Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BC4882

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-02-2008
Datum publicatie
21-02-2008
Zaaknummer
388508 / KG ZA 08-59 P/KW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagde heeft zich in een door hem gepubliceerd artikel op internet uitgelaten over een wetenschapsjournalist van NRC Handelsblad. Deze uitlatingen worden door de voorzieningenrechter onrechtmatig geacht. Na sommatie door NRC heeft gedaagde de onrechtmatige passages gewijzigd. NRC heeft in kort geding verwijdering van deze gewijzigde passages gevorderd. Deze vordering wordt afgewezen, aangezien het artikel na wijziging niet langer onrechtmatig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 388508 / KG ZA 08-59 P/KW

Vonnis in kort geding van 21 februari 2008

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NRC HANDELSBLAD B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. [EISER SUB 2],

wonende te [woonplaats],

eisers bij dagvaarding van 17 januari 2008,

procureur mr. E.M. Polak,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna ook NRC, [eiser sub 2] en [gedaagde] worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 7 februari 2008 hebben NRC en [eiser sub 2] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en de akte aanvulling eis. [gedaagde] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening.

2. De feiten

2.1. NRC is uitgever van het dagblad NRC Handelsblad. [eiser sub 2] is als wetenschapsjournalist in vast dienstverband van NRC.

2.2. [gedaagde] is freelance journalist en heeft in het verleden in opdracht van NRC artikelen geschreven. [gedaagde] heeft begin 2006 de website www.nrcombudsman.nl in het leven geroepen. Op deze website bekritiseert [gedaagde] in NRC verschenen artikelen.

2.3. Op 4 februari 2006 heeft [eiser sub 2] een artikel in NRC gepubliceerd met als titel “De ontdekking van een wonderpil”. Onderwerp van het artikel betreft een pil, genaamd Rimonabant. In dit artikel is - kort gezegd - ingegaan op het ontstaan van deze pil en de positieve werking die deze zou hebben op de meest uiteenlopende ziektes, waaronder obesitas. Kort na het verschijnen van dit artikel hebben verschillende media negatief bericht over deze pil, nu uit verschillende onderzoeken is gebleken dat de werkzame stof(fen) in de pil een gevaar voor de gezondheid kunnen vormen.

2.4. Op 27 november 2007 heeft [gedaagde] op zijn website www.nrcombudsman.nl een artikel gepubliceerd met als titel “De grootste journalistieke crimineel ooit: [eiser sub 2]”. Hierin heeft [gedaagde] het artikel van [eiser sub 2] bekritiseerd onder gebruikmaking van de volgende passages:

a. “Pagina na pagina werd deze pil door [voornaam eiser sub 2] 'dr. Mengele' [achternaam eiser sub 2] de hemel ingeprezen.”

b. “ dat zij (NRC en [eiser sub 2], vrzr) een misdadige poging hebben gedaan hun lezers te vergiftigen en tot zelfmoord te drijven.”

c. “deze [eiser sub 2] zijn leven lang te blijven achtervolgen met zijn criminele handelswijze tot hij zo gek wordt dat hij de hand aan zichzelf slaat!”

2.5. Op 5 december 2007 hebben NRC en [eiser sub 2] [gedaagde] hierover aangeschreven en hem gesommeerd het artikel op www.nrcombudsman.nl met onmiddellijke ingang te verwijderen en verwijderd te houden.

2.6. [gedaagde] heeft de kop van het artikel en de tekst vervolgens op de volgende wijze aangepast:

I. “De grootste journalistieke kwakzalver ooit: [eiser sub 2]”.

II. “Pagina na pagina werd deze pil door [voornaam eiser sub 2] ‘Jack Kevorkian' [achternaam eiser sub 2] de hemel ingeprezen.”

III. “deze [eiser sub 2] zijn leven lang te blijven achtervolgen met zijn kwakzalverige handelswijze tot hij zo gek wordt dat hij de hand aan zichzelf slaat!”

