chirurg” is volstrekt overtrokken en in de gegeven omstandigheden onrechtmatig. De slotsom is dat zowel het optreden van de EO nadat [eiser] uit het gesprek was weggelopen en de deur achter zich had dichtgetrokken, als de uitzending van dit door de EO zelf uitgelokte relletje onrechtmatig zijn jegens [eiser].

4.6. De beschuldiging van oplichting

[eiser] heeft verklaard dat het gezicht van [patiënt] er, na de rimpelvullingen en de circa tien sessies waarin hij het ingebrachte materiaal en resten van aangebrachte draadjes had verwijderd, zodanig aan toe was dat een uitvoerige reconstructie nodig was. In een zeven uur durende operatie onder volledige narcose heeft hij de handelingen verricht die hij in de brief aan de PALS groep (hierboven onder 2.4.) heeft vermeld. Een facelift in het kader van een reconstructie moet volgens hem worden onderscheiden van een facelift wegens veroudering. Van het simpelweg straktrekken van het gezicht kon bij [patiënt] geen sprake zijn. Dat liet de toestand van haar gezicht niet toe. Hij heeft verder – zoals hij altijd doet – zo min mogelijk littekens gemaakt, door een incisie te maken in de temporale haarregio, voor de oorschelp langs en een klein stukje achter het oor. De halslift beperkte zich tot het gedeelte vlak onder de kaaklijn en is uitgevoerd via de incisie van de facelift. Met een mini facelift wordt volgens [eiser] een facelift bedoeld met minimale littekens en maximaal resultaat.

4.6.1. Volgens de door de EO geraadpleegde Belgische plastisch chirurg

[persoon3] bedoelen plastisch chirurgen met een klassieke facelift en een facelift hetzelfde. Daarbij wordt een incisie van ruim 25 centimeter gemaakt vanaf de slaapstreek boven het oor, verticaal naar beneden voor het oor, draaiend om de oorlel en verder lopend naar de achterzijde van het oor en dan weer afdraaiend naar achteren in de behaarde huid achter het oor. [persoon3] voegt er aan toe dat met andere benaderingen, die minder littekens tot gevolg hebben, hetzelfde of een beter resultaat te boeken is, maar dat je dan niet meer kan spreken van een klassieke facelift. Voeg daarbij de brief van [getuige1], die geen sporen kan vinden van een klassieke facelift, maar wel van een facelift met de benadering van een minifacelift en de misstand lijkt te zijn teruggebracht tot een kwestie van terminologie, waarbij [eiser] er onjuist aan heeft gedaan om “klassieke facelift” op de rekening te vermelden. Nu hij er in werkelijkheid eerder meer dan minder werk aan heeft gehad, heeft dat echter met oplichting weinig te maken. Daar komt bij dat [getuige1] niet de beschikking had over het medisch dossier en in een telefoongesprek met de raadsman van [eiser] heeft gezegd dat hij geen contact met Netwerk heeft gehad en dat hij erg boos is dat in de uitzending de indruk wordt gewekt dat dit wel het geval was en ook dat hij een oordeel zou hebben willen geven over het werk van een collega en tegen die collega hebben willen getuigen.

Aan plastisch chirurg [getuige2], die volgens [eiser] al tien jaar gepensioneerd is, is volgens de EO vooraf niets verteld. Op de getoonde beelden voelt hij onder en achter het oor en spreekt van oplichting als hem wordt gezegd dat voor een klassieke facelift is betaald. Gelet op de medische voorgeschiedenis van [patiënt] is dit veel te kort door de bocht. Het aldus tot stand gekomen oordeel van deze deskundige voegt nauwelijks iets toe.

4.6.2. De conclusie is dat de ernstige beschuldiging van oplichting onvoldoende steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal. Gezien de wijze waarop [eiser] met deze beschuldiging werd geconfronteerd was hij niet gehouden voor de camera te reageren. De kwestie is te gecompliceerd om de vraag of hij een facelift had uitgevoerd in de gegeven omstandigheden met een eenvoudig ja of nee te beantwoorden. Ook de tweede uitzending is derhalve onrechtmatig jegens [eiser].

4.7. Het onder I gevorderde verbod tot uitzending van de op 15 april 2008 vervaardigde opnamen is dan ook toewijsbaar, zij het vanaf het moment dat de handelwijze van de EO-medewerkers onrechtmatig werd en zij hadden moeten stoppen met filmen.

4.8. Ter zitting is gebleken dat de EO de volledige uitzendingen van Netwerk en de bijbehorende artikelen van 15 en 17 april 2008 van haar website heeft verwijderd. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de EO die er weer op zal zetten of dat zij [eiser] na dit vonnis zal blijven beschuldigen de Netwerkploeg te hebben aangevallen. Dit gedeelte van de vordering zal dan ook afgewezen. Het gevorderde verbod tot herhaling van de uitzendingen van Netwerk van 15 en 17 april 2008 met betrekking tot de items van [eiser] is wel toewijsbaar zoals hierna vermeld.

4.9. De EO heeft de beschuldiging van anderen aan [eiser] voorgehouden zonder daarvan op enige wijze afstand te nemen, waarmee zij [eiser] in feite zelf heeft beschuldigd. Haar zal worden verboden hem op basis van het thans beschikbare feitenmateriaal van oplichting te beschuldigen. Mochten er nieuwe feiten bekend worden dan ontstaat een andere situatie waarover nu niet kan worden geoordeeld.

4.10. Ook de vorderingen om de websites www.uitzendinggemist.nl en www.youtube.com schriftelijk te verzoeken tot het verwijderen en verwijderd houden van de items over [eiser] uit de afleveringen van Netwerk van 15 en 17 april 2008 zullen worden toegewezen.

