Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BC7190

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-02-2008
Datum publicatie
19-03-2008
Zaaknummer
371760
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

overeenstemming bereikt over een sponsorovereenkomst? Gerechtvaardigde verwachting totstandkoming van een sponsorovereenkomst? Onrechtmatig afgebroken onderhandelingen?

De rechtbank overweegt dat op 21 december 2004 geen sponsorovereenkomst tot stand is gekomen, aangezien op genoemde datum geen sprake was van aanvaarding door AZ van een door Versatel gedaan aanbod. Op 17 januari 2006 is evenmin een sponsorovereenkomst tot stand gekomen. Aan de totstandkoming van de op de genoemde datum op hoofdlijnen voorgestelde sponsorovereenkomst is door Versatel de voorwaarde verbonden dat tussen partijen onder voor beiden gunstige voorwaarden nadere afspraken zullen worden gemaakt. Uit het verloop van de onderhandelingen blijkt dat over de invulling van deze nadere afspraken geen overeenstemming is bereikt. Door AZ zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit kan volgen dat desalniettemin een definitieve sponsorovereenkomst is gesloten.

Partijen zijn verder vrij de onderhandelingen af te breken tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Tussen partijen bestond op een wezenlijk onderdeel van de sponsorovereenkomst - de ingangsdatum - geen overeenstemming, terwijl ook geen concreet uitzicht bestond op een oplossing. AZ mocht derhalve niet gerechtvaardigd erop vertrouwen dat een definitieve sponsorovereenkomst tot stand zou komen. Onder deze omstandigheden is het afbreken van de onderhandelingen door Versatel niet onaanvaardbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 371760 / HA ZA 07-1584

Vonnis van 6 februari 2008

in de zaak van

de naamloze vennootschap

A.Z. N.V.,

gevestigd te Alkmaar,

eiseres,

procureur mr. R.S. le Poole,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VERSATEL NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

procureur mr. R.D. Chavannes.

Partijen zullen hierna AZ en Versatel worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de akte overlegging producties aan de zijde van AZ, met bewijsstukken, waaronder het proces-verbaal van de op 8 juni 2006, 11 september 2006, 24 oktober 2006 en 25 januari 2007 op verzoek van AZ gehouden voorlopig getuigenverhoren.

- de conclusie van antwoord, met bewijsstukken,

- het tussenvonnis van 22 augustus 2007, waarbij een comparitie van procespartijen is gelast,

- het proces-verbaal van comparitie van de zitting gehouden op 27 november 2007 en de daarbij behorende spreekaantekeningen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. AZ is een voetbalclub die uitkomt in de Nederlandse eredivisie, een competitie bestaande uit achttien Nederlandse voetbalclubs. Deze voetbalclubs zijn verenigd in de commanditaire vennootschap Eredivisie C.V. (hierna: ECV), de belangenbehartiger van de gezamenlijke eredevisieclubs.

2.2. Versatel is een Nederlandse telefonie-, televisie- en kabelmaatschappij die onder andere Betaaltelevisie en On Demand televisie aanbiedt.

2.3. Eind 2004 heeft ECV een tenderprocedure uitgeschreven met betrekking tot de uitzendrechten voor de voetbalwedstrijden in de eredivisie. In het kader van deze tenderprocedure zijn door UPC en Versatel biedingen uitgebracht. Deze biedingen betroffen de uitzendrechten en zogenaamde belevingspakketten. Deze belevingspakketten betreffen overeenkomsten met individuele voetbalclubs ter zake van onder meer sponsoring, reclame en merchandising. De biedingen zijn voorgelegd aan de voetbalclubs die op 21 december 2004 een keuze voor één van beide biedingen dienden te maken.

2.4. Het bod van Versatel ter zake van de belevingspakketten was een algemeen bod dat betrekking had op alle betrokken voetbalclubs, met uitzondering van PSV, Ajax en Feyenoord. Het algemene karakter van het bod was voor de heer [A], voorzitter van de raad van bestuur van AZ, aanleiding om op 21 december 2004 contact op te nemen met de heer [B], toenmalig commercieel directeur van ECV. [B] heeft vervolgens contact opgenomen met de heer [C], toenmalig General Counsel & Chief Development Officer van Versatel, om vervolgens aan [A] te berichten “dat AZ een bedrag krijgt dat recht doet aan de positie van AZ”, waarbij het bedrag € 750.000,- is genoemd.

2.5. Omtrent de op 21 december 2004 gevoerde gesprekken en de achtergrond daarvan zijn in het kader van een voorlopig getuigenverhoor op 8 juni 2006, respectievelijk op 11 september 2006 verklaringen afgelegd door [A] en [B], respectievelijk door [C]. Deze verklaringen houden, voor zover hier van belang, in:

[A] (…).