2.7. Bij brief van 20 december 2007 heeft de raadsvrouw van NRC en [eiser sub 2] aan [gedaagde] meegedeeld dat zij op de website www.nrcombudsman.nl heeft gelezen welke aanpassingen [gedaagde] in de tekst heeft aangebracht en dat NRC en [eiser sub 2] daar niet mee akkoord kunnen gaan.

2.8. In een e-mail van 14 januari 2008 heeft [gedaagde] aan de raadsvrouw van NRC en [eiser sub 2] onder meer meegedeeld dat hij verdere wijzigingen in zijn publicatie afhankelijk heeft gesteld van een verklaring van de hoofdredactie van NRC waarin deze afstand neemt van de artikelen van [eiser sub 2] over Rimonabant.

2.9. In een e-mail van 15 januari 2008 heeft de raadsvrouw van NRC en [eiser sub 2] daarop geantwoord dat NRC en [eiser sub 2] geen aanleiding zien afstand te nemen van de artikelen over Rimonabant en zij dus geen rectificatie zullen plaatsen.

3. Het geschil

3.1. NRC en [eiser sub 2] vorderen:

1. [gedaagde] te gebieden met onmiddellijke ingang na de betekening van dit vonnis de in de dagvaarding omschreven (aangepaste) publicatie, althans de daarin genoemde onrechtmatige passages dan wel passages van dezelfde strekking van de website www.nrcombudsman.nl te verwijderen en verwijderd te houden, inclusief publicaties waarin één of meer van de genoemde passages direct of indirect (via een link) aan de orde komen;

2. [gedaagde] te gebieden de in de dagvaarding omschreven passages dan wel passages van dezelfde strekking, inclusief publicaties waarin één of meer van de genoemde passages direct of indirect (via een link) aan de orde komen, niet elders openbaar te maken en, voor zover deze elders al openbaar gemaakt zijn, te (doen) verwijderen en verwijderd te (doen) houden en alle maatregelen daartoe treffen;

3. zulks op straffe van een dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag dan wel gedeelte van een dag dat [gedaagde] één van de onder 1. of 2. gevorderde geboden niet of niet volledig nakomt, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

3.2. NRC en [eiser sub 2] stellen hiertoe - samengevat - dat de door [gedaagde] gebezigde kwalificaties niet alleen feitelijk onjuist zijn, maar ook in hoge mate beledigend voor NRC en [eiser sub 2] en hun eer en goede naam aantasten. NRC en [eiser sub 2] realiseren zich dat zij als persorgaan respectievelijk als journalist veel kritiek moeten kunnen verdragen en zich veel moeten laten welgevallen, maar met de hiervoor onder 2.4. en 2.6. geciteerde passages is [gedaagde] over de schreef gegaan. [gedaagde] stelt hierin, althans suggereert, dat NRC en [eiser sub 2] zich aan strafbare feiten hebben schuldig gemaakt en hun lezers willens en wetens tot vergiftiging en zelfmoord hebben gepoogd aan te zetten. Dat [gedaagde] na sommatie “Mengele” heeft vervangen door “dr. Jack Kevorkian” is onvoldoende, nu in de context van het artikel ook de vergelijking met Jack Kevorkian (de Amerikaanse “dr. Death”) beledigend is en deze vergelijking nog steeds gehanteerd wordt als opmaat voor de beschuldiging dat NRC en [eiser sub 2] “een misdadige poging hebben gedaan hun lezers te vergiftigen en tot zelfmoord te drijven”. Eveneens is de vervanging van het woord “crimineel” door “kwakzalver” onvoldoende en is de strekking van de oproep “deze [eiser sub 2] zijn leven lang te blijven achtervolgen met zijn kwakzalverige handelwijze tot hij zo gek wordt dat hij de hand aan zichzelf slaat” ongewijzigd gebleven.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Op dit verweer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] bij de uitoefening van zijn recht op vrije meningsuiting als bedoeld in artikel 10 lid 1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) het recht van NRC en [eiser sub 2] op de bescherming van hun goede naam zodanig heeft geschonden dat hierdoor de uitoefening van het recht van vrije meningsuiting aan beperkingen kan worden onderworpen als bedoeld in lid 2 van dat artikel. Dit is het geval, indien, na afweging van alle terzake dienende omstandigheden en belangen, de uitlatingen van [gedaagde] als onrechtmatig tegenover NRC en [eiser sub 2] moeten worden aangemerkt.