4.11. Gezien de onrechtmatigheid van de uitzendingen is een rectificatie, zoals hierna vermeld, bij aanvang van de eerstvolgende uitzending van EO Netwerk op zijn plaats. De gevorderde dwangsom zal eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat deze zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden. Rectificaties in landelijke dagbladen gaat te ver. Daarin zijn de onrechtmatige uitlatingen immers niet gedaan.

4.12. Een rectificatietekst op de homepage van de website www.netwerk.tv is wel op zijn plaats. Tegen de specificaties die in deze vordering zijn vermeld heeft de EO geen bezwaren geuit, zodat de rectificatie dienovereenkomstig zal worden toegewezen. Gelet op de tijd die is verstreken tussen de uitzendingen en dit vonnis is een periode van veertien dagen voldoende.

4.13. De gevorderde dwangsommen zullen eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat deze zullen worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

4.14. Door de beschuldiging van oplichting is [eiser] aangetast in zijn (beroeps-)eer en goede naam. Het is een ernstige beschuldiging voor een chirurg dat hij operaties in rekening brengt die niet zijn uitgevoerd. De belaging door de EO-medewerkers en de uitgezonden beelden daarvan vormen een ernstige aantasting van de persoonlijke levensfeer van [eiser]. Daar komt bij dat beide uitzendingen zodanig naar elkaar verwijzen dat het negatieve beeld van [eiser] erdoor werd versterkt: de chirurg die zijn patiente oplicht en ook nog eens agressief is. Al met al is een voorschot van EUR 15.000,00 op de immateriële schadevergoeding op zijn plaats. [eiser] heeft een spoedeisend belang bij prompte genoegdoening.

4.15. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen als verzocht.

4.16. De EO heeft als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,44

- vast recht 2.200,00

- salaris 816,00

Totaal EUR 3.101,44

4.17. De in dit vonnis getroffen voorzieningen vormen elk voor zich een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting van de EO, die noodzakelijk worden geacht in een democratische samenleving ter bescherming van de rechten van [eiser] en die ook proportioneel worden geacht.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt de EO om de op 15 april 2008 in de kliniek te [woonplaats] vervaardigde beeld- en geluidsopnamen, voor zover die zijn gemaakt na het moment dat [eiser] te kennen heeft gegeven dat het gesprek wat hem betreft klaar is, is weggelopen en de deur achter zich dicht heeft getrokken, op welke wijze dan ook openbaar te maken en/of te verveelvoudigen;

5.2. verbiedt de EO de items over [eiser] uit de afleveringen van Netwerk van 15 en 17 april 2008 te herhalen;

5.3. verbiedt de EO om [eiser] op basis van het thans beschikbare feitenmateriaal ervan te beschuldigen dat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan oplichting;

5.4. veroordeelt de EO om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de websites www.uitzendinggemist.nl en www.youtube.com schriftelijk te verzoeken tot het verwijderen en verwijderd houden van het item over [eiser] uit de afleveringen van Netwerk van 15 april 2008 en 17 april 2008, met een direct afschrift van dit verzoek aan de raadsman van [eiser];

5.5. veroordeelt de EO om bij aanvang van de eerstvolgende uitzending van EO Netwerk als onderdeel van de uitzending gedurende één minuut over de volledige oppervlakte van het scherm de navolgende tekst uit te zenden in witte letters tegen een donkere achtergrond, een en ander onder het gelijktijdig, op een gebruikelijk volume en met gebruikelijk stemgeluid en intonatie eenmaal uitspreken door de dienstdoende presentator of presentatrice van EO Netwerk van de navolgende tekst:

Rectificatie

In de uitzendingen van EO Netwerk van 15 en 17 april 2008 zijn beschuldigingen geuit aan het adres van plastisch chirurg [eiser]. [eiser] zou de cameraploeg van EO Netwerk hebben aangevallen. Ook zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan het oplichten van een patiënt, omdat hij bepaalde, niet uitgevoerde medische ingrepen ten onrechte toch in rekening zou hebben gebracht.

De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 29 april 2008 geoordeeld dat deze beschuldigingen onrechtmatig zijn jegens [eiser]. De zogenaamde aanval is door het onrechtmatige optreden van de cameraploeg zelf uitgelokt. De beschuldiging van oplichting vindt volgens de voorzieningenrechter onvoldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal.

Wij zijn onder meer veroordeeld tot het openbaar maken van deze rectificatie.

De Evangelische Omroep

Hoofdredactie EO Netwerk

5.6. veroordeelt de EO om de onder 5.5. opgenomen rectificatietekst binnen

48 uur na betekening van dit vonnis voor de duur van veertien dagen op de homepage van de website www.netwerk.tv te plaatsen in een zwart kader van minimaal 1/6e deel van het zonder te scrollen zichtbare gedeelte van de homepage van die website, bij normale browserinstellingen en uitgaande van een 17” beeldscherm met een resolutie van 1024 x 768 pixels, in een duidelijk leesbaar zwart lettertype met ruime regelafstand, tegen een witte achtergrond en niet voorzien van enig verder (redactioneel) commentaar en/of opmerkingen in schrift en/of beeld;

5.7. bepaalt dat de EO een dwangsom verbeurt van EUR 5.000,00 per overtreding van één van de hiervoor onder 5.1 tot en met 5.6. vermelde verboden en/of veroordelingen en voor iedere dag dat die overtreding voortduurt, met een maximum van EUR 150.000,00;

5.8. veroordeelt de EO tot betaling aan [eiser] van EUR 15.000,00 (vijftienduizend euro) als voorschot op een immateriële schadevergoeding;

5.9. veroordeelt de EO tot betaling van EUR 904,00 wegens buitengerechtelijke kosten;

5.10. veroordeelt de EO in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 3.101,44,

5.11. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.12. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. L.E. van der Weij, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2008.?