(…) Ik heb de heer [B] gevraagd wat de bieding van Versatel met betrekking tot de belevingspakketten voor AZ zou betekenen. Hij zei dat hij dat aan Versatel zou vragen en dat hij mij terug zou bellen. Na enige tijd belde hij terug. Hij zij dat hij met [C] had gebeld die op dat moment in de auto zat met de heer [D]. De heer [B] vertelde mij dat de heer [C] had gezegd dat AZ een bedrag zou krijgen dat recht deed aan haar positie in de eredivisie en haar plek op de ranglijst en dat in lijn lag met het bedrag dat de PAF-clubs zouden krijgen. Dat bedrag zou rond de EUR 750.000,-- liggen.

(…)

Noch de heer [C] noch een ander persoon van Versatel heeft in december 2004 met mij gesproken over het bedrag dat door Versatel voor de belevingspakketten zou worden betaald. Ik weet niet of mij ooit door iemand van Versatel is gezegd dat de heer [B] Versatel zou kunnen vertegenwoordigen. Ik heb ook nooit het idee gehad dat de heer [B] Versatel zou vertegenwoordigen en ik ben daar dan ook niet van uit gegaan. Wel is het zo dat als de heer [B] mij zegt dat hem iets door de heer [C] is meegedeeld ik er vanuit ga dat het klopt.

U vraagt mij of meneer [B] heeft gezegd of het bedrag van EUR 750.000,-- door de heer [C] is genoemd of dat hij dat bedrag zelf heeft berekend. Ik weet niet exact wat de heer Berne tegen [B] heeft gezegd. Of dat bedrag van [C] kwam weet ik dus niet.

(…)

[B] (…).

(…)

Op 21 december 2004 werd ik gebeld door de heer [A]. Hij wilde een indicatie van het bedrag dat AZ voor de belevingspakketten zou krijgen indien zij instemmen met het bod van Versatel. Hierop heb ik hem gezegd dat ik met de heer [C] zou bellen. De heer [C] heeft mij gezegd dat Versatel AZ een bod zou doen dat recht zou doen aan de positie van AZ in de eredivisie. Hij heeft geen bedragen genoemd. Dit heb ik vervolgens telefonisch aan de heer [A] medegedeeld. Die vroeg mij wat voor bedrag dat zou zijn. Ik heb hem gezegd dat hij gelet op het bedrag dat de top drie zou krijgen, te weten EUR 1.500.000,--, moest insteken op EUR 750.000,--. Het bedrag van EUR 750.000,-- is in het gesprek met [C] door geen beide partijen genoemd.

(…)

Ik was niet bevoegd namens Versatel toezeggingen aan AZ te doen en ik heb dat ook niet gedaan.

(…)

[C] (…):

Het is juist dat ik op 22 december 2004 werd gebeld door de heer [B]. (…) Hij zei mij dat hem van de zijde van AZ was gevraagd of Versatel een toezegging wilde doen over de sponsorpakketten en of wij daarbij een concreet bedrag wilden noemen. Ik heb tegen hem gezegd dat ik met hem over de sponsorpakketten uitgebreid had gesproken. (…) Ik heb hem ook gezegd dat wij zo laat in de biedingsprocedure geen toezeggingen meer wilden doen. (…)

U houdt mij voor dat de heer [B] op 8 juni 2006 heeft verklaard dat ik tegen hem heb gezegd dat Versatel AZ een bod zou doen dat recht zou doen aan de positie van AZ in de Eredivisie. Ik zeg u ik heb dat niet letterlijk zo gezegd. Ik zal vast gezegd hebben dat AZ een fair share zou krijgen van het bedrag dat beschikbaar was. Het door ons beschikbaar gestelde bedrag van 1,5 miljoen euro is uiteindelijk over de resterende 15 clubs ook verdeeld overeenkomstig hun prestaties en sponsormogelijkheden.

(…)

Ik heb de heer [B] nooit gevraagd namens Versatel een toezegging aan AZ te doen en de heer [B] is daartoe ook nooit bevoegd geweest.

(…)

2.6. AZ heeft op 22 december 2004 gestemd voor het door Versatel uitgebrachte bod. De definitieve overeenkomst tussen ECV en Versatel is op 17 juni 2005 ondertekend.

2.7. Versatel is daarna met de individuele voetbalclubs gaan spreken over de sponsoring. Versatel is niet bereid gebleken om een vergoeding van € 750.000,- per jaar voor sponsering aan AZ te verstrekken, maar heeft haar aangeboden € 200.000 aan sponsoring te voldoen. AZ en Versatel hebben in 2005 herhaaldelijk contact met elkaar gehad teneinde op dit punt tot overeenstemming te komen, doch zonder succes. In de betreffende periode heeft Versatel, bij telefax van 2 september 2005, een voorstel aan AZ gedaan. Dit voorstel hield - kort gezegd - in dat Versatel jaarlijks een bedrag van € 800.000,- aan sponsoring aan AZ te betalen indien daartegenover, onder meer, de hoofdsponsor van AZ, DSB Groep haar bestedingen bij Versatel zou uitbreiden van € 250.000,- naar € 800.000,- per jaar. AZ is met dit voorstel niet akkoord gegaan.