4.2. Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] in zijn hoedanigheid van journalist het artikel op internet heeft geplaatst. Nu deze publicatie zich richt op een breed publiek met als doelstelling misstanden in de pers aan de kaak te stellen, is hiermee het artikel van [gedaagde] op één lijn te stellen met een perspublicatie, hetgeen van belang is voor de in deze zaak te verrichten toetsing. Uit de rechtspraak van het EHRM blijkt immers dat de persvrijheid een bijzondere plaats inneemt met als reden dat de pers zijn “vital role” van “public watchdog” moet kunnen spelen. Het belang van [gedaagde] is dan ook dat hij zich (in het openbaar) kritisch, informerend, opiniërend, of waarschuwend moet kunnen uitlaten om te voorkomen dat door een gebrek aan bekendheid bij het grote publiek, misstanden die de samenleving raken, kunnen blijven voortbestaan. Hiertegenover staat het belang van NRC en [eiser sub 2] dat hun reputatie als krant en wetenschapsjournalist niet wordt beschadigd.

4.3. [gedaagde] heeft zich als “public watchdog” van NRC opgeworpen. Volgens hem levert het artikel van [eiser sub 2] een gevaar op voor de volksgezondheid en worden lezers aangespoord een pil te slikken die ondermeer kan leiden tot zelfmoordpogingen. De verontwaardiging van [gedaagde] hierover is zo groot dat hij het toelaatbaar vindt in zijn artikel felle woorden te gebruiken om zijn doel, namelijk het bewaken van de kwaliteit van de pers en het waarschuwen van de onwetende lezer, te bereiken. Daarbij speelt volgens [gedaagde] een belangrijke rol dat op internet andere omgangsregels gelden in die zin dat op internet een excessief taalgebruik meer toelaatbaar is dan in de gedrukte media. Bovendien vindt hij dat het artikel moet worden gezien als een “schotschrift”, zodat de grenzen van het toelaatbare zeer ruim getrokken moeten worden.

4.4. Uitgangspunt bij de beoordeling is dat ook uitingen die als een waardeoordeel of een schotschrift moeten worden beschouwd onrechtmatig kunnen zijn, indien hierin feitelijke beschuldigingen worden geuit, waaraan elke feitelijke basis ontbreekt. Daarnaast kan het wel zo zijn dat op internet over het algemeen een grover taalgebruik wordt toegepast, maar dat brengt niet mee dat daarom iedere vorm van excessief taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen zijn toegestaan.

In de eerste publicatie is [eiser sub 2] door [gedaagde] vergeleken met Mengele en zijn NRC en [eiser sub 2] beschuldigd van criminele handelingen. Deze beschuldigingen missen iedere feitelijke grondslag. Het mag zo zijn dat [gedaagde] het niet eens is met de inhoud van het artikel van [eiser sub 2], het publiceren daarvan levert geen strafbaar handelen op en voor de vergelijking met Mengele is al helemaal geen feitelijke grondslag aan te wijzen. Nu deze uitlatingen uiterst schadelijk voor de goede naam van NRC en [eiser sub 2] zijn, moeten deze uitlatingen als onrechtmatig jegens hen worden aangemerkt. [gedaagde] heeft ook erkend dat hij hiermee te ver is gegaan en heeft na sommatie van NRC en [eiser sub 2] de naam Mengele en de bewoordingen “crimineel” en “criminele” verwijderd.