2.8. Op 16 januari 2006 hebben partijen opnieuw getracht tot een oplossing te komen. Op de genoemde datum heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de heer [E], destijds directeur van Versatel, [F], directeur van de DSB Bank en [A].

2.9. Vervolgens hebben [E] en [F] op 17 januari 2006 telefonisch contact gehad. Naar aanleiding van dit gesprek heeft [E] diezelfde dag een e-mail verzonden aan [F] en [A]. Deze e-mail houdt, voor zover hier van belang, in:

Dear Mr [A],

Dear Mr [F],

(…)

My proposal is as follows

Versatel would agree to pay the expected sponsorship amount to AZ under the following conditions subject to that terms and conditions would be beneficial to both parties. In my view the 750 a year represents a significant sposoring for Versatel and therefore it is of importance to me and the shareholders that they will also find a reasonable return on such sponsorship.

(…)

Your intentions have made me conclude that you share this view. And I also appreciate your proposal to grant me 200K of internetbusiness and an additional 300K telecombusiness as a starting point for the new relationship. (My understanding is that this also would be for three years)

Furthermore we have agreed in the comming months to seriously look into the possibility to develop the business beyond theese 500K in total.

(…)

We will have to work out the details but in general I think theese headlines serves its purpose.

(…)

2.10. [F] heeft in reactie op dit bericht op 17 januari 2006 een e-mail met de volgende inhoud aan [E] verzonden:

Dear Mr [E],

I would confirm that we agree with you on the following:

- Versatel pays to AZ 750.000 euro per year for three years.

- DSB grants Tele2/Versatel 200.000 euro internetbusiness plus 300.000 euro telecombusiness per year for three years, subject to good rates (competitive) and the good quality of the services.

- In the following months we will seriously look into developing further business, some of which we discussed yesterday.

- I would also like to confirm that we agreed yesterday on the fact that AZ is free to conclude sponsorship contracts with Wanadoo.

- Furthermore, we will postpone the hearing scheduled for tomorrow to give us time to work out the details of our agreement in writing in the next week. We will make the necessary arrangements and concepts for that, if that is fine for you.

I will call you in the morning to set our next meeting and talk things through. Kind regards and thank you for your cooperation.

[F].

2.11. Omtrent het gesprek van 16 januari 2006 en de beide e-mails van 17 januari 2006 hebben [F] en [E] in het kader van een voorlopig getuigenverhoor op 11 september 2006, respectievelijk op 24 oktober 2006, voor zover hier van belang, de volgende verklaringen afgelegd:

[F] (…).

Op 16 januari 2006 heeft op kantoor van DSB Bank een bespreking plaatsgevonden tussen mijzelf en de heer [A] enerzijds en de heer [E] van Versatel/Tele2 anderzijds. Onderwerp van de bespreking was het geschil dat was gerezen tussen AZ en Versatel/Tele2. (…) Ik was daarbij aanwezig vanuit mijn functie bij DSB Bank. DSB Bank is hoofdsponsor van AZ en deed daarnaast zaken met Versatel/Tele2 op het gebied van internetmarketing. (…).

In de bespreking op 16 januari 2006 is ingegaan op de ondernemingen van Versatel/Tele2 en DSB Bank. Tevens is ingegaan op het probleem tussen AZ en Versatel/Tele2. Partijen hebben vervolgens redelijk concrete afspraken gemaakt over de wijze waarop het geschil opgelost zou kunnen worden en men zou daar nog over nadenken. (…) Op 17 januari 2006 heb ik om een uur of zes ’s avonds telefonisch gesproken met de heer [E] en we hebben daarbij concrete afspraken gemaakt. De heer [E] zou die aan mij per e-mail bevestigen. Hij heeft dat ook gedaan in de e-mail van 17 januari 2006 (…). Die afspraken zijn door mij met de heer [A] besproken en hij heeft mij gezegd dat het akkoord was. Ik heb dit in mijn e-mail van diezelfde dag (…) aan de heer [E] bevestigd (…). De afspraken zoals die in deze e-mails zijn vastgelegd waren ook al op 16 januari 2006 besproken(…)

De looptijd van de overeenkomsten zou drie jaar zijn, te beginnen in augustus 2005. De looptijd was gekoppeld aan de voetbalseizoenen. Dat is expliciet zo tussen partijen besproken. De heer [E] had er problemen mee, want dan zou op dat moment al een halfjaar aan sponsormogelijkheden gemist zijn. Daarop is afgesproken dat AZ dit voor de tweede seizoenshelft zou compenseren door extra sponsormogelijkheden te bieden. (…)

[E] (…)

Ik ben op 16 januari 2006 aanwezig geweest bij een bespreking op het kantoor van de heer [A] waarbij ook de heer [F] aanwezig was. De heer [A] was daar namens DSB en AZ aanwezig en de heer [F] waarschijnlijk ook. De bedoeling was om te bespreken hoe we tot een toekomstige samenwerking tussen Versatel enerzijds DSB en AZ anderzijds konden komen. Daarbij was het uitgangspunt een met AZ te sluiten sponsorovereenkomst en de business die DSB ons zou kunnen bieden. (…) Toen we uit elkaar gingen lagen er geen concrete afspraken en we hebben ook niet echt afgesproken hoe verder te gaan. We zouden verder met elkaar in gesprek blijven.

(…) Deze e-mail is bedoeld in de geest van toekomstige samenwerking. Dat blijkt ook uit de tekst daarvan. Ik schrijf immers dat ik hoop dat we daar een basis voor kunnen vinden. Deze e-mail geeft de uitgangspunten voor toekomstige besprekingen en kan niet worden opgevat als een concrete afspraak. Ik zeg u, op basis van de gegevens die mij op dat moment bekend waren, zou ik nooit EUR 750.000,- aan AZ hebben toegezegd. Ik heb steeds duidelijk gemaakt dat ik, zonder dat mij informatie over de details van de door DSB aan ons te leveren business waren verstrekt, geen verplichtingen zou kunnen aangaan.

(…) [F] doet het in zijn e-mail voorkomen dat ik toezeggingen zou hebben gedaan. (…) Dat is echter een onjuiste weergave van mijn e-mail waarin steeds het voorbehoud wordt gemaakt dat tussen partijen onder voor beiden gunstige voorwaarden nadere afspraken zullen worden gemaakt. (…)

(…) Mijn e-mail bevat de hoofdlijnen voor verdere besprekingen. Daarom staat er ook ‘Versatel would agree’ waaruit blijkt dat er nog aan de nodige voorwaarden moet worden voldaan, te weten de nadere besprekingen tussen partijen en dat we het eens kunnen worden over ‘terms and conditions beneficial to both parties’.

(…)U vraagt mij of de tarieven waartegen DSB de EUR 200.000,- aan internetbusiness en EUR 300.000,- aan telecom business zou afnemen, bekend waren. Nee. Dat blijkt ook uit mijn e-mail waar ik steeds spreek over voor elk van partijen gunstige voorwaarden. Tussen partijen is niet besproken wanneer een eventuele overeenkomst zou ingaan en dus ook niet of dat met terugwerkende kracht zou zijn. Ik ging ervan uit dat de overeenkomst zou ingaan op het moment dat wij overeenstemming bereikten. (…).

(…)

Na de 17de heb ik onze accountmanager opdracht gegeven met DSB bank contact op te nemen over de aan Versatel te gunnen business. (…) Ik heb van mijn accountmanager begrepen dat de door DSB verstrekte informatie beperkt bleef tot EUR 300.000,- aan uitgaande gesprekken op basis van het contract dat DSB op dat moment met KPN had. De voor verdere samenwerking benodigde overige informatie is niet verstrekt. De sponsormanager van Versatel heb ik gevraagd contact op te nemen met AZ. Van haar begreep ik dat AZ geen enkele informatie wilde verstrekken omdat er nog geen definitieve overeenkomst zou zijn.

2.12. Voorts hebben de heer [G], voormalig accountmanager van Versatel, en mevrouw [H], sponsor manager van Versatel, in het kader van een voorlopig getuigenverhoor, gehouden op 25 januari 2007, voor zover hier van belang, de volgende verklaring afgelegd:

[G] (…)

Begin 2006 zei de heer [E] tegen mij dat ik opnieuw contact moest zoeken met DSB, omdat er gesprekken hadden plaatsgevonden. Ik zou ons voorstel opnieuw moeten uitbrengen en daar zou nu wel actie op worden ondernomen. De heer [E] zei mij dat ik van DSB een hoger bedrag aan omzetgegevens zou krijgen. Ik heb vervolgens met DSB gebeld en gevraagd om in- en uitgaansgegevens van meer dan € 300.000,-. De heer [I] heeft mij gezegd dat hij geen toestemming had gekregen om die gegevens aan mij te verstrekken.

(…)

[H] (…)

U vraagt mij welke instructies ik in januari 2006 van de heer [E] naar aanleiding van zijn gesprek met AZ en DSB. Hij zei mij dat ik contact moest opnemen met mijn evenknie bij AZ. Dat was de heer [J]. Ik moest met hem de sponsor mogelijkheden in kaart gaan brengen. Ik heb hem gebeld en een afspraak gemaakt. Vervolgens heeft hij deze afspraak weer afgezegd. Hij zei mij dat hij instructies had gekregen om niet verder met mij in gesprek te gaan. Er was slechts (op) hoofdlijnen afspraken gemaakt en er was nog geen overeenstemming. En tot die tijd mocht hij niet verder met mij in overleg treden. Verder heb ik nadien geen contact meer gehad met AZ over de inhoud van het sponsorpakket.(…)

2.13. AZ heeft naar aanleiding van het contact op 16 en 17 januari 2006 een concept vaststellingsovereenkomst opgesteld, welke zij op 2 februari 2006 aan Versatel heeft toegezonden.