4.5. De naam Mengele heeft [gedaagde] vervangen door “dr. Jack Kevorkian”. De vraag of deze laatste vergelijking onrechtmatig is, wordt ontkennend beantwoord. [gedaagde] heeft zijn mening in provocerende woorden uiteengezet. Hij heeft zich daarbij bediend van overdrijvingen en stijlfiguren die zijn woordkeuze kracht bij zetten. De vergelijking van [eiser sub 2] met dr. Jack Kevorkian moet dan ook in dit licht worden gezien. Voor de gemiddelde lezer zal duidelijk zijn dat deze vergelijking niet letterlijk genomen kan worden. Kevorkian is, voor zover bekend bij het publiek, immers veroordeeld voor het veelvuldig hulp verlenen bij zelfdoding, hetgeen iets anders is dan het schrijven van een artikel over een pil. Dit laat onverlet dat de vergelijking ongenuanceerd en wellicht smakeloos kan worden genoemd, maar gezien de context en de strekking van het artikel van [gedaagde], is dit onvoldoende om te spreken van onrechtmatigheid.

4.6. De passage “De grootste journalistieke kwakzalver ooit: [eiser sub 2]”, de passage “deze [eiser sub 2] zijn leven lang te blijven achtervolgen met zijn kwakzalverige handelswijze tot hij zo gek wordt dat hij de hand aan zichzelf slaat!” en de passage “ dat zij een misdadige poging hebben gedaan hun lezers te vergiftigen en tot zelfmoord te drijven”, worden eveneens in het licht van de stijl waarin [gedaagde] zijn artikel heeft geschreven niet onrechtmatig geacht. Het woord kwakzalver heeft in de context waarin het is gebruikt onvoldoende negatieve lading om met een beroep op het recht op eer en goede naam de vrijheid van meningsuiting te kunnen beperken. De passages zijn dermate provocerend geschreven dat de gemiddelde lezer van de website van [gedaagde] zal begrijpen dat deze beschuldigingen niet letterlijk moeten worden opgevat en niet serieus genomen kunnen worden. Geen zinnige lezer zal immers na het lezen van de passage “dat zij een misdadige poging hebben gedaan hun lezers te vergiftigen en tot zelfmoord te drijven” geloven dat NRC en [eiser sub 2] met de publicatie van hun artikel daadwerkelijk hun lezers hebben kunnen vergiftigen en tot zelfmoord hebben kunnen drijven. Wel is voor de lezer duidelijk dat [gedaagde] anderhalf jaar na het verschijnen van het artikel en op grond van de sindsdien gebleken bijwerkingen van het middel Rimonabant furieus is over de inhoud van het artikel van [eiser sub 2] en dit in overdreven bewoordingen aan de lezer probeert over te brengen. De hiervoor bedoelde passages zijn gelet op de stijl waarin zijn artikel is geschreven dan ook niet als onrechtmatig aan te merken.

4.7. NRC en [eiser sub 2] hebben in hun aanvulling van eis betoogd dat het oorspronkelijke artikel nog op andere websites, waaronder www.hetvrijevolk.nl, te lezen is. In ieder geval circuleren er volgens NRC en [eiser sub 2] nog teksten waarin de bewoordingen “crimineel” en “criminele” voorkomen. [gedaagde] heeft ter zitting gesteld dat hij zijn artikel alleen op www.nrcombudsman.nl en www.hetvrijevolk.nl heeft geplaatst. Volgens [gedaagde] heeft hij op beide websites de oorspronkelijke tekst verwijderd. Over andere websites die de tekst eventueel hebben overgenomen, heeft hij geen zeggenschap. Hiertegenover is door NRC en [eiser sub 2] onvoldoende aangetoond dat het oorspronkelijke artikel nog circuleert op websites waarvan de inhoud door [gedaagde] gewijzigd kan worden. Hierdoor is de vordering [gedaagde] te gebieden de gewraakte passages die elders openbaar gemaakt zijn te verwijderen, niet toewijsbaar.

Als de oorspronkelijke tekst al op www.hetvrijevolk.nl zou staan, dan heeft [gedaagde] toegezegd deze hiervan te verwijderen.

Het voorgaande leidt ertoe dat de gevraagde voorzieningen zullen worden geweigerd.

4.8. NRC Handelsblad en [eiser sub 2] zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op EUR 254,- aan vastrecht.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2. veroordeelt NRC en [eiser sub 2] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 254,-,

5.3. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.Y.C. Poelmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Wolt, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2008.?