2.14. Op 15 maart 2006 heeft er een vervolgbespreking plaatsgevonden waarbij [F], mevrouw [K], bedrijfsjuriste van AZ, [E] en de heer [L], bedrijfsjurist van Versatel, aanwezig waren.

2.15. Naar aanleiding van dit vervolggesprek heeft AZ op 16 maart 2006 een e-mail met, voor zover hier van belang, de volgende inhoud aan Versatel verzonden:

(…)

During the meeting we were very surprised by the new conditions you came up with.

The exclusivity for IP-TV was totally new for us and might interfere with our corporate strategy and interests. Therefore we kindly request you to provide us with a detailed explanation on this in order to provide us from misunderstandings.

Also the commencing date and loss of internet business were quite surprising for us.

Because of these new and additional conditions you presented to us yesterday we need to reconsider the situation.

If you feel that you can take away our worries, please do not hesitate to contact us.

(…)

2.16. Op dit bericht is op 17 maart 2006 gereageerd door Versatel. Deze reactie houdt, voor zover hier van belang, in:

(…)

I would like to thank you for the productive meeting of last Tuesday.

Herewith I would like to confirm the points discussed and give further explanation to the exclusive distribution of AZ TV, as requested.

1. Tele2-Versatel does not demand from AZ (…) that it will terminate the sponsor relationship with Wanadoo. However, given the amount we are going to pay, we would like to be in a preferred position (…). We also asked for branche exclusivity for the TV market (in comparison to Wanadoo). This means that only Tele2-Versatel can brand its TV product in association with AZ, mention this on the boarding etc.

(…)

2. The current draft settlement agreement states that the sponsorship will start retroactively as of August 2005. As you understand, it does not make sense to pay sponsor money and have not received

anything in return. You said you would come up with a proposal.

3. The sponsoring will be put into motion as soon as possible (…).

4. With all clubs we agreed on a quarterly payment at the end of the quarter. You said that would not be a problem.

5. As we understand it, AZ is working on a AZ TV channel similar to what Ajax, PSV and Feyenoord

are

doing at the moment. As soon as AZ has launched this channel we would like to be the exclusive

partner of the AZ channel where both AZ and Tele2 will jointly exploit this channel

(with of course some conditions that make it impossible for others like KPN to start their own AZ club channel with content delivered by you).

(…)

6. We discussed the free collocation of broadcast equipment in your new stadium (as we have agreed with all other clubs). You said that that would not be a problem.

7. As we explained, we are in the process of changing our portal business. In the last couple of months the market has

changed and we will use the portal mainly to support our TV produkt. We agreed to investigate other business as a

replacement (for the 200k p/year minimum commitment).

8. As far as the telecom voice revenue is concerned: we agree on the minimum revenue of 300k per year.

Our sales manager will get into contact with your ICT manager. For the other business (remaining part of outgoing en incoming traffic) we would like to be the preferred supplier and be able to make an offer. We agreed on exchanging information in order for us to be able to make a proposal.

Contrary to what Mrs. [K] states in her e-mail from yesterday, the points discussed in our meeting are not new or additional conditions but are the result of a high level settlement that needs to be worked out in more detail. As you said in the meeting, you regard the distribution of AZ TV as the main issue and needed further clarification on that. I hope that the clarification has been given so that we can finalize the settlement agreement as quickly as possible.

(…)

2.17. Bij e-mail van 29 maart 2006 heeft AZ op haar beurt gereageerd op de e-mail van Versatel. Deze reactie luidt, voor zover hier van belang:

(…)

Before commenting on the issues raised in your e-mail AZ wishes to stress the following. Mr [A] en Mr [E] reached an agreement at the beginning of this year. The main elements they agreed upon have to be the basis of the sponsor agreement to be concluded between AZ and Versatel. It is therefore very important for AZ that Versatel accepts the content of the draft settlement agreement dated 2 February 2006 as the basis of a sponsor agreement.

1. AZ agrees with your request to be in a preferred position concerning the placement of the boarding. However, AZ is not willing to grant Versatel the requested branch exclusivity for the TV market.

2. AZ wishes to continue on the basis of a sponsorship that will start retroactively as of July 2005. This is based on a fact that AZ and Versatel already concluded an agreement in December 2004 for a period of three years starting in July 2005. AZ is willing to grant Versatel in return additional sponsor facilities for the rest of the soccer season 2005/2006 as specified in the attachment. These additional sponsor facilities represent a value of € 136.350,--. Versatel does not have to pay for these additional sponsor facilities if Versatel is willing to accept that the sponsorship will start retroactively as of July 2005.

3. No further comments.

4. AZ is willing to agree with a quarterly payment of the sponsor moneys at the end of each quarter.

5. As mentioned before, AZ is not willing to grant Versatel branch exclusivity for the TV market. AZ is not willing to accept any limitation to exploit its own IP TV-channel.

6. The free collocation of broadcast equipment requires further discussion.

7. The commitment of an amount of € 200.000,-- for services of Tele2/Versatel requires further discussion. It was very attractive for AZ/DSB to receive Internet services from Tele2/Versatel against payment of an amount of €200.000,--. We kindly ask Tele2/Versatel to come up with a new proposal which is of comparable interest to AZ/DSB.

8. No further comments.

I am looking forward to hearing from you as soon as possible.

(…)

2.18. Nadien is van de zijde van Versatel, ondanks aanmaning daartoe door AZ, niet meer gereageerd.

2.19. In het kader van een voorlopig getuigenverhoor heeft [L] omtrent het gesprek van 15 maart 2006 en het verdere verloop van het contact op 25 januari 2007, voor zover hier van belang, het volgende verklaard:

[L] (…)

Ik ben vervolgens nog één keer aanwezig geweest bij een bespreking met AZ, dat was ergens in maart. (…) [E] heeft ter inleiding van die bespreking gezegd dat het doel was verder invulling te geven aan de return business. De eail van de heer [E] van 17 januari 2006 gold daarbij als uitgangspunt. Er ontstond enige aversie bij AZ. Zij meenden dat er al overeenstemming was bereikt. Volgens ons was die overeenstemming er niet, omdat we nog niet hadden kunnen bespreken waaruit de return business zou bestaan. Vervolgens is er gesproken over de terugwerkende kracht tot 2005, waarbij wij hebben aangegeven dat we niet konden begrijpen hoe wij achteraf nog zouden kunnen profiteren van door AZ niet geleverde sponsoring. AZ wilde dan nadenken over alternatieve compensatie, zoals het uitbreiden van de sponsoringmogelijkheden, maar men wilde vasthouden aan de terugwerkende kracht. (…) Wij hadden geen interesse in aanvullende sponsoring boven op de standaard faciliteiten waarover wij al in het kader van de ECV hadden gesproken. (…) De uitkomst van de bespreking was dat er geen toenadering ontstond en er zijn geen vervolgafspraken gemaakt. Wij zouden nog wel verder spreken met AZ en AZ zou ons ook de nodige gegevens toesturen. Als ik het over AZ heb, bedoel ik daarmee hier DSB. Dat wil zeggen dat er contact zou worden opgenomen tussen de IT-man van DSB en onze salesman, de heer [G]. (…).

De emailcorrespondentie na 15 maart is stil komen te liggen, daar is verder geen opvolging aan gegeven. Het is juist dat ik op woensdag 29 maart 2006 een email heb ontvangen van mevrouw [M]. (…) Ik heb daarop niet gereageerd. In de eerste alinea van die email deelt AZ mede dat eerst de vaststellingsovereenkomst door ons moest worden getekend. Wij zagen daar geen heil in, omdat daarmee de situatie zou worden omgekeerd. We waren immers nog steeds aan het praten over de invulling van die vaststellingsovereenkomst en pas daarna zou die getekend kunnen worden. Wij hebben hen dat niet meer laten weten. Het is juist dat mevr. [K] op 28 april 2006 een rappel heeft gestuurd ten aanzien van de vorige mail. Ook daarop is om dezelfde reden niet gereageerd.

(…)

[F] heeft daarover verklaard:

(…) in maart 2006 (heeft)een bespreking plaatsgevonden waarbij namens Versatel/Tele2 in ieder geval de heer [E] en de heer [L] aanwezig waren. Mevrouw [K] en ik hadden de intentie om bij die afspraak een en ander definitief op papier te zetten en zo mogelijk te ondertekenen. Versatel/Tele2 legde bij die afspraak een aantal nieuwe voorwaarden op tafel die mij verrasten.(…) De bespreking is geëindigd zonder dat partijen het eens zijn geworden over de door Versatel/Tele2 gestelde nieuwe voorwaarden. En volgens mij hoefde dat ook niet omdat we al een afspraak hadden.

3. De vordering

3.1. AZ vordert dat de rechtbank Versatel bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I veroordeelt tot betaling van € 2.250.000,-, althans tot betaling van een door de rechtbank ex aequo et bono te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de data waarop de kwartaal termijnen verschuldigd zouden zijn geweest tot aan de dag van betaling, althans vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag van betaling;

II veroordeelt in de kosten van deze procedure.

3.2. Ter onderbouwing van haar vordering stelt AZ primair dat zij op 21 december 2004, althans op 17 januari 2006 overeenstemming met Versatel heeft bereikt over een sponsorovereenkomst onder toekenning van een sponsorvergoeding van € 750.000,- per jaar, gedurende de periode van 1 juli 2005 tot en met 30 juni 2008. Subsidiair stelt AZ dat zij op 17 januari 2006 overeenstemming met Versatel heeft bereikt over een sponsorovereenkomst onder toekenning van een sponsorvergoeding van € 750.000 per jaar gedurende de periode van 17 januari 2006 tot en met 30 juni 2008. Meer subsidiair stelt AZ dat Versatel tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen bij AZ de gerechtvaardigde verwachting heeft gewekt dat een sponsorovereenkomst zou worden gesloten en dat Versatel de onderhandelingen met AZ over het aangaan van een sponsorovereenkomst in maart of april 2006 op onrechtmatige wijze heeft afgebroken door in het geheel niet meer te reageren op de op 28 maart 2006 schriftelijk door AZ gedane voorstellen.

3.3. De door AZ tengevolge van de handelswijze van Versatel geleden schade bestaat uit de jaarlijks gederfde sponsorinkomsten en de eventueel aanvullende schade welke verband houdt met de omstandigheid dat AZ in de relevante periode geen sponsorovereenkomst met een derde heeft kunnen sluiten, aldus AZ.

3.4. Versatel voert verweer. Op hetgeen zij aanvoert wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Overeenkomst per 1 juli 2005, dan wel per 17 januari 2006

4.1. Met Versatel is de rechtbank van oordeel dat uit het door AZ gestelde, ook indien juist, niet kan volgen dat zij per 1 juli 2005 met Versatel een sponsorovereenkomst is overeengekomen. Naar de rechtbank begrijpt, stelt AZ dat het telefonisch onderhoud dat [A] op 21 december 2004 met [B] en [B] op zijn beurt met [C] heeft gehad, in een sponsorovereenkomst met een waarde van € 750.000,- per jaar heeft geresulteerd. Uit de door genoemde personen afgelegde getuigenverklaringen moet evenwel worden afgeleid dat AZ en Versatel die dag op geen enkel moment direct contact hebben gehad en dat tussen partijen ook niet middels een bevoegd vertegenwoordiger is gesproken. Op 21 december 2004 kan reeds daarom geen sprake zijn geweest van een aanvaarding door AZ van een door Versatel gedaan aanbod.

4.2. Op 17 januari 2006 is naar het oordeel van de rechtbank evenmin een definitieve sponsorovereenkomst per 1 juli 2005, dan wel per 17 januari 2006 overeengekomen. Uit de door AZ als juist erkende weergave van de inhoud van het op 17 januari 2006 gevoerde gesprek in de van [E] afkomstige e-mail van 17 januari 2006 blijkt dat - zoals [E] ook als getuige heeft verklaard - Versatel aan de totstandkoming van de op hoofdlijnen voorgestelde sponsorovereenkomst de voorwaarde verbond dat tussen partijen onder voor beiden gunstige voorwaarden nadere afspraken zullen worden gemaakt. Deze voorwaarde moet gezien de bewoordingen van voornoemde e-mail ook voor AZ duidelijk zijn geweest. Uit het verloop van de daarop gevolgde onderhandelingen kan worden geconcludeerd dat partijen nadien over de invulling van die nadere afspraken geen overeenstemming hebben weten te bereiken. Aldus is niet aan de door Versatel voor de totstandkoming van een definitieve sponsorovereenkomst gestelde voorwaarde voldaan.

De omstandigheid dat [F] - gezien zijn op 11 september 2006 afgelegde verklaring, optredend voor zowel DSB, als AZ - in zijn reactie op de e-mail van [E] kennelijk is uitgegaan van de veronderstelling dat wel onvoorwaardelijk overeenstemming met Versatel zou zijn bereikt, leidt niet tot een andere conclusie. Door AZ zijn geen concrete omstandigheden aangevoerd waaruit kan volgen dat [F] in weerwil van de tekst van de e-mail [E] uit diens gedragingen of uitlatingen redelijkerwijs heeft mogen afleiden dat een definitieve sponsorovereenkomst zou zijn gesloten.

Onrechtmatig afgebroken onderhandelingen

4.3. Wat betreft de meer subsidiaire stelling van AZ heeft als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen te gelden dat partijen vrij zijn de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn.

4.4. Uit de hiervoor genoemde vaststaande feiten blijkt dat AZ op 2 februari 2006 aan Versatel een concept vaststellingsovereenkomst heeft toegezonden, waarin AZ de volgens haar op 17 januari 2006 overeengekomen hoofdlijnen had vastgelegd. Versatel heeft deze concept overeenkomst evenwel niet willen ondertekenen, naar zij stelt omdat zij meende dat eerst overeenstemming moest bestaan over de invulling van de te maken nadere afspraken. Tussen Versatel en DSB zijn in diezelfde periode verzoeken om informatie uitgewisseld teneinde tot een invulling van de voorwaarden voor de af te nemen return-business te geraken. Vervolgens heeft op 15 maart 2006 een bespreking plaatsgevonden. Blijkens de verklaringen van [L] en [F] stond elk van partijen met die bespreking een ander doel voor ogen. Daar waar Versatel meende dat partijen de invulling van de nadere afspraken zouden bespreken, meende AZ dat ter gelegenheid van die bespreking een definitieve overeenkomst getekend zou kunnen gaan worden.

AZ heeft daarbij echter niet onderbouwd op welke concrete feiten of omstandigheden zij die veronderstelling heeft gebaseerd. Het moet AZ op 15 maart 2006 duidelijk zijn geweest dat Versatel tot op dat moment niet bereid was gebleken de door haar opgestelde concept-overeenkomst te ondertekenen. Over inhoud van de te maken nadere afspraken hadden partijen op dat moment nog niet gesproken, en ook de genoemde verzoeken om informatie-uitwisseling hadden niet tot enig resultaat geleid. Nu AZ ook overigens geen feiten of omstandigheden heeft gesteld waaruit blijkt dat partijen vóór 15 maart 2006 op enig punt van de tussen hen nog te maken nadere afspraken al overeenstemming hadden bereikt is niet in te zien waarom AZ er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat zij op 15 maart 2006 anders dan voorheen, wel tot de vaststelling van een definitieve sponsorovereenkomst zou kunnen komen.

4.5. Op 15 maart 2006 heeft Versatel vervolgens concreet de inhoud van de door haar gewenste nadere afspraken uiteengezet. Daarbij bleek dat partijen het op wezenlijke onderdelen oneens waren. Met name de ingangsdatum van de te sluiten overeenkomst en de door Versatel gewenste exclusiviteit voor Internet TV stond aan overeenstemming in de weg. In de daarop gevolgde e-mail wisseling heeft elk van partijen op die punten vastgehouden aan zijn eigen standpunt. Versatel heeft uiteindelijk op het laatste voorstel van AZ, ondanks rappel niet meer gereageerd en aldus de onderhandelingen afgebroken.

4.6. Hoewel met AZ kan worden aangenomen dat de door Versatel gewenste exclusiviteit voor Internet TV voor AZ een nieuwe, voorheen niet gestelde voorwaarde was, geldt zulks niet voor de ingangsdatum van de te sluiten sponsorovereenkomst. [F] verklaart dat dit punt tussen partijen al bij de bespreking op 16 januari 2006 aan de orde was geweest en dat [E] ook toen al had aangegeven zich niet te kunnen vinden in de door AZ voorgestane ingangsdatum van 1 augustus 2005. De ingangsdatum is echter gelet, op de aard van de te sluiten sponsorovereenkomst een wezenlijk onderdeel van de tussen partijen te sluiten overeenkomst. Het met terugwerkende kracht ter beschikking stellen van sponsormogelijkheden is immers niet goed mogelijk, zodat, nu in maart 2006 al bijna 8 maanden - en bijna het gehele voetbalseizoen 2005-2006 - waren verstreken, Versatel over die periode tegenover het door haar te betalen sponsorbedrag geen door AZ te leveren tegenprestatie meer zou kunnen ontvangen. Uit de e-mail van AZ van 29 maart 2006 blijkt dat AZ op dat punt niet aan Versatel tegemoet heeft willen komen, maar dat zij vasthield aan de volgens haar al in december 2004 overeengekomen ingangsdatum. Dit wordt ook bevestigd door de verklaring van [L]. Weliswaar biedt AZ in haar e-mail aan Versatel te compenseren met extra sponsormogelijkheden, doch blijkens de in zoverre onbetwist gebleven verklaring van [L] had Versatel geen behoefte aan extra sponsormogelijkheden en was dat voor haar geen reële compensatie.

4.7. Het voorgaande brengt mee dat tussen partijen na de e-mail van AZ van 29 maart 2006 op een wezenlijk onderdeel van de te sluiten overeenkomst geen overeenstemming bestond, terwijl ook geen concreet uitzicht bestond op een oplossing. AZ mocht derhalve ook op dat moment nog niet gerechtvaardigd erop vertrouwen dat een definitieve sponsorovereenkomst tot stand zou komen. Onder deze omstandigheden is het door Versatel afbreken van de onderhandelingen door na 29 april 2006 niet meer op de e-mail van AZ te reageren wellicht minder fatsoenlijk, maar niet onaanvaardbaar.

4.8. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen moeten worden afgewezen. AZ zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding, waaronder begrepen de kosten van voorlopig getuigenverhoor, aan de zijde van Versatel begroot op:

- vast recht 4.732,00

- salaris procureur 14.449,50 (4,5 punt × tarief € 3.211,00 )

Totaal € 19.181,50

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af;

5.2. veroordeelt AZ in de proceskosten, aan de zijde van Versatel tot op heden begroot op EUR € 19.181,50

5.3. verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.H. Vink en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2008.?